Welkom, Gast. Alsjeblieft inloggen of registreren.
14-08-2022, 15:44:40
Startpagina Help Zoek Inloggen Registreren
Nieuws: http://jolybit.nl De nieuwe trading hulp website is in de maak. U kunt hem wel al gebruiken.

+  Vraag en antwoord & Wie wat waar
|-+  Vraag en antwoord
| |-+  Vraag en antwoord
| | |-+  Herinneringën deel 2
« vorige volgende »
Pagina's: 1 ... 55 56 57 58 [59] 60 61 62 63 ... 108 Omlaag Print
Auteur Topic: Herinneringën deel 2  (gelezen 1024317 keer)
Evert
Gast
« Antwoord #870 Gepost op: 15-08-2014, 13:12:00 »

 Northern Princess.


* Northern-Princess.jpg (85.04 KB, 960x569 - bekeken 999 keer.)
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #871 Gepost op: 18-08-2014, 08:36:37 »

Van Tobroek naar de U.S.A.                        no.5

In Amerika bleven de trawler Northern Dawn en haar zuster trawlers nog verscheidene maanden bij de Amerikaanse Marine tot aan het najaar van 1942, toen zij werden terug getrokken van uit de Amerikaanse wateren en naar Zuid Afrika werden gezonden, waar een nieuwe uitbarsting van U-boot activiteiten veel zorgen baarden voor de Zuid Atlantische konvooien.
Maar andere mannen van de Patrouille Diensten kwamen hierna naar Amerika, om de nieuwe Britse Yard mijnenvegers, ook wel BYMS genoemd, die in Amerika werden gebouwd voor de Britse Marine,  onder het huur en leen programma.
De BYMS waren stevige houten schepen. Het hout werd gebruikt als bescherming  tegen magnetische mijnen en zij hadden een topsnelheid van ongeveer 15 mijl en waren uitgerust met een hoofd bewapening van een drie inch kanon.
Veel van deze kleine schepen stoomden duizenden mijlen naar hun nieuwe standplaatsen, soms helemaal alleen de Atlantische Oceaan overstekend.
Onder Officier Robert Muir was in de groep, die was uitgezonden om de gloednieuwe 51 stuks BYMS over te brengen naar Engeland.

Wij gingen per trein vanaf Halifax. Nova Scotia naar de Verenigde Staten , waar we uiteindelijk terecht kwamen in een vakantie oord  genaamd Asbury Park in New Jersey, waar wij werden gehuisvest in twee mooie hotels.
Hier werden we gesplitst in twee wachten en werden wij bij verschillende taken ingedeeld.
Ik werd eerst ingedeeld als hoofd van een werkgroep om een ander hotel schoon te maken, wat werd veranderd in een Marine club gebouw voor de  Marine mannen en aan het hoofd van dit park stond de beroemde tennisster, Miss Betty Nuttel en natuurlijk hield zij van ons en bezorgde ons een aangename tijd.
In deze periode waren we ook gewend om in de weekenden naar New York te gaan.

Ik werd twee of driemaal gestrikt voor stad patrouilles en moest vier man opbrengen naar het plaatselijke politie bureau, waar wij om het uur een routine patrouille hielden  en wachtten af in het bureau, in het geval van moeilijkheden in een van de plaatselijke bars.
Als er alarm kwam, bracht de politie ons met een snelle wagen naar de betrokken plaats en wij gingen naar binnen met een getrokken gummi knuppel en brachten onze jongens naar buiten en de politie zorgden verder voor de plaatselijke boosdoeners.
Een gerenommeerd adres was de Vossen Bar , die garant stond voor een aantal oproepen per avond.

Na drie maanden werden wij  naar Portsmouth Virgina gestuurd en werden ondergebracht in een Amerikaanse leger basis.
Het eten was daar geweldig en er was daar ook een prachtige kantine  waar we onze avonden door brachten, maar twee keer kregen onze matrozen genoeg van de Amerikaanse bluf en verloren hun geduld en sloegen de boel in puin.
Je kon het onze mannen echt niet kwalijk nemen, daar sommige van de Amerikanen ons ronduit haatte..
Vervolgens werden we naar een Amerikaans Marine kamp in Charleston gestuurd.
Hier werden wij heel goed behandeld, maar in Charleston kwamen sommige van ons in de problemen, door de rassen problematiek
Na een paar drankjes genuttigd te hebben, namen een vriend en ik de bus, om terug te gaan naar de haven.
En natuurlijk was de bus in twee compartimenten verdeeld, een voor de blanken en een voor de kleurlingen.
Het blanke gedeelte was vol en daarom gingen wij naar het compartiment voor de gekleurden. En al snel kwam er een conductrice die ons vertelde..... U mag hier niet zitten.
Wij vertelden haar dat het ons niet kon schelen waar wij zaten en dat we niet van plan waren om te gaan staan in het compartiment voor de blanken.
Zij liet de bus onmiddellijk stoppen en zei..... Oke jongens, gaan jullie maar lopen.
En de chauffeur zette ons uit de bus...... twee mijl van de haven verwijderd.

Uiteindelijk namen wij de BYMS over.
Het was een kleine motor mijnenveger van ongeveer 135 voet lang, maar met een mooie accommodatie en was uitgerust met allerlei veeg uitrustingen.
Na twee maanden proef vaarten te hebben gemaakt buiten Charleston, kregen wij uiteindelijk orders om naar huis terug te keren.
Wij voeren rechtstreeks langs de oostkust naar Staten eiland en brachten de nacht door in New York.
Daarna voeren we door de Long Island Sont en het Cape Cod kanaal naar Boston en uiteindelijk naar St. John. Newfoundland., waar we drie weken lagen te wachten op beter weer.
We bunkerden het schip geheel af en namen ook nog vijftig vaten van vijftig gallon brandstof mee aan dek om ons kleine scheepje over te Atlantische Oceaan te krijgen.
Wij gebruikten ook de vaten , na in de tank te zijn geleegd, om langs de verschansing te sjorren als eer soort extra drijfvermogen.
We maakten de overtocht in  zes en een halve dag, met storm weer van achteren en meerden af in Londonderry.
Na een rustpauze van een dag , staken we de Ierse zee over, voeren door het Caladonisch Kanaal en naar beneden langs de oostkust naar Great Yarmouth, waar wij bijna na een jaar na Engeland te hebben verlaten, weer aankwamen.
We kregen  tien dagen verlof en na terug komst kregen we orders om naar Milford Haven te varen.
In Milford Haven kregen we orders een volle lading olie te bunkeren en ons aan te sluiten bij een konvooi, wat richting de Azoren vertrok, wat dan voortaan ons operatie terrein zou zijn.
Na aankomst in Milford Haven en net voor wij aan de bunker pier wilde meren, zette de schipper de motor op volle kracht achteruit.
Maar in plaats van volle kracht achteruit te gaan, ging het schip volle kracht vooruit en raakte de kade met een snelheid van 16 knopen.
De hele boeg was ingedeukt en ontzet en zij begon langs de kade reeds te zinken,
maar zij slaagden er in ons Milford Haven binnen te slepen en zette het schip op een sleephelling voordat het schip zonk.
En dat was het dan na zo'n duizend mijl te hebben afgelegd..
Wij gingen allemaal weer naar het Nest terug.

De vloed van British Yard  mijnenvegers liep in de honderden.
Hoofd Onder Officier William Davies, Marine Reserve, kreeg een officiers aanstelling  bij de bouw van de BYMS op de Marine werf in Brooklyn.
Wij zaten ongeveer vijf maanden op Staten eiland, Coney Beach en op Iona eiland  waarin wij de gebruikelijke plaag van gevechten meemaakten.
In de Pop's Bar op Staten eiland klom de eigenaar van de zaak bij ongeregeldheden op de bar en zwaaide met een base bal knuppel naar iedereen die in zijn buurt kwam.
Eens toen wij ons liepen te vervelen met een slok op, hoorden we het geluid van aantrekkelijke muziek en dat trok onze aandacht en we verdrongen elkaar in de hal van het plaatselijke gebouw om te luisteren.
Er waren wel een paar de rood kleurden van schaamte toen wij in de zaal werden tegen gehouden door een gekleurde man die ons vertelde.... Jongens... Ik ben er heilig van overtuigd dat jullie hier niet naar binnen willen,,,, want dit is een Huis van God...en ik denk niet dat jullie Hem hier zoeken zo als jullie er nu uitzien.
Negro spirituals klinken nu eenmaal opgewekt en blij.

Van New York gingen we naar Boston, waar we betrokken raakte met wat later bekend werd als “De Veldslag van de Zilveren Dollar “. De Zilveren Dollar is de plaats waar het begon en natuurlijk weer over een meisje, in de bar van de Zilveren Dollar, op het Scully Plein.
Van daar tot ver in de straat en richting ondergrondse, was een gevecht aan de gang met Amerikaanse Mariniers,
De politie en Marine politie patrouille rukten uit, maar een officier schreeuwde. .....
Laat die stomme klootzakken het onder elkaar maar uitvechten... wij ruimen de rommel later wel op.
Wat ook gebeurde en een grote groep met een verontschuldigende blik, werden op borgtocht vrijgelaten  en moesten uit Boston vertrekken om weer te gaan varen en voor alle betrokkenen gold ook nog, ,  inhouding van gage en verlof dagen.

Op weg naar Engeland werden we door de Canadese Marine opgehouden in Halifax, Novo Scotia.
U-boten hadden mijnenvelden gelegd buiten de haven en blokkeerde de ingang naar het Belford Bassin.
De Canadezen wisten niet hoe zij dit probleem moesten oplossen en zo werd onze flottille, de 170 ste, toegevoegd aan de Canadese Marine ,om het werk uit te voeren.
Wij veegden 18 mijnen op.
En we hadden het nog maar net gedaan, of de Duitsers legden een ander mijnenveld bij St.John. Newfoundland en we gingen weer op weg en veegden ook daar een aantal mijnen op.
Wij schoten daar 16 mijnen de lucht in en kwamen daarna in het ijs vast te zitten, maar keerden later toch weer terug naar Canada.
Uiteindelijk voeren we naar huis via de Azoren.
Daar binnen gelopen zijnde, bleven wij daar drie dagen en werden daar eerlijk gezegd vreselijk geschokt, toen een heerschap zijn  “Goede vrouw “ naar de pier bracht met alleen maar gekleed in een mantel en de prijs voor haar “diensten” was slechts één wollen trui.
En hiervan hadden wij er veel.
Niemand van onze bemanning verlaagde zich, om van haar “diensten “ gebruik te maken.
Wij hadden echt nog wel wat eigen trots.

Einde

wordt vervolgd








Gelogd
Evert
Gast
« Antwoord #872 Gepost op: 18-08-2014, 19:37:30 »

British Yard Minesweeper 2030 FL7325.

(BYMS-class minesweeper)


* British_Yard_Minesweeper_2030_FL7325.jpg (33.76 KB, 800x605 - bekeken 878 keer.)
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #873 Gepost op: 20-08-2014, 07:25:43 »

Stop het Opschrijven... Ga door !                      No.1

In de thuis wateren, vroeg in het jaar 1942, was de drifter Fisher Boy ingeschakeld als hulp bij de oude “Stoom Jongens”, de schoeprad schepen van de 14e Mijnenveeg Flottille, onder leiding van de wat oudere Marine mijnenveeg sloep Fitzroy.
De mijnen die steeds weer werden gelegd tussen de monding van de Thames en Great Yarmouth, veroorzaakten veel moeilijkheden voor de mijnenvegers, daar de kabel knippers steeds vast liepen op de anker kabels van de mijnen en de kabels niet door konden knippen.
Om te trachten dit te verhinderen, hadden de “gelukszoekers” van de HMS Vernon afdeling, een explosieve  draad knipper bedacht.... een kleine explosieve lading  zou de draad doorbreken als de beide knip delen elkaar zouden raken.... en de Fisher Boy moest gelijk achter de schoeprad mijnenvegers mee varen en de los geknipte mijnen op pikken en om dan de mijn nog in tact naar de wal te slepen..
Er werd op gehoopt dat de explosieve schaar ook het onder stuk draad van de ankerkabel zou vast houden , zodat het stuk draad en de daaraan ook belangrijke bevestigde mijnanker, aan boord kon worden gehaald, maar onfortuinlijk blies de lading niet alleen de kabel op maar ook het veegtuig en de rest.
Bij deze operatie zagen we ook de ondergang van de oude Fitzroy, toen zij op een mijn liep op de hoogte van Yarmouth.
De Fisher Boy haastte zich naar buiten en vond de sloep op zijn kant liggend en  mensen in het water die zich trachtten drijvende te houden.
Het gelukte haar de meeste van de bemanningsleden te redden.
Een van de oud gedienden die wij hadden opgepikt zorgde nog voor wat vermaak..
Hij was midden vijftiger jaren oud maar hij leek mij veel ouder, maar nadat we hem wat hete rum  hadden gegeven en een mok thee, kreeg hij weer meer praatjes.
Hij vertelde ons dat toen Fitzroy om sloeg ,dat hij op de romp klom en rustig rond keek en de situatie probeerde in te schatten.
Hij kwam ook tot de ontdekking, dat het schip spoedig zou zinken en het beste was om zo vlug mogelijk van haar vandaan te geraken.
Hij dook toch maar weer in het water en zwom als een gek een half uur lang, totdat hij voelde dat iets zijn nek raakte, Hij keek om en zag dat het de kiel van de Fitzroy was, Hij had met de wind mee gezwommen maar het gekapseisde schip was door de wind sneller naar hem toe gedreven..
Maar het was een dappere oude man en hij zag nog wel de zonnige kant van het geheel..
Bij verdere pogingen om een van deze zorg gevende mijnen te ruimen, stoomde de Fisher Boy naar Harwich om daar een duikers team  op te pikken van de HMS Vernon afdeling.

De duiker was “bietser “Martin, een klein mannetje, in zijn duikers uitrusting was hij zichtbaar verdwenen en vrijwel hulpeloos tot dat we hem optilden en overboord zette.
Samen werkend met het yacht Bijstander, veegden wij met een enkele draad gedurende een paar dagen in de buurt van Orfordness en liepen uiteindelijk vast met de kabel. De Bistander gaf haar eind aan ons en we haalde de kabels binnen tot zij strak stonden en naar ons toe haalden, wat wij hoopten dat het een mijn was.
We moesten een paar uur wachten voor de duiker naar beneden kon gaan om te onderzoeken wat het was en deze wacht  periode gaf veel vertraging.
Wij hadden in London  eens een kleine fox terrier gekregen, die wij Blitz gedoopt hadden en in de tijd dat wij gemeerd lagen aan een mijn, knipten twee van onze bemanningsleden een oud marine uniform kapot en maakte daar een tuigje van voor de hond. Het was een van de vreemde manieren, waar mensen afleiding bij vonden in tijden van spanning.
Bij stilstaand water waren we in staat de duiker naar beneden te sturen langs de kabel.
De duiker moest op stilstaand water wachten omdat het getij in de Noordzee sterk langs de bodem stroomt en dat zandige bodem heftig beroerde en volgens de duiker was het net als een dikke mist daar op de bodem op ieder ander moment, dan bij stilstaand water.
Hij kwam op de boden en wij gaven een staaldraad van het schip aan hem, wat hij vast maakte aan het mijn anker..
Wij haalden dit scheep en verwijderde de mijn  van het mijn anker en sleepte het jubelend achter ons naar Harwich.
Hier werd het hele stel aan de wal gebracht en met zorg behandeld en verstuurd naar Vernon om door deze afdeling, middelen en manieren te vinden om dit soort mijnen te kunnen vegen.
Wij kregen onze gebruikelijke beloning voor de uitvoering van gevaarlijke werkzaamheden.... Vijf dagen verlof voor het schoonmaken van de stoomketel..... de ketel moest echt inderdaad worden schoongemaakt.

Kort hierna hadden de mijnenvegers die vanuit Grimsby opereerden moeilijkheden  met een beveiliging  inrichting die de vijand aanbracht buiten hun eigen mijnenvelden. Dat was een explosieve schaar die het  veegtuig op blies, zodra de trawlers met het vegen begonnen.

Op een dag in Grimsby kwam Luitenant Armitage naar de Fisher Boy en vroeg mij om met hem me te gaan naar een kantoor waar hij toestemming voor had om dit te gebruiken.
Een van de mijnenvegers had iets binnen gebracht, of liever gezegd binnen gesleept, een peervormig metalen koker met een hoogte van ongeveer ruim een meter.
Ergens had hij de mogelijkheid gehad om dit in het kantoor te laten brengen en hij vertelde mij dat hij een telefoon gesprek had gevoerd met Luitenant Glenny van de Marine en Glenny dacht dat hij wist hoe dat apparaat gedemonteerd kon worden..
We hadden wat gereedschappen in het kantoor en zodoende nam nu Armitrage instructies aan over de telefoon die hij dan aan mij door gaf terwijl ik bezig was met een schroevendraaier en een schroefsleutel.
Op dat moment kwam de Marine Kapitein van de basis het kantoor binnen  en vroeg wat wij aan het doen waren.
Toen hij het hoorde, ontplofte hij bijna van kwaadheid en vertelde Armitage waar hij er mee naar toe moest gaan en hoe hij daar kon komen.
Ik veronderstel dat het onbegrijpelijk was geweest voor de oude knar, daar zijn kantoor heel gemakkelijk kon zijn opgegaan in vuur en rook.
Hierna stuurde Armitrage mij naar huis voor een paar dagen.
Toen ik de trein uitstapte in Peterborough, zag ik een kruier Armitage helpen met zijn bagage.
De kruier droeg een houten kist op zijn schouder, zoiets van een meter lange doodkist, die de onderdelen van deze mijn bevatte, tezamen met een aardappelkist met het omhulsel er in.
Ik veronderstel, dat de kruier op dat moment zeker geen enkel idee had , wat hij nu over het Peterborough station aan het verslepen was.

Wat later, met haar mijn onderzoeking officier vertrokken naar het Vernon instituut, lag de Fisher Boy rustig in haar favoriete hoek van het Royal dok in Grimsby, toen een beschadigde vistrawler het visserij dok werd binnen gesleept.
Zij was door een vliegtuig gebombardeerd in een glij vlucht laag over het water.
De bom was door de scheepshuid geslagen, in het woongedeelte  voor de bemanning in het achterschip doorgedrongen en de bemanning had prompt het schip  verlaten, ofschoon de bom niet was ontploft.
Iemand had heldhaftig de trawler binnen gesleept en zij lag nu alleen gemeerd, ver  verwijderd van de andere schepen.
De basis Commandant voor het Onderhoud, opgezadeld met het probleem van wat te doen met de trawler en de bom, verzocht om de bom opruiming dienst van het leger. Deze kwam en parkeerde de vrachtwagen  bij de trawler, maar daar de bom zich in een schip bevond  hadden zij een argument dat de bom moest worden verwijderd door marine personeel.
De Commandant voor het onderhoud herinnerde zich dat het mijn opruiming schip Fisher Boy in de haven lag en besloot dat wij de juiste mensen waren om dit klusje te klaren.
Wij wisten totaal niets over technieken van behandeling van bommen of mijnen, al dat soort werkzaamheden werden door officieren uitgevoerd.
Ik echter,  met de schipper en nog zes anderen van ons,  gingen naar de trawler en vonden daar deze 500 ponds bom onder in de hut.
Pogingen om de bom de trap van de hut op te krijgen was als een karwei op zich.... we waren allemaal doods bang en hadden geen enkel idee hoe we het nu moesten doen.
Uiteindelijk gelukte het ons de bom de trap op te krijgen en vervolgens de betonnen kade muur op en opgewekt brachten we de bom naar de laadbak van de auto van de Bommen Opruiming Dienst. Toen we de bom in de laadbak wilde leggen, trok een van de helpers zijn hand vlug weg, omdat zijn vingers beklemd raakten.
De bom begon te vallen en we renden als gekken weg en zochten dekking plat op de kade.
De bom, tot ons grote geluk, bleef rustig liggen op de plek waar zij was gevallen als een stuk ongebruikt metaal.
Na een ogenblik, nu de bom niet ontplofte, stonden we op, hesen de bom weer terug in de laadbak van de vrachtwagen en sjorde hem goed vast, zodat hij niet weg kon rollen en wensten de leger chauffeur een hartelijk tot ziens.
Meer naar het zuiden, in Portland, werkte de kleine en erg oude Lowestoft trawler Thrifty, daar samen met haar zusterschip uit dezelfde haven, de Kindred Star.
Zij hadden als hulpen twee Franse diesel trawlers, de Cap Ferrat en de Pierre Gustave en nog een oude houten “kuip “ van een drifter, de BTB, die van de wal was afgehaald bij de haven van Lowestoft, om weer werk op zee te gaan doen.
Commandant van de Thrifty was Luitenant Reeve, die lange tijd dienst had gedaan op de oude schoeprad mijnenvegers.

Onze bonte groep moest bij zons opgang vertrekken van Portland haven om in de  toegang kanalen ten zuiden van de Bill en oostwaarts naar St.Alban's Head, naar vijandelijke mijnen te zoeken.
Van de vijf schepen was de Pierre Gustave altijd het mooiste schip en ook het minst gebruikte.
De drifter BTB  was lek en leek bijna aan pure ouderdom te zinken, terwijl de Thrifty en de Kindred Star oude ketels hadden, die, als het ons van pas kwam, om de drie maanden schoon gemaakt moesten worden, als we een vaarsnelheid  van 10 mijl wilde bereiken.



wordt vervolgd
Gelogd
Evert
Gast
« Antwoord #874 Gepost op: 20-08-2014, 08:13:12 »

Fisher Boy


* Fisher_Boy.jpg (64.73 KB, 599x375 - bekeken 842 keer.)
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #875 Gepost op: 22-08-2014, 07:55:15 »

Stop hert Opschrijven... Ga Door !                  No,2

De Thrifty en haar flotille hadden allemaal op hun boeg een enorme beugel en een bak waarin een zeer luide automatische hamer zat, ontworpen om de akoestische mijnen te laten ontploffen. Op het achterschip, ter bestrijding van het magnetisme,
trokken wij een bijna een mijl of twee zware lange met rubber bekleden  koperen kabel voort, die pulserende elektriciteit in de zee uit zond.
Deze onhandelbare sleep wikkelde zichzelf rond de schroef, op mijn eerste reis dat in commandant was op het schip, toen ik het  schip langzaam achteruit liet varen, om de bemanning te helpen bij het aan boord halen er van.
De Kindred Star sleepte ons naar binnen en een duiker maakte de schroef weer vrij.
Later vonden experts dat de kabel op veel plaatsen ingesneden was door een weifelachtige, zeezieke dienstplichtige, die liever sabotage wilde plegen, dan met de met de HMT Thrifty naar zee te gaan.
Navigeren met ons lastige tuig tussen de Shamles en Portland Bill, waar de stroom met springtij harder liep dan onze eigen snelheid, veroorzaakte meer angst dan de gevaren van de oorlog.
Soms kwam deze angst uit een onverwachte hoek.
In het midden van de Weymouth Baai, werden de Thrifty en de Kindred Star verrast en verschrikt door een dubbel aantal schoten afgevuurd door een kust batterij  bij een oefening.
En er was ook nog eens een keer een torpedo, ook weer een hiaat bij een oefening, die rechtstreeks van een motor torpedoboot kwam en pas stopte toen hij bij de Thrifty's langszij haar versleten huidplaten lag.
Als wij in rechte lijn terug keerden naar de haven, kon de Thrifty best wel een mooie boeg golf te voorschijn toveren, maar vegende  met de zee op de kop, maakte haar oude machine veel gepiep en gekreun.
Haar bejaarde machinist Hoofd Hulp Officier Brown, die het schip nog kende van haar visserij tijd, verzorgde de machine om jaloers op te worden.
Als ik bij dikke mist de misthoorn angstig liet blazen, ontving ik via de spreekbuis de boodschap.... Als die ouwe niet gauw stopt met dat verdomde gefluit, zullen we niet genoeg stoom hebben om vannacht binnen te lopen.

In Dover lagen acht vroegere trawlers uit Hull, Grimsby en Fleetwood , samen met een dozijn uitgezochte drifter, wat de Dover Patrouille Dienst was.
In de front linie van het Kanaal, onder voortdurende aanvallen  van vliegtuigen  en kanonvuur van de grote kanonnen bij Calais, was er ook een belangrijke activiteit van mijnen vegen,  konvooi begeleiding, het redden van scheep overlevenden en neergestorte vliegeniers, behalve ook het uitvoeren van buitengewone diensten, zoals het loslaten van postduiven in het midden van het Kanaal op vastgestelde tijden en waar de vogels heen vlogen werd nooit ontdekt.

Op Paaszondag 1942 marcheerden de mannen van de Dover Patrouille Diensten  door de stad,  op de kerk parade naar het  Dover Klooster, waarvan het gebouw, ofschoon beschadigd door bommen, nog steeds in gebruik was.
Na het zingen van de liederen,  kwam de preek.
De geestelijke beklom de preekstoel en stilte heerste alom,  behalve dan het koeren van de duiven in hun nesten.
De geestelijke begon zijn preek met.... Mijn preek vandaag heeft als thema.... Wie rolde de steen weg. ? 
Op dat moment viel er van boven een kleine steen in de kerk en zonder twijfel los geraakt door de duiven.
In de stilte die daar op volgde kwam er een stem van achter uit de kerk...... Hitler.

Je had  een sterk gevoel voor humor nodig om de dagelijkse druk te kunnen overleven.
Een drifter, de Ut Prosim., werd tot zinken gebracht door kanonvuur toen zij gemeerd lag in de haven van Dover. Er waren nog meer verliezen, maar de dwaaste van allemaal  was die van de trawler Waterfly. Kort voor zij ten onder ging door bommen van Duitse vliegtuigen bij Dungeness,  werd eerste matroos J.P.Rampling van zijn eigen trawler Yashima overgeplaatst naar de Waterfly, als vervangend kanonnier.
Wij aan boord van de Yashima, de Adam en de Wigan en de andere trawlers hadden onze eigen routine op zee. Als we de haven verlieten om te gaan mijnen vegen of escorte werkzaamheden uit te voeren, moesten we alle kanonnen laden en de kanonneer ploeg was dicht bij de post aan het werk of zat klaar op de post voor actie. Alleen bij uit- en naar binnen stomen verlieten zij hun posten om te helpen en er waren altijd nog steeds mannen die stand by stonden bij de kanonnen.
 Deze voorzorg was nodig omdat het van de Moffen een gewoonte was om ons met een plotseling bezoek te willen vereren.
Groepen van ME 109 vliegtuigen vlogen vlak boven het water, gooiden hun bommen af en verdwenen weer. Zij kwamen nooit terug voor een tweede keer, zodat het de plotselinge eerste aanval was, die belangrijk was.
We waren er altijd klaar voor om alles af te vuren wat we hadden, het droeg er toe bij voor onze beschadigingen, met veel minder schade aan het schip, Maar dat gold echter niet voor de Waterfly.
Zij was de mooist uitziende trawler van de Dover Patrouille Dienst en werd gecommandeerd door een Luitenant Commander, wat een echte Marine man was. Zijn schip was niet als de andere Harry Tate's schepen,  zij zag er altijd keurig en netjes verzorgd uit.
Toen ik als kanonnier bij haar aan boord voor een reis werd uitgeleend en we de haven verlieten, voerde ik mijn routine werkzaamheden uit met het laden van de kanonnen en de kanonniers bij elkaar te roepen op hun posten.
Toen wij ongeveer tien minuten gestoomd hadden, kwam de Hoofd Onder Officier naar mij toe bij het 12 ponds stuk geschut en vroeg mij waarom de kanonniers op hun post waren. Ik vertelde hem dat dit mijn gebruikelijke praktijk was aan boord van de Yashima, maar zijn antwoord was... Op dit schip is iedereen ingedeeld bij de werkzaamheden van de groep bij het uitzetten en inhalen van het veeg tuig en daarna voor de normale scheepswerkzaamheden en er wordt gefloten, als de actie posten moeten worden bezet, als de vijand wordt gesignaleerd.
Gelukkig gebeurde er op die dag niets, maar ik zei wel tegen een van de bemanningsleden dat ik deze instelling beslist niet goed vond en dat, als zij op deze manier zouden door gaan, zij zeker in de problemen zouden komen.
En het bleek ook, dat zij in de problemen kwam........ Toen er voor alarm werd geblazen..................... maar de Duitsers waren veel sneller.
Later hoorden wij dat de Waterfly een directe treffer had in haar magazijn en er was slecht een overlevende.... de bootsman..... maar hij werd later krankzinnig.

In de noordelijke wateren was het gevecht veel vaker tegen de weersgesteldheden. Luitenant Dormer stelde de ondervindingen van de Cap Ancona te boek wat er gebeurde op de Bill Barley Bank, tussen Schotland en Ierland.
Wij gingen tegen de middag liggen steken als eerste schip van het konvooi escorte die het op gaf. De volgende veertig uur waren zullen altijd in onze geheugen blijven.
Het gemene huilen van de wind, de grote ruggen van water die hoogte hadden  van de mast steng, haar hoogste tien voet zo stijl als een muur
Het mooie  groen van de kruin, precies als zij krulde voor het brak en het schip klimmende, klimmende en de zee nog hoger werd, opspringend zoals twee rugby spelers springen voor dezelfde bal.
Iedere keer opnieuw bereikte het schip de top niet en tonnen water donderden aan boord, over het dek spoelend tot het dek lekte als een zeef, de ventilator en de kachelpijp weg spoelend, de trap naar de brug in elkaar slaande.
Het frame van het Carley vlot in elkaar slaande en sloeg een diepte bom uit de stuurboord lanceer post, over de kombuis heen naar de SB zij, de meeste andere diepte bonnen los slaande en over het dek rollend, de loglijn met log van het achterdek  wegspoelend en ook de stootkussens en een dozijn andere dingen.
We waadde door het water om te proberen alles weer vast te sjorren.
Ik kroop rond het kanon platform in mijn pyjama om de ontstekingen van de Hoog Explosieve kogels weg te gooien, nadat het rek verdwenen was.
De bootsman verklaarde dat het te gevaarlijk was om een man te sturen en daarom liet ik mijn laatste droge kleren in het stuurhuis achter.

En ook nog eens met de trawler Hornpipe, toen Dormer eerste Luitenant was.
Deze door de Marine gebouwde trawler van de Dance klasse trawlers, verliet South Shield  voor werkzaamheden bij Port Edgar.
Zij vertrok in een verschrikkelijke storm.
Maar dat was mijn eigen fout. De basis telefoneerde voor de Chief Officer maar deze was niet beschikbaar, zo doende nam ik te telefoon aan.  De boodschap luidde....Als we wilden, konden we de vertrek orders annuleren, gezien de weer situatie.
Ik had zo iets nog nooit gehoord..... wij waren toch stoere zeelui. !
Ik zei... Oh , we gaan vertrekken.... trek je van ons niets aan.
Net buiten de pieren gingen de beide reddingboten al aan de wandel. We moesten bijdraaien en iedereen werd drijfnat en werden bijna overboord geblazen om de boten weer vast te zetten.
Het schip lekte als een zeef en slingerde verschrikkelijk soms wel 40 graden .Alles was weggespoeld en iedereen was zeeziek, zelfs de Commanding Officer.
In de namiddag  maakte het schip een levens gevaarlijke slingering. Ik was zelf op wacht.
Beneden in de matrozen mess-room werd een matroos tegen een stut  gesmeten, wat een breuk in zijn knieschijf veroorzaakte.
Op hetzelfde moment werd de deur van de verf kast, die boven op het trapportaal was
geplaatst, ingeslagen en verschillende drums met verf lekten en voor een groot deel in de matrozen mess en ook over het dek er boven.

De opbergkasten, voor de “Klaar voor gebruik munitie”,  vast gelast op de boven bouw, braken af en grote betonnen ankers voor de Dan boeien , de meer dan 200 kilo wogen en misschien nog wel meer, raakten op drift, terwijl het hele schip werd gegeseld door een aanhoudende storm van buiswater, verschrikkelijk koud en pijn veroorzakend als ijssplinters.



Wordt vervolgd
Gelogd
Hans
Global Moderator
Schipper
*****
Berichten: 985


Morgen is alles anders.


Bekijk profiel
« Antwoord #876 Gepost op: 22-08-2014, 10:51:15 »

Goede morgen alle,

Heb Vreemdeling bereid gevonden om af en toe ook een verhaal bij verhalen te plaatsen.

http://www.allesoverscheveningen.nl/verhalen

Mochten andere hier ook verhalen, gedichten, filmpjes en geluidsfragmenten willen plaatsen, mail deze dan naar mij toe.

Groet, jullie machnistje
Gelogd

www.snuffelbeurs.nl is helemaal te gek
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #877 Gepost op: 25-08-2014, 08:11:08 »

Stop het Opschrijven..... Ga Door !                         No,3

Beneden deks was het een enorme chaos, twee of drie inches verf op de vloer en alles in de matrozen mess was er mee besmeurd,
Het vertrek was tot enkel diepte gevuld met water, gebroken servies goed, kleding en meubels.
De wacht beneden deks werd ziek van alles en terwijl er nog meer water binnen stroomde door het lekkende dek en ook omdat door de hevige slingeringen en stampen en de verf, het onmogelijk was om te blijven staan.
Arme Johnnie schreeuwde van pijn iedere keer als hij zijn been bewoog, We hadden er een hoop werk aan om alle weer in het reine te brengen.

Mist was ook een grote plaag. Het resulteerde ook in het miserabele einde van een andere Dance klasse trawler, de Sword Dance, bij de noord-oost kust van Schotland.
In haar leven van minder dan twee jaar, werd de Sword Dance hoofdzakelijk gebruikt voor het escorte werk met kust konvooien en had zij ernstige schade opgelopen door een bomaanval van een Heinkel en was betrokken bij een raid op Hull en verloor hierbij, twee dienstplichtigen.
In de vroege morgen van de 5e Juli in 1942, toen zij hoofd escort was van een oost gaand konvooi, werd zij in dichte mist geramd door een koopvaardij schip. Zij liep een gat op  in de SB kolenbunker en de machine kamer en het ketelruim liepen direct vol water en veroorzaakten het zinken van het schip in minder dan een uur,
Een ander escorte vaartuig redde haar bemanning.

Over naar Belfast, waar de trawler Friesland een  saai, maar een behoorlijk veilig bestaan had, bij het mijnen vegen bij Noord Ierland.
Tot dat zij een zorgen schip werd.
Een van de bemanningsleden liep tyfus op, waar door het schip in quarantaine werd geplaatst in het verste hoekje van het dok.
Volgens matroos Robert Thomas.
Wij werden allemaal ingeënt, het schip schoon geboend met desinfecterende middelen en een wacht werd bij het schip geplaatst, zodat er niemand bij ons kon komen. De schipper gaf de kok de schuld, wat onterecht was, hoewel ondersteld werd dat hij op een keer zich vergiste met een stoker die van wacht kwam.
De bemanning wist wel de bron van de moeilijkheden, .....echter ? 
Het waren de ratten.
Zij zaten overal, in de kombuis en in de bemanning verblijven en maakten hun nesten in de provisie kamer. De bakken die rijst en linzen bevatten,  waren duidelijk  besmet en linzen soep en rijst pudding verdwenen van mijn menu.
Een brood wat op de messroom tafel bleef liggen, werden door de brutelingen in stukken getrokken en op een nacht, toen ik van wacht af kwam, zag ik twee ratten rennen over het beddengoed van de bemanning.
We probeerden ze te vangen en binnen een kwartier hadden we er een half dozijn in  een val.
Een hieuwlijn werd er aan bevestigd en werd in in het water laten zakken.
Een half uur later werd de kooi opgehaald en een van de ratten,  rende nog steeds rond.
Zo grondig als ik ze haatte, voelde ik, dat er een betere manier moest zijn dan dit. Uiteindelijk werd uitgassen geprobeerd, de bemanning  werd voor 24 uur weggestuurd, terwijl de operatie gaande was.
Dit bleek succesvol te zijn.
Maar de ratten hadden toch de laatste lach, want toen het koude weer aan brak en we onze overjassen te voorschijn haalden, zat er nergens nog een knoop aan.
De kapitein van de Friesland zijn wantrouwen ten aanzien van de kok was waarschijnlijk niet volledig zonder grond,want er bestonden een hoop verhalen over trawler koks en zij waren doorlopend geplaagde mannen.
Koks waren berucht en koks waren erg zelfstandig.

Er was eens een uitstekende kok aan boord van een van de motor mijnenvegers, die een lunch klaar maakte voor de Commandant Betaalmeester van Harwich, om zich te kwalificeren als toonaangevende kok..
Hij werd geholpen door een bevriende onder officier, die de pannen schoon maakte en beiden werden versterkt, door de fles rum, van de bootsman.
De lunch was perfect, de zoetigheid niet van deze wereld en daarna volgde de kaas en de biscuit en koffie.
Maar nu was de kok gevaarlijk goed op dreef.
Hij gooide het luik van de salon open en gaf de kaas, biscuits aan de steward en merkte brutaal op........Dit heb ik niet klaar gemaakt.... en als zij het niet willen,... kunnen zij het in hun vette kont steken.
Hij wilde nooit meer een toonaangevende kok zijn.

Maar van alle dienstplichtige aan boord van de Patrrouille Dienst schepen, waren de Asdic mannen waarschijnlijk de meest zonderlingen
Het werd algemeen toegegeven, dat zij zonder uitzondering goed gek waren.
Dit, omdat zij uren lang, als zij op wacht waren, naar het voortdurend ping geluid in hun oren moesten luisteren en door de speciale training die zij hadden moeten volgen voor deze werkzaamheden..
Een bijzonder geval was Andy, van de Marine trawler Fir.
Voor alle zekerheid, de toonaangevende kok F.J.Scadeng ,vertelde Andy's verhaal.

Hij kwam uit het Noorden en ging nooit de wal op zonder in aanraking te komen met de politie. Hij was eens door zijn scheepsmakkers  verwijderd uit het midden van een fontein, waar bij  hij had bepaald , dat hij een standbeeld was geworden.
Bij een andere gelegenheid moest hij voor het gerecht verschijnen ,in een zaak over de beschadiging van een weeg machine,.
Hij werd schuldig bevonden en een regeling werd getroffen om de boete te betalen.
Hij vergat het steeds en bij geregelde tussen pozen liep hij over het dek en sprak met grote waardigheid.... Ik heb zo juist een brief ontvangen van mijn advocaat......

Zijn grote dag kwam, toen we Plymouth binnen liepen,
Hij rapporteerde... ik hoor iets, mijnheer!
Hij gaf de geschatte afstand en richting.
Grote verwondering werd voor hem gevoeld, toen hij de schipper er van wist te overtuigen, dat het een U-boot was.
In de kombuis had ik geen waarschuwing gekregen wat er zou gebeuren, tot er een verschrikkelijke explosie was, veel zwaarder dan welke mijn ook, die ik mij kon herinneren
Het schip schudde en tilde haar achterschip uit het water.
De klok in de kombuis sloeg op hol, de minuten wijzer draaide rond met een snelheid van mijlen.
De kolen vlogen uit het voorraad hok en verenigde zich met de potten en pannen op de vloer van de kombuis.
Ik hoorde later, dat ze vergeten hadden de diepte te berekenen voor de diepte bommen, om bij het exploderen rekening te houden met de snelheid van het schip.
Onbewogen drong Andy er op aan, dat hij nog steeds iets hoorde.
Zodoende gaf de schipper order om te draaien en nog een aanval in te zetten
Deze keer gebeurde het goed en de diepte bommen wachtten tot wij vrij waren, voor de ontploffing af ging. .Na drie of vier aanvallen en wat prachtige diepte bommen praktijk, zag iemand olie op het water en we begonnen elkaar te feliciteren..
Hooglijk verheugd, draaiden wij,  om onze weg naar Plymouth te vervolgen.
De schipper kwam van de brug af en liep naar het achterschip, waarschijnlijk om de diepte bommen ploeg te bedanken voor het prachtige stuk werk.
Hij liep langs de BB zij, toen hij een stoker zag staan die stond te hangen tegen het luik van de stookplaat.
De schipper bleef plotseling op zijn tocht staan ........ heb jij kort geleden olie afval overboord gegooid, vroeg hij wantrouwend.
Oh ja, mijnheer, antwoordde de stoker. Ik dacht dat we het beter kwijt konden zijn voor we de haven zouden binnen lopen.
De schipper maakte zijn tocht naar het achterschip niet af en de diepte bommen brigade kreeg geen dank betuiging.,
Hij ging treurig, maar in gedachten verzonken naar zijn hut.

Meer dwaasheden waren er voor de schipper van de trawler Fir, in de haven van Plymouth. Wij moesten een andere trawler de gelegenheid geven om van een ligplaats aan de wal zijde van ons schip, naar zee te vertrekken.
We gingen netjes voor haar uit de weg, maar probeerden toen, om weer terug te komen naar onze ligplaats.
De zee muur op dit punt,  was loodrecht gebouwd op de andere muur en vormde een hoek en er waren een paar trappen naar het water.
Tegen een van deze trappen lag een oude stoom piket boot gemeerd, die gebruikt werd om post en proviand te brengen naar schepen die op stroom op de boeien gemeerd lagen.
Wij moesten meren tegen onze kade muur met ons achterschip ongeveer 10 meter van de piket boot verwijderd.
De machine telegraaf maakte overwerk en we gingen achteruit en vooruit in een wirwar van schroefwater, dat  meer droesem omroerde dan de rotzooi van het bemanning verblijf.
Uiteindelijk vergat de schipper de telegraaf van vol vooruit, op tijd te stoppen op haar weg naar de wal en we kwamen op de arme kleine piket boot te zitten.
Gelukkig had de bemanning gezien wat er stond te gebeuren en klommen haastig de trappen op.
Het was best een vredig einde.
De kleine boot werd in elkaar geduwd met een lange fluittoon van haar ketel en zonk naar de bodem zonder een plons.

Op de kleine schepen werd de rum altijd puur gedronken, maar op een keer op de trawler Hazelmere begonnen zij het te proberen met grog ( twee delen water  en een deel rum ).
De enige manier voor de mannen om hun protest te laten horen, was om de grog in een emmer te gooien, die toen door de eerste matroos naar de Eerste Luitenant werd gebracht.
Deze grog mijnheer, ......rapporteerde hij .......en gooide het overboord.
Na een paar dagen later, regelde een bijdehandse bootsman de boel op zijn manier.
Hij liet de mannen de rum puur drinken, wat gevolgd moest worden met twee slokken water.
En langzamerhand werd het water vergeten.



Wordt vervolgd.
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #878 Gepost op: 27-08-2014, 08:28:03 »

Stop het Opschrijven.... Ga Door !                           No.4

Op de brug van de Hazelmare hield Luitenant Commander Nichols zijn dagelijkse gebruikelijke uitspraak ......
Houden jullie van Hitler, was dan zijn vraag.
En het antwoord van de bemanning was... Nee, Mijnheer
En het antwoord van de Commandant was dan prompt.... Goed ! Tally-ho, Drive on !
( Goed zo ! Ga zo voort en zet hem op ! )

Het tegenovergestelde van de soms strenge discipline op sommige trawlers, was  de vrolijke groep van de motor mijnenvegers, ook wel de “Mickey Muizen” genoemd, kleine scheepjes met een bemanning van 15 koppen.

Zoals op een van de motor mijnenvegers toen de schipper en haar eerste luitenant beiden laveloos werden tijdens het vegen en niet in staat waren hun schip behouden terug te brengen naar de Parkeston Kade.
De eerste matroos, een visserman uit Aberdeen pakte de pet van de schipper en ging naar de brug, terwijl de bootsman maat, een visserman- stuurman  uit Hull, het roer over nam, terwijl de bootsman de juiste seinen wisselde met de Shotly Toren en zij het schip behouden in de haven brachten  en deden het alsof het zo hoorde,
Maar de climax kwam pas toen de schipper weer wat ontnuchterd was en een grote rel schopte met de eerste matroos, omdat hij zijn pet vuil had gemaakt.
Je kon het als matroos toch niet winnen van de officieren !

Jammer genoeg gingen sommige officieren wel eens te ver met hun drink gewoonten, wat eindigde  in drastische maatregels, zoals in  Grimsby, toen Opper Schipper White een officier onder arrest moest stellen omdat hij dronken was tijdens het werk.
Ik moest hem naar de stad brengen en hij vroeg mij onder de rit of hij gebruik mocht maken van een openbaar toilet.
Ik stemde er in toe en hij ging het toilet in  terwijl de vrouwelijke soldaat / chauffeuse en ik buiten het toilet wachtte.
Na tien minuten werd ik achterdochtig en ging het toilet in en constateerde, dat hij door een andere uitgang er van door was gegaan.
Ik zelf geraakte in grote moeilijkheden.
Echter drie dagen later werd hij terug gebracht. Hij had zijn kunstgebit op een schap in het toilet laten liggen en hij was terug gegaan om het gebit weer op te halen en werd door de wachtende politie,  gearresteerd.

Maar het meest merkwaardige uitstapte van allemaal, zelfs met inbegrip van de kok die in Foxtrot deserteerde en weer werd opgepakt in Liverpool, waar hij zich uitgaf als de zoon van een Admiraal, betrof de vreemde verdwijning van Onder Luitenant X
van de trawler Turquoise.
Tijdens erg slecht weer, was de Turquoise onderweg naar haar basis in Harwich in een zuidwaarts varend konvooi.
Een van de uitkijken die de ochtend wacht hadden bij de punt vijf kanonnen op het achterschip, was William Davies.
Ik ging de voormiddag wachten roepen en toen ik terug kwam naar mijn post kwam Onder Luitenant X van de brug af en zij ons dat we de sjorringen van de redding boten moesten controleren en zei, dat hij de log ging controleren.
De sjorringen van de reddingboten waren in orde en wij keerden terug naar onze posten bij de kanonnen., waar wij werden afgelost en naar de mess/room gingen voor ons ontbijt.
Om 9.uur werd er rond verteld,  dat Onder Luitenant X niet terug was gekomen naar de brug en dat zijn sjaal gevonden was, die rond de loglijn was gewikkeld.
Een grondige zoektocht over het schip werd uitgevoerd, zelfs tot in de ketting bak, terwijl de officieren hun hutten controleerden, maar er werd geen spoor van hem gevonden.
Wij kregen vergunning van de konvooi escort leider, de destroyer Richmond, het konvooi te verlaten en de zee af te zoeken.
Bij dit slechte weer was dat erg moeilijk en bleek ook vruchteloos en zodoende liepen wij de haven binnen met de vlag half stok.
Onder Luitenant X werd verondersteld te zijn verongelukt op zee.

Het was voor ons een grote puzzel hoe hij overboord was geslagen, ofschoon dit soort dingen wel konden gebeuren.
Hij was een prettige jonge officier, geliefd bij de dekbemanning. Hij was wel vaak zeeziek, maar dat waren er ook duizenden.
Hij was de kleinzoon van een van de oprichters van een wel bekende scheepvaart maatschappij en zijn familie kwam uit de voorname bovenlaag van de bevolking en hijzelf was een echte heer.
Zijn moeder kwam naar het schip en haalde zijn spullen op en onderhield zich  een ogenblik met de kapitein en  wij allen voelden ons ook bedroefd bij haar verdriet.

Onder Luitenant X werd officieel vermist verklaard.
Zijn naam stond in het Nieuwsblad de Times in de rubriek` ”Gevallen Officieren “, die ook publiceerden, geschreven door een correspondent, een volledige  en sombere waardering over de jonge man, wiens gedachten, volgens de schrijver,  altijd levend waren met wat frisse ideeën.
Een herdenkingsdienst werd in de St.Pauls Cathedraal in Londen gehouden onder de aanwezigheid van veel belangrijke mensen en nog een herdenking dienst in de parochie kerk.

Toen een maand later de Turquoise terugkeerde van een konvooi reis en aan de Parkeston kade meerde, kwam de bemanning tot een verbazingwekkende ontdekking.
Daar op de kade, streng bewaakt, stond onze Onder Luitenant X ,
Hij was voor de krijgsraad veroordeeld op het basis schip en ik geloof, toen hij de kade verliet en naar het station werd gebracht, dat hij meegenomen werd door de Militaire Politie als of hij was uitverkoren voor de militaire dienstplicht
De geruchten vermelde dat hij nog steeds zijn registratie papieren  had en zich weer aan ging melden in de Devonport barakken, waar hij werd ingelijfd.
Hoe hij was ontdekt ?
Hoe hij zich verborgen heeft gehouden?
Hoe hij aan de wal heeft weten te komen,  langs de kwartiermeester ?
Was hij door iemand geholpen ?
En de grootste vraag van allemaal waarom hij het had gedaan en zoveel ophef had veroorzaakt.
Wij zouden het nooit te weten komen,
De autoriteiten, zijn familie en de nieuwsbladen hielden ook allemaal hun mond.

Een mooiere claim voor de eer van de Turquoise kwam, toen zij een motor torpedoboot  tot zinken bracht tijdens een grote aanval op zee en uit de lucht, op een konvooi bij Sheringham, in het operatie gebied van de motor torpedo boten.

Elke van onze konvooi reizen, hadden hun momenten van verbazing,  bij de gebruikelijke aanvallen van vliegtuigen, maar deze was een zeer speciale.
Onze opdracht was om 72  schepen, met inbegrip van tankers, het grootste konvooi tot dat moment, te escorteren.
Het was een plezierige zonnige dag geweest en de tweede wacht kwam op,  bij één van de prachtige zon ondergangen,  op een kalme, olie achtige zee, waar reis agenten altijd over spreken.
Het leek allemaal zo onwaarschijnlijk, tot kort nadat ik op wacht kwam bij het punt vijf kanon op het achterschip en het alarm afging en over de gehele lengte van het konvooi het vuurwerk van kogels, een weergave schepte van een mooi patroon tegen de avond schemering.
Het duurde niet lang of we waren verwikkeld met vijandelijke vliegtuigen, Heinkels 113 en de lucht scheen nu vol te zijn van deze brullende, boodschappers van de dood Ons eigen schip was gehuld in de kruitdamp en de stinkende geur  van verbrand cordiet,  hing in de lucht.
Iedereen verloor elk gevoel van tijd en tussen de panische uitbarstingen van het afvuren, en de missers, leek het er op dat een onaardse  geest achtige stilte,  daalde over het gebied van de zee,  met de Turquoise als een roerloze  verschijning..
De maan brak door en plotseling schreeuwde de bemanning van het vier inch geschut...... Motor torpedo boot – Groen 10 - Mijnheer.
Op dat moment was de hoek te klein voor ons, om de Duitser te zien , maar de kanonnen op het voorschip konden vuren.
Aan de SB zijde,  bemande een steward het Lewis kanon.
Een Londense Cockney en een veteraan uit de 1e. W.O.
Het was een mannetje van niets, slechts 4 voet lang en had een bier krat nodig om op te staan. En we konden hem op zijn kratje zien staan terwijl hij vuurde.
De motor torpedoboot was nu zichtbaar op korte afstand, het gefluit van de kogels was rondom hoorbaar en de  inslag er van  was goed  in de heksenketel te horen, op de bescherming,  rond de brug.
Onze kleine steward vuurde op de Duitsers schutters achter hun kanon en als een pop vielen zij voorover en hun schieten hield op.
Zij stoomde nu van de zijkant op ons toe en onze kanonnen raakte haar systematisch, toen scheerde zij van ons weg en wij hadden de indruk dat het met haar was afgelopen.
Maar nog voor wij tijd hadden voor onze gedachten te laten gaan , kregen we met een rustige stem weer orders.  .... Nieuw doel ...Vliegtuig... peiling Groen 90...zichthoek 20 graden.
De rest van de nacht ging het zo door.... Laden, vuren en nieuw doelwit.
Tot de zon opkwam boven de horizon en de zee zich baadde in haar schemerige gele gloed..
Actie posten rust... er is thee..... gezegende stilte. Nu was het pas het moment om je angstig te voelen.
Later op de dag kwam de Richmond langszij en feliciteerde ons met de vernietiging van een motor torpedo boot, die een .paar uur na de actie was gezonken.
Een paar van de bemanningsleden werden gered.
Bij onze terugkeer in Harwich kregen we vier en twintig uur vrij van dienst en elk een fles bier.
Wat later ontving  onze Commanding Officier ( Luitenant C.M.Newns Marine Reserve '' , de DSC onderscheiding en er waren nog meer vermeldingen in de dagorders.
Een er van was voor de steward, die meer had bijgedragen dan iemand anders, bij het sparen van slachtoffers onder onze scheep bemanning.
Mijn vrouw stuurde mij een telegram... Hoorde het nieuws op de radio.... schrijf... bezorgd.
De nieuws berichten die zij had gehoord, verklaarden dat een grote aanval van uit de lucht en via de zee had plaatsgevonden op een groot konvooi voor de oost kust, wat gepaard was gegaan met het verlies van maar 7 schepen.
En ook, HMT Turquoise achtervolgde een motor torpedoboot en bracht haar tot zinken.
Achtervolgen ?......  en dat door een trawler die maar een snelheid van 7 mijl had !



wordt vervolgd
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #879 Gepost op: 30-08-2014, 09:33:14 »

Stop het Opschrijven... Ga Door !                     No.5

 
De motor torpedoboten  hadden een rot tijd vanaf 1942, toen de trawlers van de Patrouille Diensten verloren gingen door hun torpedo's.
De U-boten waren moeilijker tegenstanders, die zeker 12 twaalf trawlers tot zinken brachten en waarschijnlijk meer, die behorende bij de schepen waar het niet van bekend was, waardoor zij verloren waren gegaan.
Minder dan een dozijn van de mijnen veeg trawlers, nu beter uitgerust, zonken door mijnen, maar meer dan twee maal dit aantal werden overweldigd door de aanvallen  van vijandige bommenwerpers.
Het jaar totaal van meer dan zeventig verloren gegaande schepen, was belangrijk lager dan het voorgaande jaar, maar het verhoogde nog steeds de verliezen van de Patrouille Diensten, vanaf het begin van de oorlog,  tot over de drie honderd schepen.
De laatste opgave van de verliezen lijst voor 1942, was gedateerd 5 December.
Het was merkwaardig dat iemand het verlies van drie trawlers tegelijk bekend maakte met ......“ toevallige ontploffingen en brand “ in Lagos.
Korte verklaringen over dit ongelooflijke ongeval, vonden haar weg door de Tate's Navy. Maar het ware verhaal is nooit verteld.
Nu echter is het wel  mogelijk.
Vroeg in de morgen van die fatale December dag, meerde de trawler Kelt bij de Nigeriaanse Marine werf in Apapa, na de motor tanker Athelvictor te hebben binnen gebracht, die zij honderden mijlen had geëscorteerd vanaf Takoradi aan de Goud Kust ( Ghana )
De Athelvictor meerde aan de bakboord zijde van de pier van de Shell Maatschappij werf om haar lading van brandstof met een hoog octaan gehalte te lossen.
Achter haar lagen drie trawlers in de haven voor onderhoud, met inlandse werklui werkzaam op al deze schepen.
Deze schepen waren de Canna, een Marine trawler, slechts 3 jaar oud en twee gevorderde visserij schepen, de Bengali en de Spaniard.
De Kelt lag achter deze drie gemeerd.
Een handvol van haar bemanning was de wal op gegaan om voorraden in te slaan en haar kapitein was ook niet aan boord.
De eerste officier, de 23 jaar oude Onder Luitenant Jim Fowler,  achterlatend  met de verantwoordelijkheid voor het schip.
Gedurende de voormiddag werd er een rapport rond gestuurd,  dat de tanker per ongeluk ongeveer 60 ton brandstof  in de haven had gepompt en wij doofden direct
het fornuis in de kombuis en waarschuwden iedereen, om niet te roken.
We konden best wel merken dat er brandstof op het water dreef,  want de damp prikkelde onze ogen.
Vier van onze bemanningsleden zaten in de officiers hut, 2 officieren, de steward en ikzelf.
We zaten koffie te drinken.
Plotseling was er een gerommel als of er met olie vaten over het dek boven ons , werd gerold, gevolgd door geschreeuw en het geluid van rennende voeten.
Het volgende wat wij zagen waren vlammen, die de hut binnen kwamen.
Het was meteen duidelijk wat er was gebeurd.... die hoe dan ook de brandstof was ontvlamd.
Binnen enkele seconden besloten wij dat het beter was om vlug naar de wal te gaan, voor het gevaar dat de munitie zou kunnen ontploffen, als het schip  werkelijk in brand kwam te staan.
Het was op het dieptepunt van laagwater en de brandstof lag rondom de vier trawlers.
De Kelt en ook de andere schepen lagen met hun gangboord beneden het niveau van de holle kade en de woedende vlammen gingen te keer al reuze soldeer lampen, die dwars over het schip waaiden.
De hitte was verschrikkelijk.
Onze enige gangway en de mogelijkheid om te ontsnappen, die we sinds kort in gebruik hadden, was een brede plank die bijna steil van het voordek naar de kade liep.
De andere twee officieren en de steward namen op hun beurt de trap naar het dek en holden naar buiten over het brandende dek. Twee kwamen er aan de wal,  maar niemand overleefden de ramp.
Toen zij in de vlammen verdwenen waren, had ik wat meer tijd om na te denken wat ik moest doen en besloot dat het wijzer zou zijn dat ik beter zorgvuldig ingepakt zou zijn in iets wat ik kon vinden.
Ik realiseerde mij, dat ik mijn ogen niet open kon houden in de vlammen, zo hield ik goed in mijn gedachten , waar de gangway lag en ging vrij langzaam op weg over het dek.
De hitte was intens , maar ik vond  met mijn voet het begin van de gangway , richtte me op  en rende de gangway op en had het geluk, dat ik er niet naast viel.
Toen  ik ongeveer twintig yards van de rand van de kade was, stopte ik.
Het was nog dicht genoeg bij de schepen  om de intense hitte te kunnen verdragen.
Verschillende mannen, allemaal erg verbrand ,kwamen bij mij en ik riep hun toe om naar de hoofdingang van de werf te rennen, ongeveer 400 yards verwijderd..
Mijn verwondingen waren maar licht, alleen wat brandwonden en de zijkanten van mijn gezicht en op een hand. En ik bleef daar staan om te wachten om er nog anderen van de trawlers zouden afkomen, toen de drie trawlers die voor de Kelt lagen, in de lucht vlogen.
Er was geen geluid, zij gingen in absolute stilte, stukjes en beetjes vlogen voor mij, de lucht in.
Ik denk,  dat ik toen het stomste ding gedaan heb van iedereen, die toen al plat op de grond lagen, want op het moment dat ik plat op de kade lag, was alles in de lucht gevlogen en kwam nu naar beneden vallen, en uitgestrekt,  was ik een groter doelwit dan wanneer ik was blijven staan.
Een heleboel rommel stortte gedurende een lange tijd rond om mij neer en daarna, toen alles over was, stond ik weer op, draaide me om om naar de uitgang te gaan en om te gaan kijken wat er gaande was en ontdekte dat het geheel van de erg grote loods achter mij, compleet verdwenen was.
Ik had nog steeds geen verwondingen, ik was niet omver geblazen of wat anders en het enige ding dat ik kwijt was, was mijn pet.
Wat er gebeurd was,  kwam door dat  ik op een hoog punt  lag van een groot deel van de kade,  wat weggeslagen was door de explosie en de luchtstroom was over mij heen gegaan.
Ik had ook geen geluid gehoord om dat ik in een een dode hoek van de ontploffing lag.
Er was een enorme schade aan de scheepswerf, het hoofdgebouw, 400 yards verder, was aan de voorzijde  zwaar beschadigd en evenals de drie trawlers, toen ik om keek,  waren geheel verdwenen..... zij waren er gewoon niet meer.
Al hun diepte bommen waren opgeblazen, wat op zich al verwonderlijk was , daar van diepte bommen bekend was dat zij niet ontploften maar alleen konden verbranden.
De ontploffing had de brand aan boord van de Kelt uitgeblazen, behalve op het bootdek, maar haar boeg was weg geslagen en de voorkant van de brug was ingedrukt en het voordek was ingestort.
Haar stoomfluit blies nog heftig. Een sinister geluid in de plotselinge stilte.
Een van de Marine kapiteins arriveerde bij de hoofdingang en Onder Luitenant Fowler vertelde hem dat de drie schepen de lucht in waren gevlogen.
Zij gingen terug naar de Kelt en hij en Fowler verwijderden de zekeringen van de scheeps diepte bommen, die gloeiend heet waren.
Zij ontdekten ook een inboorling steward aan boord, die uit het voorin was geblazen en die  nu op de overblijfsels er van zat, .....ongedeerd.
Deze jongen stierf drie dagen later..... hij was er vast van overtuigd dat hij gedood was tijdens de explosie en wilde met niemand praten, Ook  hij was een van de slachtoffers op de grote lijst van doden.

Ongeveer zes en twintig leden van onze bemanning zaten door het vuur gevangen en bijna niemand overleefde het.
Zij werden op het dek er door verrast en de meeste van hen droegen geen shirt en ofschoon het merendeel naar het ziekenhuis werd gebracht, waren zij zo verbrand dat ondanks zij leefden in speciale appartementen,  zij toch uiteindelijk stierven.
Een of   twee mannen hadden nooit de wal gehaald en hun lichamen werden later in het water terug gevonden.

En ook Onder Luitenant Fowler had een traumatische belevenis,  als de bijna enige overlevende zijnde,  van de mannen die aan boord waren van de Kelt.
Een latere opgave van het totale aantal doden bij dit ongeval, was acht en zestig, maar deze cijfers betroffen alleen de mensen die betrouwbaar konden worden nagegaan.

De autoriteiten zijn nooit in staat geweest  om complete cijfers te geven  van de inboorlingen die vermist werden.
Veel van hen waren pardoes in het water gesprongen.
Heel weinig lichamen werden uit het water gehaald, zo dat ik denk dat het dode cijfer veel hoger zal zijn.
In die tijd werd ons verteld dat geschat werd dat 200 mensen het leven hadden verloren.
De verliezen op de Kelt waren de hoogste tussen de Marine mannen.
De slachtoffers onder de bemanning op de andere drie trawlers was erg klein, daar de dienstplichtigen aan de wal woonden en er maar weinig aan boord waren op dat moment.
De schepen waren in bezit genomen door een groot aantal West Afrikaanse arbeiders.

De zwaar beschadigde Kelt zelf overleefde,  om te blijven varen tot het einde van de oorlog en werd verkocht voor haar rechthebbende beroep van de trawl visserij.
Ook aan het einde van de oorlog, in een zaak waar zij  bij gesleept werd voor de rechtbank om te bepalen over de aansprakelijkheid,  over de schade voortkomend uit het ongeval,
De oorzaak van de Athelvictor's dodelijke lekkage van zestig ton brandstof olie in de haven werd vastgesteld.
Drie buitenboord afsluiters, gebruikt bij het lozen van ballast water en door de pijplijn was gespoeld om die te reinigen, waren door onachtzaamheid open blijven staan na gebruik, zodat het mogelijk was dat de brandstof ontsnapte, toen de tanker ging lossen.

Einde.

Wordt vervolgd
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #880 Gepost op: 01-09-2014, 07:07:31 »

De Grimmige Tochten naar Rusland.         No.1

Van al de opdrachten die aan de trawlers werden gegeven, waren de reizen naar Rusland, de meest gevreesde,
Er was een grote hekel om daar te moeten werken,  in het ijzige dak van de wereld, wat een een aanval was op het hart van ieder mens.
Het was een gecombineerde emotie van de ziekelijke angst voor deze donkere uitgestorven wateren, die een mens bevroren als in het water terecht kwam.... angst voor het verraderlijke weer, angst voor het vijandige zeegebied en de lucht aanvallen
en om niet te vergeten het zeurende wantrouwen van de bijna onbekende  Russen zelf.

De vaart op Rusland was absoluut een van de zwaarste werkzaamheden op zee.
De langzaam varende konvooien hadden niet alleen te vechten tegen de vijand, de met ijs bedekte zee en dichte mist en de onder nul heersende weersomstandigheden , vaak met onovertroffen wreedheid van wind met orkaan kracht..
Als er ooit de zeewaardigheid van deze gevorderde vissersschepen is aangetoond, was het bij de Arctische konvooien, toen schepen de grillige Barentszee doorkliefden
in hartje winter, geplaagd door de mogelijkheid om te kapseizen door het gewicht van het snel aangroeiende ijs, slagzij makende tot 30 graden en meer, en  met haar vlaggenlijnen zo dik als kachelpijpen.

De blootgestelde stoompijpen op het dek van de trawlers waren constant bevroren en moesten ontdooit worden met brandende lappen die in olie waren gedrenkt.
Haar kanonnen, winches en alles wat aan dek stond was ook met ijs bedekt en moest op dezelfde manier worden ontdooid of met blaas lampen of door er heet water  over de sproeien.
De boeg was niet verstevigd om de kracht te weerstaan van de zware aanvaringen met het drijfijs en zij waren nog steeds gehuld in hun zwart en bruine gewaad van de Noordelijke Patrouille Diensten, terwijl de andere escort schepen in de Arctische camouflage kleuren waren geschilderd.
Het gemis van doeltreffend anti -vliegtuig bewapening en hun langzame snelheid, was een aanhoudende prooi voor de op jacht zijnde U-boten..
Zelfs in hun gebruikelijke rol van redding schip, werden zij gehinderd door tekorten aan accommodaties, geen dokter en ziekenbroeder en de reserve bemanning,  om de gewonde drenkelingen te verzorgen.
Nog ondanks alles, verdienden de trawlers enorme eer in deze, een van de vreemdste theaters van de oorlog.

De konvooien naar Rusland vertrokken vanuit Hvalfiord, bij Reykjavik, en stoomden noordwaarts langs de westkust van IJsland en draaiden oost waarts de Bartentszee in en voeren zo dicht mogelijk langs de pool ijsvelden ,om de afstand te vergroten tussen de vijandelijke vliegtuigen die in horden uitvlogen van de vliegvelden bij de Noord Kaap van Noorwegen.
De meeste  van de konvooien brachten voorraden naar Moermansk, de enige Noord Russische haven die het gehele jaar door ijsvrij bleef. Andere konvooien of gedeelten er van, stoomden 400 mijl verder naar Archangel,  waarvan de haven ijsvrij was in de zomer.

De beroemde PQ series van de konvooien begonnen in de nadagen van 1941 en bleven door gaan tijdens de zwarte hel van de Arctische winter, wanneer het iedere dag donker was, behalve in een korte periode van schemering in de namiddag..
Ondanks groter wordende tegenstand van de Duitsers en meer dan de helft van de strijd werd uitgevochten met de verschrikkelijke weer omstandigheden en het tijdstip dat het konvooi PQ 12 vertrok, waren er slecht  zes koopvaardij schepen verloren gegaan door vijandelijke acties, ofschoon er verliezen waren bij de escorte schepen..
Waar mogelijk, werden er vier trawlers gebruikt bij een konvooi, die gebruikt werden als duikboot bestrijders en als redding schepen..
Bij de eerste trawlers die toegevoegd werden aan de Rusland reizen, was de Lord Middleton.
Zij zag haar eerste vijandelijke actie bij de Noord Kaap met het konvooi PQ 14, die vertrok aan het einde van de Arctische winter in April 1942.
De Lord Middleton voer dicht bij de Empire Howard, het Commodore schip ( het leider schip van het koopvaardij schepen ), toen de Empire Howard werd getroffen door twee torpedo´s van een U-Boot.
Olieman Douglas Finney vertelde hierover...
Toen ik over de zee keek, hoorde ik drie ontploffingen, ik zag het schip schudden en binnen drie minuten was zij verdwenen, de Commodore en veel ander opvarenden met hem, zich de diepte in meesleurend.
Wij slaagden er in om veertien drenkelingen te redden.
Bij deze drenkelingen was een jongen van veertien jaar oud en hij verkeerde in een shock toestand·. Waarschijnlijk had hij gelogen over zijn leeftijd om te kunnen aanmonsteren. De jongen werd beter, maar vier anderen stierven.
De nacht voor wij Moermansk binnen liepen, stopten we het schip in een huilende storm, om een begrafenis dienst te houden en zetten de vier lichamen over boord.
Gedurende de begrafenis dienst hoorden we de vijandelijke vliegtuigen boven ons, maar gelukkig beschutte de storm ons en konden wij de volgende  dag veilig Moermansk binnen lopen.

In Moermansk werd de Lord Middleton gebruikt als veerboot, om enkele Britse vliegtuig bemanningsleden, met ernstige bevriezing verschijnselen, naar de kruiser Edinburgh te brengen, die hen mee zou nemen naar Engeland.
Naar de Edinburgh werden ook de overlevenden van de Empire Howard gebracht, nu opgelucht, met de gedachte van de veiligheid van een groot schip.
De overbrenging verliep niet zonder ongemak. Een vijandig vliegtuig dook op de Edinburgh neer en liet zijn bommen los, die maar ternauwernood  de kruiser en de Lord Middleton misten, toen zij op elkaars zij gemeerd lagen.

We vertrokken weer in een konvooi naar IJsland en waren zes dagen onderweg toen een Russisch schip, die 13e in de rij van schepen voer, plotseling getorpedeerd door een U-Boot.
Wij begonnen meteen de overlevenden op te pikken. Het was intens koud. Ik had zoiets nog nooit meegemaakt en onze handen waren zo verstijfd dat er vier mensen voor nodig waren om één man uit zee te tillen.
Ik hoorde geschreeuw aan SB een rende naar de andere zijde en zag een jong Russisch meisje, waarschijnlijk een stewardess, wanhopig zich vastklemmend aan een stuk touw in het water hing, wat binnen een minuut je hart tot stilstand kon zetten.
Ik riep onze marconist om mij te helpen haar uit het water te trekken, maar onze handen waren zo stijf  en hoe wij ook probeerden, wij het niet vlug genoeg voor elkaar kregen.
Ik zal het nooit vergeten hoe zij een laatste schreeuw gaf en het touw los liet en wij konden niets doen, toen zij weg zonk..
En op dat moment realiseerde ik mij dat er rond ons , granaten ontploften.
Drie Duitse destroyers stoomden op het konvooi af.
De Edinburgh kon een van de schepen stoppen, maar werd toen getroffen door torpedo's en orders werden gegeven aan ons om zo vlug mogelijk achter de rest van het konvooi aan te gaan.
De Edinburgh werd op sleep touw genomen en worstelde verder,  maar werd opnieuw door een torpedo getroffen, wat haar bijna in tweeën deed breken en allen bij haar aan boord werden van boord gehaald en een Britse destroyer bracht haar tot zinken met een  torpedo.
De bemanning van de Empire Howard , eerder gered door de Lord Middleton, waren bij de mensen die van de Edinburgh werden afgehaald door mijnenvegers, nu mannen met een shock, die zich aan boord van de kruiser veilig hadden gevoeld.

De Lord Austin, die  ook  haar eerste Russische reis maakte, had door moeten gaan naar Moermansk met de Lord Middleton op de konvooi reis PQ 14.
Maar dat was een jammerlijk verhaal.
Door de aanhoudende sneeuwstormen, stoomde het konvooi steeds maar noordelijk, rond de met sneeuw bedekte IJslandse kust, waar mist en ijzige wind het moeilijk maakte voor haar bemanning om zelfs hun ogen open te houden en de bevroren sneeuw moest regelmatig van de ruiten van de brug worden geschrapt.
IJsland achter zich latend en was al weer vergeten,  maar op de derde morgen, toen de dag aan brak na een nacht met uitzonderlijk slecht zicht, om tot de ontdekking te komen dat zij en zes grote koopvaarders alleen waren, in de overvloed  van grijze
water massa's.
De rest van het konvooi was verdwenen.

De konvooi Commodore zat aan boord van een van de koopvaardij schepen en hij seinde naar alle schepen om van koers te veranderen en terug te keren naar IJsland.
Zo nam de Lord Austin hen mee terug naar IJsland, uit de door storm geteisterde zee.  een rustige fjord binnen in het noorden van IJsland , bij de marine basis in Akureyri.
Zij kreeg al heel snel een bericht van het hoofdkwartier in Reykjavik die  informeerde..... Waarom bent U afgehaakt ?..... Vertrek meteen en voeg u samen met het konvooi op positie X.

De kapitein van de Austin, Luitenant Leslie Wathen , Marine Reserve, zag dat dit betekende dat hij een veel noordelijke route moest nemen dan de rest van het konvooi,  in een poging om bij elkaar te komen.
Twee  van de koopvaardij schepen ontdekten een van pas komende machine probleem, maar de andere vier stoomden met de trawler mee en het drijfijs in, met grijze hoeveelheden sneeuwstormen die over het water over hen neerstortte en hen met sneeuw bedekten met een dwarrelende witheid.

Twee andere koopvaardij schepen, terug kerende van het konvooi, kwamen in zicht. Eén met een gapend gat in haar boeg, veroorzaakt door het drijfijs wat zij was binnen gevaren.
Het onbeschadigde schip draaide en stoomde op de Austin af en seinde een waarschuwing met de Aldis lamp,....  Voor u uit .... Zwaar drijfijs. .
Later kwamen we nog een achterblijver tegen, ook terug kerend en zo ontevreden, dat zij zelfs weigerde de signalen van de Austin te beantwoorden.

wordt vervolgd
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #881 Gepost op: 03-09-2014, 07:29:50 »

De Grimmige tochten naar Rusland.      N0.2

Het was een rot nacht. De Austin liep met hevige geweld in een veld van wat  ijs schotsen en in het verloop er van werd haar Asdic koepel er finaal afgerukt.
Voorlopige reparaties werden uitgevoerd, maar zij bleef door gaan op haar tocht, door de intense kou en de mist, in een groot veld met ijs schotsen, wat zich uitstrekte,  zo ver als je kon zien.
De koopvaardijschepen waren verdwenen en zij was alleen in een wat vreemde  en verlaten zee van ijs waar het enige teken van leven was de zeehond die op een ijs blok probeerde te klauteren of zich liet deinen op het water.
Maar de Austin bleef door vechten.

De hoofd machinist gaf de kapitein waarschuwingen niet hard te varen in dik ijs of zij zou grote kans lopen haar schroef te verliezen.
De Austin  zich liet meedrijven met de ijsschotsen en gebruikte alleen de machine in open stukken water.
De ijsschotsen klonken dag en nacht tegen de huid van het schip en als er een deining zou hebben gestaan, zou ze het schip als een lucifers doosje in elkaar zijn gedrukt. Maar gelukkig bleef de zee kalm.
Luitenant Wathen was bijna constant op de brug gedurende vijf dagen en zijn haar zag je zichtbaar grijzer worden van de fysieke inspanning.

Uiteindelijk bereikten zij positie X, maar geen spoor van het konvooi.
Ze voeren door in lichte mist, in de hoop het konvooi te vinden maar er werden nog steeds geen schepen waargenomen, zelfs toen een uitkijk in het kraaiennest werd ingestuurd, een verrichting wat spanning met zich mee bracht, omdat het de eerste keer was dat het kraaiennest werd gebruikt en er was angst dat de  weeflijnen van het want zouden breken.
De mist werd dikker en plotseling uit de niets zeggende diepte er van, werd de sirene van een van korvetten escort vaartuigen gehoord en seinde hiermee haar schip registratie nummer
De Lord Austin haastte zich om met haar fluit antwoord te geven, want door de dichte mist konden de schepen geen goed contact met elkaar maken.
Het geluid van de korvet werd steeds zachter en ging uiteindelijk verloren.

Als een gevolg van haar vast lopen in het ijs en zo ver Noordelijk te zijn verdaagd, vertoonde het magnetische kompas van de Austin nu bijna een afwijking  van veertig graden.
Zij werd uit eindelijk gedwongen om terug te keren in het gevaarlijke ijs en naar huis te stomen.
Haar machine kamer was zelfs bevroren en op haar thuis reis had zij een bijna schipbreuk op de kliffen van IJsland.
De Lord Austin was wel te kort geschoten bij de uitoefening van haar taak maar werd niet geblameerd.
De Admiraliteit had de grens van het pool ijsveld, waar zij zes frustrerende dagen in had doorgebracht, ongeveer 100 mijl noordelijker geplaatst dan het werkelijk was.
Toen Luitenant Wathen zijn rapport maakte, waren zij hoogst verbaasd en vertelden hem,  dat zij hun berekeningen hadden gebaseerd op informatie die zij hadden gekregen van de weerman.
In feiten waren het de berekeningen die niet alleen de Lord Austin om de tuin leidde, maar ook resulteerden dat niet minder dan zestien schepen van het konvooi PQ 14,  van  de vier en twintig koopvaardij schepen en twee escorte vaartuigen, terug moesten terug keren vanwege het ijs.
Met het verlies van de Empire Howard , bereikten maar zeven koopvaardij schepen Moermansk.

Zulke  fouten  van de Admiraliteit en de oude, verouderde zeekaarten, waarmee zij moesten werken, waren helemaal niet de enige tekortkomingen voor de trawler commandanten bij de vaart op Rusland.
Voor de afgelegen buitenposten van de oorlog ,zoals de Noordpool, waren ongelukkigerwijs Marine Officieren op nieuw opgeroepen, doordrenkt van de alcohol, wie het niets kon schelen hoe het met de trawlers ging,  maar alleen zorgden voor hun eigen gemak en pleziertjes.
Toen de Lord Austin in Seydisfiord binnen liep om rapport uit te brengen en wat zaken moest regelen, ging haar Eerste Luitenant de wal op om de senior Marine Officier toestemming te vragen voor wal verlof voor de bemanning.
Hij vond ter plaatse een seniele oude man, terug geroepen van pensionering, die op zijn “Hoofd dek “` op en neer liep, een plekje op de houten pier, afgezet met twee witte strepen.
Wat moet je, schreeuwde de Senior Officier.
Toestemming voor wal verlof voor de bemanning, mijnheer, antwoordde de Nummer Eén van de Austin.
Beslist niet.
Ik geef geen enkele trawler bemanning hier wal verlof, na de manier waarop de laatste groep zich hier gedroeg.
Ze kunnen aan boord blijven.
Maar de kapitein van de Austin en haar Luitenant namen hun toevlucht tot de Marine instructies en stuurden een aanvraag aan de bevelhebbers, om de wal verlof   voor de nodige oefeningen en recreatie.
En nu werd er wel toestemming voor gegeven.

Een hoge officier in rang,  ergens in Reykjavik,  was een klassiek voorbeeld van het slechtste soort van senior officiers,  die in zulke omstandigheden te vinden waren.... zwaar drinken, vrouwen nazitten en terroriseren van minderen in rang.
Hij gaf de eerste Luitenant van de Austin een ernstige uitbrander in front van  een groep IJslandse vrouwen in zijn hut en terroriseerde een dienstplichtige om te bekennen van een misdrijf, wat hij niet had gedaan.
Deze senior officier was constant onder invloed van alcohol, maar zijn oplettende  eerste luitenant hielp hem uit de problemen.
Op het laatst, vingen enige van de met afgrijzen vervulde trawler officieren  hem, dronken en zonder de bescherming van zijn wachthond.
Zij stelde hem onder arrest en namen hem mee naar de wal, waar hij ten slotte werd veroordeeld.
Ook hier hadden wij mee te maken
 .......en ook nog met Rusland.

Konvooi PQ 15, die vroeg in Mei vertrok, zag dat de trawler Cape Palliser werd toegevoegd  op de Arctische patrouilles, waar haar deed lijken op een ontstoken duim in de witte wildernis.
Gedurende de nachtelijke uren stoomde het konvooi  in een wazige schemering, toen er plotseling zes torpedo vliegtuigen laag over het water aan kwamen vliegen en hun torpedo's afwierpen.
Drie vliegtuigen werden neergeschoten maar ook drie koopvaardij schepen kregen hun fatale treffer.
Een jonge eerste matroos Raymond Smith was aan boord van de Cape Palliser. En vertelde het verhaal.
Het was verschrikkelijk. We zagen een van de koopvaardij schepen  de lucht in gaan en zij verdween in een purperen lichtflits.
Alles wat er daarna van het schip overbleef was wat drijvende overblijfsels van de deklast en de rest was verdwenen.
Onze vier inch kanon was praktisch niet te gebruiken, want de laag vliegende vliegtuigen waren bij ons,  voor we het wisten en het was praktisch onmogelijk het kanon te richten.
Daar ik krachtig gebouwd was, was mijn actie post bij het gedemonteerde Lewis kanon, een uitvoering die kon worden afgevuurd vanaf de schouders, zoals een geweer, in plaats vanaf de gebruikelijke driepoot.
Alleen iemand met wat gewicht kon dat monster afvuren en als je jezelf niet goed staande hield, tolde je er mee in het rond.
Ik stond op de SB zijde van de brug naast het stuurhuis,  toen de laag vliegende bommenwerper over ons kwam vliegen van af onze BB zijde.
Haar staart schutter vuurde maar wat lukraak en ik kon hem helder zien als of het daglicht was, dat hij zijn boordwapen afvuurde in een figuur van het cijfer acht.... en was niet zo slecht met zijn geschiet.
Echter, mij werd later verteld dat zijn schoten net te laag waren van de SB waterlijn.... Ik denk niet dat ik tijd had om te kijken.
Ik slaagde er in het kanon te richten, geleidelijk rond draaiend en trachtend het Lewis kanon op het doel gericht te houden.
Het was een rot ding om te gebruiken. Onze punt -vijf kanonnen waren ook dicht bij het doelwit.
Maar de twee dubbel Hotchkiss wapens aan weerszijde van de brug, bleken onbruikbaar.
De overlevenden die we oppikten waren meestal Laskaren, maar tussen hen was ook een Nigeriaan, die zij negeerden en niet in hun aanwezigheid wilden hebben., tot er na veel  moeilijkheden, wij hen vertelden dat zij allemaal op hetzelfde schip zaten en zij gelukkig mochten zijn, dat het zo was.

In Moermansk werd iedereen aan het werk gezet om de bruin en zwarte kleuren van de Cape Palliser in de kortst mogelijke tijd te veranderen in de Arctische camouflage kleuren.
Op haar terug reis bracht zij ook nog wat bemanningsleden van de onfortuinlijke kruiser Edinburgh terug.

Het volgende konvooi PQ16 vertrok in de periode van de vier en twintig uur durende daglicht van de Arctische zomer.
Met niets om ons de verschuilen voor de vijand dan de tussenpozen van mist en het koste ons het zware verlies van zeven koopvaardij schepen en de trawlers St Elstan en de Lady Madeleine waren tot op de buiskap afgeladen met overlevenden, waarvan er later enkele stierven aan hun verwondingen en later op zee werden begraven.
Het was ook op deze reis dat de derde trawler , de Northern Spray de taak kreeg toegewezen, om een beschadigd Amerikaans vrachtschip, de Carlton, terug te slepen naar  Reykjavik.
Zij was beschadigd door een vijandelijke bommenwerper, die was neergeschoten door een van de escorte schepen en in zee stortte en vlak naast de Carlton aan SB tot ontploffing kwam.
De Northern Spray voegde zich met veel strubbelingen bij het 5000 tons schip en bracht haar succesvol thuis, ondanks gevechten met een ander vliegtuig die hen beiden aan viel.
Een granaat van de Spray's vier inch kanon ontplofte onder de staart van het Duitse vliegtuig en zij koos het hazenpad.

Wordt vervolgd
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #882 Gepost op: 05-09-2014, 07:40:33 »

De Grimmige tochten naar Rusland               No.3

Ironisch was het wel dat de Carlton gered werd alleen om te worden getorpedeerd bij het volgende konvooi,het catastrofale PQ 17 konvooi..
Zij was het eerste schip wat verloren ging,  toen de Admiraliteit het konvooi orders gaf om zich te verspreiden, door de waarschijnlijke  bedreiging van het grote en krachtige slagschip Tirpitz.
De Lord Midleton, Lord Austin, Northern Gem en de Ayrshire waren de vier escorte trawlers en ontsnapte ternauwernood aan de  verschrikkelijke afslachting waarbij vier en twintig schepen ten onder gingen.

En ook weer bij het konvooi PQ 18, waren er vier trawlers als escorte vaartuigen.
En prominent tussen hen was de  St.Kenan, een trawler uit Hull en de in Duitsland gebouwde Daneman, een reparatie schip.
Na de bittere lessen van het konvooi PQ 17 , had dit konvooi van veertig koopvaardij schepen,  een reusachtig escorte van achttien destroyers, een kruiser, een vliegtuig moederschip, twee schepen met afweer geschut tegen vliegtuigen en de vier trawlers, maar werden nog steeds verwikkeld in de vernietigende acties van de Duitsers, waarbij dertien schepen verloren gingen.
Op 13 September werden twee schepen door U-boten tot zinken gebracht, het Russische schip Stalingrad en het Amerikaanse schip Olivier Ellsworth.
De St,Kenan redde de kapitein en drie andere overlevenden van de Oliver Elsworth van een redding vlot.
Later op dezelfde dag was er een massa aanval op het konvooi door negentig torpedo bommenwerpers, wat een fantastisch gezicht was , hoe  meer dan honderd torpedo´s  op het konvooi af stoven.
Acht schepen werden geraakt.
De Daneman, die aan de staart van het konvooi voer, pikte vier overlevenden op van een van de getroffen schepen, het Britse schip Empire Stevenson.
Matroos / kanonnier vertelde het verhaal.
Een van deze vier zeelui kon niet zwemmen en wij wijten het aan zijn dwaze gespartel in het water, wat hem warm hield en warm genoeg was voor hem om te overleven.
Een andere oudere man stond op het punt om te worden gered , toen vijandelijke vliegtuigen weer opnieuw aanvielen en wij moesten weg stomen en hem daar te laten,  om te verdrinken.
Ik zie het nog steeds in mijn gedachten, koud in het water, proberend een van onze matrozen zijn hand te grijpen zodat hij in veiligheid aan boord kon worden getrokken.
Maar aangezien wij door het torpedo vliegtuig werden aangevallen en belde de schipper hierdoor voor vol vooruit met de machine.
Hierdoor  moesten wij hem achter laten en keken naar zijn kale hoofd en de rode voetbal trui, wat achter ons verdween.
En daar wij het laatste schip waren van het konvooi , zou hij nooit weer worden opgepikt.
 
De St.Kenan redde 64 overlevenden tijdens en na de massa torpedo aanval van  de  bommenwerpers.
Dit hield in dat het de gehele bemanning was van het Panamese stoomschip Macbeth, allemaal opgepikt vanuit reddingboten en vlotten en ook overlevenden van het Amerikaanse schip Oregonian.
Tien van hen werden uit de zee getrokken met een shock door het ijzige contact met de zee en de olie en water wat zij binnen gekregen hadden.
Toen wij weer herenigd waren met het konvooi met haar barmhartige lading, werd de
St. Kenan aangevallen door een tweemotorige bommenwerper, die een duikvlucht ondernam naar het schip, maar de aanhoudend vurenden Oerlikon kanonnen van de trawler, genoodzaakte de bommenwerper om zijn bommen op een eerder tijdstip te laten vallen en veroorzaakten geen schade.
Later zagen we rook uit  het vliegtuig komen en zij haar brandstof verloor.
De bemanning van de St.Kenan gingen weer hun passagiers verzorgen en met de woorden van haar kapitein, Luitenant J.Mackay. Marine Reserve......
Ofschoon uitgeput door aanhoudende bezetting op de actie posten, stelden zij hun kooi en hangmat beschikbaar voor de overlevenden en de moeilijkheid van voeding en slapen met zoveel mensen samen gepakt  in de hutten, werd opgewekt geaccepteerd.
Het gedrag van de groep aan boord was als één geheel en was uitnemend.

Maar nog steeds bleven de aanvallen op het konvooi door vliegtuigen en bommenwerpers doorgaan.
De Amerikaanse Mary Luchenbach ging in een flits en een knal de lucht in en er werd verteld dat zij hoog explosieve munitie en geligneerde ontstekingen vervoerde.
Volgens kanonnier Lunn...
Er was een geweldige ontploffing en afval daalde als hagel neer op de Daneman. Niets en niemand was er van overgebleven toen de rook was opgetrokken

Nog vier dagen lang vocht konvooi PQ 18 tegen zijn aanvallers en toen hielp het weer hun een handje. Toen de schepen de rivier de Dvina naderden, die naar Archangel voert, ontmoette het konvooi een zware storm.
Verschillende koopvaardij schepen liepen aan de grond..
De  St.Kenan was gevaarlijk onstabiel en moet gaan liggen steken.
Toen we ingesloten waren in het golfdal van de zee, maakte het schip een uitzonderlijke zware slingering, die de reddingboot weg spoelde en de davits verboog, maar zij richtte zich zelf weer op en reed de storm uit.

Maar de Daneman echter , was er geen geluk meer.
Volgens kanonnier Lunn.....
Toen de zware storm in de buurt van de Dvina opstak, zaten we al bijna zonder kolen en moesten al het hout aan boord gebruiken om nog stoom te kunnen houden.
De schipper gaf orders dat iedereen een slok rum kon gaan halen en er werd geconstateerd dat het rum vat al  was open gebroken en al veel leden van de bemanning al dronken waren.
We hadden een vreselijke nacht en we verbrandde alles wat maar branden wilde om te proberen de machine in werking te houden, maar we eindigden door op een zandbank te lopen.
De volgende morgen verlieten wij het schip, maar keerden toen weer terug toen het schip slagzij maakte.. En daar zaten we dan, dagen aan een.... en verlaten.
We maakten vlotten en haalden hout van de wal om wat stoom te maken, zodat we de accu's konden vullen om naar het nieuws van zes uur te luisteren en dat we maar net de tijd die we kregen om te luisteren, voor ons allen , na al onze dagelijkse arbeid..

We hoopten er op, dat de Russen de Daneman van de zandbank zou trekken, maar daar kon je niet op vertrouwen dat zij het zouden doen,  tot  ze twee weken later het wel deden en op dat moment was er geen voedsel meer te vinden op de Daneman.
Daarna hinkte zij terug naar Belfast met een retour konvooi, om haar beschadigde huidplaten te repareren.

PQ 18 was de laatste van de PQ konvooien, want toen werden de code letters veranderd.
Het speelde zich af  bij het eerste nieuwe konvooi, wat zich nu door de pikzwarte  duisternis van de Pool winter drukte, en waar in de veteraan, de trawler Northern Gem, een  sterke menslievende rol zou spelen  bij de fatale laatste reis van de destroyer Achates.

In December 1942 voer het konvooi JW 51 in twee gedeelten naar Rusland.
Het eerste gedeelte vertrok in het midden van December en bereikte succesvol het schiereiland Kola en kwamen op de eerste Kerstdag in Moermansk aan.

Maar het tweede gedeelte van het konvooi JW 51B, wat op 22 December vertrok, was voorbestemd, om een tocht met veel gebeurtenissen te ontmoeten.
Konvooi JW 51 B bestond uit veertien koopvaardij schepen en werd geëscorteerd door zeven destroyers, twee korvetten, een mijnenveger en de trawlers Northern Gem en de Vizalma.
Andere bescherming zou worden gegeven door  twee kruisers die terug keerden uit Rusland , na escorte van de eerste helft van het konvooi JW 51.

De moeilijkheden van konvooi JW 51 B begonnen toen zij  zes dagen op zee waren, toen een destroyer een kompas fout constateerde en contact verloor met het konvooi.
Die zelfde nacht werden de andere schepen getroffen door een zware storm en de Vizalma en vijf koopvaardij schepen verloren contact.
Drie van deze schepen vonden de volgende dag het konvooi terug, maar de Vizalma en de twee andere schepen keerden nooit terug bij het konvooi en maakten verbazingwekkend en onbeschadigd,  hun eigen tocht naar Rusland .

Op de donkere morgen van Nieuwjaarsdag, zagen we dat de storm afnam en de met ijs bedekte schepen van het nu vermoeide konvooi, stoomde gestaag door onder aanhoudende sneeuw buien,
Ergens op een ander plaats in de duisternis, hen onbekend,  voeren de vijandelijke kruiser Hipper en het vestzak slagschip Lutzow, samen met zes destroyers, die van uit Noorwegen waren vertrokken voor een aanval op het konvooi.

Aan boord van de Northern Gem, die aan de staart van het konvooi aan SB zijde escorteerde, zagen we de eerste lichtflitsen van kanon schoten in de duisternis achter ons,  toen de vijandelijke  destroyers tot de aanval over gingen.
Het was 9.30 in de namiddag.
Op top snelheid stoomde de destroyer Achates dwars door het konvooi om een beschermend rookgordijn te leggen, maar binnen  enkele minuten werd zij kanon vuur getroffen, stroomde gedeeltelijk vol en op verschillende plaatsen brak brand uit.
De branden werden vlug onder controle gebracht en zij vervolgde het leggen van het rookgordijn,  terwijl de escort senior officier Kapitein R.St. V. Sherbrooke, aan boord van de destroyer Onslow,  de rest van de destroyer flottille orders,  gaf om de vijand aan te vallen.

Wordt vervolgd

Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #883 Gepost op: 08-09-2014, 08:29:02 »

De Grimmige tochten naar Rusland        No.4

Vanaf de Northern Gem konden zij de zwakke silhouetten van de Britse destroyers zien en het aanhoudend volgend kanonvuur,  toen de destroyers de Hipper kwaad maakten.
Maar de Duitse kruiser scoorde al snel een paar directe treffers op de Onslow, wat  grote schade veroorzaakte en wat slachtoffers en verschillende gewonden tot gevolg had.
Kapitein Sherbrooke werd blind aan één oog ( en voor deze actie werd hem het Victoria Cross verleend.

De sneeuwstorm woedde voort , maar de eenzijdige strijd ging door.
De mijnenveger Bramble werd tot zinken gebracht en toen was het de beurt voor de Achates.
De granaten van de Hipper ontploften op haar en richtte zware schade aan, een vol treffer trof de brug en doodde haar kapitein.
De Bootsman en de seiner, de enige overlevenden op de brug, gingen door tot de scheeps tweede officier in commando, Luitenant Loftus E.P. Jones, met de DSC onderscheiding, die de lekkage van het schip had gecontroleerd, terug keerde en het commando over nam.
Hij stuurde de verlamde Achates  op een zig-zag koers en zijn maakte nog steeds moedig een rookgordijn, om de koopvaardij schepen te beschermen.
De strijd duurde vier uur lang, tot de terug kerende Britse kruisers de aanvaller verjaagden en een Duitse destroyer tot zinken brachten.

De Achates was nu bijna aan haar eind.
Zij werd weer geraakt aan BB zijde, wat al leek op een peper bus van de gaten van de granaat splinter en met nog meer slachtoffers en met de machine kamer onder water. Maar nog steeds probeerde zij het konvooi te beschermen en zij moest haar snelheid verminderen om te blijven drijven..
Maar haar machinist rapporteerde dat zij geen snelheid meer kon maken met nog  maar één ketel in gebruik en stopten de machines.
Haar gewonde seiner, seinde de Northern Gem om stand bij te staan.

Maar toen de Gem dichter bij de Achates kwam was het al veel te laat voor veel van de bemanningsleden van de destroyer.
Met in begrip van zo'n vijf en dertig zwaar gewonden mannen, samen gebracht in  het  dag verblijf van de  kapitein en die verzorgd werden door twee vrijwilligers,  die er voor gekozen hadden om bij hen te blijven,  om hen te helpen als de orders kwamen  om het schip te verlaten.
Tijdelijk bootsman Sid Kerslake van de Gem vertelt het vervolg.....

Plotseling helde de Achates over naar BB.
In de duisternis konden we de rode lichten van de redding vesten zien van de bemanning en de rode puntjes van de sigaretten van enige dienstplichtigen, die zelfs nog rookten toen zij over de verschansing klommen en omhoog klommen naar de SB zijde van het schip, wat in een paar seconden nu het dek was geworden.
Seconden later begon de bodem van het schip uit het water omhoog te rijzen,  toen de opbouw van het schip uit het gezicht verdween, aan de zijkant van ons vandaan.

Mensen begonnen van de scheeps bodem af in het water te glijden, lachend en gekheid makend en tot onze grote verbazing begonnen zij ... Roll Out The Barrel .. te zingen en al gauw kwam het geluid zelfs boven het geluid van de zee en de wind uit. En later hoorden wij hen allemaal zingen toen zij vochten op hun weg om bij ons schip te komen.
Sommige mannen rookten nog steeds of probeerden het en als zij in het ijskoude water zwommen, hielden andere hun gewonde scheeps makkers omhoog of trokken hen omhoog.
De Gem verschafte een soort lij voor hen in de woelige zee en onze schipper < Luitenant H.C. Aisthorpe , Marine Reserve, nam zelf het stuurwiel over, en bleef een beetje vooruit of achter uit geven met de machine, als hij iemand zag die in gevaar was of die voorbij dreef.
Ondanks dit alles dreven er een paar man voorbij. Maar die moeten reeds dood zijn geweest, door wonden of door het dodende,  koude water.
Onze hoofdzaak was voor hen te zorgen, die nu voor hun leven vochten.
De Achates zonk in drie minuten, met al de gewonden met zich meenemend, die zich in de kapiteins hut bevonden.

Bootsman Kerslake vertelt hier over'......
Wij gooiden onze redding netten overboord.
Wij hadden geen boot om te water te laten, onze BB boot was weggespoeld tijdens de storm, terwijl voor onze SB boot,  niets van het tewaterlating tuig werkte.
Wij waren niet in de gelegenheid geweest om dit ijsvrij te maken en alles zat dik onder het ijs..
In de zijden van ons schip, stapten sommigen van ons  overboord en hingen met een hand aan het redding net en trokken en duwden de bevroren overlevenden omhoog, waar andere welwillende handen hen aan dek konden tillen.
Toen wij ons aan het net vastklampten, werden we eerst uit het water getild  als de trawler slingerde naar SB en als zij terug kwam drukte zij ons tot de nek in het ijskoude water, maar we slaagden er in om bij iedere keer dat wij omhoog kwamen, om een man vast te houden en hem over de verschansing te duwen naar de mannen boven ons..

Iedereen van de bemanning van de Gem stond in de zijden van het schip.
Zij die  niet bezig waren met de mensen omhoog te trekken of  bij de redding netten bezig waren, gooiden hieuwlijnen naar drenkelingen die nog in het water lagen te vechten voor hun leven.
Ik verliet de netten en rende naar BB om te helpen met de lijnen uit te gooien en de drenkelingen naar ons toe te trekken, als zij een lijn hadden gevangen..
Een erg jonge matroos, nauwelijks groter als een  jongen, dreef langs het achterschip. Wij gooiden een lijn naar hem toe, die hij opving .
Maar toen wij de lijn naar binnen trokken, gleed de lijn door zijn bevroren handen. We gooiden opnieuw de lijn uit, maar toen hij de lijn greep, raakte hij in paniek en begon....  Moeder, Moeder...... te schreeuwen.
Het was hartverscheurend.
We schreeuwden naar hem, dat hij zijn hand omhoog moest houden, zodat wij een paar slagen van de lijn om zijn pols probeerden te krijgen. Maar hij gleed voor altijd uit ons gezicht met de lijn nog steeds glippend tussen zijn vingers en nog steeds huilend om zijn moeder.

Ons redding werk bereikte het punt waar we dachten dat we alles hadden gered, maar een groot aantal lichamen dreven nog voorbij, zonder een teken van leven meer..
Op dat moment was er een zware onderwater explosie, toen de diepte bommen van de Achates ontploften en zeker iedereen doodde ,die nog  levend waren overgebleven De Gem werd bijna uit het water getild..
Zo zwaar was de ontploffing, dat we eerst dachten dat we aan SB door een vijandelijke torpedo waren getroffen.
Potten werden in stukken gesmeten, kasten vlogen open, de klokken stopten,  maar het schip maakte geen water en gelukkig ontsnapten wij aan schade aan de romp en we draaiden weer bij, om onze overlevenden te helpen.
Behalve voor enkele,  die bij ons aan boord waren gekomen op redding vlotten, die zo bevroren waren dat zij niet meer konden staan of zich zelf konden helpen.
We moesten hen naar beneden dragen en moesten hen volledig uitkleden en hen zo veel als mogelijk was , droog te wrijven,  om hun bloed circulatie weer op gang te krijgen.
Wij moesten dat heel vlug doen en mogelijk moesten we niet te veel tijd besteden aan  elke man, zoals wij zouden hebben gedaan, maar er waren tachtig van zulke patiënten , bijna twee maal zoveel als onze eigen bemanning en een deel van ons moesten ook doorgaan met de verplichtingen van de dienst op het schip en moesten ook de strijd aanbinden tegen het ijs, dat zich snel vast zette op de bovenbouw van het schip en de stabiliteit van de Gem ernstig in gevaar bracht.
Ongeveer een half uur na droog gewreven te zijn, herstelde de bloed circulatie zich weer bij de verminkte en in shock verkerende lichamen en het was erg pijnlijk voor hen en hun geschreeuw moet je zelf gehoord hebben, om het te geloven.

De gewonden zaten of lagen, als dat mogelijk was, in shock en starend in het niets  en kreunend van de pijn.
Anderen waren zeeziek en sommigen braakten brandstof olie uit, waarmee hun hele lichaam  van boven tot onder werd besmeurd.
Daar wij alleen maar een escorte trawler dienst deden, waren wij niet uitgerust om zoveel gewonden te verzorgen.
Onze bemanning gaven hen hun kooien en reserve kleding aan hen en deden wat zij konden., maar we hadden geen dokter aan boord en onze medische hulpmiddelen waren praktisch nihil.

Een van de jongens die ik hielp met uitkleden, keek steeds over zijn schouders, waarschijnlijk veroorzaakt door een shock of door de kou en hij zei geen woord.
Op het moment dat wij zijn trui over zijn hoofd trokken, trokken we bijna als het vlees van zijn rechter schouder mee met de trui en we moesten de wol en het vlees van elkaar scheiden.
Het enige wat wij voor hem konden doen was om ontsmettende lotion over de wond en het verband te doen, wat het losse vlees op zijn plaats hield.
Gelukkig was een van onze bemanningsleden, matroos Edward Mayer, een voormalige bank kassier uit Rothenham,  in staat om verzorging aan de gewonden te geven.
Hij had het een en ander geleerd van zijn vrouw, die verpleegster was.

Wordt vervolgd
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #884 Gepost op: 09-09-2014, 17:57:36 »

De Grimmige tochten naar Rusland                 No..5

Ik maakte de ronde met de rum kruik.
Voor de eigen bemanning en voor de overlevenden., want we hadden allemaal hard een slok nodig.
In de kombuis vond ik een knaap van ongeveer twintig jaar, zittend op het zitbankje van de kok..
Hij zat te huiveren van de kou , zelfs nu het keuken fornuis rood gloeiend stond en iemand hem een duffel coat had gegeven om te dragen,
Ik gaf hem een slok rum en vroeg hem of alles goed met hem was en hij vertelde mij dat zijn oor pijn deed.
Ik bekeek het oor en ik zag dat  een stuk scherf van een inch lang in het been achter zijn oor uitstak.
Toen de chirurg uiteindelijk bij ons aan boord kwam en de verwonding zag, kon hij niets doen, maar toen de scherf in Moermansk in het ziekenhuis werd verwijderd, had de scherf een lengte van een sigaretten doos.
Het was verwonderlijk dat deze knaap dit heeft overleefd.

Een erg jonge onder luitenant , die naar ons toe was komen zwemmen met de kracht van een os, toonde sporen van verzwakking.
Wij konden niets vinden wat er niet goed was, want er waren geen tekens van wonden, en wij hadden de gedachten dat de bleekheid en zwijgzaamheid het gevolg waren van een shock en wij probeerden het, om alles voor hem zo aangenaam mogelijk te maken, door hem een kooi te geven op het mess-dek.
Toen de chirurg hem later onderzocht,  kon ook hij niets voor hem doen.
De onfortuinlijke man had de volle kracht van een granaat ontploffing in de maagstreek weerstaan en was inwendig ernstig verwond.
Wij gaven hem alles waar hij om vroeg, maar hij stierf al vrij snel hier na en wij begroeven hem op zee.

Met de Gem volgepropt met zieken en gewonden werd het een angstaanjagende nacht.
Alles was verduisterd en helemaal geen verlichting was aan dek toegestaan.
Het was alsof wij leefden , of liever bestaan uitoefenden,  in een huilende, woedende en totaal zwarte hel, op een of andere planeet.
Zwart was alles,  behalve de sneeuwstormen en het ijs.
Het was al laat in de morgen, toen de wind en de zee licht af nam en dat was het moment, ondanks de zware deining, dat wij er in slaagden de chirurg van een van de destroyers bij ons aan boord te krijgen.
Gedurende de korte luwte in het weer en het iets lichter worden in de donkerheid van de middag, dat de destroyer met zijn kop in de wind en de zee ging stomen, met een vaart, wat net voldoende was om het schip te kunnen besturen en langzaam genoeg voor ons om van achteren en met onze SB zij,  langszij haar BB zijde  te komen..
Met de zware zee die er liep was het geen geringe prestatie van onze schipper.
Toen de twee schepen bij elkaar langszij kwamen, werd onze SB verschansing ingedrukt toen de destroyer  met een klap tegen ons schip botste.
Hierbij kwamen de diepte bommen terecht onder de overgebleven reddingsboot..
Maar alle ogen waren gericht op de chirurg die klaar stond en zijn kans afwachtte.
En toen de destroyer zich weer oprichtte en wat erg gevaarlijk leek, alsof zij aan boord van de Gem wilde komen, die nu in een golfdal zat,  sprong hij met zijn voeten vooruit en met zijn tas in de hand, en dankzij God, kwam hij veilig neer op ons zwaar stampend en slingerend dek en werd opgevangen in de wachtende armen van een van onze bemanningsleden.
Het was een prachtige sprong onder deze zware omstandigheden.

Daar het weer slechter werd,  was het een zware taak om ons voor te bereiden welke operaties wij konden uitvoeren bij de zwaar gewonden.
De gehele tijd dat de chirurg bezig was, had de Gem te maken met windsterkte van een orkaan kracht en werd zij opgetild door golven,  zo hoog als bergen die over het gehele schip spoelden..
Alles was bevroren, het want was vier maal dikker opgezwollen als de normale dikte en onze reddingboot, de boot klampen en het boot dek waren een solide blok ijs.
Het was gevaarlijk om waar ook op het dek te lopen.
En beneden ?
Ondertussen werden niet minder dan twaalf dringende operatie  uitgevoerd op de tafel van de mees-room. De een na de ander.
Ieder moment, als de patiënt door het slingerende schip van de tafel af dreigde te vallen, werd de patiënt vast gehouden op de tafel door twee of drie bemanningsleden of door de meest fitte overlevenden.
De verdovingen werden uitgevoerd door Luitenant Jones van de Achates.

Geen woord van mij kan beschrijven over de moed en vakkundigheid van deze chirurg.
Wij allen waren van mening dat hij een medaille had verdiend.
Of hij er een heeft gekregen , weet ik niet, maar ik weet wel dat hij een jaar later het leven verloor bij een ander konvooi naar Rusland.
Bij die gelegenheid werd hij overgezet op een koopvaardij schip om naar een patiënt te kijken, een bemanningslid en in de vroege uren van de volgende morgen werd het koopvaardij schip getorpedeerd.
Zijn eerste aandacht was om de patiënt in een reddingboot te plaatsen en hij was er net in geslaagd,  voor het schip zonk,  met hem nog steeds aan boord .
Een erg dappere kerel.
Gedurende de rest van de reis van de Gem door de duisternis naar Moermansk, hielp iedereen elkaar.
Door gebruik te maken van elkaars slaapgelegenheid, kleding en sigaretten en de enige klacht die werd gehoord was.... Wanneer houdt die rot wind nu eens op !

De schipper van de Gem. Luitenant Aisthorpe werd onderscheiden met de DSC, voor het helden werk van de trawler bij de reddingen.

En zo ging het werk van de trawlers in het Poolgebied verder.
De Northern Spray sleepte een tweede en groter kreupel schip, de 12000 ton Empire Unity,  naar een veilige haven, toen zij was getorpedeerd.
De mammoet sleep werd gemaakt met een pijnlijke en  langzame  twee mijls vaart, toen een U-Boot aan de oppervlakte werd waargenomen.
Zij dook onder water voor de aanval, maar de Spray had haar sleep los gegooid en stoomde volle kracht naar de U-Boot en ramde haar en beschadigde  hierbij zwaar haar Asdic koepel,  als een bewijs van haar stoutmoedige aanval.
Zij pikte de sleep weer op en sleepte haar op vol vermogen naar huis en zij claimde dat zij “ mogelijk “'een U-Boot tot zinken had gebracht.

En de trawler Paynter was betrokken bij een pikante redding met betrekking van niemand minder dan de schrik van het Nest.... Ted de Bastaard  Hoofd Onder Officier Edward Pugh.
Toen een koopvaardij schip werd getorpedeerd die passagiers aan boord had,  dook hij over boord om een vrouw en kinderen te redden, die voor hun leven vochten in het ijskoude water.
Tussen de personen die hij redde was een kind,  die later stierf zonder dat iemand ooit haar naam te weten kwam.
Hij gaf haar de naam van zijn eigen dochter en stond aan haar graf,  toen zij in Seydisfiord op IJsland werd begraven.
Hij ontving de DSM onderscheiding en voor eens en altijd was  hij van zijn scheldnaam verlost.

Einde.


Wordt vervolgd
Gelogd
Pagina's: 1 ... 55 56 57 58 [59] 60 61 62 63 ... 108 Omhoog Print 
« vorige volgende »
Ga naar:  


Login met gebruikersnaam, wachtwoord en sessielengte

Powered by MySQL Powered by PHP Powered by SMF 1.1.4 | SMF © 2006, Simple Machines LLC Valid XHTML 1.0! Valid CSS!