Welkom, Gast. Alsjeblieft inloggen of registreren.
26-09-2021, 11:48:31
Startpagina Help Zoek Inloggen Registreren
Nieuws: http://jolybit.nl De nieuwe trading hulp website is in de maak. U kunt hem wel al gebruiken.

+  Vraag en antwoord & Wie wat waar
|-+  Vraag en antwoord
| |-+  Vraag en antwoord
| | |-+  Herinneringën deel 2
« vorige volgende »
Pagina's: 1 ... 33 34 35 36 [37] 38 39 40 41 ... 108 Omlaag Print
Auteur Topic: Herinneringën deel 2  (gelezen 935668 keer)
J.H.
Schipper
*****
Berichten: 2186


Bekijk profiel
« Antwoord #540 Gepost op: 21-10-2013, 12:07:22 »

Geb.bij Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf, Rotterdam.
40.28 x 6.63 x 4.06 mtr.
Brt-268 x Nrt 104.
Triple exp.-270 pk

Vimy -385 pk.
Bemanning-29-31

1904-IJM 103-Donald
Eign: Stoomvisscherij  "Mercurius"
1916-RE-171-Thor, IJsland.
1920-Orang Outang, Frankrijk.
1920-LR-2384-Vimy.
1921/22-Di-820-Vimy
1925-F-611-Vimy.
1942-In Duitse dienst als : HS 99 , Vs 1521, M-3855.
16-06-1944 door een bombardement te Le Havre gezonken.
Foto Jack Daussy


* F-611-Vimy-a.jpg (94.5 KB, 801x534 - bekeken 1172 keer.)
« Laatste verandering: 21-10-2013, 12:37:13 door J.H. » Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #541 Gepost op: 23-10-2013, 07:45:55 »



Hoeveel verdiend een matroos ?

De gage van de schipper en het hoofd machine kamer zijn van te voren vast gesteld in een overeenkomst met de reder.
Voor de oorlog, verdiende een matroos bij de  visserij op haring, de helft meer als bij de visserij op makreel.
De betaling aan de zeelui wordt per jaar afgerekend.
Als het makreel seizoen voor de reder wat gunstig was uitgevallen, was het gemakkelijker om de bemanning op het schip te houden voor het komende haring seizoen.
Sommige schepen zijn alleen bemand voor het haring seizoen, gedurende de maanden Juli tot tenminste Januari.
De rest van het jaar werden deze schepen opgelegd.
De zeelui monsterden dan op andere schepen uit Fécamp of uit Dieppe en Boulogne.
( De laatste twee waren havens met veel trawlvisserij reders, waar zij  op dat soort schepen ook een boterham konden verdienen.
Dat was ook van toepassing voor de mannen die in Oktober terug keerden van de visserij bij New Foundland en daarna op de schepen van de haring visserij  monsterden.
Dat was ook al het geval bij de Dundees, de  vroegere zeilschepen, in gebruik voor de haring visserij..
De schipper geeft toe dat de 18 personen gehuisvest in het logie op het voorschip. vanaf het dek, hun leefruimte binnen gaan, in hun werkkleding.
Veelal met hun laarzen en oliegoed nog aan, wat vol zat met haring schubben en vis slijm.
En de vis geur was ook overheersend.
In deze leefruimte ontdeed ieder zich van zijn werkkleding en hielden hun trui,  broek en sokken aan, tijdens de enkele uren rust in hun kooi na de werkzaamheden.
Zij moesten wel met hun kleren aan gaan slapen, omdat zij hun laarzen en oliegoed ook in dezelfde ruimte moesten opbergen, want er was anders geen plaats.
Voorafgaande aan het slapen, aten de mannen de maaltijd die de ketelbink had klaargemaakt.
Deze maaltijd was meestal op basis van gebakken of gekookte haring,  wat was klaar gemaakt met aardappelen. ( Iedere matroos zal zich dit nog wel herinneren ).
Want het voedsel was meestal te gaar en je kon de ketelbink hier niet de schuld van geven.
Vaak werd er een safade klaargemaakt.
Dit is een verse haring op de rug plat gesneden, licht gezouten en in de wind te drogen gehangen en werd voor het bakken nog van wat peper voorzien.
Hetzelfde werd bij de makreel gedaan, maar deze werd dan op de buik plat gesneden.
Soms werd de haring safade aan boord gerookt en was dan een soort kipper.

Daar er geen tafel in deze leefruimte was, aten de mannen zittend op een kist of op een ongeschikte bank, met hun bord of schaal op hun knieën.
De overschotten van de maaltijd werden zelfs op de vloer gegooid.
Als gevolg van het slingeren of het stampen, van het schip, volgden het water en de restanten op de vloer, de bewegingen van het schip.
De ketelbink moest zodoende wel heel vaak de rotzooi opruimen.

Toen de schipper in deze functie in dienst trad bij de reder, werden de leef- omstandigheid voor hem persoonlijk beter.
Hij sliep nu in het kleine hutje onder de loopbrug.
De ruimte was niet erg groot, maar toch had deze hut  twee kooien en een tafel.
En ook nog wat opberg ruimte, voor zijn persoonlijke bezittingen

De leefruimte voor de bemanning op het achterschip werd gebruikt door een tiental zeelui.
De ouderen, de specialisten, de stokers en eveneens een keteljongen, die de taak had om iedereen te bedienen.

De maaltijden.

De ketelbink kookte als de mannen aan dek bezig waren
Van verschillen aan voedsel was hier geen sprake.
s' Ochtends had de bemanning recht op gebakken of gekookte haring.
Een tussendoortje was voor rond de middag en s' avonds was er een maaltijd met vlees en groente.

Drank was er bij iedere maaltijd en het was meestal cider, die de keteljongen moest gaan halen in de opslagruimte op het achterschip, waar een vat met cider stond  voor het dagelijks gebruik.
De gang naar het gegiste appelsap was vrij moeilijk, want om bij het vruchten nat te komen, moest een een moeilijke weg worden gevolgd over de vaten in de gangboorden.
En dat met 2 of 3 kruiken met cider, die gelukkig met kurken waren afgesloten.
Want als de weerberichten slecht waren, liep hij het risico om overboord te slaan, wat al eens was gebeurd.
De kroes waar de cider uit wordt gedronken, heet hier “moque “ en de Fransen beweren dat het woord afkomstig is van het Hollandse woord mok.

Aan het einde van de 2e wereld oorlog was er voortaan een kok aan boord voor de bereiding van de maaltijden.

Iedere man bracht zelf wat levensmiddelen mee aan boord.
Door de reden van eentonigheid in de maaltijden, bracht iedere zeeman dikwijls etens waren mee aan boord, wat dan in zijn kooi werd bewaard .
Het waren vaak eieren ( vier dozijn ), erwtjes ( 2 blikken ), rijst, wat deegwaren ( 2 of 3 pakken per soort ) en niet te vergeten het brood ( wat door de bakker in het dorp tweemaal was gebakken, om de houdbaarheid te garanderen en ook diverse vaste voedingswaren en drank.
De eieren werden in kranten papier gewikkeld en opgeslagen in een klein mandje van vlechtwerk wat aan het plafond van de kooi werd opgehangen.

De cider werd door de reder verstrekt en was afhankelijk van zijn smaak en bronnen van herkomst.
( Blauw ton deksel voor de reders Ledun en Levasseur, wit deksel voor de reder Leporc en rood voor de rederij “Franse Visvangst “.

De kleding tijdens de visserij.

De werkkleding werd meestal door de vrouwen gemaakt. Werkbroek van blauwe stof en  een taankleurige bruine kiel,. Verder een overbroek van dun zeildoek, wat behandeld was met gekookte lijnolie, een voorschoot van dun zeildoek eveneens behandeld met gekookte lijnolie en losse mouwen van dezelfde stof en behandeling.
De rubber laarzen werden in Fécamp gekocht of bij een plaatselijke schoenmaker of schoenen winkel..
Soms was de reder niet gesteld op blauwe werkkleding.

Hoe is de organisatie in het verblijf onder de loopbrug.?

In deze hut bevonden zich de schipper en de stuurman en soms ook de marconist en de kwartier meester,.
Deze verzekert een kwart van een uur bij volledige navigatie en van twee uren met een andere matroos, in het vangst gebied

De redding middelen.

Iedere man was voorzien van een zwemvest met een kapok vulling.
Twee of drie ronde reddingsboeien hingen gereed om overboord te worden gegooid als er iemand overboord viel
Achterop, bevonden zich aan weerszijde, een houten overnaadse reddingsloep.

De verlichting aan boord.

Tot rond 1935 werd er carbid gebruikt voor de verlichting van het schip en op het dek.
Een stoker was verantwoordelijk voor de voorraad carbid, wat  in de opslagplaats op het achterdek was opgeslagen.
Vanaf 1935 zorgde een dynamo voor de verlichting.
De stuurman was verantwoordelijk voor de ontsteking van de lichten bij het vissen en het plaatsen  van de verlichting.

Het werk in de machine kamer.

Het onderhoud van de stoommachine en ketel, de kaapstanders, de verwarming, en de winch als het schip er een had, werd verzorgd door het machine kamer personeel.
En ook de diverse werkzaamheden zoals laswerk en reparatie van en of verwrongen materiaal, wat benodigd was voor de werkzaamheden van de bemanning.
Het was dan ook de rede dat hiervoor er een hoofd machine kamer, twee machinisten en drie stokers aan boord waren.
De werkzaamheden van het onderhoud van mechanische onderdelen is het eerste wat aan boord moet worden uitgevoerd gezien de tijd die nodig was ( 72 uur )  om de ketel op druk te krijgen alvorens te kunnen vertrekken.
Het schip moest vaar klaar zijn op het geplande  tijdstip van vertrek.
De machinist had de taak om de snelheid van het schip te regelen, als de orders vanaf de loopbrug door de schipper of de stuurman werden door gegeven per telegraaf of spreekbuis.
Wat het werk van de stoker betrof, zorgde  hij voor de aanvoer van de kolen uit de bunkers benodigd voor de stoomketel en het opstoken van de ketel en haar op een bepaalde werkdruk te houden
Het hoofd van de machinekamer controleerde de  goede uitvoering van het geheel.
Hij kon ook ingrijpen door een onderneming elders in te schakelen.
Met de schipper vormden zij het commando van het schip

De drifter vertrok vanuit Fécamp met een voorraad kolen, welke nodig is voor de reis naar het visserij gebied rond de Engelse kust.
Dikwijls, als er veel genavigeerd was om de haring te vinden, was het nodig om nieuwe voorraad kolen in Engeland te bunkeren en vaak werd dat in havenplaats North Shieds gedaan, inplaats van naar Fécamp te varen.
De voortstuwing machine was een triple expansie machine met een vermogen van 450 tot 550 PK voor de grotere drifters.
Een van de kleinere drifters had een machine vermogen van 295 PK.
Iedere 4 uur was er een wacht wisseling. De stoker die van wacht af kwam, verzamelde de sintels van de vuren  en voerde ze af door de luchtkoker, waar in een deur is gemaakt ter hoogte van de bovenzijde van de opbouw en stortte de sintels in zee via een scharnierbare glijgoot, die met een takel kon worden neer gelaten. Het  was wel raadzaam deze werkzaamheid aan de lij zijde te doen.
Een kleine drifter nam 40 ton kolen mee , wat werd opgeslagen in de bunker, onder de hut van de schipper.
Twee honderd vaten in het ruim waren gevuld met steenkool.
Na dat de vaten waren geleegd in de bunker, werden de vaten grondig schoongemaakt en in gebruik genomen voor de opslag van de haring.
De grotere drifters konden 80 ton steenkool aan boord nemen.

Wordt vervolgd
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #542 Gepost op: 25-10-2013, 06:57:15 »


De uitleg van de radio.
Het beroep van marconist is tegenwoordig verdwenen.
Dit beroep is ontstaan voor de oorlog van 1914-1918 en eindigde in de jaren 1970-1980, bij de komst van nieuwe technieken.
Als lid van het kader aan boord, verzorgde hij de communicatie met de wal en andere schepen.
De drifters waren wel de laatste schepen met een marconist aan boord.
De radio was de enige verbinding tussen schip en wal en liep via een marine radio kust station, die de boodschap doorstuurde naar degene voor wie de boodschap was bestemd.
Zeker de reder, voor de hoeveelheid vis wat er was gevangen..
En ook voor de familie van de opvarenden, die dan een bericht kregen, via een maritiem radio station.
Het was voor hun de enige manier om dagelijks nieuws te ontvangen, zoals......

Drifter ”Paul et Jeannine” vissende , alles wel aan boord.
Drifter “Emmanuella “vissende , wordt dan en dan aan de afslag verwacht.
Drifter “Ile de France “ uitstomend, alles wel aan boord.

Het is moeilijk om deze communicatie via een satelliet te laten lopen, gezien de belangrijkheid van de berichten, voor de familieleden van de visserman.
De radio had een rol bij een permanente stand by, voor de weerberichten.
Deze werden uitgezonden 's-morgens tussen 5 en 7 uur en eindigden 's-avonds tussen 21 en 22 uur
De radio werd na de oorlog ook gebruikt voor het onderling contact met de andere drifters. Geen marconist meer aan boord en hiervoor in de plaats radio-telefonie installatie.
Er waren zes drifters, Emmanuella. Ile de France, Venus, Charles Vaillant, Eglantine en de Paul en Jeannine, waar gegevens mee konden worden uitgewisseld over de gesteldheid van het weer en de zee, buitenlandse vissersvloot concentraties en natuurlijk ook de aanwezigheid van haring of makreel..
En ook natuurlijk om met de richtingzoeker een schip te pijlen en de koers naar dat schip te berekenen.
Sommige reders van Franse en buitenlandse schepen communiceerden in code.
De code was van te voren afgesproken.
Alleen de radio, de rechterarm van de reder, was het geheim van de handel.
Leon was schipper op de Notre-Dame-des-Anges en zijn geheime naam was Jules Lepors aan boord van de Cap Bojador.
Schipper Neveu noemde zich Poupou aan boord van de Alain Marie.
Schipper Ebram noemde zich La Goélette aan boord van de Saint-Roger en schipper Lemaitre bevond zich dan aan boord van de Edmont René.
Dit was alleen bruikbaar bij radio telegrafie.
Bij radio telefonie zouden de stemmen, ofschoon zij code namen gebruikten, door anderen herkend kunnen worden.
Herkenning zou door experts bij radio telegrafie zelfs mogelijk zijn geweest, want elke telegrafist had zijn eigen aanslag en was hieraan herkenbaar,

In Fécamp was het de Compagnie Radio Maritime ( CRM )  die na de oorlog van 1939 t0t 1945 voor het onderhoud van radio installaties van de schepen verzorgden. die zich bij New Foundland of zich bij IJsland bevonden.
Het waren dus de schepen die lang van huis waren.
De CRM installeerde niet alleen de toestellen aan boord, maar ook de antennes.
Vaak was dit een moeilijk karwei en zeker in de winter, door de hoge antenne masten.
De CRM zorgde ook voor de verbinding van de marconist met de reder en omgekeerd.
Het leven van een marconist aan boord van een drifter was echt spartaans.
Hij woonde in een hutje op de opbouw, direct achter de schoorsteen van 2.50 m. lang, 2.00 m. breed en 1.80 m. hoog.
Hierin bevond zich zijn kooi, een tafel met de radio zend- en ontvangst apparatuur en de richting zoeker en ook nog een bank.
Hij behoorde bij het kader van de bemanning ,op het niveau van de stuurman.
Hij kwam niet aan dek, alleen dan, als er niet ( meer )werd gevist.
Het machine kamer personeel deed dit op  een zelfde manier.

Op de visserij.

De makreel visserij.

Het seizoen begon in Maart en eindigde aan het einde van de maand Juni.
In Juli begon het haring seizoen en duurde tot Januari.
Deze twee soorten visserij werden uitgeoefend met twee verschillende soort netten.
Voor de makreel visserij heette zo'n net een “manet” en voor de haring visserij heette zo'n net een  “senne.
De opslag in het wantruim was ook verschillend..
Het schip werd in de maand Maart uitgerust voor de makreel visserij, om te gaan vissen ten Zuiden van Ierland, bij Bishop Rock en de rotsen van de Fastnet.
De schipper gebruikte de diepte meter om de gesteldheid van de zeebodem te onderzoeken, in de omgeving van de kust..
Hij besloop als het ware de scholen makreel, door goed de kleur van het zeewater te bekijken ( glas groen met gele vlekken ) en op de aanwezigheid van zeevogels.
Als het volle maan was, werd er erg weinig makreel gevangen.
Het leek er veel op dat zij de plaats van de netten ontvluchtten en het resultaat hiervan was, dat de drifter maar de dichts bijzijnde Ierse haven opzocht tot dat de omstandigheden zich verbeterden.
Deze visserij concentraties lagen vaak in of in de omgeving van de trans Atlantische scheepvaart routes naar New York.

De netten.
Het makreel net was een vlak net.
Het was een drijfnet met een lengte van 25 meter en een hoogte van 3 meter.
De netten waren onderling aan elkaar verbonden, zodat er een vleet ontstond van ongeveer 6500 tot 7000 meter.
De maaswijdte was 35 mm.
Het was een drijfvleet
Het geheel werd drijvend gehouden door breels die om de 2 of 3 netten  aan de vleet waren verbonden met het breel touw,  getaand touw  van 20 mm diameter dikte en een lengte van 6 vadem.
Aan de onderzijde was het net met de seizing aan de reep verbonden. Dit was eveneens touwwerk van 20 mm diameter dikte en had een lengte van 4½ vadem.
Aan het begin van de vleet een uiterjoon.
Het haringnet was eveneens een vlak net.
Het was ook een drijfnet  met een lengte van 18 meter en een hoogte van 9 meter,.
De maaswijdte was 27 en 28 mm.
De lengte van het net was 560 en de hoogte 300 mazen.
De kleinere drifters hadden 350 netten aan boord en de grotere 380 netten,
De reep was 55 mm diameter dik en was een samenstelling van hennep en staaldraad.
De reep was behandeld  met koolteer.
Zij vormden met lengten  van 120 meter per stuk, de totale lengte van de reep van 6500 tot 7000 meter.
De makreel vleet werd met breels aan de oppervlakte van de zee gehouden.
Het breeltouw was een onderdeel van het net.
Een breel werd om de 2 a 3 netten geplaatst.
De haringvleet werd door kleine tonnetjes aan de oppervlakte van de zee gehouden.
Het breeltouw was nu één geheel met het tonnetje. Een tonnetje per net.
In dit geval was het een zinkvleet.

Het voordek.
Bij de voorsteven het ingebouwde voorroer.
Hierna de luchtkap van het bemanningsverblijf en kort hier achter  de toegang tot dit verblijf.
Op dezelfde hoogte aan BB en SB de keeën voor de breels of tonnetjes
Daarna de mast, in neer gelaten positie en rustend in een mik en aan het uiteinde gesjord naar BB en SB.
Soms was hieronder nog een laadboom aan de mast bevestigd
De mast had alleen een voorstag en kon hiermee in vertikale stand worden gebracht.
Door het ontbreken van het want, was er een vrije doorgang van het voorschip tot aan de dubbele krebben en last, die bijna direct na de mast aan dek waren geplaatst.
De krebben konden aan de verschansing zijde voorzien worden van een rol van 2.80 meter lengte.
Onder de dubbele  krebben en de last bevonden zich de ruimen voor berging van de  tonnen.
Hierna volgde het wantruim.
Hierna een enkele krebbe aan weerszijde van het schip en waar tussen het reepruim zich bevond
En direct hier na de beide stoom kaapstanders.

Het uitzetten van de netten.

Haring net.
Het uitzetten van de netten kon zowel aan BB en SB geschieden, afhankelijk van de windrichting.
De stuurman bevond zich op het voorschip bij het voor roer.
De schipper in het stuurhuis en in de machine kamer het personeel voor de bediening van de machines.
Een tiental bemanningsleden aan dek voor het uitzetten van de netten.
Naast het wantruim werd een nettenrol geplaatst en een gedeelte van de reep was aan dek gehaald.
Ik neem aan dat de reep gemuisd was, om gelijk te lopen met de lengte van een net.
Maar dit wordt nergens vermeld.
En aan de achtermast was het gatzeil gehesen.
Aan de achtermast werd de nationale vlag gehesen, ten teken ,dat het schip de netten in zee ging zetten.

Op het moment van het in zee zetten van de netten, riep de verantwoordelijke man bij het uitzetten van de netten, de volgende wens.........
                   Hors à la grâce du bon Dieu et de la bonne Vierge.
                 ( aan de genade van de goede God en de goede Maagd.)


wordt vervolgd
Gelogd
J.H.
Schipper
*****
Berichten: 2186


Bekijk profiel
« Antwoord #543 Gepost op: 26-10-2013, 08:48:31 »

F-664-Jeanne d'Arc II.
Radiohutje gesjord, het stuurhuis trouwens ook, sloep ondersteboven dus is het vaartuig zeer zeker voldoende zeeklaar
Foto: Jack Daussy.


* F_-664-Jeanne_dArc-a.jpg (56.11 KB, 801x534 - bekeken 1109 keer.)
« Laatste verandering: 26-10-2013, 09:40:12 door J.H. » Gelogd
J.H.
Schipper
*****
Berichten: 2186


Bekijk profiel
« Antwoord #544 Gepost op: 26-10-2013, 08:57:21 »

Paaien maarrrrrrr, het zijn maar 380 netjes Grin
Die "Tibi" is een stopper, als het te hard ging of er liep wat stuk dan stopte ze de reep daar even af.


* Schieten.jpg (202.9 KB, 999x652 - bekeken 1134 keer.)
Gelogd
J.H.
Schipper
*****
Berichten: 2186


Bekijk profiel
« Antwoord #545 Gepost op: 26-10-2013, 09:22:24 »

Franse fiets , bb voor is die "tibi"


* ____Franse_vleetlogger.jpg (91.69 KB, 801x525 - bekeken 1042 keer.)
Gelogd
J.H.
Schipper
*****
Berichten: 2186


Bekijk profiel
« Antwoord #546 Gepost op: 26-10-2013, 09:34:27 »

F-822-Ile de France,
Zoals al eerder beschreven hadden ze geen tafel in het voorin, dus dan maar klaverjassen aan dek, dat deden ze op Ned. schepen ook maar die hadden wel een tafel .


* F-822-.jpg (78.26 KB, 801x534 - bekeken 1146 keer.)
« Laatste verandering: 26-10-2013, 09:47:08 door J.H. » Gelogd
Maart
Schipper
*****
Berichten: 753


mijn worstelaers staen in de zije


Bekijk profiel
« Antwoord #547 Gepost op: 26-10-2013, 10:48:12 »

Weer wat wijzer Jan Grin

Maart
Gelogd
A.Oosterbaan
Gast
« Antwoord #548 Gepost op: 26-10-2013, 17:19:18 »

Hopen mensen aan dek Jan
Gelogd
J.H.
Schipper
*****
Berichten: 2186


Bekijk profiel
« Antwoord #549 Gepost op: 26-10-2013, 21:58:08 »

Ja  Maart, het is deze keer niet van:  hoe ouder hoe gekker, nee ,wij worden steeds wijzer , althans dat hopen we dan maar Grin

Hallo Aai, er zullen er ook nog wel wat aan de wijn zitten want ik tel ze niet allemaal, dat zag je natuurlijk niet dat ze tijdens het schieten een peukje zaten en liepen te roken, die gasten paaide zoveel netten en dan moest een ander het overnemen, misschien moest daarom de reep dan even worden afgestopt.
Gr.
Jan.
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #550 Gepost op: 27-10-2013, 13:18:54 »

op foto 545 is duidelijk de mastklamp te zien in het midden van het dek en de sjorring van de mast , wat tevens als stagen kan worden gebruikt.
op  foto 546 is duidelijk te zien dat het tonnetje voorzien is van een breeltouw.

Cor
Gelogd
J.H.
Schipper
*****
Berichten: 2186


Bekijk profiel
« Antwoord #551 Gepost op: 27-10-2013, 19:19:51 »

I.v.m het grote verval, althans dat neem ik aan, in hun thuishaven gebruikten ze de boom op een speciale manier.
Gr.
Jan.
Foto: Jack Daussy


* ___Frans.jpg (46.58 KB, 437x600 - bekeken 1055 keer.)
« Laatste verandering: 27-10-2013, 19:25:08 door J.H. » Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #552 Gepost op: 28-10-2013, 07:36:56 »

Hierna wordt de reep door de “tibi”geleid en gaat vervolgens met de netten het water in.
De tibi was een  U vormig stuk ijzer op een plaat, wat op de verschansing werd geplaatst, net voorbij de voorzijde van de dubbele krebben.
In deze U vorm is een houten rol geplaatst waarover de reep liep.
Voor de tibi was een stopper geplaatst om de uitlopende reep te stoppen voor het bevestigen van de seizing en tonnetje.
Na deze tibi werd door een matroos , “ forcibleman” genoemd, de seizing van het net op de reep bevestigd en direct hierna werd het breeltouw met tonnetje op de reep  bevestigd en waarna het tonnetje overboord werd gezet.
In het stuurhuis werd de machine in de achteruit stand gezet en werd regelmatig onderbroken met stoppen, om de snelheid van het schip aan te passen aan het uitzetten van de netten.
De stuurman aan het voorroer probeerde het schip op de juiste koers te houden en werd  hierbij geholpen door het gehesen gatzeil.
Het gedeelte van de reep die reeds aan dek was gehaald werd onder het net doorgeleid tussen 2 vertikale rollen naar een horizontale rol op de verschansing in het midden van de dubbele krebbe.
Hij kreeg hierbij de assistentie van een matroos , die de breels en of tonnetjes aanreikte..
De netten werden via de netten rol door 2 man uit het wantruim getrokken en door andere matrozen overboord gezet .
De seizings werden door andere matrozen langs de verschansing en staande in de krebben, door gegeven naar de “forcibleman.”

Makreel net.

Bij het makreel net werd dezelfde procedure gevolgd.
Maar nu was het breeltouw aan het net bevestigd en werd er om de twee en drie netten de breel op het breeltouw bevestigd en overboord gezet.
Bij het uitzetten over bakboord of stuurboord was de procedure hetzelfde.
De breels hadden de mooie naam van “fille “ ( meisje ) bij de bemanning,
Schijnbaar door de elegante wijze waarop een breel zich aan het oppervlak van het water heen en weer beweegt.

Als alle netten zijn geschoten, wordt de reep uit de geleide rollen en de tibi gehaald en naar de kluis op het voorschip gebracht en wordt daar belegd.
Het schip ligt nu aan de vleet, in afwachting of de haring of makreel in de netten wilt zwemmen.
De netten werden rond 5 en 6 uur 's-avonds geschoten, waarna de mannen hun avond maaltijd kregen voorgeschoteld en konden hierna gaan slapen, mits zij geen wacht moesten lopen.
Het gehele schieten van de netten nam een uur tot anderhalf uur in beslag.
Rond 1 uur 's-nacht werden zij weer door de wachtsman gewekt, om de vleet binnen te halen.
Iedereen had zich “geschoeid “ voor het scheephalen van de netten en iedereen wist zijn vaste plaats aan dek, op het voorschip of in de midscheeps.

De Forcibleman.

Meestal is dat een stevig gebouwde persoon.
Een krachtpatser.
Het woord force=kracht, vinden we terug in het woord.
Het was zwaar werk , want bij deze werkzaamheden moesten 350 tot 380 keer worden herhaald en bijna even zoveel keren moest er een breel of tonnetje overboord worden gegooid of worden scheep gehaald.

Het halen.

De voor het schip uitstaande netten ( vleet ) werden naar het schip toe getrokken door  gebruikmaking van een stoom kaapstander, die de reep en de daaraan bevestigde netten naar het schip toe trok..
Zo wel aan SB als aan BB was net voor het stuurhuis, zo'n kaapstander opgesteld..
Tussen deze twee kaapstanders bevond zich het reep ruim.
Het reeds binnen gehaalde deel van de reep werd meteen opgeslagen in het reep ruim.

Voor het binnen halen der netten werd gebruik gemaakt van een draaibare rol van 2.80 meter lengte, welke geplaatst konden worden, zowel aan BB en aan SB,
en worden bevestigd op het potdeksel van de verschansingen, waarachter zich de krebben en last bevonden.
Deze krebben waren veel meer naar voren geplaatst als op een normale logger.
Ongeveer net na de voormast.
Aan welke zijde de netten werden uit gezet en of werden gehaald, was afhankelijk van de windrichting op dat moment.
Bij het halen waren er 2 matrozen op het voordek, voor de seizings en breeltouwen te ontkoppelen van de reep en de breel of tonnetje scheep te  halen en het net te begeleiden naar de krebben.
Anders dan op de loggers, stonden nu de  aan de voorzijde van de krebben 5 matrozen en 4 matrozen aan de achterzijde van de krebben.
De twee matrozen aan de voor en achterzijde van de krebben bij de verschansing, trokken de netten naar zich toe aan de boven en onderpees van het net en en de andere zeven matrozen haalden aan de boven en onderpees de netten binnen boord.
En  door de netten op en neer te slaan  ( schaken ), de haring of makreel uit de netten te slaan.
De matrozen die met hun rug naar de wind toe stonden, hadden het niet zo zwaar als hun collega's die met hun gezicht in de wind stonden..
Vooral bij harde wind kwam de nattigheid bij het schaken in hun gezicht.
En wat te denken als er lijmers in het net zaten. ?
Twee matrozen assisteerden met de netten naar het wantruim te begeleiden.
In het wantruim waren twee personen bezig met de opslag van de netten.
De stoom kaapstander werd door een der ketelbinken bediend en een ketelbink en een dekjongen verzorgden de opslag van de reep in het reepruim.
De andere dekjongen zorgde voor de maaltijden en assisteerde de matrozen aan dek.
De schipper had het algehele toezicht op het dek vanuit de stuurhut en kon zo nodig de machine gebruiken, indien dit nodig was
Na iedere keer 32 netten te hebben binnengehaald, werden deze 9 matrozen afgelost.
De andere matrozen die niet nodig waren bij het halen, zorgen dat de tonnen ( 120 tot 150 stuks ), uit de gangpaden naast de opbouw, naar de midscheeps werden gebracht om te worden gevuld met haring.
De matroos die was aangewezen voor het zouten van de haring had handschoenen aan met lange kappen.
Hij zoutte de haring in een grote houten bak ( warbak ) en doseerde de juiste hoeveelheid zout die nodig was. ( 1 KG zout voor 4 KG haring ).
De haring werd niet gekaakt.  Alleen maar gesteurd.

De gezouten haring werd zorgvuldig in de tonnen gepakt.
Een andere matroos (kuiper ) sloot de tonnen en maakte het deksel waterdicht met pakking. Met gebruikmaking van een dissel.
Hij maakte een boorgaatje in de ton en liet lucht toe in het vat, om er zeker van te zijn dat het vat geen pekel lekte.
De toevoeging van lucht werd op de zeil dundees en op de eerste drifters, met de mond gedaan. Later werd gebruik gemaakt van een hand luchtpomp.
Als het vat geen pekel verloor, werd het boorgaatje met een conisch stukje hout  dicht geslagen en het vat is nu gereed om te worden opgeslagen in het ruim.
Er werd zeven nachten per week gevist.

Om de Noord vissende, werd de haring van de laatste vangst lichter gezouten,
Men sprak dan van “zachte haring “ die dan de volgende dag of de dag hierop volgend, aan de wal zou worden gelost.

Het halen bij de makreel visserij geschiedde op de zelfde manier.
Na het halen van de vleet werd de maaltijd aan de bemanning voorgeschoteld, waarna begonnen werd aan de conservering van de vangst.
Een man sneed de keel open, de volgende haalde er met een mes de kieuwen en ingewanden eruit en de derde vulde de ruimte op met zout en gebruikte hierbij een rond stuk hout.
In het ruim werden de makrelen één voor één uitgespreid en opgestapeld in de vis keeën door de ketelbinken en de dekjongens..
Deze bewerking was arbeid intensief en vroeg de medewerking van iedereen aan boord .
De werkzaamheden eindigden meestal pas om 20 of 21 uur 's-avonds en om 17 uur moest de vleet al weer worden geschoten en zo bleef er maar weinig tijd over om te gaan slapen, voor het volgende halen van de vleet.
Waarschijnlijk werd deze makreel aan de wal gerookt, voor de export naar de koloniën.
In Fécamp waren rond die tijd wel meer dan 30 rokerijen.

Bij de haring visserij waren er twee campagnes.
De eerste was bij de Doggersbank aan de Oost kust van Engeland en de Noordelijke Noordzee.
Zo'n reis duur was een week tot een maand.
De haring werd veelal in Fécamp aangevoerd.
In deze campagne konden 4 a 5 reizen worden gemaakt,
De andere campagne was in het Kanaal, langs de Franse kust tussen Cap Gris-Nez en Cap d 'Antifer.
Bij deze visserij kwamen de schepen dagelijks binnen, mits zij iets hadden gevangen en de aanvoer was dan in Boulogne, Fécamp of Dieppe, afhankelijk waar werd gevist.
Er kon voor het gehele haring seizoen worden gemonsterd, maar ook apart per campagne.
Voor dat aan de kust visserij werd begonnen, werd de vleet van boord gehaald en gewisseld.
Er wordt in het boek nergens gesproken over en drijf- of zinkvleet bij de haring visserij.
De getoond tekening in het boek van de haringvleet is een zinkvleet.
Hierbij wordt vermeld dat de onderpees van het net verzwaard is door een opgerold stuk oud netwerk wat verzwaard is met lood.

Wordt vervolgd

Gelogd
J.H.
Schipper
*****
Berichten: 2186


Bekijk profiel
« Antwoord #553 Gepost op: 28-10-2013, 09:29:44 »

Het "halen" op een Fransoos


* ______________Frans.jpg (180.43 KB, 999x506 - bekeken 963 keer.)
« Laatste verandering: 28-10-2013, 09:36:24 door J.H. » Gelogd
zier
Schipper
*****
Berichten: 3604


wie de mens leerd kenne, leerd de dieren waardeere


Bekijk profiel
« Antwoord #554 Gepost op: 28-10-2013, 16:01:04 »

Cor wat ik er uit leest was die vleet voor de makreel een drijfvleet,dus zal de reep wel anders gelopen hebben ,dwars van de reepkee meteen te water.
En als ze bij de doggersbank visten zullen ze ook wel een drijfvleet gehad hebben.
Gelogd
Pagina's: 1 ... 33 34 35 36 [37] 38 39 40 41 ... 108 Omhoog Print 
« vorige volgende »
Ga naar:  


Login met gebruikersnaam, wachtwoord en sessielengte

Powered by MySQL Powered by PHP Powered by SMF 1.1.4 | SMF © 2006, Simple Machines LLC Valid XHTML 1.0! Valid CSS!