Welkom, Gast. Alsjeblieft inloggen of registreren.
22-09-2021, 01:44:06
Startpagina Help Zoek Inloggen Registreren
Nieuws: Nieuwe leden moeten helaas wachten tot dat de webmaster ze accepteert. Er is veel kaf onder het koren. Het beste kunt u na registratie ons nog even een e-mail sturen jolydesign@ziggo.nl.

+  Vraag en antwoord & Wie wat waar
|-+  Vraag en antwoord
| |-+  Vraag en antwoord
| | |-+  Herinneringen deel 3
« vorige volgende »
Pagina's: 1 2 3 [4] 5 6 7 8 ... 103 Omlaag Print
Auteur Topic: Herinneringen deel 3  (gelezen 422054 keer)
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #45 Gepost op: 18-02-2017, 11:14:36 »


Noordover 20

Ik monsterde op de Northern Chief in de zomer van 1954, een moderne olie gestookte trawler, van 692 ton en 178 voet lang, die in 1950 was gebouwd bij Cochran's in Selby.
Zes van deze trawlers werden voor de Northern trawler Maatschappij gebouwd tussen 1949 en 1950.
Haar schipper was Albert Meech.
Zij was een goed schip, maar een beetje lui tijdens slecht weer.
Met haar kop in de wind was haar snelheid slechts 5 a 6 mijl, wat geen probleem was als je naar de visgronden stoomden, maar wat niet goed was bij het thuis stomen..
De dekbemanning sliep nog steeds in het voorin. De accommodatie was wel goed, in vergelijking mat de St Philip.
Het voorin was op dekhoogte en verdeeld in twee rijen kooien, één aan SB en één aan BB.
Tussen deze kooien was de accommodatie voor twaalf matrozen. Het toilet en een washok, waren aan de SB zijde.
Dat was nog iets luxe, maar jammer genoeg echter , als bij de weer condities de pijpen naar het toilet en washok bevroren, zette zij de twee compartimenten buiten werking..
De kooien waren uitgevoerd  met zwaar gepolijste houten panelen en waren vrij comfortabel, maar zoals op alle schepen, met de kop in de wind in slecht weer , verdomd oncomfortabel.
 De slaapplaats van de schipper was onder het stuurhuis,  netjes uitgevoerd met wand verlichting en met vast tapijt en een eigen prive badkamer..
De rest van de bemanning sliep op het achterschip.
Op dekhoogte was de kombuis en de messroom voor de bemanning.
De officieren messroom was beneden deks.
Wij hadden op de Chief een goede bemanning en de schipper was één van de beste, waar ik bij heb gevaren.
Zolang wij ons werk deden, liet hij ons ons gang gaan.
Wij visten meestal aan de oostkust van IJsland en wij concentreerde ons op een goede kwaliteit vis uit het Walvisrug gebied..
De schipper was geen " gelovige" van  visserij rapporten na te jagen, want meestal als je daar ter plaatse aan kwam, was gebruikelijk de vis gevangen.. De visserij was meest van de tijd erg regelmatig en wat wij niet om los in bulk stortte, maar werd op kwaliteit verwerkt..
Aan het einde van de dag verdienden wij evenveel geld als de andere schepen en hadden een gemakkelijker leven..
Als wij naar de visgronden stoomden, maakten wij de netten gereed en waren er meestal rond de middag maaltijd mee klaar.
De schipper stuurde meestal een borreltje rum naar de mensen aan dek,om het net te dopen.
De rum kwam aan boord in stenen kruiken en moest in flessen worden over geschonken..
Wij hadden veel rum aan boord, het werd rond middernacht uitgedeeld en kregen een borrel rum voor het eten.
Wij hadden ook een paar kisten whisky aan boord, maar dat was voor de officieren, om mee naar huis te nemen. aan het einde van de reis.
Na de thee , kaartten wij iedere avond in de messroom.
De schipper speelde poker, nap of rummy.
Aan het einde van een avondje kaarten, hielden wij een gekken half uur en speelden wij "crash ", een dodelijk spel, waar je een hoop kon winnen, maar ook een hoop kon verliezen.
Er zat niets anders tussen.. Degenen die niet kaartten, zaten dan in het voorin en gebruikten een paar biertjes en een borreltje of twee.
De bemanning nam vaak een fles rum of whisky mee, voor gebruik op de thuis reis,
Maar dat was gebruikelijk verdwenen op het moment dat wij op de visgronden aankwamen..
Op een reis maakten wat leden van de bemanning een "huis brouwsel ", door suiker, gist en aardappels te koken in een aluminium emmer..
 Als het gereed was werd het in limonade flessen gedaan met een schroefdop en in een kast gelegd om te gisten.
Een paar nachten later, werden wij gewekt door het geluid van exploderende flessen.
Een van de bemanningsleden sprong uit zijn kooi en opende de kast.
Al de flessen, waren geëxplodeerd, behalve één fles.
Hij slaagde er in de fles te openen en de inhoud verspreidde zich over de deur van de kast,
En terwijl het spul langs de kast naar beneden liep, kwam de vernis van de deur er af door het spul.
Zij besloten achteraf, dat spul maar niet te drinken.
Toen wij bij de IJslandse kust aankwamen was het juist na de middernacht, er stond een wind met kracht 7 tot 8 en een liep een lastige zee.
Wij werden geroepen om het net uit te zetten, De schipper stuurde een opkikkertje rum  en de wacht beneden werd  vast gesteld.
Dit is het punt waar alle vriendschap tussen de bemanning en de schipper eindigt..
Op de diep zee trawlers regeert de schipper met een ijzeren staf.
Wat hij zegt, gebeurt, of wij het nu goed vinden of niet..
Wij hielden er meestal niet van, maar we deden het,
Als hij ons zei, dat wij 36 uur aan een stuk moesten werken, dan deden wij het..
Sommige schippers waren onheilige bastaards en als de visserij niet goed liep, reageerde hij dit af op zijn bemanning. en vond wel weer een excuus om ons weer langer aan dek te houden..
Zij maakten, dat wij de netten repareerde en het afgezette ijs verwijderde..
Zij scholden ons gewoonlijk verrot, wanneer wij naar achteren wilden gaan en uit ons zeegoed wilden stappen om een uur te rusten.
Een van hun favoriete truckjes was, wanneer het net was binnen gehaald en gerepareerd moest worden, om het net af te steken en een nieuw net aan te slaan en de afgestoken trawl aan de BB neer te gooien, zodat wij het in onze rust tijd konden gaan boeten.
Onze schipper was niet zo'n type en de bemanning was een goede groep.
Een van hen, George, was eerder tuiger geweest en was heel goed in het splitsen van de vislijnen.
Hij leerde het mij , hoe ik dat moest doen.
Het was niet gemakkelijk, maar uit eindelijk werd ik er goed in.
Op een morgen moesten we weer splitsen en George had zijn vrije torn, om zes uur te gaan slapen.
Hij zei mij, dat ik het splitswerk moest laten liggen, tot hij weer aan dek kwam en zouden het dan samen afmaken..
Om rond drie uur hadden wij de vis gestript en in het visruim opgeslagen. Ik was wat bezorgd over het splitswerk en ik besloot om er mee door te gaan.
Ik duwde de marlspijker in de vislijn om de streng te openen en toen ik de marlspijker doordrukte, sloot het eerdere gedeelte van de streng zich weer en klemde mijn vinger er tussen.
Ik probeerde mijn vinger er uit te trekken, maar dat kreeg ik niet voor elkaar.. Ik kon het niet zonder hulp voor elkaar krijgen.
Ik riep een van de bemanningsleden om mij te helpen.
Hij probeerde het wel, maar kreeg het niet voor elkaar. en ging anderen halen om mij te helpen.
Nu had ik drie bemanningsleden bij mij om mij te helpen mijn vinger uit de vislijn te krijgen, maar alles wat zij deden veroorzaakte mij nog meer pijn.
Als laatste hulpmiddel werd George gepord.
Hij was nog half slaperig en had een rot humeur.
Hij noemde mij een stomme kl....tzak en zweerde, dat hij mij nooit meer iets zou leren.
Hij slaagde er in mijn vinger te bevrijden, maar ik ben er zeker van, dat hij mij meer pijn heeft laten lijden als nodig was, om mij een lesje te leren.
Een paar reizen later hadden wij juist gehaald en de vis in de last laten vallen.
De kuil was opgehesen en hing half buitenboord aan de laadboom.
Er stond wat wind met een kracht 7 en het schip slingerde wat.
De derde man schreeuwde dat de winchman de kuil kon laten zakken, maar deze was iets te langzaam.
Tegen de tijd dat hij de kuil liet zakken, slingerde het schip over bakboord.
De haak zwaaide binnen boord  en raakte de derde man aan zijn hoofd.
Hij viel bewusteloos tegen het dek.
De bemanning sleepte hem uit de vis en legde hem op het voorluik..
Ik liep naar voren om de zien wat er gebeurd was en ik was er van overtuigd dat hij dood was.
Zijn hoofd was bedekt met bloed en het leek verschrikkelijk.
Ik vroeg aan de stuurman of hij dood was.
Plotseling sprong hij op en gaf mij een klap op mijn hoofd en ik schrok me dood !
Nee, .... Gelukkig niet, schreeuwde hij.
Ga nu maar gauw kijken of je mijn zuidwester kan vinden,
Hij is ergens overboord gedreven.
Vuile rotzak, dacht ik, maar ik stapte achter uit , om te proberen de zuidwester ergens terug te vinden.

wordt vervolg
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #46 Gepost op: 18-02-2017, 11:15:41 »

Bedankt  Hans
Erg vlug geregeld.
Prettig weekend
Cor.
Gelogd
J.H.
Schipper
*****
Berichten: 2186


Bekijk profiel
« Antwoord #47 Gepost op: 18-02-2017, 12:25:07 »

GY-128-Northern Chief-


* GY-128-Northern_Chief.jpg (102.42 KB, 801x534 - bekeken 673 keer.)
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #48 Gepost op: 20-02-2017, 08:05:40 »


Noordover 21

Albert de schipper hield van zijn muziek en één van de vreugden op een modern schip was , dat er muziek kon worden uitgezonden vanaf het stuurhuis naar het dek.
In IJsland, hadden de Amerikanen  een lucht basis bij Keplavik met hun eigen onderkomens en een radio station.
Zij zonden vier en twintig uur per dag, non-stop muziek uit. De schipper stemde daar op af en zond het weer uit naar het dek..
Het was een prachtig station met veel country en western muziek, wat ik nooit eerder had gehoord en al spoedig ging ik van dat soort muziek houden,
De top twee vrouwelijke artiesten waren Patcy Cline en Kitty Wells.
Beide dames streden voor een top plaats in de Amerikaanse hit parade..
De schipper had een platenspeler in zijn kooi, die aangesloten was met de luidsprekers aan dek..
Zij favoriete plaat was `The wheel of Fortune`,  wat werd gezongen door de zangeres Kay Star.
Als wij een goede trek deden. werd vaak genoeg deze plaat  gespeeld en werd meer dan eens uitgezonden gedurende de drie volgende uren,  tot de trawl weer scheep werd gehaald..
Eens toen wij in de last stonden te strippen en de luidsprekers het lied uitbrulden van Kay Star´s `The wheel of Fortune,`. zwaaide het schip plotseling naar SB en vislijnen begonnen uit te lopen.
Wij waren met het net vast gelopen op een wrak op de zeebodem..
Wij haastten ons om het net scheep te halen, de schipper zette de muziek af en zonder waarschuwing vloog de plaat het raam uit van het stuurhuis en sloeg in stukken, tegen de voor mast.
En weg was Kay Star.
Wij hadden nog maar pas ongeveer anderhalf uur het net gesleept.
Het net had geen schade en wij vingen 100 manden prachtige kabeljauw.
Nadat de vis aan boord  verwerkt was en het net weer op de zeebodem viste, werd de muziek weer ingeschakeld en je mag raden, wat het eerste liedje was . ..........-..... Kay Star.
Ik ben er zeker van dat de schipper een kast vol van deze plaat had..
Als het weer slechter werd, zocht Albert opperte in een fjord.
Twee van zijn favoriete plaatsen waren Seydisfjord en Nordfjord..
Als het echt slecht weer was, gingen wij daar voor anker.
Bij andere gelegenheden gingen langszij de kade en meerden daar..
De IJslanders waren altijd vriendelijk tegen ons.. De schipper stond goed bekend bij hen en had daar veel vrienden.
Zij openden weleens overdag het zwembad voor ons en s´avonds de danszaal.
En dat zorgde voor een plezierige oponthoud op onze reis.
Vaak zond de schipper muziek uit over de flord.
Ik ben er niet zeker van of de inwoners dat wel op prijs stelden en zeker niet in de late avond.
Jammer genoeg, kwam dit allemaal tot een einde bij de eerste `Kabeljauw Oorlog `´

Tijdens de Kerstdagen waren wij dat jaar thuis en na een onderbreking, ging ik weer naar het kantoor, om te monteren.
Ik was teleur gesteld toen ik te weten kwam dat ik niet terug mocht naar de Northern Chief, maar was zeer verbaasd toen mij werd verteld dat ik hiervoor in de plaats als dek leerling op de Northern Jewel kon monsteren..
Het was een heel nieuw schip en de schipper was een van de hoogste besommers..
Ik was aan boord van de Northern Jewel toen het grote ongeval gebeurde.
Op de 27e Januari 1955 zonken twee  trawlers uit Hull, de Lorella en de Roderigo, bij de Noord Kaap van IJsland.
De voorgaande dag hadden deze trawlers gevist op 90 mijl NO van de Noordkaap.
Het weer was erg slecht, met een storm krachtige wind, verblindende sneeuwval en met zware ijsafzetting..
Er waren nog wat andere trawlers bij deze schepen in de omgeving, Britse, Franse, Duitse en Noorse trawlers.
De intense kou veroorzaakte ijsafzetting..
Twee trawlers, de Northern Crown en de Northern Sea moesten met de visserij stoppen en moesten uren lang ijs verwijderen van hun opbouw en dekken, om te voorkomen dat de schepen zouden omslaan..
De Northern Sea keerde terug naar Grimsby.. Zij werd de eerst volgende dagen aan de afslag verwacht.
De eerste indrukken van moeilijkheden werden bekend, toen een bericht werd ontvangen van de Lorella, dat zij slagzij maakte en hulp nodig had.
De Roderigo spoedde haar direct ter hulp.
In de vroege uren van Donderdag morgen, zond ook zij een noodoproep uit.
Niets werd meer gehoord van beide schepen.
Een zee-luchtvaart reddings- vliegtuig van de Amerikaanse basis  Keflavic vloog over het gebied , maar kon geen spoor van de Lorella vinden op haar radar scherm.
Later verdween ook de Roderigo van het radar scherm.
De waarschuwing voor dit gebied was nog steeds Noordoostelijke storm.
Een grote zoektocht werd opgesteld en schepen en vliegtuigen zochten te vergeefs naar de twee schepen, maar er werd niets gevonden.
Van beide schepen waren er geen overlevenden.
Veertig  mannen en jongens verloren toen het leven en lieten op zijn minst twintig kinderen vaderloos achter.
Schipper Tom Evens van de Grimsby trawler Stockam hoorde andere schepen, met inbegrip van de Northern Crown, Northern Sea en de Hull trawler Cape Spartel , praten over de  ernstige hoeveelheid ijs, wat zich afzette op de schepen.
Wij hadden zelf ook wat last van ijsvorming, maar wij hoefden niet met vissen te stoppen, zei hij.
Ik hoorde ook nog drie andere schepen op de radio, die vertelden dat het weer op de Beren eiland gronden, even slecht was en met ernstige ijs afzettingen, terwijl er stormwind stond, zodat zij Beren eiland moesten verlaten en naar het zuiden moesten stomen, om uit het slechte weer te komen..
Bij zwarte vorst hoeft het niet hard te waaien voor ijsafzetting.
Het verschijnt aan de oppervlakte van de zee, zoals bij een lage mistbank.
Wanneer je er mee te maken krijgt , keldert de temperatuur en ijsafzetting begint zich op alles te vormen.
En wanneer het er nog bij waait en er veel buiswater wordt over genomen, gebeurd de ijsafzetting nog veel sneller.
Het enige wat je nog kunt doen, is de trawl scheep halen en daar zo snel mogelijk weg zien te komen. .
 Als ijsafzetting zich te snel opbouwt, moet je het ijs weg gaan hakken en verwijderen, om slagzij te voorkomen.
Iedere visserman is hier bang voor. .
Een ander slachtoffer van deze wrede weersgesteldheid, was de 656 ton IJslandse trawler Egill Raudi,  met een bemanning van vier en dertig personen aan boord.
Zij strandde aan de zuid kant van Cape Ritur, twintig mijl ten westen van de Noord Kaap.
De marconist vertelde dat zij slagzij maakte, dat beide reddingsboten in elkaar waren geslagen en er water in zijn hut stond.
De Grimsby trawler Andaness was daar ter plaatse aanwezig, met nog drie IJslandse trawlers, welke probeerden om vlotten te laten drijven naar het vastgelopen schip.
Later werd  gerapporteerd dat de trawlers er in waren geslaagd om dertien leden van de bemanning te redden en andere zestien bemannings leden werden van boord gehaald door de IJslandse wal redding dienst.
Onfortuinlijk verloren vier IJslanders en een Faroer visserman het leven,  bij dit ongeval,

wordt vervolgd
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #49 Gepost op: 22-02-2017, 08:10:27 »


Noordover 22

De Northern Jewel was een oliestook stoom trawler..... en wat was zij een pracht schip.
Fantastisch ! Ik kan eerlijk zeggen, dat ik sedert dat schip, nooit op een betere zijtrawler heb gevaren.
Zij was de beste
De accommodatie was eerste klas en de gehele bemanning sliep op het achterschip, wat veel comfortabeler was dan in het voorin te moeten slapen.
Onze eerste drie reizen, waren naar  de west kant van de Noorse kust, bij Anderness, met de bijnaam "Handen en knieën. " en dat is waar wij op terecht kwamen aan het einde van de reis..
De schipper was Vic Meech, die maar net als schipper was begonnen.
De regulaire schipper had drie reizen verlof..
Ik mocht Vic wel en ik voer op verschillende schepen bij hem , maar hij was een harde opzichter.. Vissen bij de Noorse kust was normaal door drie trekken doen in dezelfde richting, Na het net scheep gehaald te hebben, werd weer naar het uitgangspunt terug gestoomd..
Gedurende de drie trekken hadden wij gewoonlijk genoeg vis gevangen om ons strippend aan dek te houden tot wij weer terug waren op de begin plaats.
Het weer was gewoonlijk slecht, en terug stomen was meestal met de kop in de wind.
Het was een nachtmerrie.
Vic toonde geen medelijden met ons, er was niet mogelijk om met aangepaste vaart tegen de wind in te stomen.
Het moest altijd met vol vermogen, tegen de wind in.
Het buiswater over de boeg was zwaar en nu en dan duwde het schip haar kop in de hoge zee, waarna het voordek onder water kwam te staan.
Dat was altijd het moment, dat de problemen op gang kwamen..
Bij normaal weer bleef de vis op het dek liggen, maar wanneer  zwaar buiswater en zeeën over het dek spoelden, was het minder leuk
Water vulde de vis lasten en alles veranderde.
Met een slingerend schip van de een naar de andere kant, met het water in de lasten, betekende dat de vis van de ene naar de andere kant werd geslingerd.
Door het gewicht van de vis en het water,  barstte de last planken en lieten ons zonder last planken.
De hele stuurboord zijde was één grote massa door elkaar spoelende vis, water en lastplanken.
Wij hadden grote moeite om ons staande te houden, want het was een grote glij partij van gellen.  levers en water tot ons middellijf.
De vis spoelde over de achterdek planken naar de lens poorten en  zo weer terug de zee in.
Dan begon Vic pas wakker te worden.
Het raam van het stuurhuis ging open.
Hij stak zijn hoofd naar buiten en begon tegen ons te schreeuwen en te schelden.
Hij noemde ons de grootste, nuttelooste  bastaard onder de zon.
Temperamenten kwamen los en iedereen was het zat.
Een van de bemanningsleden verloor zijn temperament en begon terug te schreeuwen tegen de schipper, waarin verteld werd dat hij zijn rot kop  naar binnen moest trekken, maar zijn geschreeuw ging verloren in de wind.
Vic verminderde de vaart van het schip, zodat wij de lastplanken weer op hun plaats konden zetten.
Na alles te hebben uitgesorteerd, keerde alles weer terug tot een normale toestand.
Tot Vic de machine weer op vol vermogen zette en alles weer opnieuw begon.

Schippers hielden ons uren lang bezig, vier en twintig uur durende shiften waren niet ongebruikelijk.
In de vroege vijftiger jaren, waren er pas zaken, zoals een wacht te kooi.
Als de visserij slap was, kregen we wat nacht rust, maar dat was dan meestal met korte tussen pozen., zoiets van een half uur tot zo'n drie uur, als wij geluk hadden.
De enige tijd dat wij een fatsoenlijke rust periode kregen, was als wij  van visgrond veranderde en wij vier of vijf uur moesten stomen.
Als de overstoom minder was als dat, moesten wij gebruikelijk  de netten repareren of ons bezig houden met het visgerei,.
Alleen als het weer slecht was en wij hierdoor gedwongen waren om te stoppen met vissen, konden wij een behoorlijke rust tijd krijgen.
Het weer waarin wij visten was verschrikkelijk.
Wij stopten niet met vissen bij stormkracht 8 en ik heel dikwijls bij windkracht 9 nog gevist onder diverse omstandigheden..
Op sommige momenten kosten het al onze tijd, om ons staande te houden.
Ik geloof niet dat wij er weet van hadden over de echte windkracht, omdat wij geen instrumenten aan boord hadden om dat te meten.
Het was pas jaren later, toen ik op een stand-by schip voer bij een olie platform, die  was uitgerust met de laatste uitrusting, dat ik mij realiseerde in wat voor soort weer wij altijd hadden moeten vissen.
Ik heb op de brug gestaan, de wind observerend die een snelheid bereikte van 40 tot 50 mijl per uur en als ik dan naar de staat van de zee keek, dacht ik.... wij visten nog bij zulk weer, wij moeten toch gek geweest zijn.?
In de vroege vijftiger jaren , gingen de schepen pas werken met een wacht te kooi..
Sommige schipper hanteerde een schema van 18 uur vissen en zes uur rust, wat ook een slecht schema was en als wij dan 5 uur rust kregen, hadden wij geluk..
Ander schepen hanteerde het schema van twaalf uur op en twaalf uur af.
Dat schema was ook niet goed en als je geluk had, kon je drie uur rust krijgen
Vic deed het goed  op de drie reizen, door iedere reis 3000 kits vis van 10 stones aan de afslag te brengen.
Maar jongens.... wat hebben wij daar hard voor moeten werken !
Op onze volgende reis was de atmosfeer op het schip compleet veranderd.
De regulaire schipper, Bill Woods of Woody, was weer terug.
De bemanning gedroeg zich heel netjes en ik dacht dat de helft van de bemanning bang voor hem waren.
Op de brug, tijdens onze zeewachten, spraken wij onderling met elkaar. Maar als de schipper het stuurhuis binnen stapte, verstomde de conversatie, tot hij weer vertrok.
Niemand sprak het eerst tegen hem en als hij om een pot thee vroeg, viel de bemanning over elkaar heen, om een pot thee voor hem te halen.
Ik was iemand , die niet veel sprak, maar ik miste niets wat er om mij heen gebeurde en het duurde niet lang voor ik begon met de mensen hun karakter in te schatten.
En al spoedig ontdekte ik aan wie ik niets moest vertellen..
Als ik de schipper iets wilde laten weten, hoefde ik het alleen maar tegen een paar bepaalde bemanningsleden te vertellen en ik kan je verzekeren dat hij het te weten kwam.
Tijdens de eerste drie reizen, had de bemanning mij alles al verteld over Woody, die berucht was voor illegaal vissen, binnen de grenzen van de territoriale wateren..
Zij vertelden mij hoe, toen het schip nieuw was, hij platen liet maken om de naam van het schip te bedekken en het visserij nummer en schilderde de schoorsteen, zodat het patrouille schip niet de rederij kleuren kon herkennen..
Bij IJsland in die zomer werd de meeste tijd doorgebracht met vissen binnen de territoriale wateren en wij vingen veel vis.. Wij visten met twee stellen netten, een aan BB en een aan SB.
De grond rond de Oost en West Horn was erg hard en ons net was steeds zwaar gehavend, maar er was bijna altijd een goede trek vis, altijd zo iets van 100 stuks 10 stones kisten , maar aan de andere kant kon er ook helemaal geen vis in zitten..
Wanneer wij het net scheep haalden en het net was beschadigd, zetten wij altijd het andere net uit, Wij handen geen tijd om wat rond te hangen want het net wat geboet moest worden , wachtte ons reeds op..
Bij de eerste trek was het net oké, maar daarna verwisselden wij bij iedere trek van net..
Mensen.... wat was dat hard werken..
Wij kwamen nooit van het dek af, behalve voor onze wacht te kooi. Het was iedere dag  achttien uur van hard werken, gedurende twaalf tot dertien dagen.
Aan het einde van de reis stonden wij absoluut dood op onze voeten.
Bij de tweede haal, sorteerden de stuurman de bemanning. Sommigen moesten gaan strippen en de anderen moesten het net boeten.
Wij stonden aan de SB zij, want dat was de zij, waar geboet moest worden.
Toen zag ik ook, dat de stuurman aan een matroos vroeg of hij kon boeten.
Ik kon dat haast niet geloven.
Toen ik nog van Fleetwood voer, kreeg een matroos geen baan, als hij niet kon boeten.
Ik vertelde de stuurman , dat ik kon boeten maar hij lachte me gewoon uit en hij vertelde mij dat het mijn job was om de naalden te vullen..
Toen het werk verdeeld was, gingen we aan het werk.
Ik moest met de boeters mee en de naalden vullen.
Toen al mijn naalden vol waren, vond ik een gat in het net en ik boette het dicht.
Ik deed dat zo vaak als ik kon, om te zorgen dat het karwei klaar kwam.
De visserij werd iets beter en wij vingen meer vis, dan wij konden verwerken.
De bemanning wilde gaan strippen, terwijl de marconist, Jack Douglas,  het werk op de brug voor zijn rekening nam, door de trawl te slepen.
Hij had al heel lang bij deze schipper gevaren en de schipper vertrouwde hem volkomen.
De schipper zelf,  was afkomstig uit Fleetwood en was een uitstekende boeter en hij  kon het vlug.
Ik ging niet strippen, maar hielp de schipper met naalden vullen en ik boette alle gaten , die ik kon vinden..
De schipper nam er notitie van, dat ik vrij goed kon boeten en  ik begon met hem samen, ook grotere gaten te boeten. Uiteindelijk deden wij samen al het boetwerk, terwijl de rest van de bemanning  aan het strippen waren.
Ik deed bijna geen strip werk meer, die periode bij IJsland.


wordt vervolgd
Gelogd
J.H.
Schipper
*****
Berichten: 2186


Bekijk profiel
« Antwoord #50 Gepost op: 22-02-2017, 12:15:52 »

GY-1-Northern Jewel


* GY-001-Northern_Jewel-_5.jpg (57.75 KB, 801x534 - bekeken 651 keer.)
Gelogd
zier
Schipper
*****
Berichten: 3604


wie de mens leerd kenne, leerd de dieren waardeere


Bekijk profiel
« Antwoord #51 Gepost op: 22-02-2017, 14:40:02 »

en er zit aan het zien ruim 60 jaar later nog steeds vis.


* mark21.JPG (36.11 KB, 705x596 - bekeken 599 keer.)
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #52 Gepost op: 22-02-2017, 15:48:58 »

Zier.
Leuke reactie
Cor
Gelogd
Hans
Global Moderator
Schipper
*****
Berichten: 973


Morgen is alles anders.


Bekijk profiel
« Antwoord #53 Gepost op: 22-02-2017, 18:59:48 »

 Grin
Gelogd

www.snuffelbeurs.nl is helemaal te gek
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #54 Gepost op: 24-02-2017, 08:17:02 »


Noordover 23

Wij werkten gewoonlijk samen met Bill Drevers, schipper van de Northella uit Hull.
De Northella maakte haar eerste reis, was gloed nieuw en de voorkant van haar brughuis was nog fris geschilderd.
Onze schipper was zwaar onder de indruk van het schip.
Toen wij de volgende reis uitvoeren, was de kleur van de brug veranderd en geschilderd van wit in bijna dezelfde kleur als de brug van de Northella.
Beide schippers waren afkomstig uit Fleetwood en waren goed bevriend.
Bill Drevers was al even slecht als onze schipper, als het op vissen aan kwam in territoriale wateren. Zij keken voor elkaar uit of er door de marine gecontroleerd werd.
Op een dag waren wij vissende bij IJsland en het was prachtig weer.
Wij waren daar met een groep schepen aan het vissen binnen de territoriale wateren en sleepten in een Noordelijke richting.
Binnen ons,  viste een trawler uit Hull. Ik was aan BB bezig met mijn gebruikelijke werk van het netten boeten, samen met de schipper.
De rest van de bemanning was aan het strippen..
Plotseling vloog de deur van de brug open en de marconist schreeuwde........ Schipper , daar komt een schip aan stomen van de wal vandaan en hij  komt met volle kracht op ons afgestoomd..
Niemand had zich gerealiseerd, dat het marine vaartuig dicht onder de wal naar ons toe was gekropen en was nu slecht 3 mijl van ons en de andere schepen verwijderd..
Iemand van ons zou worden aangehouden en opgebracht worden..
Alsof de hel los barstte.
De bemanning sprong uit de last en vloog naar hun plaatsen bij het halen en de winch hieuwde de trawl met volle snelheid binnen..
De bemanning had dit al zo vaak meegemaakt en beschouwde het als een kunst stukje.
Toen het net aan de oppervlakte kwam, leek het er op. dat het meer dan een kuil vis zou zijn.
Het net werd fanatiek binnen boord getrokken, totdat wij voldoende net scheep hadden, om er een strop om te gooien..
Een paar maal hieuwen met de strop waren genoeg om ons in staat te stellen een staaldraad rond het net te krijgen, zodat de vis in twee secties werd verdeeld.
Zodra wij de haak van de gilson  inpikte aan de staaldraad, zette de schipper de machine op volle kracht vooruit..
Tot nu toe was alles nog voorspoedig gegaan,
Maar van nu af aan,moesten wij erg voorzichtig zijn. We hadden een kuil vis boven de last hangen, het middel stuk van het net  lag nog steeds buitenboord en het schip stoomde nu volle kracht vooruit, terwijl de schipper schreeuwde vanuit het raam van het stuurhuis, dat wij de rest van het net ook moesten scheep halen.
Het net stroomde naar achteren en de visborden klapperden tegen het schip en het was gevaarlijk om te proberen het net binnen boord te krijgen..
Gelukkig spleet het gedeelte van het net wat buitenboord hing en de vis er in, ging verloren, wat het wel gemakkelijker maakte, om het net weer scheep te krijgen.
Het gevaarlijkste deel van deze werkzaamheden was , om te proberen de Gilson in te pikken aan het achter visbord, daar het heen en weer slingerde en tegen de huid van het schip aan sloeg.
Wij moesten heel erg voorzichtig zijn, zodat wij niet verpletterd werden  tussen de galg en het 1.5 ton zware visbord van hout en staal, wat een ernstige verwonding kon veroorzaken of zelf de dood.
Uiteindelijk kregen wij de trawl veilig binnen boord.
Het marine vaartuig was nu op de hoogte van de andere schepen.
Wij hoorden het schip een kanon schot afvuren en ik rende naar de andere zijkant van het schip, om te zien wat er gebeurde..
Het marine vaartuig lag nu langszij de Hull trawler, die het marine vaartuig niet op tijd had gezien..
Onze schipper was er van overtuigd, dat het marine vaartuig ons als doel had bepaald, maar dat het schip later zich concentreerde op schepen, die dichterbij visten.
Wij stoomden een paar uur en luisterden naar de rapporten en hieruit vernamen wij, dat er geen andere marine vaartuigen in de buurt waren.
Het Hull schip werd aangehouden en werd geëscorteerd door het marine vaartuig, die het Hull schip naar Reykjavik op bracht..
Onze schipper veranderde simpel weg weer van koers en draaide om en stoomde terug naar de territoriale wateren. Er was nu geen gevaar meer, dat iemand ons zou lastig vallen.
De schipper zei ons, dat wij een pracht stukje werk hadden geleverd en stuurde ons een extra rantsoen rum.
Wij visten alleen nog maar in het verboden gebied tijdens de tijd, dat het marine vaartuig nodig had op naar Reykjavik te varen en weer terug.
Toen zij weer in het verboden gebied terug was, waren alle schepen buiten het gebied aan het vissen, alsof er niet was gebeurd.
Het marine vaartuig had zijn man gearresteerd en wij hadden een hartstikke goede visdag toen hij weer weg was, dus iedereen was happy, behalve de schipper van de Hull trawler, die gegrepen was..

De meeste tijd van de reis, visten wij in de verboden wateren..
Er werd gezegd dat onze schipper lang niet zo gelukkig zou zijn, als het niet binnen de territoriale wateren zou hebben gevist, maar ......God is met de goddelozen,......... wordt er altijd beweerd..
Op de volgende reis, was het weer schitterend.
De zon scheen  en je kon mijlen ver weg kijken..
Wij stoomde richting de wal en de bemanning was aan dek om het visgerei in orde te brengen , om te gaan vissen..
Ik stond op de brug en stuurde het schip, terwijl de schipper en de marconist bezig waren met hun kijkers, om naar een schip te kijken, wat binnen de limiet grenzen lag.
Hij lag net bijgedraaid en verplaatste zich niet. Zij waren er van overtuigd, dat het een marine vaartuig was.
Wij gaan dit keer  eens niet de limiet binnen, zei de schipper tegen niemand persoonlijk..
Toen wij dichter bij de limiet grens kwamen, werd het klaar, dat het niet een marine vaartuig was, maar de Grimsby trawler Vanessa, die net binnen de limiet grens lag..
Toen wij bij haar langszij kwamen, zagen wij dat haar dek vol vis lag..
De schipper wisselden een paar woorden over het vissen en stoomde nog 10 minuten en stopten..
De schipper bekeek  de zeebodem op de  echo meter. De echometer gaf een hoop vis aan, maar de grond leek erg hard en vol met scherpe uitsteeksel..
Ik ben niet erg zeker over de grond, zei hij maar laten wij het maar eens proberen.
Toen we het net uitgezet hadden, gingen wij naar het achterschip voor een pot thee en het roken van een sigaret.
We zaten nog in de messroom te praten,, toen we de scheep telegraaf hoorden, als sein, dat wij binnen 10 minuten zouden gaan halen..
Dit was iets ongewoons,  want we hadden nog maar net de trawl een uur en drie kwartier gesleept, in plaats van de gebruikelijke drie uur..
We sloegen de vislijnen uit het power blok en begonnen met het inhieuwen van de vislijnen.
Iedereen wachtte tot de trawl borden boven water zouden komen. maar er moest nog steeds 75 vadem vislijn worden ingehieuw.
Plotseling begon het water te borrelen en verkleurde naar diep blauw.
En plotseling verscheen daar de kuil aan de oppervlakte als een grote hooibelt. en spreidde zich uit over de oppervlakte van het water als een grote worst , tot aan de boven pees vol met kabeljauw..
Zet de winch wat zachter, schreeuwde de schipper.
Hieuw nu langzaam op.
Ik had nog nooit zoveel kabeljauw gezien in een trek.. Wij zagen de kabeljauw weg zwemmen uit de bek van de trawl.
Het moet ons meer dan twee uur hebben gekost, om het net scheep te krijgen..
Het resultaat was 13 pakken vis op het dek en ieder pak vis was ongeveer dertig kisten vis  van 10 stones., wat een totaal maakte van 390 kisten vis.
Het was in een woord...... Geweldig.
De SB zijde van het dek lag vol vanaf de winch tot aan de voor galg..
Wij zette de trawl weer uit en begonnen met het strippen van de vis.
Iedereen was in een beste stemming en we praatte onder elkaar.
Naar aanleiding van de hoeveelheid vis die wij bij de laatste trek hadden gevangen, besloot de schipper om de tijd van de trek in te korten en wij sleepte de trawl nu nog maar een uur en tien minuten.
Toen wij voor de tweede keer haalden, stond iedereen uit te kijken naar de zee of er weer zo'n trek om na te vertellen, te scoren viel.
En waar genoeg, het net barstte nogmaals naar de oppervlakte met een gewicht aan vis.
Ditmaal was het niet zoveel als de voorgaande trek, slechts elf pakken, wat gelijk stond aan 330 kisten vis.
Het was in ieder geval weer een prachtige trek. Wij moesten meer last planken inzetten om te voorkomen dat de vis uit de lenspoorten zou weg stromen..
Het midden dek en de SB zijde , lagen nu vol vis..
Ik verwachtte nu wel, dat wij zouden gaan liggen drijven om al de vis te strippen, maar de schipper had andere ideeën en wij gingen weer het net uitzetten.
Maar potverdorie, dacht ik, als wij weer zo'n trek doen, waar moeten wij het dan laten..
Wij krijgen het nooit aan dek .
Na het net te hebben uitgezet gaf de schipper orders dat iedereen moest beginnen met vis naar de BB zijde van het schip te gooien en wel zo snel mogelijk.
Dat was een zwaar karwei wat het waren allemaal grote en zware kabeljauwen., sommige wogen zelfs meer dan 3 stones.
Het zonnetje scheen prachtig en het was een warme dag en het kostte ons veel energie.
Wij vulde de BB zijde tot verschansing hoogte en daarna het midden van het dek en het voorschip.


Wordt Vervolgd
Gelogd
zier
Schipper
*****
Berichten: 3604


wie de mens leerd kenne, leerd de dieren waardeere


Bekijk profiel
« Antwoord #55 Gepost op: 24-02-2017, 11:04:10 »

Cor is het nog geen tijd om te gaan halen???.
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #56 Gepost op: 24-02-2017, 11:21:43 »

Zier,
De lengte van een geplaatst verhaal mag nooit het aantal van 10.000 lettertekens overschrijden, , dus ben ik hieraan gebonden.
Dus geduld hebben tot a.s. maandag..
Ik kan iedere dag wel een verhaal plaatsen, maar dan hou ik niet veel vrije tijd meer over.
Geduld is een "schone "zaak, was het spreekwoord.
gr.
Cor
Gelogd
J.H.
Schipper
*****
Berichten: 2186


Bekijk profiel
« Antwoord #57 Gepost op: 25-02-2017, 02:24:36 »

H-98-Northella (3)


* H_098-Northella-_3_-.jpg (64.83 KB, 801x534 - bekeken 679 keer.)
Gelogd
J.H.
Schipper
*****
Berichten: 2186


Bekijk profiel
« Antwoord #58 Gepost op: 25-02-2017, 02:32:42 »

GY-257-Vanessa-


* GY-257-Vanessa-1952-75.jpg (56.63 KB, 801x534 - bekeken 615 keer.)
Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #59 Gepost op: 27-02-2017, 09:15:51 »

Noordover 24

De SB zij was nu weer bijna leeg..... maar voor hoe lang ?
De schipper gaf orders, dat het net meteen gehaald moest worden. Het net had slecht drie kwartier over de zeebodem gesleept en produceerde nog eens negen pakken vis, gelijk aan 270 kisten vis.
Wij slaagden er in om slecht 6 pakken vis in de last te storten en dan viel er al weer vis terug in zee..
Het zevende pak,werd ook scheep gehieuwd, maar werd niet gestort en bleef aan de gilson hangen en de rest van de vis bleef in het net, langszij het schip.
We lieten de kleppen van de spuigaten zakken en moesten de vis rond het visruim luik weg halen en de enige plaats waar wij de vis  konden kwijt raken, was op het achterdek.
Het werd geschat dat wij in 10 uur tijd 10.000 stones vis hadden gevangen. Het net was slechts in totaal drie uur en veertig minuten over de zeebodem gesleept. Wij moesten de volgende 24 tot 30 uur liggen drijven om te kunnen strippen.
Toen wij nog zo'n 30 kits vis nog niet gestript hadden, gaf de schipper instructies om het net weer uit te zetten.
Deze 30 kits waren genoeg om ons strippend bezig te houden tot de volgende haal.
Voor de verdoemden was geen rust nodig.
Wij hielden deze visserij vol, voor de volgende drie dagen.
Het weer bleef schitterend, wat voor ons een grote hulp was.. Toen wij van IJsland vertrokken, lag het dek nog werkelijk vol met vis..
De schipper stopte de wacht te kooi en iedereen moest strippen en twaalf man stond vier en twintig aan één te strippen. Ik had geluk, want ik had net mijn wacht te kooi gehad, toen de schipper de wacht te kooi stopte.. De drie man, die nu de wacht te kooi zouden hebben, werd het door de neus geboord en moesten het uiteindelijk veertig uur zonder slaap zien uit te houden..
De arme stakkers waren compleet kapot, zij hadden geen benul meer hoe laat het was.
Maar het was voor iedereen een zware reis geweest..
De laatste vis werd in de wasser gespoeld, toen wij ter hoogte  van het zuid einde van de Faroer eilanden waren.
Van de vier dagen vissen, deden we slechts 12 trekken en de rest van de tijd lagen wij te drijven om te kunnen strippen. Wij eindigde de reis met 3500 kisten vis van 10 stones in vier dagen vissen en iedere vis was binnen de territoriale wateren gevangen.
De gehele reis duurde 10 dagen, een van de kortste reizen naar IJsland , welke door een Grimsby trawler in die tijd ooit werd gemaakt.
Wij verwachtte een grote besomming toen wij aan de afslag kwamen, maar ook nog andere trawlers  brachten die dag goede vangsten aan de afslag.
De kwaliteit van onze vis had geleden van het aan dek liggen in de hete zon, gedurende  lange tijd en een gedeelte van de vangst werd afgekeurd
De rest bracht een slechte prijs op.
Zwaar werk verricht voor noppie de nop.
Wij waren zwaar teleur gesteld..
Onze schipper viste altijd binnen de limiet grenzen, maar hij had veel geluk.
Ik herinner mij een donkere nacht dat we er visten met een paar andere schepen en niemand had het marine schip gezien, tot op het laatste moment.. Hij was nog maar drie mijl van ons verwijderd, toen hij werd gespot op de radar,
Paniek was verzekerd.
De algemene routine was, als we de trawl scheep hadden, om alle lichten te doven en ook de navigatie verlichting te doven.
Met het schip in totale duisternis gehuld, stoomde wij naar buiten de limiet grens..
Toen wij weg stoomden, hoorden wij het marine vaartuig een kanon schot lossen
Hij had er een te pakken.
Wij hadden ons net drie uur lang voortgesleept en moesten gaan halen, toen het marine vaartuig verscheen, Alles wat wij die trek vingen, na drie uren slepen, was vier manden vis.,
Wij bleven twee uur lang stomen, tot wij er zeker van waren, dat wij niet achtervolgd werden en zette toen de trawl weer uit..
Drie uur later haalden wij 100 kisten vis boven water.
Als dat geen geluk is, dan weet ik het niet meer !
Vis was er niet altijd voldoende en er waren tijden dat het erg moeilijk was om vis te vinden.
Deze speciale reis was er een van..
Het kon niet schelen waar we heen gingen, binnen de limiet grenzen of er buiten, er werd steeds weinig gevangen..
Schepen gingen naar huis met slechte vangsten. en de rapporten van alle schepen waren eender.
Wij hadden nog drie visdagen te gaan en hadden slechts 750 kisten vis aan boord. Normaliter op dit punt van de reis hadden wij gewoonlijk 1700 tot 2000 kisten in het visruim.
Uiteindelijk besloot Woody naar de Faroer eilanden te stomen , met de intentie om daar 24 uur te vissen.
Als we er niets zouden vangen, zouden wij naar Grimsby stomen en het verlies maar accepteren..
Wij arriveerden in de vroege uren van de volgende mogen bij de Faroer Eilanden en zette de trawl uit op de Fuglo Bank.
Wij verwachtte er niet veel van en wij dachten dat het gewoon maar tijd verlies was, maar Woody zijn geluk , had hem nog niet in de steek gelaten.
Onze eerste trek was 200 manden kabeljauw en koolvis en drie dagen later waren wij op de thuisreis met 2500 kits vis aan boord. Wij maakten een uitstekende besomming, door het feit dat andere schepen slechte reizen maakten..
De volgende reis, was weer naar IJsland, op een reis zonder incidenten.
Alles liep als van zelf en de visserij was goed. Wij vingen ongeveer 2500 kits. maar toen verminderde de visserij..
Wij hadden nog maar twaalf uur vistijd over en Woody besloot dat het een goed idee was om naar de 100 vadem lijn te stomen bij de noordkust van Schotland, om daar  naar haaien te zoeken..
Iedereen haatte dit, als de schipper zoiets had besloten.
Het is mooi, als de reis bij IJsland beëindigd en rechtstreeks naar huis wordt gestoomd daar vandaan..
Maar dat was niet zo, als wij nog een paar visdagen over hadden..
Maar wij hadden slecht nog maar 12 uur over..
Wij kwamen op de 100 vadem lijn aan en zette de trawl uit en hadden net genoeg tijd over, om drie korte trekken te doen.
Wij noemde Woody, de grootste rotzak die er onder de zon te vinden was.
Wij hoopten er op, dat hij niets zou vangen en we klaar waren om naar huis te stomen.
Wij haalden na drie uur.
Het weer was goed, de zee vlak en kalm en wij keken naar de zee voor een gebeurtenis om na te vertellen.  Van bubbels, wat zou aangeven, dat we een goede trek hadden gedaan.
Geen bubbeltje was er te zien.
Het lijkt er wel op , dat er geen vis in zit, dacht ik bij mijzelf.
Wij hieuwden het net langs het schip. Toen het eerste deel van de trawl boven water kwam. zag ik, dat er een paar haaien in het netwerk hingen..
Mijn gedachten gingen terug naar de goede oude trawler St.Philip, toen wij een hoop haaien vingen op de Barra Head..
Maar mijn hart zonk in mijn schoenen. Het was zo klaar als een klontje, dat wij een grote trek haai deden..
Haaien verschillen van kabeljauw en schelvis daar zij geen zwem blaas hebben en hebben geen drijf vermogen, zodat zij niet naar boven komen drijven..
Het lijkt er veel op, dat je een net vol rotsen hebt opgevist.
Het was zwaar werk, om te trachten het net scheep te krijgen
Iedere keer als wij weer wat netwerk scheep gehaald hadden, moesten wij dat vast zetten met zware kettingen en het vervolgens vast te zetten aan de verschansing, en zelfs dan stonden de kettingen op het punt om  te breken..
Als er enige deining had gestaan, zou het gewicht van de haaien het net hebben afgescheurd.

Wordt vervolgd
Gelogd
Pagina's: 1 2 3 [4] 5 6 7 8 ... 103 Omhoog Print 
« vorige volgende »
Ga naar:  


Login met gebruikersnaam, wachtwoord en sessielengte

Powered by MySQL Powered by PHP Powered by SMF 1.1.4 | SMF © 2006, Simple Machines LLC Valid XHTML 1.0! Valid CSS!