Welkom, Gast. Alsjeblieft inloggen of registreren.
25-01-2021, 01:19:22
Startpagina Help Zoek Inloggen Registreren
Nieuws: http://jolybit.nl De nieuwe trading hulp website is in de maak. U kunt hem wel al gebruiken.

+  Vraag en antwoord & Wie wat waar
|-+  Vraag en antwoord
| |-+  Vraag en antwoord
| | |-+  Spionageloggers
« vorige volgende »
Pagina's: [1] 2 3 4 5 Omlaag Print
Auteur Topic: Spionageloggers  (gelezen 55969 keer)
Piet Es
Gast
« Gepost op: 31-10-2010, 13:42:23 »

De spionageschepen van de maatschap ‘Hoogzeevisscherij’ (Intro)
 
Niet eerder was ik mij zó bewust van de gang van zaken rond dit toch wel schokkende onderwerp. Er is tot nu toe nauwelijks tot niet over geschreven en er is blijkbaar - door onbekendheid omtrent het gegeven - niet eerder onderzoek naar gedaan. Ik houd mij intussen al geruime tijd zeer intensief daarmee bezig. Met name gaat het dan om een veelomvattend archiefonderzoek. In de onderstaande drie artikelen wil ik u hierover iets vertellen.
           

Piet Spaans 2010
historisch publicist en auteur
Den Haag Holland
http://nl.wikipedia.org/wiki/Piet_Spaans

« Laatste verandering: 17-12-2010, 19:57:37 door Piet Es » Gelogd
vreemdeling
Schipper
*****
Berichten: 1860


Bekijk profiel
« Antwoord #1 Gepost op: 31-10-2010, 16:52:26 »

Was de overmeesterde schipper de scheveninger P. M.
met als bijnaam "De knecht van Sinterklaas ?
Vreemdeling
Gelogd
peter.rog
Gast
« Antwoord #2 Gepost op: 04-11-2010, 19:02:58 »


hadie Piet Spaans?!........ waar was je al die tijd?
toch niet ziek, moe of had je ff genoeg van ons?
je hoeft het niet te vertellen hoor....
want ik ben al erg tevreden met het onderhoudende stuk over donkere dagen, hierboven.
't is dan wel even er voor gaan zitten en dóórbijten, maar dan heb je ook wat!


ik lees het tussen de regels door........
homo homini lupus oftewel de mens is een wolf voor zijn medemens (soms, denk ik dan maar erbij)

ik hou óók van Scheveningen!
Gelogd
leen/spaans/
Schipper
*****
Berichten: 183


Bekijk profiel
« Antwoord #3 Gepost op: 04-11-2010, 22:26:16 »

Hallo Piet, leuk je weer eens te zien op de site en met een nogal beladen onderwerp. We hadden het er nog even over toen ik met mijn vrouw bij je was. Ik wens je succes toe met je zoektocht en wacht je vervolg van het relaas met interesse af. Gr. Leen.
Gelogd
witkwast
Schipper
*****
Berichten: 2272


Leer v. gisteren Droom v. morgen Maar leef vandaag


Bekijk profiel
« Antwoord #4 Gepost op: 04-11-2010, 22:41:49 »

Beste Piet ,

Heerlijk om je uit éénzetting weereens te kunnen lezen en net zoals meerdere van de Site van Scheveningen kan ik zeggen we hebben je gemist.

Welkom terug.  Op je eigen manier die jij het beste vind !

Aad
Gelogd
peter.rog
Gast
« Antwoord #5 Gepost op: 04-11-2010, 23:22:56 »

Welkom terug.  Op je eigen manier die jij het beste vind !

kan wel zo wezen, Witkwast,
maar hij moet niet te lang wachten!
als die man drie dagen per week bezig is,
mogen we toch wel enig aanvullend resultaat binnen afzienbare termijn verwachten! toch??
Gelogd
De spienet
Gast
« Antwoord #6 Gepost op: 05-11-2010, 11:27:21 »

welkom terug pieter hoop dat alles goed gaat met jullie  groet henk
Gelogd
Piet Es
Gast
« Antwoord #7 Gepost op: 28-11-2010, 13:19:56 »

De spionageschepen van de maatschap ‘Hoogzeevisscherij’ 1.

Strauch

De hoofdpersoon van de maritieme spionage welke hier wordt beschreven was de Duitser Friedrich Carl Heinrich Strauch. Deze werd op 5 September 1898 geboren te Bremen. Naar buiten toe wekt hij tot aan het begin van de Tweede Wereldoorlog de indruk, een eerzame medefirmant te zijn geweest binnen een bedrijf dat handelde in tabak. De firma was eveneens gevestigd te Bremen.
Strauch was destijds lid van de Nationaal Socialistische (Duitse) Arbeiders Partij, de N.S.(D.)A.P., die sinds 1933 als politieke partij onder leiding van Adolf Hitler in Duitsland alleenheersend was. Strauch zegt van zichzelf dat hij van deze partij lid is geweest vanaf 1933. Hij zegt in die partij nooit een functie te hebben bekleed, noch lid te zijn geweest van enige nevenorganisatie daarvan. Anderzijds is het veelzeggend dat hij in het jaar waarin de N.S.D.A.P. prominent aan de macht kwam, daarvan lid is geworden. Het geeft steun aan de opvatting dat de middenklasse, naast de arbeidersklasse, de basis heeft gevormd voor de door Hitler geleide N.S.D.A.P.

Visum
Strauch, Fritz voor zijn vrienden, trouwde in 1933 met Marguerite Maria Alphonsine van Cranenburgh die uit Nederland (Amsterdam) afkomstig was. Als handelaar in tabak kwam hij regelmatig naar de in Amsterdam gevestigde tabaksbeurs. Een Amsterdamse tussenpersoon, de firma Van Huystee, bemiddelde in díé tabakszaken, die Strauch en zijn Duitse firma betroffen. Op 28 Augustus 1939 werd Strauch door de Duitse regering opgeroepen als dienstplichtige. Hij had in de Eerste Wereldoorlog gediend bij de het Kaiserliche Deutsche Marineoffizierkorps en werd daarin opnieuw opgenomen. Men plaatste Strauch bij een Hafenüberwachungsstelle in het Duitse Borkum. Vervolgens vertrok hij naar Wilhelmshafen. Gedurende zijn diensttijd nam Strauch, naar hij aangaf om zijn tabakshandel te kunnen behartigen, steeds zakenverlof. Tijdens dit zakenverlof was hij veel in Nederland, dit naar zijn zeggen in verband met de tabaksveilingen en andere tabaksaffaires die Amsterdam tot centrum hadden. Zo was hij, opnieuw naar zijn zeggen, op 10 Mei 1940  in Nederland tijdens de aanval van de Duitse Wehrmacht op ons land. Pikant detail daarbij is echter dat door de eerdergenoemde tabaksmakelaar Van Huystee in april 1940 met spoed een visum voor Nederland was aangevraagd voor Strauch vanwege een tabaksbeurs ...

Na de capitulatie van Nederland ging Strauch terug naar zijn legeronderdeel in Duitsland. Via Wilhelmshafen werd hij overgeplaatst naar de Marine Befehlshaber in Den Haag, waar hij ongeveer zes weken verbleef. Daarna werd hij overgeplaatst naar de Abwehrstelle die in Scheveningen zetelde. Strauch kreeg als standplaats echter Amsterdam toegewezen.

Dubbelrol
De werkelijkheid aangaande Strauch blijkt dus een andere. Uit verhoren wordt duidelijk dat Strauch al voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog was verbonden aan de Abwehr, de Duitse spionage- en inlichtingendienst. De zogenaamde zakelijke bezoeken aan Nederland waren een kennelijke dekmantel voor Strauchs bezigheden voor de Abwehr; dit blijkt indirect uit na-oorlogse verhoren van medewerkers die onder Strauch werkten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat Strauch al vóór de oorlog aktief was voor de Abwehr wordt bijvoorbeeld min of meer duidelijk uit een verhoor van een zekere Schipper, een in 1939 werkloze stuurman van de grote handelsvaart. Schipper werd op een zeker moment in 1939 bezocht door twee heren, die later bleken te zijn Strauch en zijn Nederlandse belangenbehartiger in tabakszaken, A.M.J. van Huystee. Uit verhoren wordt duidelijk dat ook de laatstgenoemde al voor de Tweede Wereldoorlog in Nederland spioneerde voor Duitsland. Van Huystee was dan ook wat men noemde 'fout' in die jaren. Er volgde een tweede gesprek waarin Strauch aan Schipper voorstelde, samen een rederij op te zetten voor de Noordzeevisserij. Schipper startte vooruitlopend daarop bepaalde aktiviteiten, maar Strauch liet ineens niets meer van zich horen. Wellicht dat hierbij  ontwikkelingen rond het begin van de Tweede Wereldoorlog waarbij Strauch als oud-Kriegsmarineman vanuit de Eerste Wereldoorlog opnieuw dienstplichtig werd verklaard en naar Duitsland terug moest, een rol hebben gespeeld. Toch zouden de wegen van Strauch en Schipper elkaar in de eerste oorlogsjaren weer gaan kruisen.

H.C.A.M.
Niet alles wat destijds heeft plaatsgevonden, wordt uit de verhoren volledig duidelijk. Zo was er bijvoorbeeld een Nederlands bedrijfje, genaamd ‘De Hollandsche Crediet- en Agentuur Maatschappij’ (H.C.A.M.), waarvan de oprichter een Duitser was. Deze Duitse oud-marineman, Thomas Marx geheten en sinds 1921 in Nederland wonend, liet in 1924 zijn bedrijfje inschrijven bij de Kamer van Koophandel te Rotterdam. Nog voor de Tweede Wereldoorlog verhuisde deze Marx met zijn H.C.A.M. naar Den Haag. Rond 1935 maakte Marx kennis met een zekere, financieel niet onbemiddelde, Nederlander, A.M.H. Straater geheten. Zij raakten bevriend en nadat Straater aan Marx een flink bedrag had toegezegd voor zijn H.C.A.M., werd hem het directeurschap van deze handelsmaatschappij gegund. Evenals de eerdergenoemde Duitser Strauch werd ook Marx opnieuw opgeroepen voor de krijgsdienst en net als in de Eerste Wereldoorlog werd Marx nu opnieuw bij de Kriegsmarine geplaatst.

In Wilhelmshafen leerde Thomas Marx bij toeval (of misschien ook niet!) zijn landgenoot Friedrich Strauch kennen. Verdere gegevens ontbreken, maar in 1941 bleek de inmiddels in Nederland gestationeerde Strauch van zins, aandeel te willen nemen in de H.C.A.M. Hij bracht nog enkele andere financieel geïnteresseerden mee, waaronder de al genoemde Van Huystee. De H.C.A.M. ging met de zich zojuist aangemelde deelgenoten in zee, waardoor het geplaatste kapitaal van dit maatschappijtje aanzienlijk werd verhoogd. De dubbelrol van Strauch wordt duidelijk wanneer blijkt dat hij vanaf tóén, en door middel van de H.C.A.M., contact ging zoeken met een zekere L. Parlevliet Nzn. te IJmuiden. Het ging om een rederszoon die evenals zijn vader vissersschepen exploiteerde. Daarnaast trad Strauch opnieuw in contact met de oud-stuurman Schipper die hij al eerder – in 1939 – had benaderd voor het opzetten van een rederij met als doel, het uitoefenen van de Noordzeevisserij. Die rederij, genaamd Schipper en Van den Oever, kwam er vervolgens. Op een wat ondoorzichtige manier raakte Strauch bovendien als zogenaamde Verwalter – beheerder – betrokken bij het reilen en zeilen van de Scheveningse rederij v/h. Frank Vrolijk. 

Maritieme spionage
Als Abwehrman bedacht Strauch een vorm van spionage ter zee door middel van vissersschepen. De schepen gingen dan weliswaar vissen, maar kregen een door de Duitsers opgeleide Nederlander mee die via zendapparatuur de Duitse Wehrmacht en de Kriegsmarine op het vasteland informeerde over geallieerde convooien, overvliegende geallieerde vliegtuigen, snelboten, mijnenvelden en zeegang en weersomstandigheden. Zo’n persoon kwam echter – hoe doordacht! – niet voor op de monsterrol. Daarnaast doorzag Strauch, dat de door deze spionerende schepen aangevoerde vis een welkome aanvulling kon zijn op iemands inkomen. De H.C.A.M. werd daarvoor dus een dubbelzijdige dekmantel; de aangezochte reders gingen akkoord met een spion aan boord en mochten op grond daarvan ongelimiteerd gaan vissen terwijl dit voor niet betrokken reders en schepen niet gold. De ruime opbrengsten kwamen terecht in een nieuw gevormde maatschappij waarin zowel de genoemde reders als de H.C.A.M. met haar aandeelhouders deelnamen. Twee doelen onder handbereik voor één geld dus…         

© Piet Spaans 2010
historisch publicist en auteur
Den Haag Holland
http://nl.wikipedia.org/wiki/Piet_Spaans



« Laatste verandering: 21-05-2011, 08:18:06 door Hans » Gelogd
Piet Es
Gast
« Antwoord #8 Gepost op: 28-11-2010, 13:20:50 »

De spionageschepen van de maatschap ‘Hoogzeevisscherij’ 2.

Een verdere ontwikkeling

Naar het lijkt vormden vooral collaboratie en geldzucht de rode draad binnen de exploitatie van  de zogenaamde ‘spionageloggers’ tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het maritieme spionagestelsel werd voor het eerst zichtbaar door een opmerkelijke gebeurtenis met een dergelijke logger. Dit werd – naast eerder in bladen elders – op 29 augustus 2007 óók gepubliceerd in De Scheveningsche Courant .
 Het schipvolk van de betrokken spionagelogger – de KW 110 – overmeesterde, geleid door zijn stuurman Jacob de Mos, op 30 augustus 1942 zijn uit Scheveningen afkomstige schipper Pieter Grootveld. Daarnaast werd ook de op de logger aanwezige V.Mann (vertrouwensman, lees: spion) Dijkstra overrompeld. Schip en bemanning weken uit naar Engeland. Daar werden de schipper en de V.Mann na een uitvoerig verhoor vrijwel meteen opgepakt en voor de verdere duur van de oorlog geinterneerd. Het bewuste gebeuren wordt ook zeer uitvoerig beschreven in het boek Oranjehaven (1992) van de auteur Paul van Beckum.

Strauch alias Dr. Rudi
Het geheel van dit maritieme spionagestelsel stond onder leiding van een Duitse officier der Kriegsmarine en tevens Abwehrmann (Abwehr: contra-spionage), de Kapitän-Leutnant Friedrich C.H. Strauch, alias Dr. Rudi. Hij werd direct geassisteerd door Wilhelm Edzard, een uit Duitsland afkomstige en in ons land wonende burger, maar ook oud-militair. Een betrokkene wat meer op afstand was Jan Dirk Vader, een Nederlander en oud-gezagvoerder van de grote vaart. Hij kreeg  – na in de oorlogsjaren werkloos te zijn geworden – via de Duitse Kriegsmarine een functie in de haven van Amsterdam. Hij maakte als N.S.B.er snel promotie en werd in november 1941 Chef Noordzeevisscherij en bemiddelaar tussen de Duitse Kriegsmarine en de Nederlandse visserij.

Export van gloeilampen
Strauch stond van uit zijn verleden al in relatie met de Hollandsche Crediet- en Agentuur Maatschappij. (H.C.A.M.). Haar kantoor was tot het voorjaar 1944 gevestigd aan de Oostduinlaan 22 en later aan de Laan Copes van Cattenburgh 98 te Den Haag. De H.C.A.M. was ongeveer 20 jaar tevoren opgericht door een Duitse ex-marineman, de Leutnant Marx. Omstreeks 1938 werd een zekere Straater directeur; deze investeerde een fors bedrag in de H.C.A.M. en men begon met exportzaken. Gloeilampen speelden daarbij een grote rol en dit zou het bedrijf tijdens de oorlog grote weermachtsorders opleveren en flinke winsten bezorgen.

Maatschap "Hoogzeevisscherij"
Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en na het begin van onze bezetting is de H.C.A.M. in contact gekomen met een reder te  IJmuiden, genaamd Leen Parlevliet. Daarbij werd de maatschap ‘Hoogzeevisscherij’ opgericht. De aandelen van die maatschap kwamen onder andere in handen van de eerder genoemde Straater, Strauch, Marx, Van Huystee en nog enkele zakenrelaties van Strauch. Voor zover valt op te maken uit persoonlijke getuigenissen bestond de vloot van de maatschap ‘Hoogzeevisscherij’ uit 8 á 10 vissersschepen. Deze mochten, ondanks de vele beperkingen die golden voor andere, altijd vissen, vrijwel alle zelfs buiten de tien mijlszône. In dezelfde jaren trad ook de Scheveningse rederij v.h. Frank Vrolijk steeds meer op een soortgelijke wijze naar buiten. Daarbij werd binnen het bedrijf de eerdergenoemde Duitse Kriegsmarine- en Abwehrofficier Strauch als z.g. Verwalter aangesteld. De reeds geschetste maritieme spionage op de Noordzee was intussen gestart en daarmee tevens voor de ingestapte investeerders en verdere medewerkenden het grote-geld-verdienen, want vis was kostbaar in die jaren. En IJmuiden werd het centrum voor vloot en vis.

Schepen en schippers
Er is een weinig eensluidende registratie van vissersschepen die tijdens de oorlogsjaren daadwerkelijk hebben gevist en voor wat betreft de maatschap ‘Hoogzeevischerij’ lijkt dit niet veel anders te zijn geweest. Uit kruisonderzoeken kwamen namelijk geen 8 á 10, maar zelfs 22 schepen naar voren die op enigerlei wijze bij de spionagevloot waren betrokken, namelijk: de E 19, E 436, HD 220, KW 110, KW160, KW 173, SCH 65, SCH 95, SCH 160, UK 143, IJM 3, IJM 86, IJM 107, IJM 111, IJM 118, IJM 203, IJM 209, IJM 222, IJM 223, IJM 224, IJM 225, IJM 263 en de ZK 68. De schepen E 19 en E 436 waren houten Deense scheepjes afkomstig uit Esbjerg; zij markten veel in IJmuiden. De schippers-eigenaars Alex Lausen en Willi Enewoldsen waren goed bekend met het visserijwereldje van IJmuiden. De ZK 68 lijkt hier een wat vreemde eend in de bijt; het schip kwam echter uit Zoutkamp.

Goede verdiensten
De betrokken schippers waren meest afkomstig uit IJmuiden, Egmond en Katwijk en zoals bleek een enkele ook uit Scheveningen. Onder de vertrouwensmannen (spionnen) waren ook twee Scheveningse schipperszonen en tevens broers. Een hunner ontsprong in maart 1945 de dans. Drie spionageschepen, dus met bemanningen en vertrouwensmannen, lagen in Delfzijl. Een van de schepen, de SCH 160, had bijna geen kolen meer en moest in Embden (Duitsland) gaan bunkeren; daarop diende een van de beide broers als V-Mann. De andere twee schepen vertrokken zoals gebruikelijk naar zee; ze keerden niet terug. Van de bemanningen en de V-Männer is nooit meer iets vernomen. Zij  waren allen voorzien van een gedegen Duitse opleiding als marconist. Ze volgden deze onder andere in een school aan de Cornelis Jolstraat te Scheveningen en in de Alexanderkazerne aan de Van Alkemadelaan. Vervolgens werden zij met een zender geplaatst op de schepen; ze waren daarbij tevens gewapend. Naast informatie over zeegang, wind, mist, regen en stroming moesten zij in codes melding maken van geallieerde convooien, overvliegende formaties geallieerde vliegtuigen, gesignaleerde snelboten en drijvende mijnen. Zij kregen voor hun spionagewerk heel goed betaald voor die jaren, namelijk f. 150.- per week. 

Maar de vis werd duur betaald
Uit dit vergeten stukje oorlogshistorie blijkt in elk geval dat, waar aan de ene zijde collaboratie en geldzucht bij vertrouwensmannen, zekere reders en sommige schippers een rol speelden, aan de andere kant levens van onwetende, onschuldige zeevissers zinloos werden prijsgegeven aan de zee!     
           

© Piet Spaans 2010
historisch publicist en auteur
Den Haag Holland
http://nl.wikipedia.org/wiki/Piet_Spaans

« Laatste verandering: 29-01-2011, 17:55:15 door Piet Es » Gelogd
Rinus.N
Global Moderator
Schipper
*****
Berichten: 2666


SCH 84 voortvaren


Bekijk profiel E-mail
« Antwoord #9 Gepost op: 28-11-2010, 13:33:08 »

de rol van een dir.lid van vh Frank vrolijk is hier toch algemeen bekent Piet
Gelogd

Eens gevaren  Altijd Gevaren
http://www.scheveningen-haven.nl/
Piet Es
Gast
« Antwoord #10 Gepost op: 28-11-2010, 13:46:27 »

de rol van een dir.lid van vh Frank vrolijk is hier toch algemeen bekent Piet

Rinus, alleereerst: wat was die rol dan precies? Dat gaat straks uit het onderzoek blijken. En vervolgens: de na-oorlogse generatie kent die achtergronden natuurlijk helemaal niet.

Piet 
Gelogd
Rinus.N
Global Moderator
Schipper
*****
Berichten: 2666


SCH 84 voortvaren


Bekijk profiel E-mail
« Antwoord #11 Gepost op: 28-11-2010, 13:54:15 »

de na-oorlogse generatie kent die achtergronden natuurlijk helemaal niet.

daar heb je gelijk in
 maar mijn vader heeft daar gewerkt  en zo zijn er meer geweest
 er is toen veel ruzie geweest wie er met wie mee deedt
Gelogd

Eens gevaren  Altijd Gevaren
http://www.scheveningen-haven.nl/
uitkijk
Schipper
*****
Berichten: 182


Bekijk profiel
« Antwoord #12 Gepost op: 28-11-2010, 17:39:53 »

Piet, een interessant en mooi verhaal.
Ik ben van latere datum, maar uit mijn Marine-tijd ruim na de oorlog, maar tijdens de koude oorlog, kan ik melden dat er toen verschillende Russische vissersschepen rondvoeren, die volhingen met antennes. Het vissen was een dekmantel en het waren gewoon afluisterstations om alle verbindingen tussen (marine)schepen en ook de verbindingen aan de wal te onderscheppen en te analyseren. Die schepen werden Elint genoemd, Electronic Intelligence. Het was natuurlijk anders als in de jaren '40, maar je ziet het, de Russen hebben ook druk gebruikt gemaakt van vissersschepen als dekmantel. Tegenwoordig en ook in het verleden waren het natuurlijk ook mooie dekmantels voor de drugssmokkel.
Groet Gerrit
Gelogd
viking
Gast
« Antwoord #13 Gepost op: 29-11-2010, 21:20:55 »

goh Piet,wat heb ik dit gemist.

gr Rob
Gelogd
Piet Es
Gast
« Antwoord #14 Gepost op: 04-12-2010, 15:33:13 »

De spionageschepen van de maatschap ‘Hoogzeevisscherij’ 3.

Schipper en Van den Oever

  Vrijwel niemand – en wellicht zelfs geen enkele deskundige op het gebied van de geschiedenis van de Noordzeevisserij – zal iets kunnen vertellen over het eerdere bestaan van een IJmuidens bedrijf met de naam ‘Rederij Schipper en Van den Oever’. De rederij is dan ook in geen enkele Naamlijst der Nederlandsche Reederijen en Haringschepen te vinden. Hoe kan dat? Het antwoord is simpel: de bewuste rederij was een oorlogskindje.
Pieter Jan Schipper kwam al in een eerder artikel ter sprake, namelijk in verband met een bezoek dat twee heren hem in 1939 brachten: daaronder de latere Duitse Kriegsmarineofficier en Abwehrmann Friedrich Strauch. Deze laatstgenoemde stelde Schipper na hun eerste gesprek voor, samen een rederij te beginnen om vissersschepen te exploiteren. Aangenomen mag worden dat toen al de gedachten aan spionage ter zee bij Strauch en/of bij zijn superieuren moeten hebben geleefd.

Oude bekenden
Want uit verschillende na-oorlogse verhoren blijkt tussen de regels door dat de beide mannen elkaar al vóór de oorlog kenden en dit zelfs al vóór het moment waarop Strauch in 1939 de ex-stuurman Schipper thuis kwam bezoeken. Schipper, die overigens al in de eerste oorlogsjaren tevens een opleiding tot V-Mann (vertrouwensman) doorliep, vertelde ooit in vertrouwen aan een andere vertrouwensman dat Strauch een nogal geheimzinnig iemand was. Hieruit kan met steeds meer zekerheid worden opgemaakt dat de tabakshandel van Strauch slechts een dekmantel was voor diens spionage in Nederland. Uitgaande van de getuigenis van een bij de bewuste rederij betrokken boekhouder kan worden aangenomen, dat de ‘Rederij Schipper en Van den Oever’ in september 1940 haar beslag heeft gekregen. Jacobus van den Oever was van beroep motordrijver, wat in de na-oorlogse verhoren steeds wordt vertaald als ‘monteur’.

Hoe de aspirant-reders elkaar destijds hebben leren kennen blijft onduidelijk. Wellicht is de kennismaking een uitvloeisel geweest van het onderzoek dat Schipper in 1939 deed naar aanleiding van het – toen niet verder uitgewerkte – plan van Strauch om samen een rederij op te starten. Misschien hebben Schipper en Van den Oever in 1939  al een basis voor dit plan willen leggen, eens temeer omdat Van den Oever als motordrijver technisch onderlegd was. Belangrijk voor een aankomende rederij. Hoe dan ook: het compagnonschap dat Schipper en Van den Oever in september 1940 aangingen had betrekking op het voor gezamenlijke rekening exploiteren van een aangekochte houten kotter, die werd geregistreerd als IJM 209 en die werd genoemd “Sursum Corda I”.

Weinig fortuinlijk
Hun aanschaf bleek evenwel geen lang leven beschoren. In oktober 1940 ging de IJM 209 voor de eerste keer naar zee, met aan boord een V-Mann en onder gezag van de schipper Gerrit Hoek. Op 3 februari 1941 strandde de IJM 209 – toen onder bevel van de Texelse schipper Piet Drijver – echter bij diens geboorte-eiland Texel. Het vastgelopen schip kwam weliswaar na enkele weken weer vlot maar werd vervolgens in juli 1941 door geallieerde vliegers tot zinken gebracht. Het maakt meer dan duidelijk hoe goed tóén de geallieerden al geïnformeerd waren als het om ‘vissende’  Nederlandse spionageschepen ging.

Alhoewel de verschillende lezingen over de navolgende gang van zaken nogal uiteen lopen is één ding wél duidelijk (en ook aannemelijk), namelijk dat Strauch al in juli 1940 Schipper op zijn toenmalige kantoor aan de Parkweg te Scheveningen ontbood. De inhoud van het gesprek blijft onduidelijk. Eind juli 1940 ontbood Strauch de ex-stuurman Schipper opnieuw en en bezorgde hem werk bij de de zogenaamde Hafenüberwachungsstelle te Amsterdam. Dit lijkt door Strauch goed doordacht te zijn geweest want hij had Schipper hierdoor steeds onder handbereik, dit eens temeer omdat Strauch intussen ook naar Amsterdam was overgeplaatst. Het werk beviel Schipper echter niet en hij werd dan ook door Strauch bij de Abwehr (Duitse spionagedienst) voorgedragen voor een opleiding tot V-Mann, maar dit verder terzijde omdat het voor Schipper een avontuur op zich werd. Strauch liet hoe dan ook Schipper niet los en Schipper vermoedelijk van zijn kant ook Strauch niet. Schipper en Van den Oever kochten namelijk in februari 1941 een tweede schip omdat de gestrande IJM 209 door die al genoemde stranding onklaar was geraakt.

Geraffineerd dubbelspel
Al eerder kwam een Nederlands bedrijfje, genaamd ‘De Hollandsche Crediet- en Agentuur Maatschappij’ (H.C.A.M.), ter sprake waarin de inmiddels in Nederland gestationeerde Kriegsmarineofficier en Abwehrmann Strauch aandeel was gaan nemen, en met hem enkele andere financieel geïnteresseerden. De H.C.A.M. ging met deze zich zojuist aangemelde deelgenoten in zee, waardoor het geplaatste kapitaal van dit maatschappijtje aanzienlijk werd verhoogd. En hoe slim gespeeld: het bedrijfje werd vanaf toen de tussenschakel tussen de Duitse Abwehr van de Kriegsmarine en bepaalde rederijen die de Noordzeevisserij beoefenden, waaronder ook die van Schipper en Van den Oever. Omdat de beide voornoemde reders niet in staat bleken, zonder financiële steun van derden het tweede schip te kopen, klopten zij bij Strauch aan. Strauch schoof vervolgens als tussenpersoon de directeur van de H.C.A.M. naar voren als helper in de nood en aldus kon met behulp van de H.C.A.M. in april 1941 daadwerkelijk tot de aankoop van het al genoemde tweede schip worden overgegaan. Het ging hier om een Noordzeeschokker die het nummer IJM 223 en de naam ‘Sursum Corda II’ kreeg. Opgemerkt moet nog worden dat Strauch intussen al zoveel invloed op de gang van zaken had gekregen dat op alle genoemde schepen en op de nog volgende schepen van de hier besproken rederij al V-Männer als spionnen functioneerden.

Toen vervolgens tot de aankoop van nóg twee schepen werd overgegaan – steeds met financiële steun van de H.C.A.M. – werd door Schipper en Van den Oever enerzijds en door de H.C.A.M. anderzijds besloten naast de bestaande rederij een naastgelegen rederij op te richten. Deze kreeg de naam ‘Mercurius’. De twee schepen die in deze nieuwe rederij werden ingeschoven waren de IJM 3, genaamd ‘Sursum Corda IV’ en de IJM 225, genaamd ‘Sursum Corda III’. Ze waren afkomstig uit Katwijk, van een rederij W. Groen en van een rederij J. Parlevliet. Op een van deze schepen heeft de Scheveningse schipper Piet Grootveld (vóór diens ongewilde vertrek naar Engeland door overmeestering van de KW 110) nog een of meer reizen gemaakt. De beide nieuw aangeschafte schepen werden vooral om redenen van financieel belang ondergebracht bij de rederij "Mercurius". Het reikt te ver om de gehele gang van zaken tot in details te beschrijven. Want het gaat er hier slechts om, het bestaan van een tot nog toe vrijwel onbekende rederij nader toe te lichten en om het verschijnen van nóg een tweede rederij hierin mee te nemen.

Onthutsend slot
In kort bestek en tot slot het vervolg, waar het althans de reders Schipper en Van den Oever betreft. Hun eerste schip, de IJM 209, dat in februari 1941 strandde, werd opgekalefaterd maar zoals al bleek in juli 1941 tot zinken gebracht. In augustus 1941 onderging hun schip IJM 3 een zelfde lot. Dit werd bovendien Van den Oever noodlottig. Hij zal vermoedelijk aan boord van dit schip zijn opgestapt als motordrijver en zal nadien samen met de bemanning van het schip en de ook aan boord aanwezige V-Mann zijn verdronken.

Even raadselachtig was het plotselinge vertrek van Schipper. Op 22 maart 1942 stak hij geheel onverwacht over naar Engeland. Vooraf nam hij uit de kas van de rederij ‘Mercurius’ f. 4000.- op. Hij had zonder medeweten van Strauch en alle andere betrokkenen een bootje gekocht en vertrok daarmee naar de overzijde. Het is nooit duidelijk geworden wat daarvan de beweegreden is geweest. In Engeland werd hij vervolgens geinterneerd. De rederij, nu ontdaan van haar beide reders, werd onder beheer gesteld van de directeur van de H.C.A.M. De twee overgebleven schepen, de IJM 223 en de IJM 225, werden door hem verkocht nadat ze eerst nog enige tijd onder beheer van Parlevliet hadden gevaren.

© Piet Spaans 2010
historisch publicist en auteur
Den Haag Holland
http://nl.wikipedia.org/wiki/Piet_Spaans


« Laatste verandering: 05-12-2010, 22:55:49 door Piet Es » Gelogd
Pagina's: [1] 2 3 4 5 Omhoog Print 
« vorige volgende »
Ga naar:  


Login met gebruikersnaam, wachtwoord en sessielengte

Powered by MySQL Powered by PHP Powered by SMF 1.1.4 | SMF © 2006, Simple Machines LLC Valid XHTML 1.0! Valid CSS!