Verhalen & Foto's

<< < (14/28) > >>

Marretje:
Ten onder aan eigen grandeur

DEN HAAG - Buitenlandse staatslieden, beroemde filmsterren en zelfs leden van ons eigen Koninklijk Huis hebben er geslapen of minstens gedineerd. Het statige hotel De Wittebrug was ooit internationaal een begrip. Ruim 120 jaar geleden ontstaan uit een bierbrouwerij.
 
De namen van filmsterren als Clark Gable en Ava Gardner stonden ooit genoteerd in het gastenboek en ook beroemde staatslieden als Adenauer en Eisenhower hebben er de dekens over zich heen getrokken. Hotel De Wittebrug, gelegen op de hoek van de Badhuisweg en de Nieuwe Parklaan, genoot decennialang internationale faam, maar ging uiteindelijk in 1972 ten onder aan de eigen grandeur. En aan een ondoorzichtig spel van macht en geld.
Terug naar de jaren ’30 in de negentiende eeuw. Ten tijde van koning Willem II besluit de gemeente Den Haag een kanaal te graven van het centrum naar Scheveningen. Over dit kanaal worden twee bruggen aangelegd: een nabij het Malieveld en een ter hoogte van het huidige Madurodam. Deze laatste brug wordt de Koninginnebrug genoemd, maar krijgt in de volksmond al snel de naam ‘Witte Brug’ omdat het fraaie bouwwerk geheel wit is geschilderd.
Naast deze brug ligt in die tijd, midden in de toen nog woeste duinen, een piepklein gehuchtje, bestaande uit korenmolen De Vier Winden en enkele huisjes. Dit aanvankelijk naamloze gehucht wordt prompt Wittebrug genoemd. In 1835 begint Anthonius H. van Dijk hier een bierbrouwerij, waar nu de Badhuisweg ligt. De brouwerij heet ‘Pruisische Adelaar’, maar wordt al snel omgedoopt tot ‘Het Anker’.
Als de bierbrouwer ontdekt dat de korenmolen veel wandelaars uit de stad trekt, besluit hij in 1885 op zijn erf een koffiehuis te bouwen, ‘De Goede Aanleg’. Het bestaat uit zeven kamers voor logies, een koffiekamer en een biljartzaal.
De zaken gaan uitstekend. In 1888 wordt de brouwerij gesloten en afgebroken en gaat Van Dijk zich helemaal toeleggen op het hotelbedrijf. In 1890 krijgt architect Joh. Mutters jr. de opdracht het hotel fors uit te breiden. Het nieuwe complex in de vorm van een chalet telt vijftig kamers en wordt op 7 juli 1891 geopend. De media waren enthousiast: ‘een in rustieke stijl opgetrokken gebouw met veranda’s, loggia’s, heerlijk terras, keurig geornamenteerde gevel en een lieve voortuin... een schilderachtig lieve indruk’.
De leiding komt in handen van de dames Lempers, nichtjes van oprichter Van Dijk, die in 1902 overlijdt.
In 1910 en 1911 ondergaat De Wittebrug een grondige verbouwing en wordt het gemoderniseerd. Helaas gaat dit volledig ten koste van de chaletachtige uitstraling. Het hotel wordt vooral populair als winterverblijf en als vergader- en feestlocatie. Het is de beroemde architect Co Brandes, die Hotel De Wittebrug uiteindelijk de vorm geeft, die de meeste mensen zich nog zullen herinneren. In 1937-1938 breidt hij het hotel uit met een vleugel aan de voorzijde, richting Nieuwe Parklaan.
Deze nieuwe vleugel wordt op 28 mei 1938 officieel geopend met een grootse gala-avond. Een periode van ongekende bloei breekt aan. Het hotel telt 240 bedden en 180 personeelsleden. Het kabinet kiest De Wittebrug zelfs uit voor het geven van officiële staatsbanketten, waarvoor een aparte zaal wordt ingericht. En als koningin Wilhelmina er een diner geeft, zijn de tafels gedekt met een 120-delig Rosenthal servies dat speciaal voor haar is vervaardigd. Wereldwijd wordt Hotel De Wittebrug een begrip.
Eind jaren ’60 komt echter de kentering. Het vijfsterrenhotel krijgt concurrentie van twee andere luxe hotels in Den Haag, Bel Air en het Promenadehotel, en de geroemde grandeur van weleer begint zich tegen het hotel te keren. De Wittebrug moet het vooral hebben van de welgestelde oudere clientèle, die verzot is op de klassieke entourage, maar die generatie sterft uit. Jongeren hebben geheel andere interesses.
Begin 1972 klinken de eerste geluiden dat De Wittebrug zijn langste tijd heeft gehad. Al wordt dat op 11 maart van dat jaar nog glashard ontkend door directeur Reichardt, die in een interview in de Haagsche Courant zegt: „De Wittebrug dicht? Geen sprake van. De Wittebrug gaat door, dat is een ding dat zeker is.’’
Grootspraak, zo blijkt acht maanden later. Op 18 november 1972 gaat de deur van het ooit zo befaamde hotel definitief op slot. Op een drukbezochte veiling wordt een halfjaar later de inboedel van de hand gedaan. Vooral het koninklijke Rosenthalservies trekt veel belangstelling, evenals de ruim 15.000 flessen wijn, de klassieke slaapkamerameublementen en enkele schilderijen van bekende meesters. Uiteindelijk gaat alles weg voor ongeveer een half miljoen gulden.
Al snel na de sluiting in november 1972 wordt overigens duidelijk dat er meer heeft gespeeld in de ondergang van het hotel. Er is sprake van een heuse machtsstrijd tussen de verschillende eigenaars en de directie. In de loop der jaren is De Wittebrug meerdere malen in andere handen overgegaan. Eind jaren ’60 doet eigenaar N.W. Bouwes verwoede pogingen het hotel te verkopen aan een internationale keten. Er is veel belangstelling uit Amerika en Engeland. Maar de raad van commissarissen en vooral de hoteldirectie zijn fel tegen de verkoop. „Britten over de vloer? Dat nooit!’’ De sluiting is daarna onafwendbaar.
Uiteindelijk wordt het leegstaande hotel in 1974 verkocht aan de overheid, waarna het Institute for Social Studies en NUFFIC erin worden gevestigd. In 1993 komt het gebouw in handen van projectontwikkelaar Boele & Van Eesteren en in 1995 volgt de onvermijdelijke sloop. Op de plek van het ooit zo beroemde hotel De Wittebrug staat nu een luxe appartementencomplex. De naam? Résidence Koninginnebrug, en daarmee is de cirkel rond.

AD

Gina:
De Koningin van Voorburg



Een bekende markante verschijning in Voorburg was Anna Maria Petronella van der Lubbe, ofwel “de Koningin van Voorburg” zoals zij in de volksmond genoemd werd. Ze viel op vanwege de vele lagen kleding die zij over elkaar droeg en ze was bovendien altijd zwaar opgemaakt.

Ze werd geboren te Den Haag op 29 juni 1899 en overleden op 21 november 1985 te Leidschendam. Ze is ook jong getrouwd geweest en al vroeg gescheiden. Uit dat huwelijk kwamen voor zover ik weet geen kinderen voort. Ze was concertzangeres.

Een groot deel van haar leven heeft ze in Voorburg gewoond aan het Oosteinde. Ze fietste vaak door Voorburg en langs de Vliet was een groot park waar ik haar wel eens tegenkwam. Ik was altijd een beetje bang voor haar. Ooit heeft ze mijn moeder eens aangesproken. Een andere bijnaam van van haar was “Poederdot” vanwege haar zware make-up. Haar laatste jaren van haar leven sleet ze in een inrichting in Leidschendam.

Tekst Elise Faber.

Gina:
Natte pakjes tegen de hitte!!!!!


Pinguins kunnen het ook warm hebben.
Waarom dan geen wetsuit tegen de hitte?
Het zou toch zonde zijn als deze beestjes door de zon zouden verbranden..











Foto's  en bron: spits.nl

Anneke:
Dat ziet er eng en dreigend uit..!
Was de verwoestende orkaan Katharina..! :-\

Anneke:
Jacques van Ginderen (Installatiebureau van Ginderen)

In 1970 begon Jacques van Ginderen, elektricien, vanuit zijn ouderlijk huis aan de Aaltje Noordewierstraat, een eenmansbedrijfje. Vanuit zijn slaapkamer ontving hij opdrachten, om vervolgens met de bakfiets naar de klant toe te gaan. Na een half jaar kreeg hij het te druk en verhuisde naar de Laan van Meerdervoort 677, waar nu een tandartspraktijk is gevestigd. In 1991 werkte er 35 mensen bij Van Ginderen. Ze werden te groot voor de woonwijk en verhuisden naar Zichtenburg, waar het bedrijf vandaag nog steeds gevestigd is. Inmiddels werken er zo’n 100 mensen voor het bedrijf van Jacques van Ginderen.

Navigatie

[0] Berichten index

[#] Volgende pagina

[*] Vorige pagina