Welkom, Gast. Alsjeblieft inloggen of registreren.
18-10-2017, 02:55:11
Startpagina Help Zoek Inloggen Registreren
Nieuws: Dit forum is gesloten en gaat verder bij "wie wat waar" onder de naam Cafeetje. http://www.scheveningen-centrum.nl/yabbse/index.php?board=31.0

+  Café "Pluk de dag"
|-+  Café "Pluk de dag"
| |-+  Een verzamelplaats van leuke verhalen en foto's
| | |-+  Oude Sporthelden
« vorige volgende »
Pagina's: [1] 2 Omlaag Print
Auteur Topic: Oude Sporthelden  (gelezen 50625 keer)
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Gepost op: 04-01-2007, 14:46:39 »

Björn Borg




Voor menig puberend tienermeisje was Björn Borg (geboren 1956, Zweden) in de zeventiger jaren de ‘tennisgod‘.

Björn Borg was herkenbaar aan zijn lange blonde lokken met hoofdband, zijn korte witte tennisshort en houten tennisracket. Ondanks dat er al metalen rackets op de markt waren, was hij één van de laatste tennisspelers die het spel speelde met een houten racket .

Björn Borg stamt uit het tennistijdperk van spelers als oa. Ivan Lendl (geboren 1960, Tsjechië), Ilie Nastase (geboren 1946, Roemenië), Jimmy Connors (geboren 1952, Amerika) en John Mc.Enroe (geboren 1959, Amerika).




In de tennissport zijn de jaarlijkse vier Grand Slam tennistoernooien, Australian Open - French Open/Roland Garros - British Open/Wimbledon en U.S. Open, dé belangrijkste toernooien. Björn Borg won elf van deze Grand Slam toernooien.
Als enige speler wist hij vijf maal achtereen Wimbledon, in 1976-’77-’78-’79 en ‘80, op zijn naam te zetten. En Roland Garros won hij zes maal (1974 - ‘75 - ‘78 - ‘79 - ‘80 en ‘81). Daarnaast won hij nog vele andere toernooien. In 1983 beëindigde Björn Borg zijn tenniscarrière en werd hij zakenman in mode (oa. ondergoed) en cosmetica.
Rond 1990 heeft hij geprobeerd zijn tenniscarrière weer op te pakken, dit mislukte helaas
« Laatste verandering: 04-01-2007, 14:49:05 door Gina » Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Marretje
Zuiplap
****
Berichten: 588


Eerlijk duurt het langst


Bekijk profiel
« Antwoord #1 Gepost op: 04-01-2007, 22:43:03 »

Leuk Gina deze topic  Cheesy
Gelogd

Behandel ieder zoals je zelf behandeld wilt worden
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Antwoord #2 Gepost op: 05-01-2007, 13:44:04 »

Abe Lenstra




Abe Lenstra (Heerenveen, 27 november 1920 Huh‚¬??? Heerenveen, 2 september 1985) was een Friese voetballer. Hij wordt in het Fries ook Huh?s Abe (onze Abe) genoemd.

Lenstra werd geboren als zoon van handelsreiziger Mindert Jans Lenstra, en Janke Suierveld. Als 15-jarige maakte hij zijn debuut in het eerste elftal van VV Heerenveen, de club waaruit later sc Heerenveen ontstond. Zijn meest legendarische clubwedstrijd speelde hij op 7 mei 1950 tegen Ajax. Een half uur voor tijd stonden de Amsterdammers (waaronder Rinus Michels) met 1-5 voor. Maar Heerenveen presteerde het dit in een 6-5 overwinning om te buigen. Lenstra scoorde de eerste twee goals en had een belangrijk aandeel in de overige.

Op zijn negentiende speelde hij voor het eerst in het Nederlands voetbalelftal, waar hij in totaal 47 keer voor zou uitkomen. Voor Oranje scoorde hij in totaal 33 keer, evenveel als later Johan Cruijff. Het 'Gouden binnentrio' was de benaming voor het drietal Abe Lenstra, Faas Wilkes en Kees Rijvers, dat het hart van de Nederlandse aanval vormde in de jaren vijftig. De bekendste interland die Lenstra speelde was de 1-2 overwinning op regerend wereldkampioen West-Duitsland in 1956. Hij tekende voor de beide Nederlandse goals, de Duitse was een eigen goal van Cor van der Hart.



Lenstra werd begeerd door vele clubs. Inter Milaan bood hem zelfs een blanco cheque aan, maar Lenstra wilde 'zijn' Heerenveen niet verlaten. Op latere leeftijd maakte hij uiteindelijk toch nog een overstap naar Sportclub Enschede, waar hij het eerste doelpunt maakte in het Diekman Stadion.

Zowel binnen als buiten Friesland genoot Lenstra een enorme populariteit. Heerenveen werd in de jaren rond 1950 ook wel 'Abeveen' genoemd. Samen met Faas Wilkes en Kick Smit stond Abe Lenstra bovendien model voor de voetballende stripheld Kick Wilstra. Abe Lenstra werd in 1951 gekozen als eerste Sportman van het jaar. Het volgende jaar kreeg hij deze onderscheiding opnieuw.

In 1977 werd Lenstra getroffen door een hersenbloeding. De laatste acht jaar van zijn leven bracht deze veelzijdige sportman daardoor in een rolstoel door. Hij overleed op 64-jarige leeftijd te Heerenveen, en werd op 6 september 1985 gecremeerd in het crematorium te Goutum.

Na zijn dood werd Lenstra niet vergeten. Toen Cruijff in 2000 een 'Oranje van de Eeuw' mocht samenstellen ter gelegenheid van een benefietwedstrijd was Lenstra de enige speler, die ondanks zijn overlijden toch werd geselecteerd. Een blijvende herinnering is het in 1994 opgeleverde stadion van sc Heerenveen, dat ter nagedachtenis aan de beste voetballer die de club ooit gekend heeft, het Abe Lenstra Stadion is genoemd en waar een standbeeld van hem de hoofdingang siert. In 1995 werd in het stadion een musical over hem opgevoerd met Ronnie Pander als Abe.
Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Marretje
Zuiplap
****
Berichten: 588


Eerlijk duurt het langst


Bekijk profiel
« Antwoord #3 Gepost op: 05-01-2007, 23:54:26 »

Bep werd Olympisch kampioen in 1928, Europees kampioen in de lichtgewichtklasse in 1931 en nog een keer Europees kampioen middengewicht in 1938. De "Hammering Hollander" was vooral berucht om z'n uithoudingsvermogen en snelle hoeken. Behalve dat het een mooie gelegenheid is om oude boksfoto's te tonen is het toch ook fijn om terug te kijken op een sporter die werkelijk alleen om z'n sport gaf (alle lof gaat naar Rotterdammers.nl). Buiten het behalen van het enige Nederlandse Olympische boksgoud heeft Bep ook nog in de oorlog als piloot voor de Amerikanen gevochten en had, zoals het Oud Hollandsche Topsporters betaamt, een redelijk succesvolle sigarenzaak na zijn sportieve pensioen in 1956.

Tussen 1934 en 1936 probeerde de "Dutch windmill" in Amerika, waar hij de beroemde bijnaam kreeg, zich naar een kampioenswedstrijd te vechten. Maar door louche managment is dat er nooit van gekomen. Na twintig wedstrijden (W16, V2, G2) keerde hij teleurgesteld terug. Zijn oude trainer Theo Huizenaar trof een droef mens aan.


* BepvKlaveren.jpg (53.44 KB, 600x438 - bekeken 6978 keer.)

* Bep_van_Klaveren.jpg (12.36 KB, 400x300 - bekeken 7039 keer.)
Gelogd

Behandel ieder zoals je zelf behandeld wilt worden
Marretje
Zuiplap
****
Berichten: 588


Eerlijk duurt het langst


Bekijk profiel
« Antwoord #4 Gepost op: 06-01-2007, 20:00:49 »

D???© schaatsnamen die bij de Winterspelen in 1972 horen zijn oa. Ard schenk, Kees verkerk, Jan bols, Eddy Verheijen, Atje Keulen Deelstra en Stien Baas Kaiser. Bij de dames was Gerard Maarse de trainer en bij de heren de welbekende Leen Pfrommer.

Bij de openingsceremonie had Atje Keulen Deelstra de eer om de Nederlandse vlag te dragen en bij de sluiting was dat Stien Baas Kaiser.

Ard schenk (geboren 1944) was een van de toppers in die jaren. Naast het winnen van EK's en WK's op verschillende afstanden, was het winnen van drie gouden plakken bij deze Olympische Winterspelen een super prestatie.

Ard schenk won goud op de 1500 m., 5000 m. en de 10 km. Helaas ging de vierde medaille bij de 500 m. door een val bij de start aan zijn neus voorbij.

Kees verkerk (geboren 1942) schaatste midden jaren '60 al succesvol, verschillende Europese/Wereldtitels en een Olympische titel (1968) had hij al op zijn naam gezet. Bij de Spelen in 1972 won 'Keessie' de zilveren medaille op de 10 km.

Stien Baas Kaiser (geboren 1938) begon haar schaatscarri????re ook in de jaren zestig, 6x werd zij Nederlands Kampioen, 2x Wereld Kampioen en bij de Winterspelen van 1968 behaalde zij 2x brons. In Sapporo won Stien het goud op de 3000 m. en zilver op de 1500 m. Na deze Spelen be???«indigde zij haar schaatscarri????re.

Atje Keulen Deelstra (geboren 1938) behaalde in de jaren zeventig de nodige Nederlandse/Europese en Wereldtitels. Bij de 11e Olympische Winterspelen verdiende Atje zilver op de 1500 m en brons op de 1500 m. en de 3000 m.

Ja, dat waren nog eens tijden: schaatsen op buitenbanen in soms storm en sneeuw en van gestroomlijnde schaatspakken en klapschaatsen hadden zij (en wij) nog nooit gehoord!


* oude_sporthelden-schaatsen.jpg (21.38 KB, 400x153 - bekeken 6853 keer.)
Gelogd

Behandel ieder zoals je zelf behandeld wilt worden
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Antwoord #5 Gepost op: 18-01-2007, 21:59:51 »

Elfstedentocht 1963 (Reinier Paping)



   


Op 18 januari 1963 vond de twaalfde Elfstedentocht (of Alvest????detocht zoals ze dat in Friesland zeggen) plaats. Dat was de verschrikkelijkste Elfstedentocht uit de geschiedenis. Velen zullen zich die tocht nog herinneren. Dat komt waarschijnlijk mede omdat daarvan voor het eerst live verslag van werd gedaan op radio en televisie. Daardoor kon iedereen in Nederland deze historische tocht direct meebeleven. Daarna duurde het ook nog eens 22 jaar voordat de volgende Elfstedentocht plaatsvond en dat zorgde ervoor dat de legende langdurig in stand te gehouden werd.

Maar dat is toch niet de enige reden. Het was ook werkelijk een barre tocht. In de nacht van 18 januari werden alle kouderecords gebroken en bij de start was het MIN 12 graden. En in de loop van de dag stak er ook nog eens een noordoosterstorm op. Dat maakte het dus eigelijk onverantwoord om de tocht door te laten gaan.



Er speelden zich dramatische taferelen af. Er vonden vreselijke valpartijen plaats, mensen reden met hun hoofd tegen een brug omdat hun oogleden bevroren waren. Er waren veel gewonden doordat mensen hun benen, armen of zelfs hun bekken braken. Langs de route lagen de EHBO-posten en ziekenhuizen vol met gewonde mensen. Het leek wel een compleet slagveld en daar werd dus live verslag van gedaan op radio en televisie.

In Stavoren stapten vele duizenden mens af om de trein terug naar Leeuwarden te nemen. Omdat het aanbod van reizigers niet verwerkt kon worden werden extra bussen ingezet.

Hoe erg het geweest was bleek achteraf. Van de 9.294 toerrijders haalde maar 69 mensen de finish in Leeuwarden. Maar ook van de 568 wedstrijdrijders kwamen er slechts 58 aan. Dus van het total van 9.862 mensen die aan de tocht van zo'n 200 kilometer over het ijs begonnen kwamen er maar 127 aan. 

De held van dit alles werd de winnaar van de wedstrijdrijders, Reinier Paping. Er had zich een kopgroep gevormd waar Reinier Paping in zat, samen met Jeen van den Berg, Anton Verhoeven en Jan Uitham. Bij Witmarsum reed Paping echter weg bij deze kopgroep met nog bijna de helft van de wedstrijd voor de boeg en dat onder zulke barre omstandigheden. Dat stuk legde hij dus helemaal in z'n eentje af. Jeen van den Berg was sneeuwblind geworden en werd op sleeptouw genomen door Jan Uitham. Toen Reinier Paping na een tocht van 10 uur en 59 minuten arriveerde duurde het nog 22 minuten voordat nummer twee, Jan Uitham, arriveerde. Jeen van den Berg werd derde. Ook Anton Verhoeven was sneeuwblind geworden en wankelde als vierde over finish op de Grote Wielen in Leeuwarden.




Toen Paping arriveerde stonde er zoveel mensen op het ijs dat het nog even verkeerd dreigde te gaan. Er bestond gevaar dat men massaal door het ijs zou zakken en in het ijskoude water terecht zou komen. Om aan te geven wat voor een nationale gebeurtenis het was moet nog vermeld worden dat koningin Juliana met prinses Beatrix aanwezig was om de winnaar te feliciteren. Dat gebeurde in de EHBO tent bij de finish, nadat Paping eerst met een infrarood lamp een beetje ontdooid was. Prinses Beatrix was zo enthousiast dat ze maar bleef uitroepen: "Meneer Paping ik heb toch zo'n bewondering voor u".

Reinier Paping was 31 jaar toen hij de Elfstedentocht won. Na de huldiging ging hij met zijn vrouw naar Dedemsvaart waar ze door de fanfare werden opgewacht. Hij woonde diep in de bossen in Ommen in een in een zomerhuisje omdat hij in verband met de woningnood geen gewoon huis kon krijgen. Toen de pers de andere dag naar hem op zoek was en eindelijk het huisje gevonden had was hij niet thuis. Hij had tegen zijn vrouw gezegd:"Ik ga even in het bos voor een loopje. De spieren zijn nog wat stram".

Van zijn prestatie werd Paping niet rijk. Hij kreeg twee jaarkaarten voor de ijsbaan in Deventer, van de provincie Overijssel kreeg hij een zilveren sigarettendoos (voor een sportman ??) en een onbekende had hem in Ommen een tientje in de hand gedrukt.

Bij zijn eerste televisie-interview vertelde hij dat hij elke ochtend Brinta at. W.A. Scholten's Chemische Fabrieken (het latere Koninklijke Scholten Honig) nam contact met hem op en Paping werkte mee aan een reclamecampagne "Niemand de deur uit zonder Brinta". Daarvoor gebruikten ze een foto van Paping. De reclamecampagne was een succes en er werd meer Brinta verkocht. En wat kreeg Paping voor zijn medewerking aan de campagne ? Hij ontving 500 gulden, een aansteker (voor een sportman ??) en een f???¶hn voor zijn vrouw.

Paping begon, vrijwel direct na zijn overwinning, een sportzaak in Zwolle die dank zij zijn naam goed liep. Pas na 22 jaar, in 1985, was er weer een Elfstedentocht.

 Evert van Bentum, die zijn eerst noren nog in de winkel van Paping gekocht had, won. Het jaar daarop werd er weer een Elfstedentocht gereden en weer won Van Bentum. Dat waren gouden winters voor de winkel van Paping. Het was in die winters h???©t adres waar je moest zijn om schaatsen te kopen en een goed advies te krijgen
Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Antwoord #6 Gepost op: 30-01-2007, 16:53:05 »

Woutje Wagtmans


     
 


Wouter Wagtmans werd op 10 november 1929 geboren in het Brabantse Sint Willebrord. Het gezin telde zeven kinderen en zijn vader was fabrieksarbeider. Omdat het gezin arm was ging Woutje direct na zijn lagereschooltijd werken bij een tuinder. In zijn vrije tijd volgde hij een studie voor automonteur (auto's zouden altijd zijn passie blijven). Later ging hij nog werken voor een suikerwerkfabriek.

Toen een oudere broer van hem trouwde gaf hij zijn racefiets aan Woutje. Deze vond het hardrijden met de fiets prachtig en in 1947 werd Woutje lid van de in 1946 opgerichte wielervereniging "Willebrord Wil Vooruit (WWV)".

Woutje bleek talent te hebben en won dat jaar als nieuweling de criteriums van het Zeeuwse Oostburg en Goes. In 1948 werd hij amateur en hij behaalde in dat jaar 14 overwinningen. Het jaar daarop won hij maar liefst 33 keer, waaronder het Wegkampioenschap voor amateurs van Nederland. Hij viel niet alleen op door zijn overwinningen, maar ook door zijn  streken. Hij draaide zijn rugnummer 16 eens om zodat het leek of hij rugnummer 91 had. Het bezorgde hem de bijnaam "Dik Trom". Ook stapte hij eens aan in de beginfase van een wedstrijd af om een toeschouwster die hij kende een kus te geven.
In 1950 had hij zich eens ingeschreven bij twee criteriums, waar hij vervolgens niet kwam opdagen. De Nederlandse Wieler Unie (NWU) dacht dat hij dan wel voor die wedstrijden betaald gekregen had en schorste hem voor drie wedstrijden. Het aannemen van geld was voor die tijd voor een amateur een ernstige overtreding. Door eerdere fratsen had hij ook nog een voorwaardelijke schorsing van vier wedstrijden en zo zou de schorsing zeven weken gaan duren. Dan zou voor hem het seizoen al zo'n beetje voorbij zijn.





Dit speelde halverwege 1950 en Woutje besloot toen maar om profwielrenner te worden. En omdat hij prof werd zette de NWU de straf om in een boete van honderd gulden (toch nog een flink bedrag in die tijd). Een dag later deed hij mee aan het Nederlandse profkampioenschap op de weg in Limburg waar hij gelijk tweede werd. Slechts met moeite wist Gerrit Schulte hem in de laatste meters te verslaan.
Daarmee was zijn naam gevestigd. Omdat het kampioenschap in het heuvelachtige zuiden van Limburg was verreden toonde hij aan ook een redelijk klimmer te zijn. De toenmalige bondscoach Piet van Ierlant selecteerde hem, op 21-jarige leeftijd, gelijk voor de Ronde van Frankrijk van dat jaar (er werd toen nog met landenploegen gereden).  Het werd een drama voor hem. Iedere dag eindigde hij in de achterhoede in de tiende etappe gaf hij op.

In 1951 selecteerde Kees Pellenaars Wagtmans toch weer voor de Ronde van Frankrijk, maar weer reed Wagtmans de Tour niet uit. Dat was overigens de beruchte Ronde van Frankrijk waarin Wim van Est op 16 juli als eerste Nederlander de Gele Trui veroverde. De dag daarna stortte hij bij de afdaling van de Col d'Aubisque in een ravijn. Hij kwam er genadig van af. Met aan elkaar geknoopte fietsbanden wist hij uit het ravijn te klauteren. De sponsor van de ploeg, het horlogemerk Pontiac, haakte hier op in met de slogan in een krantenadvertentie en een foto van de huilende Van Est: "Zeventig meter viel ik diep, m'n hart stond stil, maar m'n Pontiac liep".
 
Ook in de volgende jaren deed Wagtmans mee aan de Ronde van Frankrijk. Alleen die van 1952, 1953, 1955 en 1956 reed hij uit. Ook in 1957 deed hij mee, maar hij stapte al in de vierde etappe af. De volgende keer dat hij aan de ronde van Frankrijk meedeed was pas weer in 1961 maar ook deze keer stapte hij in de negende etappe af.

In totaal won hij vier etappes in de Tour en droeg negentien dagen de Gele Trui.
In het jaar 1953 was Wagtmans zeer succesvol in de Ronde van Frankrijk. In dat jaar werd voor het eerst de Groene Trui geïntroduceerd voor het Puntenklassement. Hoewel Fritz Schär eigenlijk eerste stond in dit Puntenklassement kreeg Wagtmans toch als eerste dit tricot om de schouders. Schär stond namelijk ook eerste in het Algemeen Klassement en droeg daarom al de Gele Trui. Uiteindelijk werd Wagtmans tweede in dit Puntenklassement. In deze ronde kreeg hij bovendien een aantal malen de dagprijs voor de strijdlustigste renner, behaalde hij twee etappezeges, werd eerste van het Ploegenklassement met de met het Nederlandse team en eindigde zelf in het Algemeen Klassement op de vijfde plaats.
In 1954 ging de Ronde van Frankrijk voor de eerste keer buiten Frankrijk van start en wel in Amsterdam. In de eerste etappe van Amsterdam naar het Belgische Brasschaat mocht Wagtmans van het peloton een stuk vooruit rijden omdat hij door zijn geboortestreek kwam. In Breda demarreerde hij daarom en men liet hem gaan. Hoewel het de bedoeling was dat hij zich later weer in het peloton zou laten terugzakken, ging  Wagtmans door en eindigde met grote voorsprong aan de finish. Het peloton nam het hem natuurlijk niet in dank af. Maar ook deze keer reed hij de Tour weer niet uit.

Op 11 augustus 1954 trouwde hij vervolgens met Pertonella Dimphena Jaspers (roepnaam Nelly), de dochter van een transportondernemer uit Sint Willebrord. Het huwelijk is kinderloos gebleven.
Een ander hoogtepunt was de Ronde van Frankrijk van 1956. Tot aan de Alpen had hij een grote kans op de eindzege. Maar zijn ploeg was te zwak om hem te ondersteunen. Hij eindigde uiteindelijk als zesde.
In het peloton gedroeg Wagtmans zich vaak als een clown. Zo trok hij vaak gekke bekken en stak hij soms een bolknak op tijdens de koers. Het bezorgde hem de bijnaam "Olijke Wout" en "Zoeloe".

Maar niet alleen in de Ronde van Frankrijk was Wagtmans succesvol. In 1950 won hij de Ronde van Noord Holland. De Acht van Chaam won hij in 1950 en 1952. Ook in 1952 won hij de Ronde van Romandië. In 1953 won hij de Ronde van Haspengouw, in 1957 Rome-Napels-Rome en in 1960 de Ronde van de Vier Kantons. Aan de Ronde van Italië deed hij vijf maal mee. Hij won in totaal drie etappes.
Als baanwielrenner behaalde Wagtmans eveneens grote successen, vooral achter de motoren (Dernies). Na de succesvolle Ronde van Frankrijk in 1953 werd de Nederlandse ploeg gehuldigd in het Olympisch Stadion in Amsterdam. Voor de grap deed hij mee aan een wedstrijd achter motoren die hij vervolgens gewoon won. Met zijn gangmaker Bertus de Graaf zou hij nog vele overwinningen op de baan behalen.

Zijn topjaar bij het baanrennen was het jaar 1958. Hij won het Kampioenschap van Nederland en de Winterprijs van Berlijn en werd derde bij het Wereldkampioenschap.
Zijn laatste wedstrijd was de Zesdaagse van New York in 1961. Omdat hij daarna volgens de organisatoren te veel startgeld vroeg, werd hij geweigerd voor de Zesdaagse van Madrid. Hij was daardoor zo aangedaan dat hij besloot om het wielrennen vaarwel te zeggen.

In 1967 was hij nog ploegleider in de Ronde van Frankrijk. Zijn ploeg had Jan Janssen als kopman. Hij werd vijfde in het eindklassement en winnaar van de Groene Trui.
Na zijn wielercarrière in 1961 ging Woutje Wagtmans werken bij het transportbedrijf van zijn schoonvader in Sint Willebrord waar hij zelf ook woonde. Toen zijn schoonvader een jaar later overleed zette hij samen met zijn vrouw Nelly het bedrijf, dat gespecialiseerd was in het transport van personenwagens, voort onder de naam Jaspers-Wagtmans. Aan het eind van de tachtiger jaren viel hij zo ongelukkig uit een vrachtwagen dat hij invalide werd.
In april 1994 werd kanker bij hem geconstateerd, waaraan hij 15 augustus van dat jaar op 64-jarige leeftijd overleed.



Woutje Wagtmans behoorde tot de generatie van wielrenners die, samen met zijn dorpsgenoot en vriend Wim van Est, als eersten successen boekten in de Ronde van Frankrijk. Later reden Wagtmans en Van Est ook samen succesvolle koppelkoersen op de baan. Hoewel hij tot de meest veelzijdige en talentrijkste renners van zijn generatie behoorde, haalde hij nooit de absolute top. Door zijn armoedige jeugd reed hij overal waar maar geld te verdienen was en pleegde op die manier roofbouw op zijn lichaam. Van het verdelen van krachten en het gebruiken van speciale voeding had die generatie renners nog nooit gehoord en dus waren ze, net zoals Wagtmans, meestal op nog vrij jonge leeftijd opgebrand.
In zijn hoogtijdagen in 1960 zette Woutje Wagtmans, samen met Wim van Est, het bekende liedje over de Ronde van Frankrijk op de grammofoonplaat.
  
Tour de France

(Kelder/Post)
Tour Tour Tour, de Tour de France.
Wie rijd em dit jaar in de lauwerkrans?
Wie zit er aan de kop?
Wie hangt er aan de staart?
Zet hem even op,
die gele trui die is het waard.

Woutje Wagtmans:

Je zadel schaaft en schuurt,
geen water in de buurt.
De zon is moordend heet,
de wegen zijn niet breed.
Een slechte derailleur
of andere malheur,
dat maakt met kramp en pech
je tot slaven van de weg.

Wim van Est:

Soms val je in 't ravijn,
verrek je van de pijn.
Met een lekke band,
dan sta je langs de kant.
Maar gaan de benen rap,
dan win je een etap.
Dan vlieg je zonder pech
als koning van de weg

 

Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Antwoord #7 Gepost op: 09-02-2007, 14:08:37 »

Theo Koomen

(De Beroemste sportverslaggever)




Theodorus Wilhemus Koomen (roepnaam Theo) werd op 20 mei 1929 geboren in Wervershoof (NH). Hij groeide op in een kinderrijk streng rooms-katholiek gezin. Zijn vader was groenteboer. Als klein jongetje verkondigde hij al dat hij priester wilde worden. Hij hield preken voor een speelgoedaltaar en aan de klanten in de winkel vertelde hij dat hij paus Theodorus de eerste zou worden. In september 1942 ging hij, op dertienjarige leeftijd, studeren aan het seminarie St. Paul in het Limburgse Arcen. In 1947 moest hij deze studie voor priester afbreken omdat bij hem TBC geconstateerd was. Daarvoor verbleef hij jarenlang in een sanatorium in Beek (Gld).

Achteraf beschouwde hij zijn vijf jaar op het seminarie als de ongelukkigste uit zijn leven. Het celibatair leven zou ook niets voor hem geweest zijn. Later zij hij daarover": "Mijn leven begon pas toen ik twee???«ndertig was en ze zullen potverdomme w???©ten dat ik aan het inhalen ben. Dat zal ik ze laten z???­???©n en horen."

Nadat hij uit het sanatorium ontslagen was, werd hij in 1952 leerling journalist bij het Noordhollands Dagblad. In 1959 werd hij er chef van de sportredactie.

Intussen was hij op 13 september 1956 getrouwd met Maria Geertruda Langedijk. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. Na zijn dood is het algemeen bekend geworden (wat intimi al wisten) dat hij verhouding had met de tweelingzus van zijn vrouw Janny. Uit deze verhouding werd een dochter (Netty) geboren.

 

In 1961 vertrok hij naar De Volkskrant. En voor deze krant ging hij al snel de Ronde van Frankrijk verslaan. In 1966 stapte hij over naar de KRO radio. Van het sportprogramma "Goal" maakte hij een veelbeluisterd programma. Voor deze omroep en, later ook voor andere omroepen, versloeg hij de grote wielerevenementen, schaatswedstrijden en voetbal. Zijn verslaggeving werd vooral gekenmerkt door een groot enthousiasme, doorspekt met woorden als "fantaaaastisch" of dramaaaatisch".  Door zijn enthousiasme voelde het aan alsof je zelf bij de wedstrijd aanwezig was en dat maakte hem zeer geliefd bij het publiek.

Theo had echter een handicap. Hij was kleurenblind. Andere verslaggevers hadden vaak genoeg aan de houding van een wielrenner en de kleur van het shirt om te zien we het was. Voor Theo was alles grijs en bovendien had hij nog een extra handicap die niet bij alle mensen die kleurenblind zijn voorkomt, het beeld dat hij zag was ook vertekend. Daarom begon hij wat hij zag min of meer te omschrijven en op den duur nam hij het met de waarheid niet altijd even nauw. Hij verhief het omschrijven tot een kunst. En zijn enthousiasme was aanstekelijk.

Van 1973 tot 1976 werkte Theo Koomen voor de Televisie Radio Omroep Stichting (TROS), waarbij hij onder meer als presentator van het televisiespelprogramma "Een gulden de man" fungeerde. Dit werd echter geen success. Na een freelanceperiode van vier jaar accepteerde hij in 1980 een vast dienstverband bij de Nederlandse Omroep Stichting (NOS).

« Laatste verandering: 09-02-2007, 14:15:47 door Gina » Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Antwoord #8 Gepost op: 09-02-2007, 14:10:39 »

Eigenlijk was Theo Koomen meer een radioman dan een televisieman. Bij de televisie kon de kijker hetzelfde zien als Theo en omdat ze hetzelfde zagen hoefde hij eigenlijk ook niet zoveel te zeggen. Maar dat kon Theo natuurlijk niet laten. Bovendien maakte hij ook wel eens fouten, die voor een radioluisteraar gecamoufleerd konden worden, maar die voor de televisiekijker direct zichtbaar waren.

Over Theo Koomen doen vele verhalen de ronde.

Schaatsen

Toen Piet Kleine in 1976 allround schaatskampioen werd, sloeg hij uit puur enthousiasme de ruit van zijn commentaarhokje stuk.

Bij een wereldkampioenschap schaatsen voor vrouwen maakte hij eens een verschrikkelijke vergissing. Vanaf de start van de 3.000 meter haalde hij de vrouwen door elkaar, en riep daardoor de verkeerde tot winnaar en tevens wereldkampioene uit. Nadat hij enthousiast verslag gedaan had van de wedstrijd schakelde hij over naar zijn collega Heinze Bakker die zich op het ijs bevond en een interview moest houden met de wereldkampioene. En omdat Bakker de winnaar natuurlijk niet met de verkeerde naam kon aanspreken en de kijkers natuurlijk ook zagen wie het was, viel Theo direct door de mand.

Voetbal

Voor de NOS radio zou hij eens een sfeerbeeld uit Rome verzorgen, omdat Ajax daar speelde. Maar hij miste zijn vliegtuig en dus was dat niet mogelijk. Hij belde met de producer van het programma, George Tor en vroeg of ze niet iets konden verzinnen. En Thor werkte mee en zei dat hij gewoon moest doen of hij in Rome was en dan zou hij achtergrondgeluiden van de straat en schreeuwende supporters laten horen. En zo gebeurde het. Bij Theo thuis in Wervershoof ging 's avonds de telefoon. "En Theo, hoe is het in Rome?" Nou, het was verschrikkelijk mooi, zei Theo, hij kon zich maar amper staande houden tussen die feestende Ajax supporters op plein zus-en-zo. En Tor liet inderdaad een band horen met straatgeluiden en met: "Huh‚¬??Ajax, Ajax!" Het was niet van echt te onderscheiden.

Bij de voetbalwedstrijd van Ajax tegen Haarlem viel de speler Gerrie M????hren geblesseerd uit. En omdat Theo slecht kon zien herkende hij de speler die voor hem inviel niet. Naar collega's die op de perstribune zaten gebaarde hij wanhopig om hulp. Zijn collega, die dacht dat hij wilde weten wie utgevallen was, zei: "Gerrie M????hren." En Theo liet Gerrie M????hren invallen voor de geblesseerde Huh‚¬?¦ Gerrie M????hren.

Wielrennen

Bij de wielerwedstrijd Parijs-Roubaix meldde hij eens dat er twee vluchters voorop zaten, dat had hij gehoord omdat de organisatie dit op de mobilofoon meldde. Maar Theo had het niet goed begrepen. Het was namelijk maar Huh©???©n renner die Gilbert Duclos-Lassalle heette.





Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Antwoord #9 Gepost op: 09-02-2007, 14:12:31 »


Theo was meestal dicht in de buurt van de wielrenners te vinden. Achter op de motor met zij vaste chauffeur Raymond Nackaert. De supporters die tijdens de Ronde van Frankrijk langs de kant van de weg stonden kalkten niet alleen de naam van hun favoriete renner op het asfalt maar ook de naam Theo Koomen. Als hij door het publiek reed klonk het "Theo, Theo" uit de kelen van de Nederlandse supporters. En Theo hoorde het breed lachend aan.

Als de etappe saai was vroeg de studio in Hilversum hem soms om eens wat meer leven in de brouwerij te brengen. En daar draaide Theo zijn hand niet voor om. Uit de radio klonk dan de jingle: "Radio Tour flits, tour flits, tour flits Huh‚¬?¦." En terwijl er geen renner bij hem in de buurt was gilde hij bijvoorbeeld: "Kuipertje demarreert, Kuipertje demarreert, tjonge wat slaat-ie een gat, 't is net of de concurrenten stil staan. Ga d?HuhHuh?r Hennie, ga d?HuhHuh?r jongen."

Ook meldde hij eens: "Joop Zoetemelk is gedemarreerd!!!! Bernard Hinault is nergens meer te zien. Als een adelaar bestijgt Joop hier de flanken van de Puy de Dome. De voorsprong is 10, 15, wat zeg ik ? Huh‚¬?¦25 seconden???‚¬?¦..Huh‚¬??. En weg was de lijn. Later bleek dan dat Hinault even een bus drinken was gaan halen bij de ploegleiderswagen van Guimard. Maar dat maakte niet uit want de luisteraars hadden op het puntje van de stoel gezeten.

Legendarisch is ook zijn verslag van de ontsnapping in 1977 van Hennie Kuiper op de Alpe d???‚¬?„?Huez. Bij een radio interview voor de VARA radio zei hij daar in 1981 over: "Ik ben die middag daar bezig geweest op die berg, te midden van die duizenden Nederlanders en ik was totaal begeesterd. Ik sloeg door mijn stem heen, ging over de kop. Ik zal wel geschreeuwd hebben: toe maar, Hennie, toe maar. Nog Huh©???©n bultje. Dan ben ik geen journalist meer, maar een toeschouwer. Ik ben op zo???‚¬?„?n moment een enorme enthousiasteling. Ik ben namelijk een landgenoot van de heer Kuiper."

En, de helaas veel te vroeg overleden, Gerrie Kneteman vertelde eens het volgende: "Zelfs onder barre omstandigheden verzaakte Theo niet om, net als de renners, de ontberingen van bergetappes in de Tour de France aan den lijve te ondergaan. Ik kan me nog heel goed voor de geest halen dat er in 1980, het jaar dat Joop Zoetemelk "La grande Boucle" zegevierend afsloot, een hele lastige bergetappe in de Pyrenee???«n op het menu stond.

Al heel vroeg in de ochtend stond het peloton in Pau gegroepeerd om een fiks aantal van de slechtste cols aan te vallen. Grijze regenwolken ontnamen ons het zicht op de bergtoppen en voorspelden niet veel goeds. Kortom het zag er niet uit alsof we een "prettige wielerdag" tegemoet gingen. Omdat ik wist dat de NOS-radio Tour de France pas om 14.00 uur in de lucht zou komen, was ik er van overtuigd dat de heren verslaggevers het voorgerecht in de ochtenduren over zouden slaan. Klokje 13.30 uur was immers vroeg genoeg om zich in de wedstrijd te melden. Even voor de start was ik dan ook hogelijk verbaasd dat ik Theo in vol ornaat, bij wijze van spreken "met oorlogskleuren beschilderd"' achter op de motor van Raymond zag zitten. Ik begreep even niet wat ik hier nou mee aan moest. Dat wij in het koude en natte weer de ontberingen niet konden ontlopen, dat wisten wij van tevoren, de wielersport is nou eenmaal geen sport voor mietjes, maar dat er mensen waren die deze ontberingen geheel vrijwillige ondergingen, dat kon ik niet begrijpen. Op mijn vraag waarom Theo niet lekker tot 13.30 uur in de warme auto van de NOS bleef zitten antwoordde hij, dat hij dat niet "eerlijk" tegenover de renners vond. Theo wilde aan den lijve ondervinden wat de renners, ook als de uitzending van de radio nog niet begonnen waren, moesten ondergaan. Toen ik vele uren later in een koud Luchon opgebaard over de finish reed, stond Theo op me te wachten en ik kon zien dat hij zich net zo voelde als ik. Theo zag eruit alsof ook hij onder de trein gelegen had."

Vanwege het feit dat hij de renners maar moeilijk kon herkennen moest hij, achterop de motor gezeten achter de brede rug van Raymond, vaak eerst in zijn papieren kijken om te zien over welke renner het ging. Om dat rustig te kunnen doen meldde hij gewoon dat hij even door een tunnel heen moest, waardoor de verbinding tijdelijk verbroken zou worden. Als hij dan de juiste naam gevonden had ging hij gewoon verder met zijn verslag.








Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Antwoord #10 Gepost op: 09-02-2007, 14:14:05 »

Als in een bergetappe van de Ronde van Frankrijk de eersten over de streep waren, streden in de achterhoede de mindere klimmers tegen de tijdsoverschrijding, waardoor ze uit koers genomen zouden worden. En Theo liet zich dan terugbrengen naar de renners die zwoegend de berg opkwamen. En hij meldde dan bijvoorbeeld: "Jan Raas gaat als een baksteen omhoog, krijgt een flesje bier van een toeschouwer voor de pijn in zijn rug???‚¬?¦Oh Jan, kom op, vierkant zit hij op zijn fiets???‚¬?¦..wat een strijd, maar wat een steun van al die duizenden Nederlanders???‚¬?¦.Jantje, Jantje, Jantje". Of het allemaal waar was wist niemand, want alleen het laatste half uur van de etappe werd door de Franse televisie uitgezonden. En dat gebeurde vaak nog met een paar vaste camera's die vlak bij de finish stonden. De mobiele camera's konden in de bergen toen nog nauwelijks verbinding maken en als er al verbinding was ging dat gepaard met veel storing.



Theo Koomen ontsnapte een aantal malen aan de dood. In 1975 reed hij, met chauffeur Gerard Koel aan het stuur, met een volgwagen van de NOS in de Ronde van Frankrijk het ravijn in. Tijdens de val riep Theo: "O, moedertje, moedertje, Theootje gaat dood." Maar hij had alleen een bezeerde duimnagel. Gerard Koel was er slechter aan toe. Hij had een flink gat in zijn arm waar het bindweefsel uitstak. Toen Koel op de tafel gelegd werd troostte Theo hem met de woorden: "Stil maar Gerard, het komt allemaal goed. Bij mij viel het ook wel mee." Toen kwam er een dokter en die knipte gewoon het uitstekende bindweefsel weg. Ineens klonk er een plof. Theo was flauwgevallen.

Hoewel hij kleurrijk sprak op de radio was zijn culinaire fantasie maar beperkt. Meestal liet hij in Frankrijk de gezelligste restaurantjes links liggen. En als hij er dan eens een aandeed had hij een vaste bestelling, bestaande uit drie gerechten: Steak au poivre, salade en m????me temps et apr????s fraises au chantilly, oftewel biefstuk met pepersaus met daarbij een salade en als nagerecht aardbeien met slagroom.

Twintig Rondes van Frankrijk bracht Koomen als verslaggever op zijn naam, en vele honderden voetbal- en schaatsverslagen.

En toen kwam daar die fatale dag. Nadat hij een radioverslag gedaan had van de voetbalwedstrijd FC Twente tegen FC Volendam reed hij 's avonds laat naar huis. Het was in de nacht van 5 april 1984 en door vermoeidheid botste hij vlakbij zijn woonplaats, in Groot-Schermer, met zijn auto op een tegenligger. De andere bestuurde bleef vrijwel ongedeerd, maar Theo overleed ter plaatse. Hij werd slechts 55 jaar. Op 9 april 1984 werd hij in zijn woonplaats Wervershoof begraven. In het weekend na zijn overlijden werd bij veel sportmanifestaties een moment stilte voor hem in acht genomen.

Ter nagedachtenis aan Theo Koomen werd door de kunstenares Bep van de Bergh een plaquette vervaardigd die nu hangt naast de W.F.O.-veiling in Zwaagdijk-Oost.

Er werd tevens een initiatief genomen om de wielerwedstrijd, de Westfriese Dorpenomloop, voortaan in Wervershoof van start te laten gaan. Daarvoor werd een miniuitgave van de plaquette gemaakt en topamateurs streden gedurende twee dagen om de "Theo Koomen-plaquette". De eerste winnaar was Arjan jagt, die het jaar daarop beroepsrenner werd. Vanaf 1991 werd de wedstrijd gereden door dames. De eerste winnares werd Leontien van Moorsel. Vanaf 1998 startten er jongere vrouwen, namelijk de nieuwelingdames en juniordames. Zij reden niet de Dorpenomloop, maar een omloop over 4,3 kilometer, een tijdrit en een criterium. Vanaf het jaar 2000 is het evenement van twee dagen teruggebracht naar Huh©???©n dag.


Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Antwoord #11 Gepost op: 22-02-2007, 22:02:39 »

Sjoukje Dijkstra



Sjoukje Rosalinde Dijkstra - geboren op 28 januari 1942 in het Friese Akkrum - was de eerste Nederlandse kunstrijdster die het tot grote internationale kampioenschappen bracht.

Ze werd vijf keer Europees kampioene in 1960, 1961, 1962, 1963 en 1964 en drie keer wereldkampioene - 1962, 1963 en 1964. Aan de Olympische Winterspelen nam ze drie keer deel. Als 14-jarige werd ze twaalfde in 1956, vier jaar later veroverde ze zilver en als kroon op haar schitterende carri????re goud in 1964.

Sportvrouw van het jaar werd ze eveneens vijf keer; in 1959, de eerste verkiezing en vervolgens in 1960, 1961, 1962, 1963 en 1964.

Als dochter van een Olympisch schaatser de Amstelveense huisarts Lou Dijkstra, kwam Sjoukje al heel jong met de ijssport in aanraking. Voor het kunstrijden bleek ze een uitgesproken talent te bezitten. Met de schoolboeken in haar koffer ging ze op 11-jarige leeftijd naar Londen om daar een aantal maanden te trainen onder de kundige, maar afstandelijke coach Arnold Gerschwiler. Ze was ondergebracht in een kil, onplezierig kosthuis en de heimwee knaagde. Gerschwiler was bovendien een harde pedagoog. Lof kreeg ze trouwens later ook in haar succesvolle jaren  hoogstzelden van hem. 'Not bad', dat was wel zo ongeveer het mooiste compliment dat hij gaf. Maar zo jong als ze was, toonde Sjoukje zich een doorzetter.




Geen moment versaagde ze bij de ijzeren discipline die Gerschwiler haar jarenlang oplegde. Haar sprong- kracht was fenomenaal, haar elegantie en stijl bleven wat achter, hoezeer daar ook aan gedokterd werd. Ze had er ook niet zozeer de lichaamsbouw voor. Wat dat betreft werd ze afgetroefd door Joan Haanappel, haar concurrente in de begintijd.



TWICKENHAM (ANP) - Arnold Gerschwiler (afbeelding links), de grote man achter het succes van Sjoukje Dijkstra, is ruim een week geleden op bijna 90-jarige leeftijd in zijn Engelse woonplaats Twickenham overleden aan de gevolgen van een hartaanval. Dat is maandag bekend geworden. Behalve Dijkstra, de Olympische kampioene van 1964 (Innsbruck), trainde hij onder anderen ook Joan Haanappel. Gerschwiler werd in Zwitserland geboren maar woonde bijna zijn gehele actieve leven in Engeland, waar hij uitgroeide tot een befaamd specialist in het kunstrijden op de schaats. Hij be???«indigde zijn werk met de topschaatsers in 1987. Gerschwiler was sinds 1938 coach van de Richmond Ice Rink, tot die baan 53 jaar later dicht ging. Sjoukje Dijkstra, voor wie hij een tweede vader was, debuteerde er in 1951. Negen jaar later won ze voor de eerste keer goud bij een EK. Daarna was ze in '62 en '63 ook de beste op het WK. Gerschwiler zag zijn pupillen bij de grote internationale toernooien 27 keer op de hoogste trede staan

Vanaf 1960 was ze een klasse apart in de kunstrijwereld. Zowel bij de verplichte figuren als in de k????r was ze iedereen ruimschoots de baas. Ze reeg de titels aaneen. Geen wedstrijd ging meer verloren. Ze bleef bij dit alles wie ze was: nuchter en eenvoudig. De allures van andere ijssterren waren haar vreemd.

Met op de eretribune de Koninklijke familie werd Sjoukje in 1964 in Innsbruck Olympisch kampioene, haar schoonste uur. 

Verrukkelijke K????r met goud bekroond

INNSBRUCK, 3 februari 1964 - Sjoukje Dijkstra heeft, onder de ogen van koningin Juliana, prins Bernard en prinsessen Beatrix en Margriet, Nederland voor de eerste keer in de geschiedenis van de Winterspelen goud bezorgd. Gisteravond bereikte het 22-jarige Amstelveense meisje - tweemaal tot 's werelds beste kunstrijdster uitgeroepen en vijfvoudig gekroond als Europese kampioene - de top van de Olympus, de allerhoogste onderscheiding voor een atleet.

Sjoukje had in het ijsstadion van Innsbruck haar glorie voltooid met een verrukkelijke K????r, die de tienduizend opeengepakte toeschouwers in alle staten van opwinding bracht. De Nederlandse ijskoningin smaakte de extra voldoening, dat zij behalve de Oostenrijkse Regine Heitzer ook Petra Burka uit Canada had overtroefd. De 17-jarige Petra, in wie velen - oud-Olympische kampioene Carol Heiss voorop - een toekomstige grote ster zien, gold als Sjoukje's zwaarste concurrente in het vrije rijden. Maar de in Nederland geboren Canadese die - met haar moeder als trainster - minstens op zilver had gemikt, kon haar grote faam (nog) niet geheel waarmaken. Weliswaar bleef zij met haar K????r de Oostenrijkste kampioene de baas, maar Sjoukje, een klasse apart, liep nog verder uit. Petra's grootste ontgoocheling was echter dat Regine Hietzer wel door haar werd benaderd, doch juist niet overvleugeld.

De Nederlandse kolonie beleefde in Innsbruck onvergetelijke ogenblikken toen enkele maten van het Wilhelmus weerklonken en het rood-wit-blauw aan de hoste mast in top ging.

Na de huldigingceremonie was voor gouden Sjoukje de eer weggelegd, de persoonlijke gelukswensen van de Koninklijke familie in ontvangst te nemen.




* Sjoukje20Dijkstra2001.jpg (11.46 KB, 150x238 - bekeken 6251 keer.)
« Laatste verandering: 22-02-2007, 22:08:47 door Gina » Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Antwoord #12 Gepost op: 22-02-2007, 22:21:54 »

Aangezien ze in 1964 alles gewonnen had wat er te winnen was, stapte ze over naar de ijsrevue. Tot 1973 bleef ze verbonden aan Holiday on Ice. Zij trouwde met Karl Kossmayer (1918- 24 december 2000) die een wereldprimeur had met paarden en ezels in de Holiday on Ice revue. Na haar schaatscarri????re startten zij met het Circus Sjoukje Dijkstra. Samen kregen zij twee dochters, Katja en Rosalie, die de act van hun vader nu nog steeds in het circus uitvoeren.

 Drama voor Sjoukje Dijkstra (bron: De Telegraaf)

door Henk van der Meyden

D???“SSELDORF - Een kerstdrama voor kunstschaatslegende Sjoukje Dijkstra (59). De beide kerstdagen rouwde zij om de onverwachte dood van haar 83-jarige echtgenoot, de circusartiest Karl Kossmayer.



Een dag voordat zij in D????sseldorf met hem en hun twee dochters hun 25-jarig huwelijksfeest zou vieren, kreeg Karl daar een hersenbloeding. Sjoukje: "We zaten samen in de auto. Hij voelde zich ineens niet goed. In het ziekenhuis bleek dat hij een hersenbloeding had gekregen. Al gauw lag hij in een coma. Daar is hij niet meer uitgekomen en zo is hij zonder nog bij bewustzijn te zijn gekomen nu gestorven."

Karl en Sjoukje waren samen in D????sseldorf deze kerstperiode om bij hun dochter Katja te zijn. Deze heeft zich geheel in de circustraditie van de familie Kossmayer ontwikkeld tot een talentvol hogeschoolrijdster. Ook de dag nadat haar vader gestorven was verscheen Katja met haar paard in de piste. Sjoukje: "Dat zou Karl niet anders gewild hebben."

Sjoukje's andere dochter Rosalie werkt in Duitsland met het ezelnummer dat Karl voor haar gedresseerd heeft. Sjoukje was gisteren ontroostbaar. "Karl mag dan 83 zijn geworden, hij had nog zoveel plannen ook met Katja en Rosalie. Katja zei me zo net: 'Hij had me nog zoveel kunnen leren met de paarden'."

Sjoukje Dijkstra leerde Karl 32 jaar geleden kennen bij Holiday on Ice. Daar was de toen op een zeker moment 52-jarige Karl Kossmayer ge???«ngageerd met zijn komische ezelnummer. Al snel ontstond er een goede band tussen Karl en de op dat moment 26-jarige Sjoukje die zich na haar glanzende sportcarri????re toch wat eenzaam en aanvankelijk onwennig voelde in de showbizzwereld.

Gisteren bevond Sjoukje zich nog in D????sseldorf waar Karls lichaam nog in het ziekenhuis lag opgebaard. Deze week zal Karls stoffelijk overschot naar Hilversum worden vervoerd waar Sjoukje met Karl zolang woonde.

In de internationale circuswereld van Carr???© tot Monaco en Berlijn was de dood van Karl Kossmayer gisteren het gesprek van de dag. Karl, gelieerd aan de Strassburger-familie is een van de laatste van een circusgeneratie die nu uitgestorven is.

Sjoukje putte er troost uit dat Karls snelle dood hem een lange lijdensweg bespaard heeft. "Hij zei me kort geleden: 'Als ik dood ga, hoop ik dat het meteen gebeurd en ik geen pijn lijd'. En deze wens is in vervulling gegaan."

Uitspraken van Sjoukje Dijkstra

"Ik vind het hartstikke leuk dat ik dankzij mijn succes nog steeds wordt herkend en aangesproken op straat. Ik ervaar dit succes nu m???©???©r dan tijdens mijn actieve carri????re. Destijds moest ik na iedere gewonnen strijd weer trainen voor een volgende wedstrijd, waardoor ik te weinig tijd had om echt van mijn winst te genieten.Huh‚¬??

Huh‚¬?“Kunstschaatsen was lange tijd een hobby van me. Ik vond het geen enkel probleem om zes uur per dag te trainen en zo goede resultaten te behalen in het kunstschaatsen. Doorzettingsvermogen zit namelijk echt in mijn karakter. Mijn vader, Luitzen Dijkstra, was vroeger ook een op en top sportman. Mijn moeder daarentegen was niet zo actief. Mijn vader en moeder hebben me nooit gepusht om kunstschaatser te worden. Ik heb dit altijd zelf gewild.Huh‚¬??

Sjoukje over haar historische olympische winst in 1964: Huh‚¬?“Ik heb die avond voor de Koninklijke familie gereden. Ik moest als laatste rijden van alle 28 deelnemende vrouwen. Mijn trainer zei vlak voor de wedstrijd tegen me dat de koningin op de tribune zat. Dan hoef je daar tijdens het schaatsen niet meer op te letten, benadrukte hij. Een koningshuis geeft een land iets speciaals. Eigenlijk ben ik meer voor een koning of koningin dan voor een minister-president. Het koningshuis vertegenwoordigt ons land op een fantastische manier.Huh‚¬??


Huh‚¬?“Er zijn in Nederland zoveel talenten op het gebied van kunstschaatsen. Hun talenten worden echter helemaal niet verder uitgebouwd. Dit komt doordat hun persoonlijke schaatstrainers bij hen worden weggehaald en hier ploegtrainers van buitenaf voor in de plaats komen. Dit haalt zowel de animo weg bij de individuele trainers als bij de kinderen. Het is voor kinderen belangrijk dat zij een goede, persoonlijke band hebben met hun trainer.Huh‚¬??


Huh‚¬?“Ik heb altijd met veel plezier gesport, maar na al die jaren werd kunstschaatsen een job voor me in plaats van een hobby. Ik stopte ermee, omdat ik er een hekel aan kreeg om altijd maar op te treden en te trainen. Ik had bijna geen vrije dagen. Zowel op zaterdag als op zondag schaatste ik in drie voorstellingen.Huh‚¬??


Huh‚¬?“Er is een duidelijk verschil tussen het kunstrijden van nu en de jaren waarin ik zelf nog actief was als kunstschaatser. In mijn tijd was er nog het onderdeel verplichte figuren. Per dag trainden we zes uur, waarvan er drie op gingen aan het oefenen van deze figuren. Als we ons volledig hadden kunnen concentreren op vrij rijden was ons niveau een stuk hoger geweest. Desondanks vind ik het verkeerd dat de verplichte basisfiguren helemaal uit de kunstschaatssport zijn gehaald. Pianospelen kun je immers ook niet leren als je de basis- kennis niet hebt.Huh‚¬??



"Mijn enige grote wens voor de toekomst is dat ik gezond blijf en dat ik de carri????res van mijn dochters kan blijven volgen. Gezondheid is het allerbelangrijkste, dat valt in geen geld te vertalen. Daarom probeer ik een gezonde levensstijl erop na te houden en goed te eten.Huh‚¬??


« Laatste verandering: 22-02-2007, 22:27:18 door Gina » Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Antwoord #13 Gepost op: 08-03-2007, 08:19:52 »

Fanny Blankers-Koen

     


Francina Elsje Koen werd op 26 april 1918 geboren in Baarn. Fanny was als kind al heel sportief en ze deed het goed in verschillende sporten, zoals zwemmen, gymnastiek en atletiek. Op een gegeven moment vroeg vader Koen aan de plaatselijke badmeester voor welke sport hij zijn dochter het meest geschikt achtte. Het antwoord was: atletiek. Vader Koen stopte zijn dochter vol met levertraan en bruine bonen omdat hij dacht dat ze daar beter van zou worden in de sport. "Mijn doping" noemde ze dat later.


De eerste wedstrijd liep ze op spikes van een kennis, die veel te groot waren en met watten waren opgevuld. De meeste indruk maakte ze in de begintijd merkwaardig genoeg als hoogspringster, niet als sprintster.


Haar eerste Nederlandse record verwierf ze op de 800 meter. Onder de toeschouwers van die wedstrijd was haar latere coach en man, de sportjournalist Jan Blankers, die veel meer in haar zag als sprintster. In 1940 trouwde ze met hem.
 



Toen ze 18 jaar was deed ze mee met de Olympische Spelen van Berlijn in 1936. Ze werd zesde op hoogspringen (sprong 1,55 meter) en vijfde met de estafetteploeg. Ze was in die tijd nog te na????ef om te beseffen dat ze meedeed aan "het feestje van Hitler".

In 1938 deed ze mee aan de eerste Europese Kampioenschappen voor vrouwen. Daar werd ze derde op de 100 en 200 meter.


In 1941 werd ze voor het eerst moeder. Toch ging ze gewoon door met topsport. Later kreeg ze nog een tweede kind. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam ze tot ver in 1944 deel aan wedstrijden in Nederland. Sportwedstrijden waren in die donkere dagen een van de weinige dingen die het mogelijk maakten om de zinnen te verzetten. Door de Tweede Wereldoorlog gingen de Olympische Spelen van 1940 en 1944 niet door anders had ze wellicht al eerder medailles veroverd. In 1946 deed ze mee aan de Europese Kampioenschapen in Oslo. Hoewel ze aan meerdere nummers meedeed won ze alleen de 80 meter horden.

 


En dan komen de Olympische Spelen van 1948 in het Wembley stadion in Engeland. Samen met haar man en trainer koos ze het programma zorgvuldig uit. Ze was al dertig jaar en velen vonden haar eigenlijk al te oud. Maar ze sloeg genadeloos toe.

Op 2 augustus won ze met overmacht de 100 meter in een tijd van 11,9 seconden. Op 4 augustus won ze de 80 meter horden in een wereldrecordtijd van 11,2 seconden. Deze strijd was wel heel spannend want met een miniem verschil versloeg ze de Britse Maureen Gardner die met dezelfde tijd als tweede gekwalificeerd werd. Op 6 augustus was ze weer de sterkste op de 200 meter met een tijd van 24,4 seconden. De volgende dag, op 5 augustus hielp ze de estafetteploeg op de 4 x 100 meter aan een overwinning. Iedereen weet dat Fanny in de estafetteploeg zat, maar slechts weinigen kennen de namen van haar ploeggenoten: Xenia de Jong, Netty Timmer en Gerda van der Kade. Maar, ja zonder Fanny hadden ze nooit gewonnen. Zij behaalde de overwinning door iedereen, vanuit een schijnbaar verslagen positie, voorbij te lopen.

Vriend en vijand was het overigens over eens dat ze ook nog een vijfde gouden medaille had kunnen behalen, maar het wedstrijdprogramma maakte dat onmogelijk. Het verspringen werd gewonnen door de Hongaarse Olga Gyarmati met een sprong van 5,69 meter. Fanny Blankers-Koen was echter in die tijd wereldrecordhoudster met een sprong van 6,25 meter.

Ze was de koningin van de Olympische Spelen van 1948 en haar prestaties bezorgden haar de bijnamen "Vliegende Huisvrouw" en "Flying Dutchmam". Als het trouwens aan Fanny zelf gelegen had was ze halverwege de spelen naar huis gegaan. "Ik miste mijn kinderen vreselijk. Ik zat maar te huilen in de kleedkamer. Mijn man zei dat ik eeuwig spijt zou hebben als ik zou weggaan. Hij kreeg gelijk" zei ze daar later over.


 

Heel Nederland had natuurlijk meegeleefd. En toen ze terugkeerde stond heel Nederland op zijn kop. Op 10 augustus wordt ze voor de huldiging in een koets, getrokken door vier spierwitte schimmels, door Amsterdam rondgereden. Voor haar wereldprestaties ontving  ze een fles advocaat en een oerdegelijk Nederlands geschenk, een fiets.


In 1952 deed ze (als 34-jarige !!) weer mee aan de Olympische Spelen die toen gehouden werden in Helsinki. Het werd een ontgoocheling omdat ze last had van steenpuisten. Ze startte niet meer in de halve finale van de 100 meter en viel uit in de halve finale van de 80 meter horden.


In 1953 nam ze, na een carri????re van meer dan twintig jaar, afscheid van haar atletiekloopbaan. Op de Spelen van 1960 in Rome was Fanny Blankers-Koen nog coach van de nationale vrouwenploeg. Dat was ze ook tijdens de Olympische Spelen in Tokio (1964) en Mexico (1968). In 1986 spande zij zich nog in om voor Amsterdam de Olympisch Spelen van 1992 binnen te halen.


Van doping had men in die tijd nog nooit gehoord. Toch stond de vrouwensport in een kwaad daglicht omdat de "winnaressen"soms een man (zoals Radke, Europees "kampioene") bleken te zijn of  een hermafrodiet (zoals Walasiewicz met elf wereldrecords en twee olympische titels). Als er sterke tegenstand opdoemde was Fanny achterdochtig. Dan dacht ze dat het wel een man zou zijn. En daar ging ze heel ver in. Haar achterdocht tegen haar teamgenote Nel Karelse wordt door velen als "g????nant" omschreven.

 


Om nieuwe schandalen te voorkomen werden er voor de vrouwen zeer vernederende sekse tests ingevoerd.

Tijdens een atletiekwedstrijd tegen Itali???« in 1949 in Rotterdam was daar ineens de Friezin Foekje Dillema. Ze liep een weergaloze sprint. Het was duidelijk dat ze in de nabije toekomst een bedreiging voor de positie van Fanny Blankers-Koen zou vormen. Ze zag er nogal mannelijk uit en Fanny zei dat ze niet tegen een vent wilde lopen. Bij een sekse test werden voor de schijn nog andere atletes opgeroepen. Ze moesten plaatsnemen in een verlosstoel om hun vrouwelijkheid te laten betasten. Zelfs als iemand net moeder was geworden, moest het vrouwzijn worden bewezen. Op dubieuze gronden werd Dillema vervolgens uitgesloten van wedstrijden.

 


Haar man overleed in 1977. Hoewel Fanny de schijn ophield dat ze erg zelfstandig was, bleek toch dat zij een vat vol onzekerheden was die volledig op hem leunde.


In 1999 riep de Internationale Amateur Atletiek Federatie (IAAF) haar uit  tot "Atlete van de Eeuw". Haar prestaties hadden dus ook internationaal diepe indruk gemaakt. Op haar "bescheiden" en directe wijze zei ze later: "Ik gaf mezelf geen bal kans".


Op het laatst van haar leven kreeg ze te kampen met gezondheidsproblemen. Eerst kreeg ze een hartinfarct. Daarna had ze nog een aantal kleine herseninfarcten. De laatste jaren van haar leven bracht ze door in een verpleeghuis omdat ze aan de ziekte van Alzheimer leed. Ze overleed in Hoofddorp op 25 januari 2004 op 85-jarige leeftijd.


Fanny Blankers-Koen heeft veel betekend voor de emancipatie van de vrouw in de sport. De grote bedreiging, voor de vrouwensport althans, vormden mannen. Die rol was tweeledig. Mannen hielden openlijk, vanuit overheid en kerk, de ontwikkeling ervan tegen. Sportende vrouwen wekten onkuise lustgevoelens op. Bovendien werkte zware lichamelijke inspanning onvruchtbaarheid in de hand. Door de prestatie van Fanny Blankers-Koen kon men niet meer om vrouwen in de sport heen. En wat zij presteerde was indrukwekkend:

Naast haar prestaties op de Olympische Spelen behaalde ze op de Nederlandse atletiekkampioenschappen tussen 1936 en 1955 maar liefst 58 titels ( 13 maal 100 meter, 12 maal 200 meter, 11 maal 80 meter horden, 10 maal hogspringen, 9 maal verspringen, 2 maal kogelstoten (!!) en 1 maal 5-kamp).

Op de Europese Kampioenshappen behaalde ze 2 maal brons (1938 op de 100 en 200 meter) en 5 maal goud (in 1946 op de 80 meter horden en 4 maal honderd meter estafette en in 1950 op de 100 meter, 200 meter en 80 meter horden).

Wereldkampioenschappen werden er in die tijd nog niet gehouden anders had ze daar zeker ook nog overwinningen geboekt want ze vestigde maar liefst 21 wereldrecords.


Ze was Ridder in de Orde van Oranje Nassau (1949), werd in 1982 in New York gekozen tot Beste atlete in de Olympische geschiedenis, ze ontving de Olympic Order in 1989 en zoals al vermeld werd ze in 1999 in Monte Carlo gekozen tot internationale atlete van de 20e eeuw.




In 2003 verscheen er een biografie van Fanny Blankers-Koen van de hand van Kees Kooman onder de titel: "Een koningin met mannenbenen".


 

Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Marretje
Zuiplap
****
Berichten: 588


Eerlijk duurt het langst


Bekijk profiel
« Antwoord #14 Gepost op: 16-03-2007, 21:36:27 »

Mohammed Ali verslagen

Op 8 maart 1971 wordt in de titelstrijd om het wereldkampioenschap Mohammed Ali verslagen door Joe Frazier. Het Huh‚¬??gevecht van de eeuw???‚¬?„? vindt plaats in Madison Square Garden. Beiden waren ongeslagen zwaargewichten.

In 1967 moest Ali zijn wereldtitel inleveren, omdat hij militaire dienst weigerde. Zonder te verliezen was hij onttroond. Frazier was in de luwte van Ali???‚¬?„?s afwezigheid opgekomen. V?HuhHuh?r het gevecht voorspelde Ali arrogant dat Frazier in de 6e ronde neer zou gaan, maar hij werd z???©lf tegen het canvas geslagen in de 15e en laatste ronde en verloor de partij op punten. Het was de eerste keer in zijn leven dat hij verloor.


* JoeFrazier-Mohamed_Ali.jpg (15.22 KB, 161x172 - bekeken 6042 keer.)
Gelogd

Behandel ieder zoals je zelf behandeld wilt worden
Marretje
Zuiplap
****
Berichten: 588


Eerlijk duurt het langst


Bekijk profiel
« Antwoord #15 Gepost op: 16-03-2007, 21:40:40 »

Pel???© stopt met voetballen

Op 3 oktober 1974 speelt de Braziliaanse voetballegende Pel???© (Edson Arantes do Nascimento) zijn laatste wedstrijd voor Santos F.C. Hij begint er zijn carri???©re in 1956 en blijft de club trouw totdat hij stopt in 1974.

Pel???© heeft het team geholpen aan 9 kampioenschappen in 18 jaar. Met Brazili???« speelt Pel???© 4 wereldkampioenschappen, waarvan hij er 3 won, in 1958, 1962 en 1970.
De finale van 1958 was wellicht zijn meest bekende, want hij scoort twee doelpunten in de 4-2 winst tegen zweden. In 1975 maakt hij zijn come-back bij de New York Cosmos in de North American Soccer League. Nadat het team in 1977 het kampioenschap behaalt, hangt Pel???© zijn voetbalschoenen definitief aan de wilgen.


* pele.jpg (5.28 KB, 100x124 - bekeken 5923 keer.)
Gelogd

Behandel ieder zoals je zelf behandeld wilt worden
Marretje
Zuiplap
****
Berichten: 588


Eerlijk duurt het langst


Bekijk profiel
« Antwoord #16 Gepost op: 16-03-2007, 21:45:27 »

Record verspringen verpletterd

Op 18 oktober 1968 Huh‚¬??vliegt???‚¬?„? de 22-jarige Amerikaanse verspringer Bob Beamon tijdens de Olympische Spelen van Mexico City naar een afstand van 8,90 meter.
Met die sprong verbetert hij het bestaande record met maar liefs 55 centimeter! Bob Beamon zal 23 jaar houder van dit record blijven, want pas in 1991 slaagt Mike Powel erin zijn prestatie met 5 centimeter te overtreffen.


* beamon.jpg (8.63 KB, 153x154 - bekeken 5927 keer.)
Gelogd

Behandel ieder zoals je zelf behandeld wilt worden
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Antwoord #17 Gepost op: 28-03-2007, 09:55:57 »

Fausto Coppi



     

De wielrenner Fausto Coppi werd op 15 september 1919 geboren in Castellania (Itali???«). Dat is een klein dorpje in de Apennijnen, in de buurt van Tortona en Novi Ligure. Hij was de vierde zoon van het gezin. Vier jaar na hem werd nog zijn broer Serse geboren, die erg veel op hem leek.

Toen hij een jaar of zeven was kreeg hij zijn eerste fiets en een baantje bij een kruidenier in Nova Ligure. Het waren zijn eerste trainingsuren op de fiets. Hij fietste op en neer naar zijn werk en bezorgde op de fiets de kruidenierswaren bij de klanten.

In Nova Ligura ontmoette hij Biagio Cavanna, een voormalig bokser en masseur die bekend stond als "de tovenaar van de spieren". Hij was bovendien een goede fietstrainer. Hij werd al gauw ook de trainer van de jonge Fausto en bovendien een gewaardeerde vriend voor het leven en begeleider van zijn carri????re. Na wat kleinere wedstrijden gereden te hebben deed hij mee aan een belangrijke wedstrijd, de Giro de Piemonte. Daar ontmoette hij voor de eerste keer zijn latere rivaal Gino Bartali.

Op 19 mei 1940 ging de 28ste Ronde van Itali???« van start. Coppi, die op zijn 20ste jaar nog en volslagen onbekende was, maakte als knecht deel uit van de Legnano ploeg, het team met Bartali als kopman. In de vijfde etappe heeft Bartali het moeilijk als gevolg van een val van drie dagen daarvoor. Enkele andere renners vallen aan en Coppi vraagt aan de teamleider of hij mee mag gaan. Hij haalde de ontsnapten in maar viel vervolgens en zijn fiets was kapot, waardoor hij veel tijd verloor. De belangrijkste etappe werd evenwel de elfde met een klim naar de Abetone. Coppi plaatste een aanval en ondanks de regen en hagel bleef hij vooruit tot in Modena. Omdat hij met grote voorsprong eindigde kon hij voor de eerste maal in zijn leven de Roze Trui aantrekken. Hoewel hij zelf slecht stond in de algemene rangschikking was Bartali woedend. Hij vond dat zijn knecht hem verraden had. Bartali dreigde zelfs om de ronde te verlaten. De leiding van de Legnano ploeg overreedde hem echter om door te gaan en Coppi te helpen bij de verdediging van zijn trui. Tijdens een bergetappe hielp hij om Coppi door een moeilijk moment heen te komen en gedroeg Bartali zich als een prima knecht. Bij een bergetappe in de Dolomieten met een beklimming van de Falzarego, Pordoi en Sella reden ze samen vooruit tot aan de aankomst in Ortisei, waar Bartali de etappe won. Daarmee was de Ronde van Itali???« beslist. Coppi behield de Roze Trui tot aan Milaan met 2 minuten en 40 seconden voorsprong op nummer twee en met 45 minuten en 9 seconden voorsprong op Bartali.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog op 7 november 1942 valt Coppi het uurrecord aan dat in die tijd op de naam van de Fransman Archambaud stond met een afstand van 45,84 kilometer. Zijn training was niet erg intensief omdat hij in die tijd bij de infanterie ingelijfd was, gelegerd in Tortona. Niettemin begint Coppi aan zijn race om 2 uur 's middags op de baan van het Vigorelli Velodrome van Milaan. Coppi heeft echter geen enkele ervaring in deze discipline. Hij gaat te hard van start en na een half uur ligt hij achter op het schema van Archambaud. Coppi had 22,964 kilometer afgelegd tegenover 23,007 kilometer van Archambaud in dezelfde tijd. Op den duur kreeg Coppi het goede ritme te pakken en reduceerde hij zijn achterstand op de Fransman tot 2 seconden. De laatste dertig rondes ware zeer zwaar voor zowel Coppi als voor de mensen die hem volgden. In de ene ronde won hij een paar meters op de Fransman om ze in de volgende ronde weer te verliezen. Op het einde, na 115 rondes, had Coppi toch het werelduurrecord te pakken met een afstand van 45,871 kilometer. Dit was slechts 31 meter meer dan het vorige uurrecord. Archambaud stelde de geldigheid van de poging ter discussie. En pas op 29 februari 1947 werd het record door de wielerfederatie officieel erkend. Het was toen moeilijk te bewijzen hoe alles werkelijk was verlopen omdat een aantal getuigen, onder wie de tijdswaarnemer, toen al overleden waren. Pas na 14 jaar, op 29 juni 1956, werd het record gebroken door een andere Franse wielrenner, Jacques Anquetil.



Na de Tweede Wereldoorlog begon het wielrennen weer met als eerste koers van het seizoen Milaan-San Remo. Omdat hij onmogelijk met Bartali in een team kon zitten, verliet Coppi de Legnano ploeg en ging hij rijden voor Bianchi. Al een paar kilometer na het vertrek in Milaan plaatste de Franse renner Tesseire een aanval. Een kleine groep van vijf renners, onder wie Fausto Coppi, kon bij hem aanpikken. De groep bleef bij elkaar tot aan de beklimming van de Turchino. Daar plaatste Coppi een aanval en alleen Tesseira kon hem volgen. Maar ook hij kon het niet volhouden en Coppi nam een steeds grotere voorsprong. Coppi arriveerde in San Remo met een voorsprong van veertien minuten op Tesseira en van 24 minuten op het peloton, waar ook Bartali in zat. Na deze koers kreeg Coppi de bijnaam "Campionissimo" (de Super Kampioen). En de wielerliefhebbers in Itali???« werden gesplitst in twee kampen, de Coppi fans en de Bartali fans.

1949 is een gloriejaar voor Coppi. Hij wint de eerste klassieker van het jaar Milaan-San Remo. Hij haalt op de beklimming van de Turchino twee vluchters, Fachleitner en Ortelli, in en heeft bij de aankomst een voorsprong van vier minuten op nummer twee, Ortelli.

En dan komt de Ronde van Itali???«. Na de vlakke etappes droeg Alfredo Leoni de Roze Trui met een voorsprong van negen minuten op Coppi en tien minuten op Bartali. Bij de etappe door de Dolomieten gaat Coppi er vandoor. Alleen Bartali kon hem een tijd volgen, maar moest toen afhaken omdat hij een lekke band kreeg op de Pordoi. Aan het eind van de etappe behoudt Alfredo Leoni de Roze Trui, maar hij heeft nog slechts een voorsprong van 43 seconden op Coppi. De achttiende etappe staat te boek als een van de zwaarste uit de geschiedenis van de Ronde van Itali???«. De rit is van Cuneo naar Pinerolo en gaat over de Franse bergen Vars, Izoard, Maddalena en Monginevro en in Itali???« volgt nog de beklimming van de Sestri????re. De totaal te overbruggen afstand was 254 kilometer. Het werd een historische etappe. Coppi snelt weg bij de beklimming van de Maddalena en rijdt solo over een afstand van 190 kilometer. Bartali probeerde wanhopig om bij hem te komen, maar komt als tweede aan bij de meet met een achterstand van 12 minuten. De etappe bepaalde de einduitslag van deze editie van de Ronde van Itali???«. Aan het eind had Coppi een voorsprong op de nummer twee van het algemeen klassement, Bartali, van 23 minuten.

Een paar weken later begon de Ronde van Frankrijk. De vijfde etappe verliep dramatisch voor Coppi. Het was die dag erg warm en een twaalftal renners had een voorsprong op het peloton van meer dan 6 minuten. Dan, als ze door een klein dorpje rijden, wil Coppi een fles water van iemand uit het publiek aannemen, maar hij wordt aangereden door de Gele Trui drager, Marinelli. Hij valt, is niet gewond, maar zijn fiets is stuk. Marinelli staat op en kan de koers vervolgen terwijl Coppi niet verder kan. De ploegleider van de Bianchi Trigella ploeg is er gelijk bij. Hij geeft Coppi een andere fiets, maar het is niet een fiets van hemzelf en Coppi weigert om op deze fiets te stappen. Zijn eigen fiets staat op de auto van de tweede ploegleider Binda, maar die zit ver naar achter en Coppi blijft de aangeboden fiets weigeren. Dan komt Bartali langs en die besluit op Coppi te wachten (n die tijd werd nog met landenploegen gereden en waren ze dus "ploeggenoten"). Eindelijk arriveert Binda met de fiets van Coppi en kunnen beide kampioenen de koers vervolgen. Coppi blijft maar mokken op zijn fiets en is onvoldoende geconcentreerd om hard aan de achterstand te werken. Uiteindelijk arriveert hij bij de aankomst met een achterstand van 18 minuten op de winnaar, waarmee zijn achterstand op Gele Trui drager Marinelli was opgelopen tot 35 minuten. Coppi overwoog serieus om de wedstrijd te verlaten, maar zijn teamleiding overtuigde hem dat hij moest doorgaan.

Een dag later won Coppi de tijdrit en de dagen daarna haalde hij steeds meer tijd van zijn achterstand af. Dan komen de bergetappes met beklimmingen van de Vars en de Izoard. Hier leveren Coppi en Bartali samen een grote inspanning. Ze reden voorop en het leek erop dat ze in een sprint zouden uitmaken wie de etappe zou winnen. Maar plotseling kreeg Bartali een lekke band en viel. Eerst wachtte Coppi nog op zijn hem, maar dat duurde te lang en met toestemming van de ploegleiding ging hij alleen verder. Coppi won de etappe in Saint Vincent met een voorsprong van 5 minuten op Bartali en 10 minuten op Robic. Met de overwinning nam hij ook de Gele Trui over. Tijdens de rest van de Tour liep hij nog verder uit in het klassement en werd daardoor de winnaar van deze Ronde Van Frankrijk.

Maar de Ronde van Frankrijk was nog niet het einde van het wielerseizoen. Dat jaar waren de wereldkampioenschappen in Kopenhagen. Bij de wegwedstrijd werd Coppi derde en hij won het wereldkampioenschap achtervolging. Eenmaal weer terug in Itali???« won hij ook nog het nationale kampioenschap op de weg en met grote overmacht de Ronde van Lombardije.

1950 begon voor Coppi slecht. Bij Milaan-San Remo kreeg hij een lekke band en van zijn collega's kreeg hij weinig hulp zodat hij eindigde in de achterhoede.
« Laatste verandering: 28-03-2007, 10:02:17 door Gina » Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Antwoord #18 Gepost op: 28-03-2007, 09:58:06 »

Maar in Parijs-Roubaix revancheerde hij zich. Op 45 kilometer voor de finish lag hij voorop met Maurice Diot. Maar Coppi liep bij hem weg en kwam als eerste aan met 3 minuten voorsprong op Diot, 5 1/2 minuut op Magni en 9 minuten op Rik van Steenbergen.

Een zelfde prima resultaat behaalde hij in Freccia Valone. Daar won hij met een voorsprong van 5 minuten op nummer twee, na een solo van 100 kilometer.



Maar dan, in de negende etappe van de Ronde van Itali???«, tijdens de etappe over de Primanola reed Coppi op zijn voorganger en viel. Hij werd naar het ziekenhuis gebracht waar de doktoren een drievoudige bekkenfractuur vaststelden. Hij lag gedurende 29 dagen in bed en eenmaal uit het ziekenhuis duurde het nog een hele tijd voor hij volledig hersteld was. Het wielerseizoen was over voor hem en pas op 24 september begon hij weer met fietsen.

De eerste wedstrijd in 1951 was Milaan-Turijn op 11 maart. Vlak voor de aankomst viel Coppi tijdens de laatste ronde in het wielerstadion van Turijn en brak zijn sleutelbeen.

Hij herstelde net op tijd om deel te nemen aan de Ronde van Itali???« die op 19 mei van start ging. Ditmaal eindigt hij slechts als vierde door de nawee???«n van de val en zijn slechte voorbereiding.

Op 29 juni ging de Ronde van Piemonte van start. Fausto en zijn broer Serge zijn een paar honderd meter van de eindstreep en, net voor de finale sprint begint, rijdt Serge op een andere renner en slaat met zijn hoofd tegen de grond. Serge stond vrijwel direct op en leek niet ernstig gewond te zijn. Na een paar uur, als ze al in het hotel zijn, voelde Serge echter een scherpe pijn in zijn hoofd die steeds erger werd. Er werd een dokter gehaald en die belde een ambulance om hem naar het  ziekenhuis te brengen. Het was echter al te laat. Serge viel flauw in aanwezigheid van de doktoren voordat ze hem konden opereren en stierf binnen een paar minuten aan een hersenbloeding. Fausto was zo ontredderd dat hij gelijk wilde stoppen met wielrennen. Serge was niet alleen zijn favoriete ploegmaat, maar ook zijn broer waarmee hij was opgegroeid.

Na een paar dagen bedacht hij zich en nam toch deel aan de Ronde van Frankrijk, wellicht om de dood van zijn broer te kunnen verwerken. Maar hij was niet gemotiveerd. De crisis kwam in de zestiende etappe. Mede omdat het erg warm was moest hij het peloton laten gaan en de hulp die zijn knechten zoals Carrea, Milano en Biagotti hem boden hielp niet. Hij arriveerde een half uur later dan het peloton en maar net voor de tijd waarop hij uit koers genomen zou zijn voor zijn te late aankomst. Maar de Tour was nog niet voorbij. In de volgende vier etappes toonde hij zijn veerkracht door in zijn eentje de Izoard en de Vars te beklimmen, hoewel hij de Tour toch niet meer kon winnen. Uiteindelijk be???«indigde hij deze editie van de Ronde van Frankrijk als tiende in het algemeen klassement met een achterstand van 46 minuten op de winnaar Hugo Koblet.

De laatste wedstrijd van het seizoen was het Wereldkampioenschap, een wedstrijd die hij nog nooit gewonnen had. Maar weer heeft hij pech. Hij wordt ziek en moet van deelname afzien.

Na alle ongelukken en de tragedie van 1951 trainde Coppi hard om er een beter jaar van te maken. Hij werd tweede in Parijs-Roubaix. In een fascinerende sprint tegen Kubler en Van Steenbergen ligt Coppi eerst op kop maar wordt hij op het laatst gepasseerd door Van Steenbergen.   

Op 17 mei ging de Ronde van Itali???« van start. Na de vijfde etappe, een tijdrit, veroverde hij de Roze Trui. Maar het belangrijkste deel van de Giro moest toen nog volgen namelijk de bergetappes. In de rit van Veneti???« naar Bolzano probeerden Geminiani en Koblet hem eerst nog bij te houden, maar dat lukte niet. Coppi arriveerde in Bolzano met een voorsprong van 5 minuten op Bartali en Magni en 5 minuut 50 op Geminiani en de anderen. Uiteindelijk won hij daardoor voor de vierde maal de Ronde van Itali???«.

« Laatste verandering: 28-03-2007, 10:03:03 door Gina » Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Antwoord #19 Gepost op: 28-03-2007, 09:58:37 »

Toen volgde de Tour. Door onenigheden tussen Coppi en Bartali overwoog de Tourleiding om de gehele Italiaanse nationale ploeg uit te sluiten van deelname. Omdat de Italiaanse bondscoach de onenigheid wist te beslechten werd de ploeg op het laatst toch nog toegelaten tot de Tour.

En weer werd de Ronde van Frankrijk in de bergen beslist. Coppi is de grote winnaar bij alle etappes in de Alpen. Hij wint de eerste rit, een klim op de Alpe d'Huez, hij wint weer in Zwitserland en de etappe van Bourg d'Oisans naar Sestri????re.

Dus Coppi won als eerst ooit beide grote rondes, de Ronde van Itali???« Huh©n de Ronde van Frankrijk.

Maar de pech bleef hem achtervolgen. In een koers in augustus viel hij weer en brak een schouderblad.

In oktober deed hij weer mee, net op tijd om de Grote Prijs van Lugao te winnen, een tijdrit, en de Grote Prijs van de Middellandse Zee, een etappekoers in het zuiden van Itali???«.



Op 30 augustus 1953 werd het wereldkampioenschap wielrennen gehouden in Lugano op het Crespera circuit (Crespera is de naam van de berg die de wielrenners 20 keer moesten beklimmen). Fausto Coppi trainde hard omdat dit circuit hem wel lag. Na 20 kilometer ontsnapte de Fransman Charley Gaul. Hij kreeg andere renners zoals Kubler en Geminiani in zijn wiel. En ook Coppi was meegesprongen. Na 12 rondes doet Coppi een aanval en alleen de Belg Deryke kan hem volgen. Hij blijft de volgende 70 kilometer bij hem, maar op de Crespera probeert Coppi van hem weg te komen en dit keer moet ook Deryke passen. Coppi weet zijn voorsprong uit te bouwen en wint eindelijk het wereldkampioenschap met een voorsprong van 6 minuten en 16 seconden op Deryke, 7 minuten en 29 seconden op Ockers (die derde werd), Gismondi, Defilippis, Gaul, Kubler, Bobet en Geminiani.

Coppi was nu wel Wereldkampioen, maar priv???© pakten zich donkere wolken boven hem samen. In Lugano werd hij voor de eerste maal gezien met Giulia Occhini, de fameuze "Dama Bianca" (Witte Vrouw). Coppi was toen nog getrouwd met zijn vrouw Bruna met wie hij in 1945 in het huwelijk getreden was. Samen hadden ze een dochtertje. Maar Giulia Occhini was de liefde van zijn leven. Wat het nog pikanter maakte is dat zij in die tijd eveneens getrouwd was en wel met zijn lijfarts en vriend dokter Locatelli. In 1948 had hij haar ontmoet en ze werden smoorverliefd op elkaar. Coppi verliet zijn vrouw en ging "in zonde" samenleven met Giulia. Ze werd de "witte dame" genoemd omdat zij altijd stiekem, geheel in het wit gekleed, aan de finish op hem stond te wachten. Coppi beweerde later altijd dat hij zijn wereldtitel aan haar te danken had, omdat zij beloofd had om hem (dit keer in het zwart gekleed) aan de finish te zullen opwachten. Berucht is de foto waarop zij hem na zijn overwinning bloemen overhandigde. Daaruit bleek duidelijk wat de twee echt voor elkaar voelden. Deze foto bracht een schok teweeg in het puriteinse Rooms Katholieke Itali???« uit de vijftiger jaren. Coppi viel van zijn voetstuk en moesten jarenlang de vijandige houding van het Italiaanse volk over zich heen laten komen. Beiden werden voor de rechter gedaagd wegens overspel. Ze werden veroordeeld en Giulia heeft daarvoor zelfs een aantal dagen in de gevangenis gezeten. In 1955 kregen samen een zoon, Faustino, die nadat ze het land om alle commotie ontvlucht waren geboren werd in Argentini???«. Faustino heeft later aan de wielrenfiets-fabriek Maschiagi zijn toestemming gegeven om Fausto Coppi-fietsen te maken. De ploegen Polti en MG Technogym reden op Coppi-fietsen. Gianni Bugno, Luc Leblanc en Michele Bartoli zijn slechts een aantal van de renners die triomfen hebben gevierd op dit fietsenmerk.

In 1957 kwam een het einde aan zijn carri????re. Ondanks zijn kracht kon hij, 38 jaar oud, de prestaties uit zijn gouden jaren niet meer evenaren, mede door de vele blessures die hij had opgelopen en de perikelen rond zijn liefdesgeschiedenis met Giulia Occhini.

Toch deed Coppi mee aan de belangrijkste wedstrijden. Nadat hij was hersteld van een dijbeenbreuk nam hij deel aan de "Coppa Bernocchi". Dit is een tijdrit waarbij telkens twee renners aan elkaar gekoppeld worden. Zo werd Coppi gekoppeld aan Ercole Baldini, een jonge Italiaanse wielrenner. Deze jonge renner was er op gebrand om Coppi zijn kracht te tonen en Coppi kon ternauwernood bij hem aanklampen. Ze wonnen de wedstrijd met een gemiddelde snelheid van 47 kilometer per uur. Het was de laatste belangrijke overwinning voor Coppi.



In december 1959 waren Coppi, Geminiani en Anquetil te gast bij een criterium in Uagadugu in Opper Volta (het huidige Burkina Faso). Het criterium was georganiseerd om de onafhankelijkheid van deze jonge Afrikaanse republiek te vieren. Na afloop was er een safari voor de wielrenners. Waarschijnlijk is Coppi daar gestoken door een mug, een beet die hem niet veel later fataal zou worden. Eenmaal terug thuis begon Coppi zich steeds zwakker te voelen en was hij ook koortsig. Op 27 december belandde hij in bed, maar de dokter die hem bezocht stelde als diagnose dat hij een flinke griep had. Op 1 januari 1960 verslechterde zijn toestand en werd hij opgenomen in het ziekenhuis van Tortona. Maar de diagnose die gesteld werd veranderde niet. Een van de doktoren dacht dat hij misschien een flinke bronchitis had, maar verder niets bijzonders. Intussen was de Franse renner Geminiani getroffen door dezelfde ziekte. De Franse doktoren constateerden echter dat Geminiani malaria had opgelopen. Geminiani's broer belde direct naar de dokter in Itali???« die Coppi behandelde. Maar hij kreeg als bot antwoord van deze arts: "maak je geen zorgen over Copi's gezondheid!".

Nadat hij in de nacht een doodsstrijd had gestreden stierf Fausto Coppi op 50-jarige leeftijd op de ochtend van 2 januari 1960 om kwart voor negen. Hij werd geveld omdat de doktoren het ziektebeeld van malaria niet herkend hadden en te eigenwijs waren geweest om de diagnose die de Franse doktoren bij Geminiani gesteld hadden te onderzoeken. Aan zijn sterfbed had Giulia in het openbaar en aan de kerk moeten beloven dat zij hem, in het geval hij weer zou herstellen, zou verlaten. Anders waren hem de laatste sacramenten onthouden.

Na zijn dood sloten de Italianen hem weer in hun armen en twee dagen later werd deze zeer bewonderde atleet onder belangstelling van bijna 50.000 fans, vrienden en vroegere tegenstanders bij het wielrennen begraven in Castellania.

Het is duidelijk dat Coppi's carri????re niet altijd even voorspoedig is verlopen. Hij had een buitengewoon grote longinhoud (maar liefst 6,7 liter) en een zeer lage hartslag van 44 slagen per minuut en daardoor een groot uithoudingsvermogen, maar zijn botten waren breekbaar. Kijk maar naar de lijst van kwetsuren die hij opliep vrijwel altijd na valpartijen: in 1939 brak hij zijn enkel, in 1942 brak zijn sleutelbeen, in 1950 brak hij zijn schaambeen, in 1951 brak hij weer zijn sleutelbeen, in 1952 brak hij zijn schouderblad, in 1954 werd hij tijdens een training getroffen door een reserveband die van een vrachtwagen viel en brak daarbij zijn schedel en blesseerde zijn linker knie, in 1956 kreeg hij tyfus, verder brak hij in datzelfde jaar een ruggenwervel na een valpartij en moest hij met een speciaal korset rijden, hij viel nog eens in dat jaar en brak weer een ruggenwervel, in 1957 brak hij zijn dijbeen, in 1959 werd hij tijdens een training aangereden door een tractor en liep daarbij verwondingen aan zijn hoofd op. En tenslotte stierf hij in 1960 dus aan de gevolgen van malaria.

Toch was Coppi  veel met zijn lichaam bezig. Waarschijnlijk was hij de eerste renner die zich bezighield met speciale voeding en medicijnen. Hij bestudeerde wetenschappelijke uitgaven over voeding en paste de aanbevelingen toe. Daarnaast experimenteerde hij zelf met voeding. Hij werd een voorbeeld voor anderen en mede daardoor nam de gemiddelde snelheid van het wielrennen in 15 jaar tijd met 10 kilometer per uur toe.

Zijn palmares: Won de ronde van Frankrijk in 1949 en 1952, de Ronde van Itali???« in 1940, 1947, 1949, 1952 en 1953. Zowel in 1949 als 1952 schreef hij dus beide grote rondes op zijn naam. Vestigde een nieuw werelduurrecord in 1942, won de klassieker Milaan-San Remo in 1946, 1948 en 1949, werd wereldkampioen in 1953, won de Ronde van Lombardije in 1946, 1947, 1948, 1949 en 1954, won Parijs-Roubaix in 1950 en in datzelfde jaar de Waalse Pijl.

Op diverse cols Maddalena, Izoard, Stelvio, halverwege de Sella/Gardena en de Pordoi, bij het wielrenkerkje Madonna del Ghisello in de buurt van Como in Itali???« en Frankrijk staan standbeelden van Fausto Coppi. Maar het mooiste standbeeld staat wel bij zijn graf in zijn geboorteplaats Castellania. Daar is hij zijn samen met zijn broer Serse vereeuwigd in een manshoog beeldhouwwerk.


« Laatste verandering: 28-03-2007, 10:05:17 door Gina » Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Antwoord #20 Gepost op: 10-04-2007, 20:03:59 »

Bep werd Olympisch kampioen in 1928, Europees kampioen in de lichtgewichtklasse in 1931 en nog een keer Europees kampioen middengewicht in 1938. De "Hammering Hollander" was vooral berucht om z'n uithoudingsvermogen en snelle hoeken. Behalve dat het een mooie gelegenheid is om oude boksfoto's te tonen is het toch ook fijn om terug te kijken op een sporter die werkelijk alleen om z'n sport gaf (alle lof gaat naar Rotterdammers.nl). Buiten het behalen van het enige Nederlandse Olympische boksgoud heeft Bep ook nog in de oorlog als piloot voor de Amerikanen gevochten en had, zoals het Oud Hollandsche Topsporters betaamt, een redelijk succesvolle sigarenzaak na zijn sportieve pensioen in 1956.

Tussen 1934 en 1936 probeerde de "Dutch windmill" in Amerika, waar hij de beroemde bijnaam kreeg, zich naar een kampioenswedstrijd te vechten. Maar door louche managment is dat er nooit van gekomen. Na twintig wedstrijden (W16, V2, G2) keerde hij teleurgesteld terug. Zijn oude trainer Theo Huizenaar trof een droef mens aan.


ik wil even hier op inhaken..

wie weet helpt dit op te lossen
Huh Roll Eyes

Ron van KLAVEREN

Gezocht door: Familie

Extra info: Ron is de zoon van wereldkampioen boksen, Bep van Klaveren uit Rotterdam. Ron kreeg in begin jaren zeventig een relatie met Els Buitendijk uit Scheveningen. Ze gingen samen uit in het centrum van Den Haag. Ron heeft een zus en een Australische moeder, Joan Georgina Hogan, die na het be???«indigen van Beps tweede huwelijk, terugkeerde naar haar geboorteland.


foto

Foto van de vriendin van Ron, Els Buitendijk op 21-jarige leeftijd.







* common_image_resize.jpg (6.49 KB, 150x196 - bekeken 5932 keer.)
« Laatste verandering: 10-04-2007, 20:06:09 door Gina » Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Antwoord #21 Gepost op: 13-04-2007, 08:52:13 »

Jaap Eden


     



Jacobus Johannes Eden werd op 19 oktober 1873 geboren in de stad Groningen. Zijn vader gaf daar gymnastiekles op een HBS. Zijn moeder stierf aan de geboorte van Jaap en hij bleef daardoor enigst kind. Omdat zijn vader niet voor hem kon zorgen werd hij opgevoed door zijn grootmoeder die in Santpoort (NH) woonde en daar eigenares was van Hotel Velserend. Daar doorliep hij ook de lagere school en verdere studies volgde hij niet. Hij ging werken op een bloembollenkwekerij.

Al op jonge leeftijd bleek dat hij goed kon schaatsen en wielrennen. Op zijn vijftiende jaar won hij een offici???«le schaatswedstrijd. Toevallig was bij die wedstrijd een van de beste de schaatsers ter wereld van die tijd, de uit Haarlem afkomstige Klaas Pander, aanwezig. En deze bood aan om zijn trainer te worden. En dat gebeurde ook.

In januari 1891 deed hij voor het eerst mee aan internationale wedstrijden. Die werden gehouden op de baan van de Amsterdamse IJsclub, die lag op de plaats in Amsterdam waar nu het Museumplein is. Hij werd vierde op de mijl en derde op de halve mijl.

In januari 1893, hij was toen nog maar 19 jaar, werd Jaap Eden voor het eerst wereldkampioen schaatsen. De wedstrijden werden op 13 en 14 januari georganiseerd door de Amsterdamse IJsclub volgens het reglement van wat toen de "Internationale Eislauf Vereinigung" heette en waardoor het evenement ook de offici???«le status van wereldkampioenschap kreeg. Een echt wereldkampioenschap was het eigenlijk niet want, naast Nederlandse, waren er alleen Noorse, Zweedse en Duitse deelnemers. De aankondiging sprak trouwens van "Internationale Hardrijderijen voor Amateurs om het Meesterschap der Wereld" en de winnaar zou zich "Amateur World Champion" mogen noemen. Jaap Eden won de 500, 1.500 en 5.000 meter. Bij de 10.000 meter viel hij en stapte hij van de baan. Dat was echter niet meer van belang want door het winnen van drie afstanden (zo waren toen de reglementen) had hij automatisch de titel behaald.
Het Nederlandse publiek was dolenthousiast en juichte hem luidkeels toe. Na een feestelijk diner keerde Eden in de late avond per trein naar Haarlem terug, waar hem opnieuw een enthousiaste menigte opwachtte. Er werd vuurwerk afgestoken en in de restauratie van het station vonden de eerste begroetingen plaats. Daarna verzamelde de sportwereld zich op de Grote Markt, waar het feest in caf???© Brinkmann werd voortgezet. Er waren vele toespraken en de feestelijkheden werden bekroond door het gelukstelegram van de jeugdige koningin Wilhelmina, waarna eensgezind het volkslied werd gezongen. Het was hoogstwaarschijnlijk de eerste keer in de geschiedenis van ons land dat een sportman zo bejubeld werd.

Jaap vond het voor zijn conditie een goede combinatie om naast het schaatsen ook te gaan wielrennen. En ook daar blonk hij in uit. Op 2 juli 1893 werd hij in Arnhem Nederlands kampioen op de weg.

In 1894 won hij in Stockholm bij het schaatsen de 10 kilometer in een nieuwe wereldrecordtijd van 19 minuten, 12 seconden en 4-tiende. En in het Noorse Hamar vestigde hij een nieuw wereldrecord op de 5.000 meter in een tijd van 8 minuten, 37 seconden en 6-tiende. Dat laatste was een verbetering van het bestaande record van een halve minuut. Dit record was daardoor omstreden omdat men meende dat de tijdwaarnemer zich vergist had of dat Jaap Eden een ronde te weinig had gereden. Het record hield bijna 20 jaar stand. In hetzelfde jaar werden de wereldkampioenschappen wielrennen op de baan in Antwerpen gereden. Op de 10 kilometer greep Jaap Eden de titel.

Het jaar 1895 werd voor hem een topjaar. Hij werd zowel wereldkampioen bij het schaatsen als bij het wielrennen op de weg. In Hamar werd hij bij het schaatsen tweede op de 500 meter en won hij de overige drie afstanden. Hij verbeterde er twee wereldrecords, op de 1.500 en op de 10.000 meter.




In augustus van dat jaar werd Jaap Eden "Continentaal Kampioen" wielrennen in Utrecht op de 10.000 meter en later in het jaar behaalde hij de wereldtitel wielrennen op de mijl in Keulen. In hetzelfde jaar won hij ook nog de 10.000 meter op de nieuwe houten wielerbaan op de wereldtentoonstelling in Amsterdam.



In 1896 behaalde hij zijn derde wereldtitel bij het schaatsen in Sint Petersburg. Hij won alle vier de afstanden. Dat was tevens zijn laatste schaatstitel. Hij had namelijk al een contract getekend om wielerprof te worden. Naast het startgeld dat hij zou ontvangen, kreeg hij een vast bedrag van 5.000 gulden per jaar. En dat was veel geld voor die tijd waarin men als arbeider ongeveer 10 gulden per week verdiende.

Zijn grote populariteit had Jaap Eden vooral te danken aan het feit dat hij in twee verschillende sporten uitzonderlijk presteerde. Hij was met zijn postuur van 1,74 meter lang en met een gewicht van rond de 70 kilo niet bijzonder gebouwd, maar hij beschikte over een ongekende explosieve kracht.

Hij leefde echter niet erg gezond en bij wedstrijden verscheen hij soms met een dikke sigaar in zijn mond. Verder hield hij van vrouwen en drank. Vooral toen hij voor het wielrennen in Parijs ging wonen nam hij het er goed van. Hij kon zich veel permitteren want hij verdiende veel geld. Er wordt gesproken van inkomens die wel 40.000 gulden per jaar bedroegen. Op den duur ging zijn conditie er door zijn levensstijl flink op achteruit en hij won dan ook geen wedstrijden meer.

Op 29 oktober 1914 trouwde hij met Louise Elisabeth Prinsen en vestigde hij zich in Haarlem. Uit dit huwelijk werd Huh©???©n zoon geboren.

In 1915 stopte hij met sporten. En hij had er daarna ook geen belangstelling meer voor. Nooit verscheen hij meer bij schaats- of wielerwedstrijden. Alle prijzen die hij gewonnen had verkocht hij of hij gaf ze gewoon weg.

Na zijn sportcarri????re probeerde nog om een maatschappelijke carri????re op te bouwen. Zo begon hij, samen met een paar vrienden, een fietsenzaakje in Rotterdam. Maar dat werd geen succes. Hij was ook nog een tijdje hulp in een garage en chauffeur op een bestelauto. Maar ook dat bevredigde hem niet.

Op 2 februari 1925 stierf hij op 51-jarige leeftijd in Haarlem aan de gevolgen van een nierziekte. De sportwereld was hem bijna vergeten. Er werd echter nog wel geld ingezameld om een monument op zijn graf te bekostigen. Op het monument op de Algemene Begraafplaats in Haarlem staan zijn prestaties vermeld die hij behaalde met het schaatsen en het wielrennen.

 

Toen de eerste kunstijsbaan van Nederland in Amsterdam werd geopend werd deze Jaap Eden baan genoemd. De baan werd geopend in aanwezigheid van zijn zoon en kleinzoon. De opening in 1961 moest door regen en hoge temperaturen tweemaal worden verschoven. En toen het publiek op 9 december de baan op mocht, bleek de bouwer nog twee weken nodig te hebben voordat de baan op 22 december officieel kon worden geopend. Het was zo koud en stormachtig dat zelfs het vijftien jaar oude Amsterdamse record op de 500 meter, 48,0 seconden, niet werd verbeterd. Het waren de zegeningen van een open baan.

Vanaf 1951 wordt ook een sporttrofee met de naam Jaap Eden aan topsporters uitgereikt. Van 1951 tot en met 1958 was dat voor de mannelijke of vrouwelijke sporter van het jaar. Vanaf 1959 werden er twee prijzen uitgereikt, namelijk voor de sportman en sportvrouw van het jaar. Vanaf 1968 kwam daar de sportploeg van het jaar bij en vanaf 2002 de prijs voor de gehandicapte sporter van het jaar. De prijs is een kunstwerkje van Jits Bakker. Per categorie zijn er altijd drie genomineerden die in november door sportjournalisten zijn geselecteerd. Tijdens het door NOC*NSF, in samenwerking met de NOS georganiseerde, Sportgala mogen de topsporters zelf de keuze maken. Omdat de winnaar dus door collega topsporters wordt aangewezen is deze prijs zeer prestigieus voor topsporters.

De naam van Jaap Eden die dus drie maal wereldkampioen schaatsen en tweemaal wereldkampioen wielrennen werd leeft dus voort in een schaatsbaan en een prijs die naar hem genoemd is.


Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Marretje
Zuiplap
****
Berichten: 588


Eerlijk duurt het langst


Bekijk profiel
« Antwoord #22 Gepost op: 20-04-2007, 09:12:16 »

Sporthelden lijken een modern verschijnsel te zijn. Verguisd door een enkeling, doch bejubeld door velen maken hun sportieve prestaties hen tot d???© iconen van de moderne tijd. Maar, schijn bedriegt. Ook de Oudheid kende sporthelden, in het bijzonder in de Romeinse Keizertijd. Net als tegenwoordig was sport in die periode big business waarin grote bedragen omgingen en topsporters ongekend populair waren. De huidige gekte rondom stervoetballers zou Grieken en Romeinen absoluut niet gek in de oren geklonken hebben!


* Sportheld_Romeinse_Keizertijd.jpg (33.08 KB, 364x335 - bekeken 6170 keer.)
Gelogd

Behandel ieder zoals je zelf behandeld wilt worden
Marretje
Zuiplap
****
Berichten: 588


Eerlijk duurt het langst


Bekijk profiel
« Antwoord #23 Gepost op: 20-04-2007, 09:18:44 »

Gouden medaille kwijt door telfout

De Britse schutter Philip Plater schoot zich bij de Spelen van 1908 met een wereldrecord naar de Olympische titel op het onderdeel kleinkalibergeweer staand. Maar na een paar dagen moest hij weer afstand doen van de overwinning. Hij had als dertiende Britse schutter deelgenomen aan het onderdeel, terwijl slechts twaalf inschrijvingen per land waren toegestaan.

Olympisch schieten anno 1908.

Het probleem begon toen de inschrijving voor Huh©???©n van de twaalf Britten, Barnes, zoekraakte. Plater werd als vervanger ingeschreven, maar omdat voor de Amerikanen de inschrijftermijn werd verlengd kon ook Barnes zich nog inschrijven. Tijdens de wedstrijd letten de Britse teamleiders niet goed op, en lieten Plater als laatste schieten, denkende dat er pas elf voor hem waren geweest. Na enkele dagen kwam het probleem toch boven, en moest Huh©???©n van de Britten (die de eerste 10 plaatsen bezetten) worden geschrapt.

Plater werd zo gedegradeerd tot "onoffici???«le deelnemer", en moest genoegen nemen met een speciale medaille en diploma die hij kreeg van het Britse NOC. Een schrale troost.


* Philip_Plater_1908.jpg (28.26 KB, 400x268 - bekeken 6471 keer.)
Gelogd

Behandel ieder zoals je zelf behandeld wilt worden
Gina
Moeder overste
Lid van de AA
*****
Berichten: 1436


Carpe Diem!!!!!


Bekijk profiel
« Antwoord #24 Gepost op: 22-05-2007, 09:09:33 »

Mark Spitz

    


Mark Andrew Spitz werd op 10 februari 1950 geboren in Modesto (Californi???«). Hij was de oudste van de drie kinderen die zijn ouders Lenore, van afkomst Puerto Ricaanse, en Arnold Spitz, een Amerikaanse jood, zouden krijgen. Zodra hij kon praten leerden zijn ouders hem al zwemmen. Toen Mark twee jaar oud was werd zijn vader, die directeur was bij een staalbedrijf, overgeplaatst naar Honolulu op Hawa?Huh. De kleine Mark zwom iedere dag in de zee van Waikiki Beach. Zijn moeder Lenore vertelde eens aan Time Magazine (12 april 1968): "Je had dat kleine jongetje eens in de oceaan moeten zien sprinten. Hij rende alsof hij zelfmoord wilde plegen."



Toen Mark zes jaar oud was verhuisde de familie naar Sacramento (Californi???«). Bij de YMCA kreeg hij zijn eerste wedstrijdtrainingen. Toen hij negen jaar oud was ging hij trainen bij de zwemvereniging Arden Hills in Sacramento. Zijn trainer was Sherm Chavoor die voor altijd zijn mentor zou blijven.

Op die leeftijd stond hij voor een dilemma. Als jood zat hij op de Hebreeuwse school, maar dat kwam steeds meer in conflict met zijn trainingen. Voor zijn vader en hem zelf was het duidelijk dat hij voor het zwemmen moest kiezen. Zijn vader zei: "Zwemmen is niet alles, winnen is dat wel."

En Mark Spitz liet zien dat hij talent had. Toen hij 10 jaar oud was had hij in zijn leeftijdscategorie 17 nationale titels behaald en Huh©???©n wereldrecord.

« Laatste verandering: 22-05-2007, 09:15:58 door Gina » Gelogd

*Geef pas een oordeel
als je denkt dat je zelf perfect bent*



www.amberalertnederland.nl
Pagina's: [1] 2 Omhoog Print 
« vorige volgende »
Ga naar:  


Login met gebruikersnaam, wachtwoord en sessielengte

Powered by MySQL Powered by PHP Powered by SMF 1.1.7 | SMF © 2006, Simple Machines LLC Valid XHTML 1.0! Valid CSS!