Welkom, Gast. Alsjeblieft inloggen of registreren.
14-08-2022, 13:48:45
Startpagina Help Zoek Inloggen Registreren
Nieuws: Nieuwe leden moeten helaas wachten tot dat de webmaster ze accepteert. Er is veel kaf onder het koren. Het beste kunt u na registratie ons nog even een e-mail sturen jolydesign@ziggo.nl.

+  Vraag en antwoord & Wie wat waar
|-+  Vraag en antwoord
| |-+  Vraag en antwoord
| | |-+  Herinneringën deel 2
« vorige volgende »
Pagina's: 1 ... 51 52 53 54 [55] 56 57 58 59 ... 108 Omlaag Print
Auteur Topic: Herinneringën deel 2  (gelezen 1024284 keer)
J.H.
Schipper
*****
Berichten: 2201


Bekijk profiel
« Antwoord #810 Gepost op: 02-06-2014, 19:44:35 »

H-353-St.Chatan.
11-04-1942 in aanvaring met ss "Hebe" v/d  K.N.S.M, beide schepen gezonken,  positie=S.S.E. van  Little River, South Carolina, USA.


* H_353-St_Chatan-1936-42-.jpg (71.72 KB, 801x530 - bekeken 835 keer.)
« Laatste verandering: 02-06-2014, 20:26:47 door J.H. » Gelogd
J.H.
Schipper
*****
Berichten: 2201


Bekijk profiel
« Antwoord #811 Gepost op: 02-06-2014, 20:09:30 »

Oilpioneer
08-06-1940, de grond ingeschoten door Admiral Hipper , Gneisenau enz. ( 20* )


* Oilpioneer-.jpg (55.08 KB, 801x534 - bekeken 813 keer.)
« Laatste verandering: 02-06-2014, 20:26:19 door J.H. » Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #812 Gepost op: 04-06-2014, 08:56:59 »

Gracie Fields maakt water                No.1               

In Mei 1940 lagen de vijf houten haring drifters van de Vernon's Privé Marine bij elkaar in Ramsgate, maar nu werkend onder de tijdelijke commandant Luitenant commandant A.J.Cubison ( Marine ).
Het was een man met een nuchtere en ordelijke kijk op de zaken, anders dan zijn voorganger en hij besloot dat zijn eerste taak zou zijn, de flottille marine discipline bij te brengen, wat ook inhield om te proberen het wanordelijke systeem van communicatie onderling op zee tussen de drifters, te verbeteren.

Seiner Bev Smith van de drifter Fisher Boy:
Ik kreeg de taak toegewezen om een simpele manier van code signalen samen te stellen, die alle schippers zouden begrijpen.
Ik slaagde er in zo'n systeem samen te stellen en het werd uitgetypt door de secretaresse van de commandant.
Om een idee te geven hoe simpel het systeem was....
.... de signaal vlag A betekende..... vorm een lijn achter elkaar
     de signaal vlag C gevolgd door een cijfer, zou dan de ware koers zijn die de schepen moesten volgen, enz

Nadat de code aan alle schippers was overhandigd en uitgelegd, hees de commandant ergens buiten Ramsgate op zee, zwaarwichtig het eerste signaal om hoog en zo waar, alle drifters vormden een lijn achter elkaar.
Hij hees toen het koers signaal
Het antwoord hierop was dat sommige schepen van koers veranderden zodra het sein was gegeven en anderen hun voorganger bleven volgen tot dat dezer van koers zou  veranderen.
Het resultaat was,  dat in een verbazingwekkende korte tijd,  de vijf schepen van de Mijnen Opsporings Flottille verspreid waren over een zeegebied van North Foreland tot zeker voorbij Dover.
De commandant was niet ontmoedigd en probeerde het nog eens twee of drie maal, om de code signalen aan de bemanningen bij te brengen, echter werkelijk met heel weinig succes.
Kort hierna hadden we wel wat andere zaken om ons zorgen over te maken, toen kleine Hollandse en Belgische coasters in Ramsgate binnen liepen met aan boord een mengeling van burgers en Hollandse en Belgische zeelui.
Wij hoorden van hen dat het niet zo goed ging in Frankrijk.

Op een dag zagen we commandant Cubison op het trapje voor zijn kantoor staan, zwaaiend met beide armen en in elke hand een zakdoek, verwoed zwaaiend naar de kleine vloot drifters die aan de overzijde van de haven gemeerd lag.
Iemand waarschuwde mij dat de commandant “iets geks stond te doen op het trapje voor zijn kantoor “ en ik realiseerde mij dat hij probeerde een vlaggen sein over te brengen  met hand signalen.
Ik las de volgende boodschap: ......Alle schepen onmiddellijk de ketels op stoken en klaar maken om te vertrekken.
Hij voegde zich heel snel bij ons, sprak even vlug met de schippers, stapte aan boord van de Lord Cavan en hees het nu zo beroemde signaal “A “Vorm een enkele lijn
We stoomde de haven uit in een perfecte lijn en namen de kortste weg over het Kanaal, onverschillig of er mijnen lagen, richting de haven van Duinkerken.

De orders waren; Vaar de haven binnen. Haal daar Britse troepen af en brengt ze over naar de troepen transport schepen die voor Duinkerken liggen.
Wij kwamen op de rede van Duinkerken, waar wat harde knallen hoorden en licht flitsen zagen, die on wel wat schrik bezorgden..
Met de lucht opgelicht door de gloed van de brandende olie opslag tanks, hield de flottille zich gaande buiten de haven, niet wetend wat te doen.
Ik stond aan het roer van de Fisher Boy met de kleine schipper George Brown  die naast mij stond.
De Fidged praaide ons en haar angstige schipper schreeuwde ons toe.... Wat ga jij doe George ?.
Prompt stak George Browm zijn hoofd uit het raam van het stuurhuis en schreeuwde   .... Ik ga naar binnen ,  jongen.
En meteen hierna zei hij mij van koers te veranderen en de Fisher Boy de havenmonding in de sturen.
De andere drifters besloten ons te volgen.

Ik stond een Graven A sigaret te roken en gaf er een aan schipper Brown, die, zoals ik zag, hevig stond te beven.
Hij propte de sigaret in zijn mond met het verkeerde eind en probeerde tot drie keer toe het kurken filter van de sigaret aan te steken, voor ik zag wat hij aan het doen was en hem zei de sigaret om te draaien.
Hij was een merkwaardig mens.
Ik was even bang als hij... trouwens, dat waren we allemaal, niemand van ons wist wat er in Duinkerken was gebeurd en we wisten dat de haven al bezet was door Duitse troepen.
Maar George Brown, zichtbaar altijd schuddend van angst bij zulke gelegenheden, wat hem zelfs moediger maakte, om op het gevaar af te gaan.
Ik wist niet anders van hem dan dat hij de gegeven instructies uitvoerde, ongeacht hoe hij zich voelde op dat moment.
Hij was een erg dappere kerel.

Het was een soort van anti climax om de haven van Duinkerken binnen te lopen.
Wij slaagden er in, om langs het havenhoofd te meren en keken toen uit naar soldaten, maar zager er geen.
Echter, wij gingen verder, op weg naar de eigenlijke haven installaties, vonden wat troepen en moedigden hen aan om aan boord te komen.
Zij waren uitgeput en waren blij om met ons mee te gaan.
Onze kok werd bezig gehouden om thee te maken voor de dorstige kelen.
Wij verlieten uiteindelijk de haven met 250 soldaten, samengepakt aan boord en voeren naar buiten om een van de troepen transport schepen te vinden, waar van verwacht werd dat zij buiten op ons zouden liggen te wachten.
Toen we het silhouet van een schip in de verte zagen, stuurde we er op af en prompt liepen we op een zandbank.
Te laat kwamen we tot de ontdekking dat het silhouet van een getroffen schip was en was verlaten en in feiten al was gezonken.
Gelukkig was het tij opkomend en kwamen we van de zandbank af,  zonder veel moeilijkheden.

George Brown keek nu rond of er soms een ander schip beschikbaar was om de soldaten aan boord te namen. Maar hij vond niets en besloot dat we zelf deze soldaten naar Ramsgate zouden brengen.
We waren allemaal opgelucht om terug te gaan en de soldaten veilig aan wal te gaan  brengen, maar geen van ons was er erg gelukkig mee dat een marine officier ons opdracht gaf om opnieuw goederen te laden en meteen terug te keren naar Duinkerken.
We deden dit, nu wel over dag en hoewel er een paar maal angstige momenten waren, de tocht zonder schade uitvoerden.
Deze keer hadden we bestorming ladders mee genomen, gemaakt door een timmerman in Ramsgate, om de troepen te helpen om naar beneden te klimmen vanaf het havenhoofd op onze kleine drifters.

Commandant Cubison Lord had zich nu met de Cavan in de haven van Duinkerken gevestigd en was nu een commando schip en hij had het erg druk.
Ik was samen met hem op het havenhoofd,  met twee of drie anderen opvarenden en probeerden de troepen wat moed in te spreken, om aan boord van de drifters te gaan met behulp van de storm ladders, toen we heel plotseling veel inslagen en ontploffingen hoorden toen de Duitsers met zwaar geschut de haven onder vuur namen.
De troepen die dat nu al zo'n beetje gewend waren, doken plat op de grond, omdat zij wisten wat er zou komen en toen wij zagen wat zij deden, doken wij er ook heel snel naast.
Maar commandant Cubison bleef rechtop staan,  midden tussen het granaat vuur en gaf ons een enorme uitbrander en zei ons op te staan en door te gaan met de troepen aan boord nemen.
Het leek er op dat hij helemaal niet bang was, in feiten voelde hij zich opgelucht bij dit levendige gedoe.
We namen zoveel troepen aan boord met de Fisher Boy, tot het niet meer mogelijk was zich aan dek te bewegen of de stormladders weg te halen van het havenhoofd en stoomde weg zonder ze mee te nemen.
De Fisher Boy was nog steeds één geheel, toen wij in Ramsgate terug keerden van deze reis, ofschoon de hoofd stoom klep lek was en we niet meer snelheid konden maken dan 4 mijl per uur.
We lagen erg diep in het water met al die soldaten aan boord, maar gelukkig was het kalm weer en ondanks alles bleven we drijvende.
De soldaten zaten op hun hurken en als er een destroyer voorbij stoomde met grote snelheid, veroorzaakte haar golfslag dat we slingerden, het water bij ons aan dek spoelde en grondig de achterkanten van de soldaten doordrenkten.
Maar ze zaten zo dicht op elkaar gepakt dat zij niet in staat waren om rechtop te gaan staan en waren te vermoeid om zich hierover druk te maken.

Al onze drifters waren nu afzonderlijk aan het werk.
De Silver Dawn liep op een obstakel in de haven van Duinkerken, waarbij een stuk van haar schroef werd afgeslagen en het schip schudde en trilde op de meest hart verscheurende manier,  gedurende de hele terug reis.
Maar ze bracht de soldaten in ieder geval terug in Engeland
Door deze schade was het de enige reis die de Silver Dawn maakte naar Duinkerken..

De zaken werden nu wel erg lastiger om zo door te gaan met naar Duinkerken te varen bij daglicht, hierdoor werden de rest van de reizen voor de Fisher Boy zo gepland dat zij na de schemering daar zou aan komen.
Op iedere reis namen we extra stormladders mee en we namen zoveel soldaten mee terug, dat we nooit de ladders mee terug konden nemen.
Nacht na nacht stoomden we er heen, vol geladen met thee, sigaretten en een volle water tank, om de grootst mogelijke hoeveelheid uitgeputte troepen mee terug te brengen.
De drifters hadden eerst instructies gekregen om niet meer dan honderd man elk schip mee terug te brengen, maar deze instructie werd al vanaf  het begin genegeerd.
Deze verbazingwekkende vrachten konden alleen maar worden uitgevoerd bij een over het algemeen,  rustige zee.

In Dover ontving de oude mijnen veger Nautilus orders om naar Duinkerken te gaan met haar zusterschip de drifter Comfort.
Maar zij waren maar net halverwege toen zij in de problemen kwamen.

Wordt vervolgd
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #813 Gepost op: 04-06-2014, 08:58:52 »

Gracie Fields                No.2         

Volgens onder officier Robert Muir van de Nautilus:
Het was een pik donkere nacht toen er plotseling een motor torpedo boot te zien was in de duisternis.
Wij hadden de mogelijkheid om haar te begroeten met onze complete bewapening....
slechts een Lewis kanon.
Ik dacht dat zij zich zorgen maakte over ons, want zij stoof met volle kracht weg.
Onze schipper was erg blij met onze prestatie, maar kort hierna was er een ontzettende ontploffing en lagen er mensen in het water om hulp te schreeuwen.
Wij stopten en slaagden er in negen mensen op te pikken, toen zij door het tij naar ons werden gedreven.
De Comfort pikten er nog eens ongeveer 16 op.
Het waren de overlevenden van de destoyer HMS Wakefull.
Dezelfde motor torpedo boot die wij hadden weggejaagd,  had een aantal torpedo's op haar afgevuurd.
Haar kapitein was onder de overlevenden die door de Comfort werden opgepikt.
De Wakefull was op de terug reis van Duinkerken met een lading soldaten onderdeks. toen zij midscheeps werd getroffen.
Zij brak in twee en zonk onmiddellijk, honderden soldaten met haar meenemend.

De Comfort kreeg orders om de overlevenden naar Dover te brengen, maar in de nacht van complete chaos, was zij gedoemd om het slachtoffer te worden van een verschrikkelijke verwarring.
Kort na het zinken van de Wakefield werd gelijkertijd de destroyer Grafton getorpedeerd en zij en de vloot mijnenveger , openden het  vuur op de Confort, omdat gedacht werd dat zij een motor torpedoboot was.
Uiteindelijk ramde de Lydd de Comfort en de drifter bemanning die in in zee lag, werd onder vuur genomen.
Het was een vreeslijk en afgrijselijke knoeiboel.
De kapitein van de Wakefield werd voor de tweede maal in die nacht uit zee opgepikt.
Van de Comfort waren er maar weinig overlevenden.

De Nautilus ontsnapte aan deze gruwelijkheden omdat haar orders waren om door te varen naar Duinkerken en haar overlevenden af te geven op de kruiser Calcutta.
Onder officier Muir:
Wij vonden de Calcutta en gingen bij haar langszij.
We hadden nog niet zo lang naast haar gelegen, toen zij besloot een 8 inch kanon af te vuren naar de kust.
Ik was in de messroom voor mijn ontbijt, toen de Calcutta het eerste salvo gaf.
Wij lagen vlak achter deze geschut toren en het luik van de mess -room stond open en de terugslag van het kanon leek recht het luik in te komen.
Binnen 2 seconden  lag ik plat aan dek en hierna ging ik weer naar beneden,  om me te verschonen,
We gooiden los en stoomden  naar de wal.
De Nautilus had een zeer kleine diepgang en ging vlak bij de kust voor anker.
Daar lagen allerlei soorten vaartuigen door elkaar heen en er waren rijen soldaten op het strand en we konden zien dat er op dat moment weinig organisatie was.
Stuka's bombardeerden in duikvlucht en vuurden met hun machine geweren op alles wat ze maar konden zien.
We lagen dicht bij de destroyer Greyland en haar kapitein besloot aan wal te gaan, om te proberen wat organisatie in de chaos te scheppen..
Zo kregen mijn maat en ik de opdracht met de kleine boot de kapitein naar het strand te brengen en wat soldaten mee terug te brengen op de terug weg.
En weg gingen we.
Met een kruik rum goed verzorgd op de bodem van de boot..
We kwamen op het strand en de kapitein ging het strand op en wij hebben hem niet meer gezien.
We pikten 4 soldaten op,
Dat was alles wat we mee konden nemen, gaven hen een goede slok rum en namen er zelf ook een paar en gingen op weg naar de Nautilus.
Maar we kwamen terug,  om haar opgeblazen te vinden van voor tot achterschip.
Blijkbaar was zij door een bom getroffen in de machine kamer en was zinkende.
De schipper ging naar beneden om de scheepspapieren te verbranden in zijn hut en het schip wat geheel van hout was, vatte vlam.
De bemanning werd door de Greyhound opgepikt.
Zo gingen mijn maat en ik maar door naar een ander schip en namen onze vier soldaten maar mee naar een van de schoeprad mijnenvegers en gingen hierna weer terug naar het strand, om meer soldaten te halen.
We kwamen tot op 200 yards van het strand, toen er weer een Stuka over kwam en een scherf van een van haar bommen ging recht door de bodem van de boot en zonk.
Het was nog een aardig eind zwemmen om op het strand te komen, maar we zorgden er wel voor om de kruik rum mee te nemen, het was onze redding.
We kwamen aan wal en vonden een achtergelaten redding sloep, die was uitgerust met Robinson  installatie, waarmee met handkracht en een overbrenging, de schroef kon worden aangedreven.
We kregen de boot vlot, namen nog een grote slok uit de kruik rum, die nu aardig leeg raakte,
We pikten 8 soldaten op en zette hen aan het werk met de handbediening van de voortstuwing en konden zo de sloep bij de schoeprad mijnenveger brengen, bij de andere daar al eerder gebrachte soldaten.
We keerden weer terug met de boot om nog meer soldaten te gaan halen, maar dit keer hadden we geen geluk, want op dat moment was er weer een nieuwe luchtaanval aan de gang en.... bang....twee gaten in de boot en weg zakte zij.
Nogmaals moesten we weer naar de wal zwemmen, echter maar wel,  nadat we de kruik rum van de ondergang hadden gered.
Besloten werd om de kruik leeg te drinken en gingen op zoek naar iets anders waar we op konden drijven, maar vonden niets bruikbaar.
Toen kwam er een klein landingsvaartuig naar het strand om soldaten op te pikken en wij vroegen aan de kapitein of hij ons mee kon nemen als bemanning,.
Dit maal hadden we geluk, want hij had extra handkracht nodig en wij werden aangewezen om een dreg anker te laten vallen vanaf het achterschip, zodat het vaartuig zich later zelf los kon trekken,  na vol geladen te zijn.
Na 2 of 3 trips zag ik dat de commandant een slok nam uit een fles, waar ik van dacht dat het water zou zijn en aangezien ik dorst had, vroeg ik hem of ik ook een slok kon krijgen. Natuurlijk maat, was zijn antwoord en dit was mijn eerste kennismaking met gin.
Hij kreeg niet veel meer terug,  toen mijn maat en ik bijna alles hadden weg gewerkt.
De situatie op het strand werd steeds slechter. Soldaten zagen we gek worden en  hun collega's met een mes te lijf wilden gaan.
Uiteindelijk raakte het landingsvaartuig bijna zonder brandstof en moest stoppen met de reddings operatie.
De kapitein had op de terug reis geen plaats meer voor ons, maar bood ons aan, om ons af te zetten op de schoeprad mijnenveger Gracie Fields, die ons mee terug zou kunnen nemen naar Dover.
We zeiden hem, dat we beter met een andere schoeprad mijnenveger,  de Sandown, mee konden gaan, die rond middernacht zou vertrekken.
Hij bracht ons daar naar toe op zijn laatste reis.
Het was de beste beslissing die wij ooit hadden genomen
We kenden wat lui van de Sandown bemanning en zij gaven ons een slaapplaats in hun hutten, met een fles en wat sandwiches.
Ik kan mij verder niets herinneren tot we in Ramsgate aankwamen en aan ons werd verteld dat de Gracie Fields op haar tocht terug, was gezonken.

Niemand zal ooit het meedogenloze en grimmige verhaal vergeten,  wat er boven de Hel  van Duinkerken plaats vond.
De Gracie Fields maakte water in de haven van Duinkerken en vroeg dringend assistentie.
Zij was een van de ongeveer 30 rivier en kust schoeprad schepen die door de overheid waren gevorderd, om te helpen bij het mijnen vegen, geverfd werden in de kleur van de slagschepen en met alleen maar een cijfer op haar boeg.
De Gracie was een van de eerste schoeprad mijnen vegers vanuit Dover, die zich op het toneel in Duinkerken liet zien.
Zij kwam elke dag in de schemering en laadde de soldaten in de vroege nachtelijke uren en probeerden voor middernacht weer te vertrekken.
Het was op haar 2e reis dat de Gracie werd gebombardeerd door vijandige vliegtuigen en zij werd in haar machine kamer getroffen.
De oude mijnenveeg sloep Pangbourne, op de terug reis naar Dover, barstens vol met troepen, trachtte haar nog te slepen met haar mijnenveeg kabels, maar het roer van de Gracie blokkeerde en zij zonk langzaam.
De Pangbourne was instaat haar gehele bemanning en haar passagiers te redden.

Deze schoeprad mijnenveger had een betoverend leven.
Zij werd eens aangevallen door 37 duik bommenwerpers tijdens een massa aanval op haar en zij waren niet in staat een treffer te plaatsen, ofschoon slechts een bom voldoende zou zijn geweest, om haar te doen zinken.
En er was ook nog de oude Emperor of India, nog een schip van de Gracie Fields flotille, die vier reizen naar en van Duinkerken maakte en op een keer nog twintig kleine vaartuigen achter zich aansleepte, zoals reddingboten, yachten, motor bootjes en zelfs een roeiboot met buitenboord motor, die 2 soldaten van het strand in Duinkerken hadden gehaald.

Maar ook andere schoeprad schepen gingen verloren en ook de Gracie.
De Brighton Queen ging te onder door kanonvuur en de Devonia werd gebombardeerd en liep vast op de kust, terwijl de Brighton Belle op een wrak liep op haar eerste terug reis
Toen zij zinkende was, kwam een ander schoeprad schip uit Dover, de Medway Queen bij haar langszij en nam de geredden aan boord.
De Medway Queen zelf, in een week van geen enkele onderbroken nachtelijke bezoeken aan Duinkerken, bracht een record van 7000 soldaten terug naar Engeland.

Een ernstig ongeluk overkwam de Waverley, een van de vier schoeprad mijnenvegers uit Harwich.
Op haar eerste reis had zij 600 soldaten ontscheept in Engeland en begon aan haar terug reis,  toen 12 Heinkel bommenwerper op haar neer doken in een geconcentreerde aanval.
Zij vocht hevig terug
Maar een bom trof haar aan bakboord op het achterschip en boorde zich recht door de bodem van het schip en liet een gapend gat achter.
De troepen aan boord bleven snelvuur geven met hun geweren en geen enkele bom raakte meer het schip.

wordt vervolgd


Gelogd
Evert
Gast
« Antwoord #814 Gepost op: 06-06-2014, 05:57:13 »

The Medway Queen.


* The_Medway_Queen.jpg (83.02 KB, 976x549 - bekeken 765 keer.)
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #815 Gepost op: 06-06-2014, 06:27:52 »

Gracie Fields no.3

Maar zij luisterde niet meer naar haar roer en begon snel met haar achterschip te zinken.
Binnen de minuut dat de order was gegeven om het schip te verlaten, was zij reeds verdwenen, ongeveer 400 honderd soldaten met zich meenemend , de diepte in.
De overlevenden, met in begrip van haar kapitein, werden door een Franse destroyer en diverse drifters opgepik.
De drie andere schepen van de Waverley flotille, Marmion, Duchess of Fife en Oriole, waarvan de bemanningen vier dagen en nachten zonder slaap en bijna zonder voedsel werkten, brachten gezamenlijk bijna 5000 soldaten veilig thuis.
Maar nog een ander schoeprad schip, de Crested Eagle ging verloren en haar verhaal volgt later.

In Dover, nam de stuurman William Thorpe de trawler Calvi over van haar schipper en stoomde er mee naar Duinkerken.
Om hem te helpen, had hij de directe hulp van onder luitenant Everett, een jonge zeer populaire jonge officier, vers van de officiers opleiding in King Alfred.
Thorpe bracht de Calvi de haven van Duinkerken binnen en meerde haar langs de pier bij twee andere trawlers.
Maar deze plaats waar zij gemeerd lag, zou al gauw haar graf zijn, want bij de hevige luchtaanvallen die onmiddellijk hierna volgden, had zij geen enkele kans.
De destroyer Grenada, die voor haar aan de pier lag gemeerd, was het eerste slachtoffer,
Ondanks al haar kanonnen werd zij al spoedig zwaar getroffen en  stond van voor tot achter steven in brand.
De bemanning van de Calvi waren tussen de andere mensen,  die in verwarring, de overlevenden uit het  met olie besmeurde water trokken.
Een van de trawlers slaagde erin,  de in brand staande Grenada van de pier weg te slepen naar de buiten haven, waar zij de hele nacht bleef branden en voortdurend explosies van haar werden gehoord, tot zij uiteindelijk zonk.
Hiervoor, raakte een van de trawlers die bij de Calvi was, de Polly Johnson, nadat zij  door bommen was getroffen waarbij haar kanon bemanning werrd gedood, op drift en zonk bij de haven ingang.
En toen begon de Calvi zelf een gevecht voor haar leven.

Stuurman Thorpe.
Ik schoot met het BB Lewis kanon, en de steward hielp me bij het laden, toen we een tros bommen naar beneden zagen komen, die dicht bij ons zouden neer vallen.
We renden om in het stuurhuis beschutting te zoeken, maar toen ik de deur opende, blies de lucht verplaatsing van de ontploffende bommen, mij naar binnen tegen de deur van de schppers hut en voor ik een black -out kreeg, zag ik dat alles in de hut omhoog werd gesmeten en tegen het dek knalde.
Ik weet niet hoelang ik bewusteloos was, maar het volgende wat ik hoorde, was dat de steward mij riep..
Op dat moment zonk de Calvi naar de bodem en we strompelden het stuurhuis uit  en vonden ons zelf in het water op de hoogte met de reling van het voor ons liggende  schip, de trawler John Cattling.
Een bom was door het achterschip van de Calvi geslagen en ontplofte naast haar en de meeste van onze bemanning waren uit elkaar geslagen.
Onze 2e machinist lag in het water en twee man hielpen me, om hem uit het water te vissen.
Hij had overal verwondingen en wij bleven bij hem en gaven hem morfine tabletten, tot we met de trawler John Cattling naar Dover terug keerden, die afgeladen was met soldaten.
Bij een telling kwamen we erachter dat we slechts drie van onze groep  hadden verloren, waar ook onder luitenant Everett bij behoorde.
Wij hadden ongeveer 40 soldaten aan boord toen we werden getroffen, maar wat in de chaos met hen is gebeurd, zullen wij wel nooit te weten komen.

Een van de drie man van de Calvi die vermist werden, was matroos 1e klas Ernest “Lofty “ Yallop.
Hij wist van de zinkende trawler te ontsnappen en vond zich zelf terug naast de Crested Eagle, een schoeprad schip, zwaar beladen met troepen, die op het punt stond te vertrekken en had nog net de gelegenheid om zijn benen over de reling te hijsen en kwam aan boord , net voor zij vertrok.
Het moraal op de Crested Eagle stond op een laag peil. Twee overmeesterde Duitsers werden zonder pardon dood geschoten en de kanonniers waren in paniek geraakt en hadden hun pom-poms kanon al schreeuwend verlaten.
De neerduikende Stuka's kwamen zelfs zo laag overvliegen, dat hun staarten bijna het water raakten.

Yallop was juist naar beneden gegaan, toen een van de vliegtuigen een bom gooid, die het schip trof tussen de schoorsteen en de machine kamer.

Er was een geweldige explosie en het schip maakte slagzij en er was een hoop herrie. We zaten opgesloten waar we waren.
We waren ongeveer met 30 personen.
Overal lag wrakhout, over de schoorsteen en het bovendek en we konden niet naar buiten klimmen.
Wij met elkaar, matrozen en overlevenden van andere schepen, sloegen de armen rond de schouders van een ander en zongen met elkaar... Roll Out The Barrel.
Het schip bleef doorgaan met slagzij maken over BB, erg langzaam , met de zee omhoog kruipend langs de gesloten patrijs poorten en juist toen we dachten dat het met ons afgelopen zou zijn, wij er in slaagden wat patrijspoorten kapot te slaan en lucht binnen te laten komen..
Op het dek werkten ze als duivels om ons,  door het wrakhout hee, naar boven te halen, tenminste als je bij de gelukkigen van de groep behoorde.
Ik kon naar buiten komen en overal wwat je keek was het een puinhoop
De soldaten hadden compact aan dek gestaan en voor hen was geen ontsnapping mogelijk geweest tijdens het bombardement.
Toen ik aan dek kwam,  leek het er op alsof ik aan boord in het visruim van een trawler stond,  behalve dan,  dat het menselijke delen waren in plaats van vis waar ik op stond.
Het bloed zat overal en het was er zo glad dat ik bijna niet kon blijven staan.
Ik passerde een soldaat met een groot gat in zijn zij, hij was helemaal dol gedraaid en schudde met zijn vuist in de lucht naar de Stuka's.
Het schip begon in vlammen op te gaan.
Soldaten sprongen te vlug in het water, met hun handen omhoog als zij sprongen, met het resultaat dat hun redding vesten omhoog schoten als zij het water raakten en zo hun nek braken.
Een Dornier kwam in duikvlucht op ons af en beschoot de drenkelingen die nog in leven waren, ongeveer 30 of 40 van hen, en werden al gedood  toen zij nog tegen het water strijd voerden.

Zittend in de rommel aan dek, zag ik onder luitenant Everett weer terug , die er ook in geslaagd was aan boord van het schroeprad schip te komen, voor zij vertrok.
Hij verzorgde een zwaar gewonde voet en toen ik hem wilde helpen, wuifde hij mij weg en zei..... Ik voel me goed Lofty .... Kijk liever naar je zelf.
Het stuurhuis van het schip was er niet meer.
Ik klauterde naar boven om de kapitein te zoeken en vroeg hem wat ik kon doen om hem te helpen, maar hij zei dat er niets was, wat gedaan kon worden en zij mij meteen overboord te springen en naar het troepen transport schip moest proberen te zwemmen.
Toen ik van de Crested Eagle in zee sprong, schoten de vlammen huizen hoog boven het schip uit..
Na een stuk gezwommen te hebben, keek ik om en zag ik een man onder een van de schoepraderen hangen.
Het was een grote vriend van mij, Johnny Stone, de steward en ik wist dat hij niet kon zwemmen.
Het was een levenslustige man vol met grappen en nu hing hij daar onder dat schoeprad en naar mij schreeuwde, dat ik terug moest komen......... en ik denk dat hij zijn ruggegraad had gebroken.
Maar ik kon niet terug zwemmen om hem te helpen.
Dat was onmogelijk omdat het schip reeds een brandende vuurzee was.
Hij bleef maar schreeuwen,  tot het laatst toe en ik was hulpeloos en kon niets doen.

De Crested Eagle zonk slechts een paar minuten later, 300 honderd soldaten met zich meenemend,  de dood in.

De gewapende  visserij trawler Gava, haar bemanning was nog net niet Patrouille Dienst personeel,  maar waren nog steeds burgers, had nog maar net haar vangst in Fleetwood gelost, toen zij de opdracht kreeg om naar Ramsgate te stomen en daar Marine orders zou ktijgen om naar Duinkerken te gaan.

Kanonnier Amos Summer:  Het was niet voor we dichter bij de grotere schepen kwamen, die buiten voor anker lagen, eer wij de admosfeer van een oorlog voelde.
Het geluid van gevechten was hevig en er was veel geschreeuw.
Onze Marine Luitenant gaf orders dat we de haven binnen moesten lopen.
Daar was een tijdelijke stilte in de gevechten, toen wij naar binnen voeren, wat het meest geheimzinnige was.
Lichamen dreven overal rond tussen het afval.
We meerden langs de pier en waren begonnen met de overblijfselen van het Franse tank korps aan boord te nemen,  toen we plotseling een luid gezoem hoorde.
We keken omhoog en de lucht zag zwart van de Stuka's.
Terwijl wij aan nog de Fransen aan boord aan het nemen waren, begonnen de vliegtuigen ons aan te vallen in duikvlucht.
Het leek een hopeloze taak maar we konden ze verjagen met onze oude 12 ponder voor alles wat zij waard was.
Ik was nog maar een jongen en ik was bang.
En ik was het zeker niet alleen.
Gelukkig doken de Stuka's niet erg laag en deden het om de beurt,  om over ons heen te vliegen,  dan met vol geweld naar beneden te duiken.
Uiteindelijk gaven zij het op, gelukkig voor ons,  want we werden verblind door het continu vuren van het kanon.
We waren allemaal verwonderd en blij om naderhand te horen dat we daadwerkelijk 3 vliegtuigen hadden neergeschoten.
We slaagden er in 376 Franse soldaten te redden, maar een Franse officier weigerde met ons te vertrekken.
Niemand wist waarom, het schijnt dat hij zich een grotere patriot vond, als hij op Frans grondgebied bleef.
Hij stond in de houding aan de kade en salueerde naart zijn kamaraden,  toen wij vertrokken.

Wordt vervolgd.


Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #816 Gepost op: 06-06-2014, 06:29:47 »

Gracie Fields no.4                 

Op zee, buiten Duinkerken pikten we ook nog de bemanning op van een Franse destroyer die tot zinken was gebracht door een duik bommenwerper.
Verschillenden soldaten aan boord van destroyer vielen in het water toen de destroyer zonk en 3 van onze bemanningsleden doken zonder te twijfelen overboord en redde hen, een moedige redding,  waar voor elk van hen de OBE onderscheiding kreeg.
Vervolgens stoomden wij naar Ramsgate, diep in het water liggend, 500 honderd soldaten en overlevenden mee voerend.
Er was amper nog plaats om zich te bewegen op het oude schip.
Een van de Franse soldaten die we uit het water hadden getrokken, bleek reeds te zijn gestorven en wij bedekten hem met een stuk zeildoek.
Bij onze aankomst, net buiten Ramsgate,  ging iemand per ongeluk er op  staan.
Hij gaf een diepe zucht en ging rechtop zitten.
Wat dat even schrikken !

Bij het aanbreken van de dag, wat de laatste dag zou zijn van de evacuatie van Duinkerken- 2 juni 1940 – hadden een groot aantal trawlers en drifters,  hun verwoeste en gezonken rompen. toegevoegd aan die van schroefrad schepen en andere gevorderde vaartuigen , in dienst van de Patrouille Dienst, die verloren waren gegaan
Op deze laatste dag was de asdic trawler Arctic Pioneer op patrouille in het scheepvaart kanaal, wat in gebruik was door de overvolle schepen, varend tussen Frankrijk en Engeland, toen zij in de erg dikke mist een noodsignaal hoorde,
Krachteloos om te helpen in deze '' voor radar dagen “, zij geen idee had waar  het getroffen schip zich zou bevinden, zij heel toevallig genoeg, maar wat later, een Kisbee reddingvest op viste, wat toebehoorde aan de trawler Blackburn Rovers.

Dit grimmige noodlot van deze trawler was verbonden met het lot van twee andere trawlers.
De Blackburn Rovers was de leider van een  patrouille, samen met de trawlers Westella en Saon , en werkzaam waren in de wateren die gekruist werden door de schepen vanaf  Duinkerken naar Engeland,  toen de Blackburn Rovers een asdic contact maakte.
Commandant Rex English ( Marine )  was senior officier van de groep en was aan boord van de Blackburn Rovers en hij was er zeker van dat zij contact had met een U-boot en ging naar haar op jacht.
Maar hoofd schipper Billy Mullender van de Saon was hier niet van overtuigd, maar dat de Blackburn Rovers in feiten een,,, ping..van een wrak had opgevangen en veel belangrijker was het, dat zij er nu heen wilde varen om het te onderzoeken en rechtstreeks een Engels mijnenveld in voer.
Hij seinde dringend met de Aldis lamp naar de Westella  niet te volgen..... maar zij deed het toch.
De Blackburn Rovers liep op een mijn, zo plotseling en rampzalig, dat haar bemanning nooit zou weten wat haar had geraakt.
De ontploffing was in het ruim, het schip brak in tweeën en zonk meteen.
Zoals zij naar de diepte zon, .kwamen ook haar diepte bommen tot ontploffing tussen de drenkelingen, vechtend voor hun leven in de met wrakhout bezaaide zee.
De Westella begon aan het redding werk, maar liep ook op een mijn.
Haar voorschip werd van haar romp geblazen en zij schikte zich met het voorval.
Nu was de Saon, nog gehavend van een eerdere actie, gedwongen ook het mijnenveld binnen te gaan om de drenkelingen te redden van de beide schepen.
Hoofd schipper Mullender:  We redde totaal 36 man van de twee schepen.
Veel van de overlevenden van de Blackburn Rovers leden aan inwendige bloedingen als gevolg van de ontploffingen van de diepte bommen.
Het mess dek van de Saon leek wel een slachthuis, overal bloed.

De Westella zonk geleidelijk, met haar boeg naar beneden en ik realiseerde mij,  dat zij feitelijk nu niet mocht zinken omdat haar Asdic koepel, waar zij mee was uit gerust, nog steeds in tact was en in die tijd was deze uitrusting nog een geheim.
Ik dacht dat ik iemand hoorde schreeuwen aan boord van de Westella en haar schipper bevestigde, dat een van zijn bemanningsleden nog steeds aan boord kon zijn.
Ik vroeg om twee vrijwilligers om er naar toe te gaan met de kleine boot, om te proberen deze man te vinden.
Ik vertelde hen dat ik niet kon wachten op hun terugkomst, daar ik direct naar Dover moest met de gewonden.
Mijn Asdic marine man en steward, beiden afkomstig uit Grimsby, stapten direct naar voren als vrijwilligers en waren al snel onderweg.
Ik vertelde hen ook nog alle diepte bommen op veilig te zetten, zodra zij aan boord van de Westella waren, in het geval het schip onder hen weg zou zinken en daarna pas een uitgebreide zoektocht te doen naar de vermiste man.
Zij wisten dat ik de instructies had gegeven om de Westella met kanonvuur tot zinken te brengen vanaf een ander schip, zodra zij het schip hadden verlaten, wat betekende, dat zij in de kleine boot drijvende werden gelaten in het midden van het Kanaal.
Maar dat kon hen in ieder geval weinig schelen.
Het was ruim twee maanden lat, dat ik beide mannen weer terug zag en hoorde ook toen pas, dat zij de vermiste dienstplichtige aan boord van Westella hadden gevonden.
Hij lag onder de anker ketting op het voorschip met een gebroken been.
Zij hadden hem met veel moeite in de kleine boot kunnen krijgen en na enige tijd te hebben liggen drijven, zij een sleep aanriepen, die hen naar Margate bracht.

Een van de geredden van de Blackburn Rovers, na te zijn gered door de Westella, werd weer op nieuw in zee gesmeten, toen de Westella op een mijn liep.
Hij vond mijzelf in zee terug, zich  vastklemmend met een ander man, aan een grote houten naamplaat, die eerder op het stuurhuis van de Westella had vast gezeten.
Het was net even na 4.30 uur in de morgen.
We bleven ons vastklemmen aan de naamplaat en dreven twee dagen en twee nachten rond, voor we werden opgepikt.
We voelden ons nog goed en werden in Dover aan land gezet.
Daar lagen zij een paar uur op de kade in een overdekte plek, voor ze naar het hospitaal werden gebracht, waar het gebroken been in het gips werd gezet.

Commandant Rex English was een van de overlevenden, die door de Saon waren opgepikt.
Hij, net als zovelen anderen, had te lijden van inwendige bloedingen,  na de explosies van de diepte bommen.
Hoofd schipper Mullender.
Omdat het zo´n warboel was en hij niet wilde toestaan dat een verpleger op hem lette, heb ik hem een bad gegeven, kleedde hem aan met mijn eigen ondergoed en overhemd en uiteindelijk slaagde ik er in hem in het ziekenhuis te krijgen.

Na deze erbarmelijke episode van de patrouille trawlers, wat zich in het Kanaal had afgespeeld, maakten ook de drifters van de Vernon´s Privë Marine, die heen en weer hadden gevaren vanuit Ramsgate met hun dankbare ladingen van soldaten, ieder  haar laatste reis.
Seiner Smith van de Fisher Boy.
Op de laatste dag van de evacuatie, toen alles al wanhopig leek, ging de Fisher Boy bij daglicht nog op weg naar Duinkerken.
Maar voor we bij de haven van Duinkerken kwamen, nog in de aanloop route, kwamen we bij een groot troepen transport schip, de Scotia, die was opgeblazen door een Duitse bommenwerper en lag op haar zij in zee en brandde hevig.
Er moeten daar zeker twee duizend Franse soldaten aan boord zijn geweest, nu worstelend in het water en honderden die op zijwand van het schip stonden en allen  constant werden bestookt met machine geweer vuur van vijandige vliegtuigen..
Wij waren het enige schip in haar nabijheid, maar schipper Brown twijfelde niet.
We stoomden  naar het schip toe en voelden ons nooit klein met onze kleine drifter met haar bemanning van slechts 13 koppen.
Twee of drie van onze jongens gingen met de rubberboot er naar toe, om de uitgeputte mannen uit het water te trekken en andere leden van de bemanning maakten hijslijnen klaar, om de overlevenden later aan boord te halen.
Er dreven honderden soldaten helmen op het water en als je er bij kwam,  je in werkelijkheid zag dat het Franse militairen waren, aan wie kleine  zwemvesten waren uitgedeeld volgens de maatstaven van de Kamer van Koophandel.
Maar zij hielden hun helmen op, jassen aan, draagriem en schoenen aan  en andere uitrusting stukken, met het geloof dat deze kleine zwemvesten hun wel drijvend zouden houden, met als resultaat dat zij nu dood rond dreven in de zee en alleen nog maar hun helm te zien was.
Het was een tragisch gezicht en het gaf ons een mentale tik.
Toen we met ons overvolle schip terug keerden in Ramsgate, hoorden we dat de evacuatie was gestopt en dat Duinkerken was gevallen.
Ergens was het gelukkig dat we bij de Scotia waren gekomen en aan het werk zijn gegaan om de overlevenden te redden,  zoals George Brown het had gewild, dan door te varen naar Duinkerken en waarschijnlijk ten prooi zouden zijn gevallen aan de Duitsers·

Twee andere drifters, de Fidged en de Jaketa, pikten ook nog wat overlevenden op van de Scotia.
Het laatste slachtoffer van die dag was het commando schip, de drifter Lord Cavan·, waarvan bijna tot de laatste minuut de onvermoeibare commandant Cubison het kust redding werk was blijven organiseren..
Een uur voor de tijd dat de Lord Cavan zou vertrekken, sloeg er een kogel door haar houten scheeps wand en explodeerde tegen de haven kade.
Het schip zonk snel.
Iedereen kwam er veilig af en werden naar Dover terug gebracht door een destroyer,

Seiner Smith±
De bemanning was heel bedroefd over het verlies van de Lord Cavan, omdat zij goed vol gestuwd was met sigaretten en andere kleine zaken, die volgens zeggen, de bemanning had `gewonnen ` uit de kantine wagens en nog wat andere instellingen, terwijl zij aan het werk waren in en rond Duinkerken.

Toen de eind telling werd gemaakt, had Cubison´s kleine drifter niet minder dan 4085 soldaten van de stranden en wateren van Duinkerken  gered en veilig thuis gebracht.
De Fisher Boy had in 7 trips  slechts een derde gedeelte van dit aantal, 1350 man overgebracht.
Een echt opmerkelijke prestatie voor een haring drifter.

Wordt vervolgd
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #817 Gepost op: 09-06-2014, 06:30:27 »

Gracie Fields  no.5           

Twee weken na Duinkerken werd een andere evacuatie uitgevoerd, nu honderden mijlen zuidwestelijk van deze plaats, bij de haven van St.Nazaire, in de Golf van Biscaye.
Hier wachtte ongeveer 100.000 Britse en Franse soldaten en wat burgers, waaronder ook vrouwen en kinderen, op schepen, om hen te redden uit de half verwoeste stad  door de bombardementen van de Duitsers.
In het konvooi wat kwam om te helpen hen op te pikken,  was ook de Asdic trawler Cambridgeshire.
Het was een trawler uit Grimsby, onder commando van schipper W.G.Billy Euston, een Marine Reserve man en hoofd machinist George Beasly, beiden visserlui uit Grimsby.
Op de kalme en zonnige middag van 17 Juni 1940 lag de Cambridgeshire met andere schepen voor anker bij St.Nazaire.
George Beasly was net van wacht af gekomen en lag in zijn kooi, toen de trawler heen en weer werd geschud door een verschrikkelijke ontploffing verder weg op het water.
Binnen enkele ogenblikken was hij aan dek en zag dat het 16.000 ton troepenschip Lancastria slagzij maakte, na een aanval van Duitse bommenwerpers.
Het vliegtuig had op zijn minst vier directe inslagen geplaatst op het grote schip  en wat nu snel zonk met meer dan 6000 passagiers aan boord.
Schipper Billy Euston aarzelde geen moment en stoomde met volle kracht naar de Lancastria.
Massa's mensen klommen tegen het schip op en sprongen in zee,  toen het schip omsloeg en toen we nog een eind van haar waren verwijderd, hoorden we hen uitdagend zingen.... Roll Out The Barrel !
Het grote lijnschip zonk binnen twintig minuten en gedurende het verschrikkelijke toneel van haar dood en nog lang er na, ondanks de aanhoudende bom aanvallen en het machine geweer vuur op de drenkelingen in het water, vervolgde de kleine bemanning van Cambridgeshire hardnekkig het reddingswerk.

George Beasly: Toen we dichter bij het lijnschip kwamen was de zee zwart met mensen en we trokken ze aan alle kanten van ons  schip aan boord.
Sommige bedekt met een dikke laag olie en anderen gewond en zwaar verbrand.
Het was een verschrikkelijk gezicht, een grote knoeiboel, maar er was beslist geen paniek.
Sommige zaten op de kiel van de Lancastria en zaten nog steeds te zingen, net voor het schip ten onder ging.
Zij waren beslist erg moedig.
Man na man werd aan boord van de trawler gehaald, die onder het gewicht  van de geredden, gevaarlijk diep in het water kwam te liggen.
Zij zaten als sardientjes samen gepakt in de ruimen, op de stookplaat en in de machine kamer, totdat er bijna geen ruimte meer was om zich te bewegen.

Schipper Euston: We bleven daar, tot dat we veel meer dan we redelijkerwijs konden meenemen, aan boord hadden..... en nog meer kon echt niet.
We lieten onze reddingboot ter plaatse en gooide alle redding vesten, redding boeien en alles wat drijfbaar was overboord, om hen te helpen, die we niet konden meenemen.
Toen we met de redding klaar waren, was het een compacte massa aan boord , iedere inch of plaats beneden deks was vol en aan dek was het een massieve massa..
We kapseisden bijna door het gewicht er van, maar we slaagden er in om langszij van het transportschip  John Holt te meren en iedereen veilig aan haar konden overgeven.
In totaal zo'n duizend personen, bijna de helft van de totale drenkelingen
Drie tot vier duizend vonden de dood bij de ondergang van de Lancastria.
Het was een vreselijk ongeval en het maakte het nog erger door het feit van het  mysterieuze verzuim van andere schepen, om te komen helpen.
Had iedereen zo gehandeld als de trawler,  zou het onthutsende doden aantal veel lager zijn geweest.
De werkelijke cijfers waren zo schokkend, dat Churchill zelfs het verbood om het te publiceren op grond van dat het Engelse publiek al te veel te verwerken had, dan zij kon verdragen,

Maar hierbij was het werk voor de Cambridgeshire, de heldin van deze verschrikkelijke dag, nog niet afgelopen.
Dezelfde nacht stoomde zij rustig St.Nazaire binnen tijdens de beschieting van de stad door de Duitse kanonnen, met orders om Leger personeel op te halen voor evacuatie naar Engeland.

Schipper Euston; Ik kon het stuurhuis niet verlaten voor dat we verscheidene uren St.Nazaire hadden verlaten en ik toen pas tot de ontdekking kwam, wie onze passagiers waren, n.l. de Generale Staf van de Britse Expeditie Strijdkrachten, onder aanvoering van de commandant van het 2e Leger, Generaal Sir Alan Brooke,
Voor de lol vroeg ik hem of hij en zijn staf konden zwemmen en toen hij vroeg waarom, liet ik hem zien dat we geen redding middelen meer aan boord hadden omdat wij die tot het laatste stuk over boord hadden gegooid, voor de drenkelingen van de Lancastria.
Hij lachte alleen maar wat en zei......We zullen ons hierover maar geen zorgen maken.
En zij deden het ook niet en de dappere Cambridgeshire bracht hen allemaal veilig thuis, in Plymouth.

Einde

wordt vervolgd
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #818 Gepost op: 11-06-2014, 06:45:19 »

De Zilveren  Ridderorde Vloot.         no.1

Net even voor Duinkerken, waren Churchill's top geheime instructies uit gestuurd naar  diverse commando groepen, die in geval van een ineenstorting van Engeland ,dan  moesten worden terug getrokken naar Canada
Na de evacuatie van Duinkerken ontvingen de schippers van de Patrouille Diensten soort gelijke orders, waarvan geacht werd dat zij niet werden geopend, maar wat, natuurlijk, wel werd gedaan.
Deze orders waren dan, dat in het geval van een overweldigende invasie,  zij zo ver weg moesten stomen als de bunker kolen en voedsel voorraad toestond en indien mogelijk de Atlantische Oceaan over te steken naar Canada of de Verenigde Staten en daar met vechten door bleven gaan.
Er waren veel emotionele scènes op de schepen van de Harry Tate's Marine,  toen zij de speciale herkennings tekens hadden ontvangen...... zes voet in het vierkant, gemaakt van zeildoek en geschilderd in rood en witte strepen... gelijktijdig met deze deprimerende orders.

De bemanning sprak er over in de mess-room
Sommigen, speciaal de getrouwde mannen, zwoeren dat in dat geval zij de orders niet zouden opvolgen en naar huis weglopen, dan hun vrouw en kinderen over te laten aan de goedertierenheid van de Duitsers.
Anderen, hinkten op twee gedachten, niet hun ouders en familie te verlaten, maar wel zich realiseerden dat zij wanhopige hard nodig waren om te door te kunnen vechten.
Het waren dagen van kwellende persoonlijke gedachten en eventuele besluiten.

Niet dat nu ieder schip klaar was om alles uit te voeren, ze waren allemaal al veel te actief.
Veel trawlers en drifters, naast een berg van ander vaartuigen, waren van de mijnenveeg en anti duikboot taken afgehaald,  om Hulp Patrouilles te vormen tegen de invasie, dicht bij de Engelse kust varend, om te waarschuwen als vijandige leger formaties tussen de frontlinie van oorlogsschepen door konden glippen.

In de vroege dagen van Juli 1940 was het Churchill mogelijk, met tevredenheid vast te stellen dat de Admiraliteit meer dan duizend bewapende patrouille vaartuigen had waarvan twee tot drie honderd altijd op zee waren en dat een verrassings aanval onmogelijk was.
Tussen deze waakzame duizend schepen waren ook de geduchte drifters van de Vernon' s Privë Marine.
Nog steeds opererend vanuit Ramsgate.

Seiner Smith van de Fisher Boy.
Ons was opgedragen een anti-invasie controle uit te voeren en waren uitgerust met een  radio zender en ontvanger, twee Hotchkiss kanonnen en twee Lewis stukken geschut.
Wij waren er in geslaagd om wat andere leuke bewapening te bemachtigen, toen we nog regelmatig in Duinkerken kwamen, zodat de Fisher Boy er nu vol mee zat.
We waren nu ook uitgerust met zes kleine mijnen, opgeborgen in twee kisten op het voordek, die veel weg hadden van doodkisten.
Elke mijn was met elkaar verbonden met een stuk hennep lijn en voor het gebruik  van de mijnen  hadden we de volgende instructies.
In het geval wij een invasie vloot zouden ontmoeten op onze patrouilles, moesten wij een koers gaan volgen, dwars op de koers van de naderende vloot en moesten dan de mijnen droppen.
De mijnen zouden net onder de oppervlakte blijven drijven en de invasie vloot zou dan wel de hennep lijnen kapot varen en de mijnen in contact brengen met de rompen van de invasie vloot.
Het geheel leek ons een nogal gehaaide operatie en we dankten God dat wij het nooit in praktijk hebben moeten brengen.
Maar wij brachten wel veel “ haren rijzende “ avonden door net voor de kust van Calais, luisterend en oplettend op vijandige aanvallen.
Toen wij rond Ramsgaste en Dover patrouilleerden, hebben wij heel veel gezien van de aanvallen van de Duitse vliegtuigen in de Battle of Britain en ook wij aanvallen hadden te verduren van de vliegtuigen en ons hier tegen verdedigden met onze Lewis en Hotchkiss bewapening, oogstjaar 1914.

In de donkere dagen die onmiddellijk volgden na de val van Duinkerken, kwam er verheugend nieuws van een triomfantelijke actie van een van de HMS trawlers, een van de weinige trawlers die vroeg in de oorlog in het Midden Oosten werden ingezet.
Het gebeurde  slechts een paar dagen na Mussolinl's snoevende entree in deze oorlog na het debacle van Duinkerken.
Het optreden van de kleine trawler Moonstone uit Hull, bracht al heel snel een vlugge vernedering voor de Italiaanse Marine, in de wateren rond Aden.
De Moonstone was haar leven begonnen als de vistrawler Lady Madeleine.
Zij werd door de Admiraliteit vroeg in 1939 opgekocht, nog voor de oorlog uitbrak.
Hierdoor bestond haar bemanning over het algemeen uit dienstplichtigen en haar kapitein een aangestelde officier van de Marine, stuurman William Moorman.

Midden Juni was de Moonstone werkzaam bij een anti duikboot patrouille in de wateren rond Aden, toen zij een  echo opving van een duikboot ,
Gedacht werd dat dit een Italiaans schip zou zijn, die van uit de basis in Massawa opereerden in de Rode Zee.
Een aantal schepen verenigde zich en een uitgebreide zoektocht werd in het betreffende gebied uitgevoerd.
In de nacht van 18 Juni, ontdekte een van de zoekende schepen, de destroyer Kandahar, met verbazing een naar de oppervlakte komende duikboot en die bezig was zijn dagelijks rapport uit te zenden naar haar basis in Massawa.
De Kandahar ging op jacht, maar de onderzeeër dook in het donker de diepte in en ontsnapte en kon ook niet meer worden getraceerd door een zoekend vliegtuig.
De volgende dag, net voor de middag, rapporteerde de Asdic operateur van de Moonstone een sterke echo van een onderzeeër en de Moonstone ging direct in de aanval.
Maar weer ontsnapte de vijand.
Daarna, nauwelijks een uur later, kreeg de trawler weer contact en gooide meer diepte bommen.
De ontploffingen waren bijna opgehouden, toen een onderzeeër , een grote oceaan duikboot, aan de oppervlakte verscheen, een mijl achter de Moonstone en de duikboot voerde de Italiaanse vlag aan een paal op haar commando toren.
De Moonstone gaf hard roer en stoomde volle kracht op de onderzeeër af, met al haar kanonnen op haar gericht.
En er kwamen zelfs nog wat bemanningsleden met geweren aan dek, toen de afstand tussen de beide schepen zich verkleinde.
Ofschoon de onderzeeër, die zeker 3 maal groter was dan de Moonstone, snel het vuur beantwoordde, de hagel van kogels en scherven van de trawler niet mogelijk maakten, dat de Italianen bij hun grote kanon konden komen.
En tenslotte het vier inch kanon van de Moonstone een voltreffer plaatste in de commando toren, waarbij alle aanwezigen in de toren werden gedood.
Sommige van de bemanningsleden begonnen met witte kleding stukken te zwaaien en anderen de beschadigde commando toren in klommen om de Italiaanse vlag te strijken.
Aan boord van de duikboot waren te veel opvarenden voor de kleine trawler om aan boord te nemen
De commandant van de duikboot werd gewaarschuwd, geen pogingen te ondernemen om het schip te laten zinken of het vuur zou direct weer worden geopend op de duikboot.
De Moonstone bleef stand-by, terwijl de destroyer Kandahar naar haar toe snelde om de gevangenen aan boord te nemen en nam de grote onderzeeër Galileo Gafflei op sleep touw.
Tot grote ergernis van de bemanning van de onderzeeër werden door een ploeg van de Kandahar, die bij de onderzeeër aan boord zouden gaan, alle vertrouwelijke papieren van de Italiaan, die overboord waren gegooid om te worden vernietigd maar  niet wilde zinken, door de Engelsen uit zee werden opgevist.
De Kandahar sleepte de ereprijs van de Moonstone naar Aden.

Het geheel had een griezelig vervolg.
Bij aankomst in Aden ging de kapitein naar de bemannings verblijven beneden deks en vroeg de bemanning absolute stilte te houden over de opgeviste papieren.
De volgende dag voer de Kandahar en twee andere destroyers weer uit, om verder informatie na te speuren uit de opgeviste papieren en zij waren nauwelijks een uur op zee, toen zij een Italiaanse duikboot aan de oppervlakte, in de peiling kregen.
De Kandahar nog maar een halve mijl van de duikboot verwijderd, vuurde een waarschuwings schot over de commando toren,om de Italianen de kans te geven zich over te geven.
Maar tot verbazing van de Britse schepen, begon de duikboot terug te vuren.
Aan boord van de Kandahar was matroos Edmont Carroll:
De totale bewapening van onze drie destroyers was achttien 4.7 kanonnen en de Italiaanse commandant moet zich hebben gerealiseerd dat hij geen enkele kans had met zijn enige kanon.
Wij manoeuvreerden zodanig , dat hij niet in staat was zijn torpedo's in stelling te brengen en na een paar goed geplaatste schoten, werd het kanon  van de Italiaan opgeblazen en haar bemanning in verwarring gebracht.
De duikboot kwam langzaam weer horizontaal te liggen en de bemanning was al bezig het schip te verlaten, toen wij tot onze schrik de driehoekige vinnen van dozijnen  haaien van en naar de arme schurken zagen zwemmen.
We hoorden geschreeuw en gebrul van de drenkelingen die levend werden opgevreten.
Al onze boten werden met spoed te water gelaten.
Ik stond bij het machine geweer en de kapitein gaf mij orders om korte stoten af te vuren, om de Italianen terug te drijven de duikboot op, die nog steeds drijvende was en hen zo van de haaien wilden redden,
Maar dat veroorzaakte alleen maar, dat nog meer mensen in het water sprongen omdat zij onze kapitein's bedoelingen niet begrepen.
Toen onze boten de overlevenden oppikten die er nog waren, was alleen nog maar de commando toren van de duikboot zichtbaar.
Een van onze boten ging langszij en onze fors gebouwde bootsman reikte in de commando toren en trok de Italiaanse commandant uit de toren.
Bij onze terugkeer in Aden werd het bemanning verblijf als operatie zaal gebruik en onze chirurg deed heel goed werk om de pijn van de Italianen te verlichtten, waarvan sommige vreselijk waren verminkt.
De chirurg werd hier later voor onderscheiden.


Wordt vervolgd
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #819 Gepost op: 13-06-2014, 06:36:02 »

De Zilveren Ridderorde Vloot    no.2               

En wat de Galileo Galilei betreft,  voor deze geweldige overwinning werd stuurman Moorman onderscheiden met de DSC en het bespoedigde zijn promotie tot Luitenant en werd het schip Moonstone een permanente en altijd blijvende belediging voor de Italiaanse Marine.
En werd de duikboot met spoed opgeknapt, in dienst gesteld en terug gestuurd naar zee als een van Britse HMS onderzeeërs.

In Engeland in die periode, keerden de overlevenden van de Patrouille Dienst schepen die in Duinkerken waren gezonken en ook nog korte tijd er na, terug naar het Huismussen Nest en zagen dat het een andere naam had gekregen...... echt in Marine stijl.....HMS Europa.
Er waren nieuwe gebouwen bij gekomen en uitbouwen en het oude huis van het Huismussen Nest was omgebouwd tot een op een barak lijkend administratie kantoor..
Nissen hutten voor de training groepen waren bij de cricket baan neer gezet en andere training groepen waren ondergebracht in lege schoolgebouwen.
Een vroegere middelbare school was omgebouwd tot een volledig bemand- en uitgerust hospitaal.
Op de grasvelden van het Nest waren schuilplaatsen gegraven tegen luchtaanvallen.
De algemene orders waren meestal.... Verzamelen op het gazon,..... en hierdoor waren alle gras sprietjes al lange tijd verdwenen, onder de stampende voeten van duizenden schoenen.
Met het oog op de invasie waren er gaten gemaakt in de muren van het Nest voor geweren, om door te kunnen schieten en de aangrenzende ravijnen en groeven waren ondermijnd, die tot ontploffing konden worden gebracht door een druk op de kno,  in het landhuisje, het bureau van de Commodore.
In het landhuisje, toen er verbouwingen werden uitgevoerd, werden er oude kopieën van de Times gevonden achter  het behang en ook een krant uit 1805,  waarin een verslag stond van de Slag bij Trafalgar.

Als HMS Europa, was de Koninklijke Marine Patrouille Dienst in zijn geheel een complete  onafhankelijke  Marine onderdeel geworden, afgescheiden binnen de Britse Koninklijke Marine.
Gepromoveerd van doorgang depot tot een volledig opleiding en afdeling depot.

H.M.S. Europa eigende zich de hele opleiding toe tot het opleiden van mensen voor Hare Majesteit “kleine oorlogsschepen.... zoals de Admiraliteit dit omschreef en zette haar eigen promotie rooster op..
Zij maakten haar eigen wetten. Het was nog steeds onder de algemene regelgeving van de Marine, maar met aanpassingen, voorgesteld door de Commodore Lowestoft en goed gekeurd en voorgeschreven door de Admiraliteit.
De Patrouille Diensten hadden zich een eigen onderscheiding teken toegeëigend.
Een unieke achting, wat de uiteindelijke bevestiging gaf van haar eigen aparte identiteit.
Het onderscheiding teken kwam er met een omweg.
Het was feitelijk voorgesteld voor de vele civiele zeelui die, in de eerste grote nood,  vitale hulp mijnenvegers bemanden met tijdelijke Marine vrijwilligers, die hun gebruikelijke zee kleding nog droegen..
Het onderscheiding teken was bedoeld, als een speciaal embleem voor deze vrijwilligers en ook als een soort bescherming, als zij zouden worden gevangen genomen, waar door verzekerd werd dat zij een behandeling zouden krijgen als krijgsgevangenen.
Maar tegen de tijd dat het onderscheiding teken de ontwerp fase bereikte, werd er ook een sterk pleidooi gehouden voor de mannen van de anti-duikboot trawlers, dat ook zij herkend zouden worden, samen met de mannen mijnenveeg dienst.
En zo werd het onderscheiding teken ontworpen om gebruikt te worden bij de beide divisies van de Marine Patrouille Diensten en in feiten werd het een exclusief teken.

Het zilveren onderscheiding teken had de grootte van het muntstuk van een shilling, was in de vorm van een schild en toonde een zinkende haai, doorstoken met een marlspijker wat de  anti-duikboot dienst vertegenwoordigde, tegen een achtergrond van een visnet waarin twee gevangen vijandelijke mijnen ( voor de mijnenveeg dienst.) Geheel omgeven door een tros met twee visserman knopen samen gebonden,  met er boven op een marine kroon.
 Aan de onderzijde was een krul met de letters M/S-A/S
( Mine Sweeping  en Anti-Submarine )

Het onderscheiding teken werd uitgereikt nadat een man minimaal zes maanden had gediend bij de anti-duikboot dienst of bij de mijnenveeg dienst bij de Marine Patrouille Dienst of korten in speciale gevallen.
Het werd de meest gewaardeerde medaille van de oorlog, omdat de mannen ervaarden dat 6 maanden vaartijd bij de mijnenveeg dienst of op een asdic trawler, echt als vaartijd werd beschouwd en dan nog wel in de allerslechtste condities en ongemakken.
Het feit dat de normale dienstplichtige bij de marine het niet kon dragen, maakte het tot een hoofd attractie
Het was alleen voor de Marine Patrouille Dienst en alleen voor de mannen die op zee dienst hadden gedaan
Geen enkele man, werkzaam op de wal vestigingen, kregen het onderscheiding teken.
Dit onderscheiding teken werd op de linker mouw van het uniform gedragen, vier inch boven het manchet en als het een officier van de Patrouille Dienst was, kon hij het nog steeds dragen, wat voor andere zaken ook al op de mouw waren aangebracht. De zilveren onderscheiding bleef het trotste bezit.

Gedurende de hele lange, hete zomer van 1940, toen Engeland er alleen voor stond, waren de verliezen onder de `kleine oorlog schepen “, `bemand door de Patrouille Dienst, regelmatig alarmerend hoog en buiten proporties t. a. v. andere  Marine vaartuigen.
Vanaf Juni 1940 tot aan het eind van het jaar, gingen meer dan negentig schepen verloren. De helft opgeblazen door vijandelijke mijnen.
Zo´n twintig andere schepen zonken door de aanvallen van bommenwerpers.
De rest ging verloren door torpedo´s en  kanon vuur en aanvaringen of  door zware weersgesteldheden.

Gedurende de zorgen over een ophanden zijnde invasie, kwam de herbewapening van de kleine schepen in het zuiden, overal vandaan.
Vanaf de Clyde, stoomden in een speciale formatie, vijf schoeprad stoomschepen van de 11e Mijnenveeg Flotille,  of ook wel Churchill´s geheime wapen genoemd ' of `Het Vechtende Iets`, zoals zij ook wel werden genoemd, hoofdzakelijk omdat zij geen actuele gevechten hadden gezien,  maar tot hier toe hun tijd hadden besteed aan het vegen van mijnen in de Clyde monding.
Zij namen nu de mijnenveeg taak over van district Dover, gecombineerd met anti invasie patrouilles tijdens de nachtelijke uren.
Deze vijf stoomschepen, die in vredestijd op de Clyde rond voeren, waren al vroeg bij het uitbreken van de oorlog gevorderd.
Het waren snel varende schepen met snelheden van 14 tot 17 mijl en hadden een geringe diepgang, wat ideaal was voor de taak als mijnenveger.
De bemanningen was een mengeling van leden van de Patrouille Dienst Marine , leden van Marine Vrijwilligers Reserve en gepensioneerde Marine mannen..
Onder hen waren geharde diepzee trawler lui en echte ongemakkelijke stokers uit Glascow.
Hun bezoeken aan de kantines waren er op gericht om zoveel mogelijk te bezuinigen om er vervolgens bier voor te kopen, wat voor veel van deze personen betekende dat zij altijd honger hadden.

Weken aan een, veegden de vijf schoeprad schepen overdag de routes voor de Kanaal konvooien en gingen 's-nachts op patrouille dienst.
Telegrafist Leslie Clements R.1 ,was een van de opvarende van het schoeprad schip Scawfiell.:
Wij waren bewapend met een 12 ponder kanon, waarin de rand de datum 1898 was gestanst.
Er werd van verteld dat zij was gemaakt voor de Boeren Oorlog in Zuid Africa,  in  deze betreffende periode.
Ook hadden we een Lewis kanon op twee plaatsen, op elk der schoepen kast een kanon..
Na een paar weken dienst te hebben gedaan in het Dover zeegebied, werden we over geplaatst naar Portland en lagen daar in de haven  tijdens de eerste zware luchtaanvallen van de Duitsers..
We lagen er toen de Foylebank, een omgebouwd vrachtschip tot anti-luchtmacht kruiser, tot zinken werd gebracht door vijandelijke bommenwerpers.
Na dit gebeuren,  kregen de schroefrad schepen een grote reputatie bij de bewoners aan de wal, voor onze verschrikkelijke anti-luchtmacht verdediging van de stad.
Met de Scawfiell schoten wij met de oude 12 ponder, een Junker 52 bommenwerper neer en waarbij onze bemanning van vreugde aan dek dansten.
Bij een andere aanval werd ons zusterschip HMS Goatfell getroffen door een bom, die neer kwam op het onderstel van het 12 ponder kanon en hierbij verscheidene opvarenden doodde.
Het was een periode van constante spanning en een van onze eigen zeelui stierf aan een hart aanval..
Veel mensen kwamen nog amper beneden deks en we vuurden onze  kanonnen zoveel, dat de dek spanten onder het kanon onderstel,  verbogen waren.
Na enkele weken van dit  “Vechtende iets “, maar nu echte vechtersbazen, kregen we orders om terug te keren, om onze mijnenveeg taak op de Clyde weer voort te zetten.

De trawler Marconi stoomde vanuit Torquai, waar zij reparaties had ondergaan ,op om zich te voegen bij de mijnenvegers,  werkzaam van uit Harwich,  in de  “Torpedoboot Doorgang “,  de gevaarlijkste plek om naar zee te gaan vanaf de Thames monding naar het Noorden to aan Flamborough Head.
Haar eerste huiveringwekkende aanblik die zij kreeg te zien toen zij aan kwam bij de Parkeston kade, was dat van de oude, in 1914 gebouwde trawler St.Olive, die zo zwaar beschadigd was,  dat zij op een peperbus leek.
Zij was de voorgaande nacht door vijandige vliegtuigen aangevallen
Hierbij werden zeven bemanningsleden gedood en anderen gewond.
De Marconi zelf was geen nieuwkomer in de gevaren zone. Haar recente reparaties waren het gevolg van een heftige ontmoeting met 3 duikbommenmwerpers.
Zij werd nu ingedeeld bij een flotille van 3 andere trawlers en zij begonnen direct aan hun taak.

Wordt vervolgd       
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #820 Gepost op: 16-06-2014, 07:07:09 »

De Zilveren Ridderorde Vloot    no.3
   
 
Deze taak bestond uit het iedere nacht vegen van de “oorlogs konvooi route” bij dagaan beide zijden wanneer het konvooi er door kwam en dan elke nacht patrouilleren in de konvooi route, scherp uitkijkend naar mijnen leggende vliegtuigen en roofzuchtige motor-torpedo boten.
Zij was het nieuwe schip van onder officier Robert Muir.

Wij voerden deze dubbele taak uit, gedurende 4 dagen en nachten aan een,  waarna een pauze hadden in de haven van twee dagen en nachten, na iedere sessie.
Tijdens de vier dagen op zee was het een hel op aarde,
Wij waren constant op onze alarm posten en werden gebombardeerd en beschoten met machinegeweer vuur,
Na vier maanden werd besloten dat de spanning te veel was voor ons, daar veel van onze  mensen knetter gek werden en opgenomen moesten worden in het hospitaal.
Om ons wat bescherming te geven tegen de aanvallen van vijandige vliegtuigen, schakelden wij over, om het mijnen vegen tijdens de nachtelijke uren te doen.
We verlieten de  ankerplaats bij de kust om 8 uur in de avond en ankerden weer ongeveer 8 mijl buitengaats tot middernacht en gingen daarna op weg naar het Orfordness licht vlot en patrouilleerden daar tot 4 uur in de ochtend., waarna we terug stoomde naar de kust ankerplaats bij Felixstone, om ongeveer 8 uur in de morgen,
De patrouille trawlers uit Ipswich kwamen dan gewoonlijk naar buiten rond  middernacht, op het moment dat wij weer anker op gingen en buitengaats patrouilleerden tot de schemering en daar na weer terug keerden naar Ipswich.
Mijnen vegen bij nacht  was een nogal onzeker werk.
We moesten rekening houden met motor-torpedo boten in het donker en met ons veegtuig in het water, waren we niet goed wendbaar in noodgevallen en in feiten waren we net  een stel stil zittende eenden.
Maar in de periode dat wij overschakelden naar nachtelijk mijnen vegen, wij de vijand goed voor gek hebben gezet en hierdoor minder werden aangevallen.

Het was niet zo, dat geen een trawler zijn tanden durfden te laten zien.
Toen de trawler Red Gauntlet eens mijnen veegden bij Harwich en zij een vijandelijke bommenwerper laag over zag vliegen met zijn dodelijke last voor Londen, zij heldhaftig haar 12 ponder op het vliegtuig los liet.
Het was het nieuwe schip van stuurman Thorpe.
De afgevuurde schoten misten wel het vliegtuig, maar de piloot was schijnbaar kwaad geworden en keerde terug om de trawler aan te vallen.
De jonge kanonnier van het kanon op het achterdek liet de gaffel van de achtermast zakken om beter uitzicht te hebben op het aanvallende vliegtuig, maar was doodsbenauwd voor de schipper, dat hij daar iets over zou zeggen.
Maar de schipper stelde hem gerust en zei hem dat hij de gaffel neer kon halen zolang hij wilde, als hij de aanvallers maar van het schip kon afhouden.
De piloot van de bommenwerper scheen zijn geduld verloren te hebben en zette een nieuwe aanval in om de bommen op het schip los te laten., zo'n 12 stuks.
Zij vielen aan een kant naast het schip, waarbij het schip goed door elkaar werd geschud, maar daar bij geen noemenswaardige schade had opgelopen.
Het betekende uiteindelijk wel dat er op die dag 12 bommen minder werden afgeworpen boven Londen

Wat sommige trawler klaar speelden met hun zwakke bewapening mag een wonder heten.
Hadden zij de scherpe tanden laten zien van sommige van de gevluchte trawlers van het vasteland, die zich bij de Harry Tate's Marine hadden gevoegd, hadden zij heel wat meer kunnen doen.
De drie Franse trawlers die over het Kanaal waren gevlucht in de periode van de evacuatie van Duinkerken, toonden ieder een soms wat fantastische bewapening voor die dagen., van 3 kanonnen.
Een op het voordek en een aan SB en een aan BB in de midscheeps  en twee anti-aircraft kanonnen bij de as stort plaatsen op de machine kamer opbouw en twee dubbelloops Hotchkiss kanonnen op het stuurhuis.
Deze trawlers, de  Átlantique, Istrac en Ambrose Fare waren met Asdic en  diepte bommen werpers uitgerust bij de Devenport scheepswerf en werden uitgezonden op anti- duikboot patrouilles in het Kanaal,  met een gemende bemanning van Britten en Fransen aan boord, onder commando van een Marine Reserve schipper en stuurman·
Het waren grote schepen, maar waren wat snelheid betrof langzaam en de bemanning aan boord bleek bang te zijn, dat na het afwerpen van een paar diepte bommen, het schip in stukken uit elkaar zou spatten.
Twee van deze schepen wilden blijven leven, de derde, de trawler Istrac, vond een vlugge en tragisch einde bij een patrouille en zij de kanonnen van een Duitse destroyer tegen kwam en haar met gemak de grond in schoot.
Haar commandant werd doodgeschoten toen hij op het redding vlot zat.
De Istrac opereerde vanuit Portsmouth, samen met andere trawlers met inbegrip van de flotille leider, de trawler Lord Wakefield, onder commando van hoofd schipper John Harwood.

We konden heel vaak ontsnappen, tijdens de zware bombardementen van Portsmouth.
En bijna `raak` voor ons was toen een Marine sleepboot een voltreffer kreeg en compleet verdween.
Wij lagen schuin tegen over haar gemeerd en tijdens de explosie werd ons schip opgetild en op de bodem van de haven terug gesmeten.
Niemand van de bemanning raakte gewond, maar het schip........ was een grote puinhoop !
Wij belandden voor een lange periode in het droog dok, in de periode dat de bombardementen op Portsmouth bijna continu waren.
Op een dag telden we ongeveer 80 bommenwerpers boven Pompey ( het verwoeste Portsmouth ) en twee squadrons Hurricanes en Spitfire jagers, die in de lucht op hen jaagden en neer schoten..
Verschillende keren werden we aangevallen toen we voor anker lagen, maar Gode zij dank dat we weinig schade opliepen,  behalve dan, dat onze beschermings ballon kapot werd geschoten en we er een paar kogelgaten in de schoorsteen aan over hielden.

Een andere trawler van onze groep, de Warwick Deeping, was niet zo gelukkig, die hetzelfde ongeluk ontmoette als de Franse trawler Istrac.
Zij was ongeveer 25 mijl ZW van St.Catharine's Point, toen zij door vijandige destroyers in de grond werd geschoten.
Bij een patrouille van de Lord Wakefield waren wij getuigen van het tragische einde van de destroyer Acheron.
Ze werd in het droogdok in Portsmouth zwaar gebombardeerd en ik denk dat de meeste van haar officieren werden gedood, toen het voorschip in stukken werd geslagen.
Zij werd weer gerepareerd en weer in dienst gesteld en vertrok naar een van de westelijke havens.
Zij passeerde ons westelijk van Nab Towers, maar kwam niet veel verder dan het eiland Wight, toen zij op een mijn liep.
Wij pikten twee van haar Carley vlotten op, maar vonden geen overlevenden, alleen wat kleding stukken.
Overal lag olie en de lichamen waren bijna niet te zien door de rommel.

In Portsmouth beleefden we ook een gedenkwaardige “botsing” tussen een ex aspirant Marine Reserve schipper en een Marine luitenant.
De schipper, een vriendelijke reus van een kerel, bracht zijn mijnenveeg trawler met een een grote snelheid de haven binnen, voor het schip van de luitenant, die een senior officier was t.o.v. de schipper.
De luitenant rapporteerde het voorval en als wijze van een antwoord, pakte de grote visserman de verbaasde officier bij zijn onder armen en tilde hem op als een baby en bedreigde hem met de woorden.....Ik zal je ophangen aan het kruis  !
De schipper werd later voor deze daad door de Krijgsraad veroordeeld.
Een minder leuke periode , maar Harry Tate´s mannen waren zo kwaad als stieren en vroegen alleen maar of zij door mochten gaan met het werk waar zij aan bezig waren.

Er waren zoveel schepen nodig voor de anti invasie patrouilles in die periode, dat de scheepvaart verliezen in de uitputtend zware gebieden van de Westelijke Aanloop routes, stegen.
Deze situatie verslechterde zo erg,  dat er veel trawlers moesten worden vrijgesteld van patrouille diensten om dienst te gaan doen als konvooi begeleiders.
Een van deze begeleiders was de Cape Argona, wiens lot was betrokken bij de reddings operatie,  volgend op het ongeval in de oorlog, van het grootste alleen varende koopvaardij schip.
Aan boord van de Cape Ancona was onder luitenant Geoffrey Dormer, Marine Vrijwilliger, die de gebeurtenis van 26 Oktober beschreef.
.
Wij waren op de thuisreis met een paar trawlers vanaf een ontmoetings punt van konvooien, op ongeveer 300 mijl West van Ierland, toen een vliegtuig ons seinde dat er een schip in brand stond op ongeveer 5o mijl van ons vandaan.
Wij veranderden van koers en stoomden er heen met volle kracht, water en olie gietend op de lager blokken van de schroefas, omdat we een verbogen schroefas hadden, het resultaat van een `bijna mis ` bij Noorwegen en Duinkerken  en van de keer dat het mis ging met een diepte bom.
Op 40 mijl afstand zagen we al een grote rook kolom en het kostte ons nog 4 uur om daar te komen, met de onderdelen van onze machine bijna roodgloeiend,
Uit eindelijk zagen we een mast en korte tijd later nog een, op grote afstand van de eerste mast, zodat we dachten dat het twee schepen waren..
Maar dichterbij komend,  zagen we dat het maar een schip was, n.l. het lijnschip Empress of Britain.
Het derde grootste schip van de wereld.
Zij brandde als een fakkel en het schip maakte lichte slagzij en had zeven tot acht reddingboten naast haar in het water liggen.


Wordt vervolgd
Gelogd
Evert
Gast
« Antwoord #821 Gepost op: 16-06-2014, 08:02:57 »

Red Gauntlet.


* Red_Gauntlet.jpg (128.91 KB, 640x355 - bekeken 622 keer.)
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #822 Gepost op: 18-06-2014, 07:29:23 »

Silver Badge No 4             


Het prachtige luxueuze lijnschip, de trots van de Canadesche Pacific vloot, was in dienst als troepen transport schip en had 643 mensen aan boord en troepen en hun gezinnen.
Die bewuste morgen, toen zij richting Engeland voer, doken vanuit de zon vijandige vliegtuigen op haar neer.
De kanonniers van het lijnschip vochten terug tot dat zij allemaal waren gedood of uitgeschakeld door het machine geweer vuur wat over haar dekken sproeide.
Toen slopen de vliegtuigen dichter bij en gooiden hoog explosieve bommen en brandbommen op het schip.
Spoedig stond het schip midscheeps in brand, sommige van haar reddingboten hevig brandend toen zij nog in de davits hingen.
Haar kapitein, Charles Sapworth, bleef op de brug tot het naast hem weg brandde en manoeuvreerde het schip zodanig dat het effect van de vlammen werd verminderd.

Onder Luitenant Dormer:
We stoomden naar een van de redding boten en pikten  de 66 inzittende er uit op., waaronder vrouwen, kinderen en gewonden.
De bootsman van de redding sloep was de broer van een van onze opvarenden... zij hadden elkaar in geen jaren gezien..... en zij hadden ook nog twee andere broers aan boord van de Empress, die later werden opgepikt door een ander schip.
Toen wij bij de redding boot aankwamen, waren de inzittenden... Roll Out The Barrels... aan het zingen.
Ik kwam later pas te weten dat er een U-boot de Empress in de gaten hield, maar zij werd gestoord in haar aanval door onze komst.
Vanaf het voorschip van de Empress, wat schijnbaar niet was getroffen door de brand, hing een touw ladder naar beneden.
Enkele van onze opvarenden wilden  door middel van de touwladder bij de Empress aan boord gaan en om te gaan proberen de 42.000 tons schip op sleeptouw te nemen..... een enorm bergings werk.
Maat\r de Commandant officier sprak hierover zijn veto uit en later arriveerden er twee destroyers.

Een van onze geredden had twee gebroken benen en een kogel door zijn voet.
Hij zat bij een spuigat te roken en omgeven door kinderen die geamuseerd waren in zijn leuke BP ( body prints= tatoeages ).
Een jongen van 11 jaar oud en zijn zuster van 9 jaar. waren erg onder de indruk van een of twee lijken die voorbij dreven en zij schenen in hun onnozelheid het geheel erg leuk te vinden.
We hadden ook nog een 11 maanden oude baby aan boord, maar het droevigste  geval was een jong meisje wiens begeleidster voor haar ogen was gedood.
Gelukkig was het weer voor een keer eens kalm en de slachtoffers waren al snel “onder zeil “.
Sommige van onze jonge mannen waren verschrikkelijk kwaad dat wij de geredden weer moesten over brengen, maar de kinderen gaven geen enkele moeilijkheid.
De bemanning gaf het meeste van hun reserve kleding aan de overlevenden, die zich zelf ook al inmiddels hadden weten te helpen, maar wij in ruil kregen de beschikking over de uitrusting van de redding boot.
Uiteindelijk gaven wij 61 van onze geredden over aan een van de destroyers, die al een aantal doden op het achterschip had liggen.
Wij hielden slechts twee vrouwen aan boord die te ziek waren om te worden overgeplaatst en een RAMC kolonel, samen met twee verpleegster om over hen te waken.
Een van de vrouwen, de vrouw van een Maltezer dienstplichtige, stond op het punt te bevallen.
Zij had haar beide armen gebroken, beide benen zwaar verwond en verbrand en had een paar kogels in haar lichaam, van het Focke Wulf vliegtuig die het schip had gebombardeerd en daarna de overlevenden met machinegeweer vuur had beschoten.
Zij beiden overleefden en de bevalling verliep succesvol.
De zwaar beschadigde Empress of Britain werd op sleeptouw genomen door de Poolse destroyer Burz, maar zij werd getorpedeerd en tot zinken gebracht door de U-boot,  die het schip steeds had geschaduwd.
Het grootste Geallieerde koopvaardij schip was slachtoffer geworden van de oorlog.

En als eind herinnering voor de Cape Argona aan dit ongeval..... was de verschrikkelijke lucht en rotzooi naderhand in de hut van de onder officieren, overal bloed en verband over de gehele hut en het koste nog al wat tij, om er zo maar weer in te gaan slapen.

In de volgende maand November van 1940 gingen er 26 trawlers en drifters  naar de bodem, bijna allemaal op een dag.
Een paar zonken door vijandige bommen, het merendeel werd uit elkaar gescheurd door mijnen.
Zoals de Amathyst, een Asdic trawler die opereerde vanuit Parkeston Quai en op patrouille voor de konvooien aan de Oost Kust.
Stomende in het Barrow Deep op een prachtige mooie en rustige November dag,.  liep zij op een van de heel vroege akoestische mijnen, Hitlers laatste geheime wapen.
Toen het schip met het achterschip werd opgeblazen, waarbij 7 mensen gewond raakten, allen alsof zij waren verwond geraakt door een bom aanval.
Het duurde tien minuten voor de Amethyst zonk, wat iedereen in de gelegenheid stelde om er veilig vanaf te komen.
Zij werden door de trawler Le Tigre opgepikt en naar Southend Pier gebracht, waar zij, om inlichtingen te verschaffen,  prompt in hechtenis werden genomen door achterdochtige politie ambtenaren, die al eerder de overlevenden van een Hollands schip hadden gearresteerd, die ook op een mijn was gelopen en was gezonken.
Het kostte de bemanning van de Amethyst een half uur om de politie te overtuigen over hun identiteit,  voor zij werden vrij gelaten en de belangstelling van de politie weer werd gericht om de herkomst van de Hollanders te controleren.

De akoestische mijn was een nieuwe bedreiging, wat voor de scheepvaart een verschrikkelijke slechte periode was.
Mijnen vegende trawlers veegden de konvooi routes voor de gebruikelijke mijnen, met in begrip van de magnetische mijnen en dan pas kon het konvooi door varen.
Een aantal schepen konden ongeschonden door varen en dan heel raadselachtig, vloog het vierde of vijfde schip in de rij, de lucht in.
Toen uiteindelijk werd gerealiseerd wat er aan de hand was, werden de mijnen vegers uitgerust met het zgn. “Frames and the Bucket “systeem, een elektrische hamer toestel, wat berekende hoe een akoestische mijn uit te schakelen op ongeveer een mijl afstand.

Een van de eerste schepen die uitgerust was met de eerste “Bucket “, was de kleine trawler Refundo, een oude veteraan van de 1e Wereld Oorlog.
Zij was goed en wel buiten de haven , liet haar “Bucket “in het water zakken, startte de hamer en begon te vegen.
Binnen een half uur had zij een mijn te pakken, maar niet op de plaats waar dat werd verwacht.
De mijn ontplofte onder haar boeg en doodde twee mannen op het voor dek.
Het ernstig beschadigde schip werd naar binnen gesleept, waar zij zonk.
Dat was op 18 December
Zulke teleurstellingen waren de lessen die de akoestische mijn ons leerden, tot uiteindelijk alle vegers uitgerust waren met een betrouwbare uitrusting.
Wel weer een vernieuwing, maar wat wel in hield, dat we nu rekening moesten houden met 3 verschillende soorten mijnen.

Het jaar 1940 eindigde en Harry Tate's Marine  had wel meer dan 140 schepen  verloren sinds het uitbreken van de oorlog.
Het laatste schip die werd toegevoegd aan de  droevige statistiek van het totale verlies; was de oude trawler Pelton, getorpedeerd en tot zinken gebracht door een motor torpedoboot, toen zij aan het vegen was bij Great Yarmouth, op de avond voor Kerstmis.

Op de eerste Kerstdag vinden we de schoeprad schepen van de Clyde van het “Vechtende iets “ weer terug komend naar het zuiden,om een mijnenveld te zuiveren bij Tuskar Rock, bij de zuid Ierse kust,
Dat was een zware en gevaarlijke klus in de winter, zeker voor schepen, die in vredestijd, alleen maar toestemming hadden om op de boven Clyde te varen en beslist niet op open zee.

Op 1e Kerstdag had de Seawfell 25 mijnen opgevist en haar bemanning zat aan het Kerstmaal van corned beef, tussen twee vegingen in het mijnenveld.
De Scawfell was dichtbij de Mercury aan het werk, waarvan de bemanning met gejuich hun eigen Kerst kaart hadden uitgegeven.
Het toonde Popeye de Zeeman mijnen vegend met een bezem en had als onderschrift
..... HMS Mercury.. we vegen alles weg.... behalve over onze vrienden.
Voor de dag om was, had de Mercury een mijn verwikkeld in haar veegtuig en toen de veegdraad tegen de mijn aan kwam, werd haar achterschip opgeblazen.
De explosie verwrong ook de steven van de Mercury en zij begon te zinken.
Pogingen  werden gedaan om haar droog te zetten en haar dan leeg te pompen, mits zij bleef drijven
De Scawfell bleef bij haar om haar te escorteren naar Wexford in Ierland
Dat leidde tot veel speculaties of zij zou worden geïnterneerd door de Ieren ,voor de duur van de oorlog.

Maar het water kon er niet worden uitgepompt en om 9 uur 's-avonds werd het schip door haar bemanning verlaten en zonk zij snel..

Prettige Kerstdagen.!

Einde.

wordt vervolgd
Gelogd
Evert
Gast
« Antwoord #823 Gepost op: 18-06-2014, 08:02:55 »

EMPRESS OF BRITAIN.


* empress3.jpg (53.4 KB, 558x370 - bekeken 551 keer.)
Gelogd
Evert
Gast
« Antwoord #824 Gepost op: 18-06-2014, 08:03:36 »

 Knip oog


* Empress_of_Britain.jpg (117.33 KB, 800x465 - bekeken 574 keer.)
Gelogd
Pagina's: 1 ... 51 52 53 54 [55] 56 57 58 59 ... 108 Omhoog Print 
« vorige volgende »
Ga naar:  


Login met gebruikersnaam, wachtwoord en sessielengte

Powered by MySQL Powered by PHP Powered by SMF 1.1.4 | SMF © 2006, Simple Machines LLC Valid XHTML 1.0! Valid CSS!